Yme (29) en haar zoontje (2) uit Eritrea zijn twee jaar geleden naar België gevlucht. Ze diende een verzoek in om erkend te kunnen worden als vluchteling. Na twee jaar wachten in het opvangcentrum van Lint, kreeg ze eindelijk een positief resultaat. Yme en haar zoontje mogen in België blijven. Ze heeft één maand de tijd om een eigen woning te vinden want er moet opnieuw plaats gemaakt worden om nieuwe verzoekers te kunnen opvangen. Ze verstaat al goed Nederlands, maar het spreken lukt nog niet zo vlot. Wanneer ze zelf contact opneemt met een potentiële woning, wimpelen ze haar meteen af. Ze vraagt aan één van de vrijwilligers om dezelfde makelaar opnieuw op te bellen. De vrijwilliger heeft meer succes. Ze vraagt of het appartement nog beschikbaar is en of het mogelijk is om een bezoek in te plannen. “Geen probleem.” zegt de makelaar, “Het appartement is nog steeds beschikbaar.” Vervolgens legt de vrijwilliger uit dat ze niet voor zichzelf belt maar voor één van de bewoners in het opvangcentrum. Ze kan haar zin nog niet afmaken of de makelaar onderbreekt haar en zegt vlakaf dat hij niet aan ‘bruine apen’ verhuurt. Hij legt de telefoon af zonder er nog woorden aan vuil te maken. Ontmoedigd zoekt Yme verder naar een gepaste woning. Hopelijk vindt ze op tijd een alternatief.