1.2.1 Inleiding
Binnen de islamitische intellectuele en geloofstraditie wordt de Koran een zeer belangrijke plaats toebedeeld. Meer dan een miljard moslims beschouwen de Koran als het woord van God dat geopenbaard werd aan de profeet Mohammed. Om de Koran goed te begrijpen is het belangrijk om de context en de tijdsgeest van de modale tribale Arabier of ma’ud al’rab waarin de Koran tot stand is gekomen goed te begrijpen.
1.2.2 De internationale situatie
De stad Mekka was destijds rond 570 v. Chr. op het Arabische Schiereiland omringd door twee grote wereldrijken die allebei streefden naar heerschappij over het hele Nabije Oosten. Enerzijds had je het Byzantijnse Rijk dat christelijk was en aan de andere kant bevond zich het rijk van de Sassanieden in Perzië. Deze twee rijken stonden regelmatig op gespannen voet met elkaar. In deze vijandige context heeft de openbaring van de Koran plaatsgevonden.
1.2.3 Omgeving profeet Mohammed: Waar leefde hij?
Moḥammed werd geboren in het Jaar van de Olifant wat overeenkomt met het jaar 570 v. Chr. van de Gregoriaanse kalender. Hij werd geboren in een adellijke familie in Mekka de Banū Hāshim. Deze stond hoog in aanzien bij de andere stammen in Mekka en omstreken. Nog voor zijn geboorte had Moḥammed zijn vader verloren en daarom kreeg hij al vanaf het prille begin de dubbele status die voor de inwoners van Mekka het aanzien van de afstammeling en de broosheid van een vaderloos kind vormen. In die tijd was de naam ‘Moḥammed’ volslagen onbekend op het Arabisch schiereiland. Zijn moeder had de naam ontvangen via een visioen tijdens haar zwangerschap en werd tegelijkertijd ook de geboorte van de ‘heer van dit volk’ aangekondigd. Tijdens de geboorte moest zij zeggen: “Ik plaats hem onder de bescherming van de Enige tegen de valsheid van alle afgunstige”. De Quraish hadden een speciale relatie met de nomadische levensstijl van de Arabische bedoeïenen. Ze vertrouwden hun jongens toe aan de zorg van bedoeïnse pleegfamilies. Ze geloofden dat de bedoeïenen een vrijere, gezondere en nobelere levensstijl hadden dan degenen die in de stad woonden. Om een succesvol leven te hebben in de woestijn was bovendien een hoog niveau van solidariteit nodig wat zich vertaalde in het waarderen van de persoonlijkheid van elk individu.
1.2.4 Het godsdienstig leven in het Arabisch schiereiland
Het Arabisch schiereiland kende verschillende religies. Er waren de Arabieren die de religie van Ibrahim volgden en die dus geloofden in één God. Daarnaast waren er ook joden en christenen. Het merendeel van de Arabieren vereerde echter standbeelden. Elke stam had één of meerdere standbeelden die zij als hun Goden beschouwden. Aangezien Mekka een groot religieus centrum was en daar eveneens de Ka’ba aanwezig was, bevonden zich daar de meeste standbeelden. Dit zorgde ervoor dat de stad een populaire trekpleister was zowel voor gelovigen als voor handelaars. Abū Sufyān, één van de grootste aanbidders van deze standbeelden uit deze periode, zei: “Onze goden zijn zowel religie als handel.”
1.2.5 Oefeningen
Oefening 1: Invuloefening (Context)
Opdracht: Beantwoord de volgende vragen
Wat is het verschil tussen monotheïsme en polytheïsme?
Mekkanen waren economisch afhankelijk van hun goden? Beantwoord met juist of fout?
Waarom vertrouwden de Quraish hun kinderen toe aan de bedoeïenen pleegfamilies?
Door welke rijken werd het Arabische schiereiland omringd?
Wat waren de belangrijkste religies die aanwezig waren op het Arabische schiereiland?
Op welke manier probeerden ze in het zuiden van het Arabische schiereiland te verhinderen dat mensen zouden wegtrekken naar het noorden?
Welke twee redenen waren onder andere de oorzaken van de oorlogen tussen de stammen?
1.3.1 Inleiding
“O, jullie die geloven! Neem de Joden en
de Christenen niet als bondgenoten, zij
zijn bondgenoten van elkaar. En als één
van jullie hen als bondgenoot neemt,
dan behoort hij zeker tot hen. Waarlijk,
Allah leidt het onrechtvaardige volk
niet’’
1.3.2 Principes van de interpretaties
Belangrijk is om de verzen in de Koran in hun bestaanscontext te begrijpen. Zoals eerder toegelicht is de maatschappij waarin de Koran tot stand is gekomen een overlevingsmaatschappij. Daarnaast is het ook van essentieel belang om bij het lezen van de Koran zowel de structuur van de Koran alsook de reden van openbaring in jouw achterhoofd te houden.
De maatschappij: Het bestuderen van zowel de politieke als de sociale context waarin de Koran is geopenbaard is een grondvoorwaarde om de Koran te begrijpen. De Arabische maatschappij destijds was een tribale samenleving waarin verschillende stammen in voortdurende oorlog waren.
Structuur van de Koran: De exegeten verdelen de Koran in twee delen: de Mekkaanse verzen en de Medinese verzen.
Mekkaanse verzen zijn verzen die voor de immigratie van de profeet van Mekka naar Medina zijn geopenbaard. De Mekkaanse periode was vooral bekend voor het leggen van de grondslagen van de islam, onder meer attawḥīd (monotheïsme).
Medinese verzen zijn in tegenstelling tot de Mekkaanse verzen gedetailleerder van aard omdat Medina een andere context heeft dan Mekka.
Belangrijke voorwaarde: Medinese verzen moeten in het licht van Mekkaanse verzen worden begrepen!
De reden van openbaring of sabāb an-nuzūl: Asbāb an-nuzūl (mv.) betekent de oorzaken of redenen waarom een vers werd geopenbaard. Dit heeft betrekking op gebeurtenissen die zich voordeden in de tijd van de profeet waarop de Koran een antwoord formuleerde.
1.3.3 De toepassing van de interpretatieprincipes
Laten we nu deze drie aspecten op het volgende vers toepassen: “O jullie die geloven! Neem de Joden en de Christenen niet als bondgenoten zij zijn bondgenoten van elkaar. En als één van jullie hen als bondgenoot neemt, dan behoort hij zeker tot hen. Waarlijk, Allah leidt het onrechtvaardige volk niet”
De Arabische maatschappij: Dit vers is in Medina geopenbaard. De maatschappij in Medina verschilt sterk met die van Mekka. Medina was een handelsstad en Medina was een rurale maatschappij. Medina bestond uit een reeks gehuchten die elk bewoond werden door verschillende etnische groepen.
Structuur van de Koran: Gelet op wat we eerder hebben toegelicht bij punt 1 (Arabische maatschappij) is het vers 51 in soerah al-Mā’idah een Medinees vers. Medinese verzen zijn zoals eerder uitgelegd meer gedetailleerd van aard en context gebonden.
De reden van openbaring of Asbāb an-nuzūl: At-Ṭabarī, een hoogstaande Koranexegeet, is van mening dat dit vers een antwoord biedt op een oorlogssituatie waarin enkele moslims joden en christenen als bondgenoten namen.
Oefening 1: Klasgesprek
Opdracht: Voer een klasgesprek met de leerlingen en stel de volgende vragen. De leerlingen gaan hierdoor nadenken over hun begrip van de Koran.
Richtvragen:
Aan wie vragen jullie uitleg wanneer jullie iets niet begrijpen uit de Koran?
Is het mogelijk om de Koran op meerdere manieren te begrijpen?
Denken jullie dat het mogelijk is om zelf op zoek te gaan naar het antwoord op jullie vragen over de Koran?
Oefening 2: Schema
Opdracht: Vul klassikaal het schema in over de principes van de interpretatie van de Koran.
1.4.1 Inleiding
Mohammed is een belangrijke persoon en een voorbeeld voor alle moslims. Hij is naast de Koran de bron van moraal. Het is echter heel belangrijk om een onderscheid te maken tussen de verschillende functies van Moḥammed. Met andere woorden: de profeet Moḥammed heeft in verschillende hoedanigheden opgetreden. Soms trad hij op als boodschapper/profeet, of als leider, of als moefti, of als rechter.
1.4.2 De hoedanigheid van een boodschapper
Deze verschillende functies van de profeet hebben elk een aparte invloed op de moraal van de islam, want sommige functies zijn van toepassing op de moraal mits ze aan enkele voorwaarden voldoen.
1.4.3 De hoedanigheid van een leider
De hoedanigheid van de profeet als leider kende een belangrijke voorwaarde, namelijk dat de acties die hij uitvoerde enkel betrekking hadden op leiders of overheden. Deze functie was dus een politieke functie en was bijgevolg enkel van toepassing op politieke leiders en dus niet voor iedereen weggelegd.
1.4.4 De hoedanigheid van een moefti
Moefti is een geestelijke religieuze leider die de bevoegdheid heeft om religieuze adviezen te geven met betrekking tot bepaalde fenomenen. Zijn religieus advies wordt in het Arabisch “fatwa” genoemd. Een fatwa is altijd context gebonden en mag geenszins toegepast worden in andere contexten zonder dat de gewoontes en tradities in acht worden genomen. De profeet vaardigde zelf ook fatwa’s uit en die dienen eveneens in hun context begrepen worden.
1.4.5 De hoedanigheid van een rechter
De hoedanigheid van de profeet als rechter kent eveneens een belangrijke voorwaarde, namelijk dat de acties die hij uitvoerde enkel betrekking hadden op rechters. Deze functie is dus een rechterlijke functie en is enkel van toepassing op rechters en dus ook niet voor iedereen weggelegd.
1.4.6 Toepassing van de hoedanigheden op vers 51 soerah Al-Mā’idah
Indien we terugkeren naar vers 51 van soerah Al-Mā’idah, dan kunnen we afleiden dat in de context van wat eerder werd behandeld bij de principes van de interpretatie, de profeet in de hoedanigheid van een rechter en leider heeft opgetreden. Deze materie is met andere woorden een bevoegdheid van leiders of theologen en niet de taak van een leek.
1.4.7 Oefening
Oefening 1: Vul in welke soort leiderschap van toepassing is bij de Hadith
Militaire leider – religieuze leider – moefti – rechter
2.2.1 Is de Koran een gewelddadige tekst?
Bij het lezen van de Koran is het belangrijk om jezelf af te vragen met welke doeleinde je dit doet. Het standpunt dat je vervolgens inneemt verschilt ook van persoon tot persoon.
We beperken ons tot de drie volgende doeleinden:
1. Begrijpen wat er in de Koran staat.
2. De lezer wil enkel de tekst lezen en memoriseren.
3. De lezer wil enkel Allah herdenken oftewel Dhikr.
2.2.3 Selectief lezen
Het probleem van misinterpretatie doet zich ook voor wanneer men Koranverzen over geweld op een selectieve manier leest. Je mag niet selectief gewelddadige verzen oppikken om ze letterlijk te interpreteren. Het is belangrijk om gewelddadige passages te situeren in de maatschappelijke context waarin ze zijn ontstaan.
2.2.4 Contextuele benadering
De Koran op zich is niet gewelddadig, ondanks dat er passages zijn die over geweld, dood en vernieling gaan. In het volgende gedeelte zullen we het uitgebreid hebben over hoe geweld in zijn context moet worden begrepen.
"En doodt hen waar jullie hen ook aantreffen en verdrijft hen waar zij jullie hebben verdreven." Jihadisten gebruiken dit vers uit de Koran om hun gewelddadige daden te rechtvaardigen. Op het eerste zicht komt dit vers heel gewelddadig over. Het beveelt moslims om ongelovigen te doden.
Een jihadist legt de focus enkel op dit soort verzen. Dit vertelt ons meer over de manier waarop hij de Koran leest. Zoals we al in het vorig hoofdstuk hebben besproken, leest de lezer een tekst samen met zijn gevoelens, achtergrond en levenservaringen. Een jihadist selecteert Koranverzen die gewelddadig zijn om zijn eigen gewelddadige overtuiging en zelfs daden te legitimeren.
Deze manier van lezen doet de Koran onrecht aan. De plaats en context en de intentie van de auteur oftewel Maqsad Ashari, is van essentieel belang om de Koran te begrijpen.
2.2.5 Oefeningen
Oefening 1: Invuloefening
2.3.1 De oorspronkelijke betekenis van jihad
'Jihad' is een term die vaak verkeerd wordt geïnterpreteerd door zowel jihadisten als islamcritici. Beide partijen interpreteren de term op een gewelddadige manier. Het zelfstandig naamwoord jihad komt van het woord jahada. Het betekent ‘inspanning’ of jhud. Oorspronkelijk ging het om de inspanning die moet worden geleverd om een doel te bereiken.
2.3.2 Hoe moeten de verzen in de Koran geïnterpreteerd worden?
Het concept ‘heilige oorlog’ bestaat niet in de islam. Voor de term oorlog wordt de term qitaal (strijd) gebruikt. De term jihad als heilige oorlog vertalen of uitleggen is dus verkeerd.
Vers 191 van soerah al-Baqara wordt vaak misbruikt door zowel jihadisten als islamcritici. De ene groep wil geweld rechtvaardigen, de andere groep wil daarmee de islam neerzetten als een gewelddadige godsdienst.
Op het eerste zicht zegt het eerste vers dat moslims de meergodendienaars of niet-moslims mogen doden. Laten we het vers bestuderen aan de hand van de volgende aspecten: a. Context van het vers, b. Soort vers, c. Reden van openbaring.
a. Context van openbaring: Dit vers werd tijdens een oorlog tussen moslims en niet-moslims uit Mekka geopenbaard. De verzen van Medina zijn contextueel gebonden. Het is belangrijk om de specifieke context van Medina te bestuderen.
b. Soort vers: Het vers "En doodt hen waar jullie hen ook aantreffen, en verdrijft hen waar zij jullie hebben verdreven" is een Medinees vers. Medinese verzen zijn meer gedetailleerd van aard en specifiek gericht op de situaties en uitdagingen waarmee de moslimgemeenschap in Medina geconfronteerd werd. Deze verzen behandelen vaak kwesties van gemeenschapsopbouw, wetgeving, en ook verdediging tegen agressie. Het is essentieel om dit onderscheid te begrijpen, omdat het helpt de context van bepaalde instructies te verklaren. De verzen geopenbaard in Medina komen vaak voort uit specifieke historische situaties waarin de moslims direct betrokken waren bij conflicten of bedreigingen voor hun gemeenschap.
c. Reden van openbaring (Asbāb al-Nuzūl): Dit specifieke vers is geopenbaard in de context van de veldslagen tussen de moslimgemeenschap in Medina en de Quraish van Mekka. Deze gevechten waren vaak defensief van aard, waarbij de moslimgemeenschap zich moest verdedigen tegen aanvallen. Het vers geeft toestemming aan moslims om in zelfverdediging te handelen tegen diegenen die hen uit hun huizen hebben verdreven en die hen hebben aangevallen. Het is belangrijk om op te merken dat de toepassing van dit vers, zoals de meeste Koranische verzen over conflict en strijd, gebonden is aan strikte voorwaarden, waaronder de noodzaak van zelfverdediging en het verbod op agressie.
De interpretatie en toepassing van dergelijke verzen moeten altijd rekening houden met deze context en de algemene ethische richtlijnen van de Koran, die oproepen tot rechtvaardigheid, mededogen en vrede. Misinterpretaties die deze verzen isoleren van hun historische en theologische context kunnen leiden tot onrechtvaardige rechtvaardigingen van geweld, wat in strijd is met de algemene boodschap van de Koran.
Deze analyse benadrukt hoe cruciaal het is om de Koran te benaderen met een grondige kennis van zijn historische, culturele, en theologische contexten. Alleen door een dergelijke benadering kunnen de rijke lagen van betekenis binnen de tekst volledig worden gewaardeerd en kunnen misinterpretaties die kunnen leiden tot extremisme en onverdraagzaamheid worden voorkomen.
Mohamed El Bachiri is een Marokkaanse Belg, moslim en Molenbekenaar. Hij verloor zijn vrouw Loubna Lafquiri tijdens de aanslagen op 22 maart 2016 in Brussel. Mohamed bleef achter als weduwe met drie jonge kinderen. Zijn pleidooi in het tv-programma ‘De Afspraak’ werd het meest bekeken filmpje ooit op de Vlaamse televisie.
Oefening 2
Vragen:
Wat deed Mohamed El Bachiri oproepen tot de jihad tijdens een avond in een Molenbeekse kerk?
Wat bedoelt Mohamed met: “Ik roep jongeren op tot jihad”?
In de Koran staat er: “la ikraha fi dine”. Wat betekent dit?
Mohamed heeft het over ‘De zoektocht naar de waarheid’. Welk pad heeft hij gekozen?
Hoe kijkt een humanistische moslim naar de Koran?
Waarmee sluit Mohamed zijn pleidooi af?
120 islamitische geleerden hebben een open brief geschreven die gericht is naar Al Baghdadi (de leider van IS). Ze leggen hem haarfijn uit waarom de ideologie van IS tegen de basisprincipes van de islam ingaat.
Samenvatting van de brief aan de kalief Al-Baghdadi
Een fatwa
Het is in de islam verboden om een fatwa [religieus decreet] uit te vaardigen zonder hiertoe de vereiste opleiding te hebben. Ook dan moet een fatwa de islamitische theologie volgen zoals deze in de klassieke teksten is vastgelegd. Voorts is het verboden om [hierbij] slechts enkele of slechts een deel van een vers uit de Qur’an te citeren zonder hierbij de Qur’an als geheel en de ahadit [de overlevering van de daden en woorden van de Profeet] als geheel in acht te nemen inzake het onderwerp in kwestie. Er bestaan strikte voorschriften voor een fatwa; men mag niet naar eigen believen verzen gebruiken als argument zonder het geheel van de Qur’an en de ahadith in acht te nemen.
De taal
Het is in de islam verboden verplichtingen op te leggen zonder grondige kennis van het Arabisch.
Simplisme
Het is in de islam verboden om de shari’ah [islamitische wetgeving] te simplificeren en de gevestigde islamitische wetenschap te negeren.
Verschillen
[Voor geleerden] is het in de islam toegestaan van mening te verschillen, behalve inzake het fundament van de religie dat alle moslims moeten kennen.
De realiteit
In de islam is het verboden om de hedendaagse realiteit te negeren bij het uitvaardigen van decreten.
Gij zult niet doden
Het is in de islam verboden om iemand te doden.
Ook zult gij niet doden
Het is in de islam verboden om gezanten, vrouwen, kinderen, ouderen, de zieken, monniken, aanbidders, en de hulpelozen te doden. Het is ook verboden om bomen te vernietigen, huizen te verwoesten, en vee en schapen te doden, behalve voor voedsel.
Gij zult geen terreur zaaien
Het zaaien van terreur in de harten van verdedigers en van onschuldige burgers, door middel van bommen, moorden, en kidnapping in marktplekken, bijeenkomsten, en andere plaatsen, is zowel door de islamitische wet als door de universele wetten (internationaal recht) verboden.
Gij zult niet corrupt zijn
Corruptie is strikt verboden in de islam, ongeacht of het gaat om geld, autoriteit, of elke vorm van illegale activiteiten.
Gij zult niet folteren
Folteren, op welke wijze dan ook - fysiek of psychologisch - is verboden in de islam. De Profeet Mohammed heeft gezegd: "Doe geen levende wezens pijn, noch dood ze."
Gij zult geen onrecht plegen
Onrecht, in elke vorm, tegenover mensen, dieren, of de natuur, wordt beschouwd als een van de grootste zonden in de islam.
Vrijheid van religie
Islam garandeert de vrijheid van religie en het recht om van geloof te veranderen. Dwang in religie is strikt verboden.
Bescherming van eigendommen
De bescherming van het leven, eigendom, en eer van mensen is een van de fundamentele doelstellingen van de islam.
Eer de verdragen
Moslims moeten de verdragen en overeenkomsten die ze met andere staten of volken hebben gesloten, respecteren en nakomen.
Oefening 3
Vragen:
1. Welke punten gaan over geweld?
2. Welke punten gaan over rechten?
3. Welke punten gaan over vrijheid?
2.4.1 Inleiding sharia
2.4.2 Oorspronkelijke betekenis van de term ‘sharia’
Veel mensen associëren de term ‘sharia’ met onrecht, harde wetgeving en brutale afstraffingen zoals vrouwenonderdrukking, lijfstraffen etc. Dat komt doordat de media, bepaalde politici en jihadisten de term te pas en te onpas gebruiken. Maar gebruiken ze de term wel correct? De betekenis van de term ‘sharia’ betekent meer dan enkel islamitische wetgeving. Het bevat niet enkel wetgeving maar o.a. ook rituelen, geloofsleer en filosofie. Het is fout om de vertaling van de ‘sharia’ enkel te beperken tot ‘islamitische wetgeving’. Sharia is geen wetgeving die strikte regels bevat. Er bestaat geen boek over de ‘sharia’ die islamitische wetten bevat zoals dat wel het geval is met het Belgische wetboek. Alle boeken over islamitische fiqh zijn individuele interpretaties van de Koran en de Soenna.
Wat betekent ‘sharia’ nu eigenlijk? De Arabische term ‘sharia’ betekent oorspronkelijk het pad dat naar het water leidt. Het gaat hier niet over een waterput waaruit je water moeten halen, maar wel de weg of stroming die je moet volgen om een vruchtbare plaats te vinden of een plek waar water naar toe stroomt. Water staat voor leven. Dat betekent dat ‘sharia’ de weg is die gevolgd moet worden om de natuur van de mens te beschermen. De natuurlijke aanleg van de mens moet beschermd worden en automatisch zal dit leiden tot een rechtvaardigere en vreedvollere samenleving. Helaas wordt deze term vaak verkeerd geïnterpreteerd en begrepen.
2.4.3 Oefeningen
Wat betekent sharia?
Met wat wordt sharia vaak geassocieerd?
Wat gebeurt er met de samenleving als de mens zijn menselijke natuur beschermt?
De sharia boven de wet’.
Lees een deel van het artikel van theoloog Jonas Slaats en zet een kruisje in de gepaste kolom.
De sharia staat boven de wet:
“De sharia is helemaal geen reeks van wetten die netjes neergeschreven staan in de Koran of een ander boek. Je kan m.a.w. geen bibliotheek binnenlopen om er de sharia uit het rek met ‘religieuze regels’ te halen. Als concept verwijst het woord ‘sharia’ louter naar het idee dat er de goddelijke principes zijn die het leven ondersteunen en dat er uit die principes een ethische richtlijn voortvloeit. Anders gezegd: als er een God is, dan zal die God waarschijnlijk van mensen verwachten dat ze zich op een bepaalde morele manier gedragen. Evidente voorbeelden daarvan zijn: niet moorden, niet stelen, zo mededogend mogelijk zijn, bepaalde rituelen onderhouden, etc.
Ja | Nee
Is de sharia een reeks van wetten die in de Koran staan?
Verwijst de sharia naar goddelijke principes die het leven ondersteunen?
Is handen afhakken van wie gestolen heeft een eeuwige regel?
Mag men de interpretatie van islamitische geleerden tegenspreken?
Bleef men doorheen de geschiedenis discussiëren over de precieze invulling van de sharia?
3.2.1 Inleiding
3.2.2 De mens als khalifa op aarde
De Koran verwijst naar de schepping als khalq. De term khalq is verbonden met de natuur en het universum en komt in 261 Koranverzen voor. Zoals bijvoorbeeld in soerat Al-Baqara vers 29: “Hij is Degene Die voor jullie alles geschapen heeft wat op aarde is. Toen reikte Hij over de hemel en maakte zeven hemelen en Hij is de Kenner van alle zaken.” (Al-Baqara:29) De Islam richt zich tot alle onderdelen van de schepping waaronder ecologie. Uit het geheel van Koranverzen gaat 1/8 ervan over het onderwerp ‘ecologie, milieu en natuur’. De mens heeft tenslotte als taak gekregen om het evenwicht van Allah’s schepping te behouden. In soera Arrahman staat: “..Hij (Allah) heeft de weegschaal (der gerechtigheid) geplaatst. Opdat jullie het evenwicht niet verstoren. En Hij houdt de weegschaal in evenwicht met rechtvaardigheid en breng geen afwijkingen in het evenwicht.” (Ar-rahmane: 7,8 en 9) De visie van de islam op de relatie tussen de mens en ecologie is uitgewerkt in zowel de Koran als de hadieths. Hierin wordt meermaals aangespoord tot een duurzame omgang met de natuur en de aarde. Destemeer omdat het volledige universum waaronder de natuur en de mens door Allah als eenheid is geschapen. Het is dus aan de mens om die eenheid van natuur en mens te behouden en te respecteren. Er is een onderling verband tussen alle elementen van de schepping. Ook bracht Allah hier structuur in. Daarom spreken we van een schepping die in balans is of mizan zoals uitgelegd in de Koran: “De zon en de maan volgen een vastgestelde baan. De sterren en de bomen buigen zich eerbiedig voor hun Heer. De hemelen heeft Hij opgeheven en Hij heeft het evenwicht gebracht. Verstoor het niet, houd de juiste maat en verlies die niet.” (Ar-rahmane: 5,6,7,8 en 9) Naast het ruimer begrip ecologie besteedt de Koran ook veel aandacht aan het milieu. Ook hier staat centraal dat het de taak van de mens is om het evenwicht in de natuur te behouden en te respecteren. Men spreekt van natuurwetten om erop te wijzen dat Allah met de juiste berekeningen en in alle perfectie de eenheid in de natuur heeft geschapen. Zo staat in soera Al Mulk: “U ziet in de schepping van de Meest Barmhartige geen onevenwichtigheid.” (Al-Mulk:3).
3.3.1 Mens en milieu-verantwoord gedrag
In het gedeelte over de mens als khalifa hebben we reeds stilgestaan bij het feit dat de Koran veel aandacht hecht aan het milieu. Het volstaat niet om enkel de 5 pijlers van de islam na te leven om een goede moslim te zijn. Er bestaan nog andere ethische regels zoals het respecteren en beschermen van het milieu. Als mens dienen we zuinig om te gaan met de energiebronnen, de natuur zo min mogelijk te vervuilen en een duurzaam en ecologisch gedrag te vertonen. Het zijn die principes van verantwoord gedrag die minstens even belangrijk zijn als de meer bekende gedragspijlers binnen de islam.
In de hadith wordt de levensstijl van de profeet Mohammed – vzmh - weergegeven. Ook hierin wordt bevestigd dat de profeet milieu-verantwoord gedrag beschouwde als onderdeel van de authentieke islamitische levenswijze. Bovendien waren de meeste profeten herders wat maakt dat ze zeer veel voeling hadden met de natuur en al wat erin leeft. Hij beval ook de moslims om zorgvuldig om te gaan met de natuur zelfs in moeilijke tijden als oorlog.
Dit wordt benadrukt door Abu Bakr As-Siddiq, een nauwe gezel en opvolger van de Profeet Mohammed – vzmh-. Hij zei aan een van zijn militaire bevelhebbers: “Ik adviseer u volgende tien dingen (met betrekking tot de regels van oorlogsvoering). Dood geen vrouwen of kinderen, bejaarden of zieken. Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn. Verniel geen onbewoonde plaatsen. Dood geen dieren behalve voor voedsel. Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen. Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd. En handel niet laf.” (Al-Muwatta Volume 21 Hadith 10)
In de Koran wordt de mens herinnerd aan de schoonheid van de natuur. Soera Al Ghashiyah nodigt in verzen 16 tot 18 de mens uitdrukkelijk uit om zich bewust te zijn van de schoonheid van de natuur door het regelmatig te observeren en ervan te genieten: “Kijken zij dan niet naar hoe de kamelen zijn geschapen? En naar hoe de bergen stevig gegrondvest zijn? En naar hoe uitgespreid de aarde is?” (Al-Ghashiyah: 17,18,19,20) Als we de tijd nemen om op een bewuste manier naar de natuur te kijken, zien we inderdaad de grootheid en de schoonheid die het biedt.
Oefening 1
Vul de ontbrekende woorden in.
Khalifa – 5 pijlers van de islam – respecteren en beschermen – ecologisch gedrag – de energiebronnen - milieu
In het gedeelte over de mens als............................. hebben we reeds stilgestaan bij het feit dat de Koran veel aandacht hecht aan ............................. . Het volstaat niet om enkel de ............................. na te leven om een goede moslim te zijn. Er bestaan nog andere ethische regels zoals het ............................. van het milieu. Als mens dienen we zuinig om te gaan met ............................. de natuur zo min mogelijk te vervuilen en een duurzaam en ............................. te vertonen. Het zijn die principes van verantwoord gedrag die minstens even belangrijk zijn als de meer bekende gedragspijlers binnen de islam.
3.4.1 Zuinig omgaan met natuurlijke bronnen
In een sociaal rechtvaardige samenleving heeft ieder mens recht op en toegang tot de basisbehoeften. Ecologie en natuur kunnen hieraan gelinkt worden. Denk aan de samenleving waarin eenieder recht heeft op bijvoorbeeld water als basisbehoefte.
In de Koran wordt de cruciale rol van water benadrukt. Water wordt vooropgesteld als bron van het leven en als één van de meest kostbare grondstoffen. Het woord water of ma’a komt meer dan zeventig keer voor in de Koran. Zoals bijvoorbeeld:
“En Allah heeft water uit de hemel gestuurd, en Hij doet de aarde daarmee herleven na haar dood. Waarlijk, in dit is een Teken voor mensen die luisteren.” (An-Nahl:65)
“Vertel Mij! Hoe denken jullie dan over het water dat jullie drinken? Zijn jullie het die het uit de regenwolken doen neerkomen, of zijn Wij de neerzenders? Als Wij zouden willen dan zouden Wij het tot zout water maken. Waren jullie maar dankbaar!” (Al-Waqi’ah: 68,69,70)
Water is essentieel voor het ontstaan en de ontwikkeling van leven. Zo is het noodzakelijk voor onder andere het levensonderhoud van de mens, van de dieren en is het noodzakelijk voor de plantengroei. Bovendien hebben zowel mensen en dieren nood aan drinkwater. Tot slot kunnen wij ons geen leven inbeelden zonder de mogelijkheid om een douche of een bad te nemen, water staat garant voor reinheid en hygiëne.
Het is duidelijk dat water altijd een cruciale rol zal blijven spelen in het universum. Maar het wordt ook alsmaar duidelijker dat we kampen met de problemen van waterschaarste, droogte,.... Water is niet onuitputtelijk en kan op een gegeven moment opgeraken. Het is daarom de verantwoordelijkheid van de mens om watertekorten te voorkomen door zowel langetermijn- als kortetermijnoplossingen te bedenken.
Als khalifa dienen we zuinig om te springen met de energiebronnen en een duurzaam en ecologisch gedrag vertonen. Het zijn die principes van verantwoord gedrag in soera Al Baqarah vers 30 die in de verf worden gezet. De mens consumeert zeer veel. Heel vaak wordt er meer verbruikt dan we als mens effectief nodig hebben om te overleven, denk aan de voedseloverschotten die na elke maaltijd weer in de vuilbak belanden. Het is belangrijk om een balans te vinden in die consumptie. Zelfs indien er nu nog een overvloed zou zijn aan bepaalde natuurlijke bronnen, zou het niet rechtvaardig zijn om die te verkwisten en onnodig uit te putten.
Overconsumptie zorgt ervoor dat de natuurlijke hulpbronnen worden uitgebuit. Door gebalanseerd te consumeren, bereiken we de doelstelling van de eenheid en instandhouding van de natuur. Die doelstellingen moet een khalifa steeds voor ogen houden.
In de Koran wordt er uitdrukkelijk op gewezen niet te verspillen of overconsumeren. Soera Al A’raf wijst erop dat consumeren uiteraard niet verboden is, maar dat dit met mate moet gebeuren: “O Kinderen van Adam, kleedt jullie goed en mooi... En eet en drink wat jullie maar willen, maar verspil niet door buitensporigheid. Voorzeker, Hij (Allah) houdt niet van de verkwisters.”
Gebalanseerd consumeren zorgt ervoor dat het gemakkelijker is om de natuurlijke bronnen gelijkelijk te verdelen en zo een rechtvaardige consumptiemaatschappij te vormen. Toch zien we dat dit doorheen de jaren alsmaar moeilijker lukt. Indien elk individu bij zijn consumptie enkel aan zichzelf denkt, zal hij/zij geen rekening houden met het feit dat het aanbod van natuurlijke bronnen ook andere mensen, dieren en planten moet voorzien in levensonderhoud. Zo ontstaat een ongelijke en onrechtvaardige verdeling van natuurlijke bronnen. Dit is uiteraard niet wat in de Koran wordt beoogd, integendeel.
3.4.2 Oefeningen
Wat kenmerkt een sociaal rechtvaardige samenleving? Geef een voorbeeld:
Hoeveel keer komt de term ma’a of water voor in de Koran?
Hoe kunnen we de doelstelling van eenheid en instandhouding van de natuur bereiken?
4.2.1 Inleiding
Islam en geweld worden vaak met elkaar in verband gebracht. Verschillende gebeurtenissen die de ware islam geen deugd deden, hebben in het recente verleden plaatsgevonden. Denk aan de aanslag op het World Trade Center op 11 september 2001, de oprichting van extremistische organisaties zoals ISIS in 2014, de terreuraanslagen in enkele Europese steden…. Hierdoor is de islam uiteraard vaak op een negatieve manier in de media gekomen.
Hoewel deze gebeurtenissen plaatsvonden op initiatief van islamitische groeperingen, staan hun handelingen in schril contrast met de leer van de islam. Ze verantwoorden hun daden door het ‘jihad’ te noemen, maar de term wordt verkeerdelijk gebruikt om geweld te rechtvaardigen.
Hoewel radicalisme en extremisme de laatste twee decennia vaak geassocieerd worden met de islam, is geweld helemaal niet inherent aan de islam. De islam verbiedt het gebruik van geweld tegen eenieder, zonder onderscheid tussen gelovigen en niet-gelovigen. Het klopt dat de Koran bepaalde verzen over geweld bevat, maar we moeten ze steeds in de juiste context begrijpen. Het is niet de bedoeling dat we in onze huidige maatschappij de Koranverzen letterlijk interpreteren en toepassen. Dit zou niet stroken met de bedoeling van de tekst.
4.2.2 Begrippen over geweld
Alvorens dieper in te gaan op de inhoud, is het aangewezen om enkele begrippen over geweld uit de Koran, hadith en islamitische theologie te definiëren:
Jihad: Taalkundig betekent jihad ‘een inspanning leveren’. De term wordt meestal gebruikt in de context van oorlogsdaden; zich inspannen in de oorlog. Maar in de overkoepelende betekenis van Jihad, zoals we die in deze handleiding aannemen, is oorlog slechts een klein onderdeel.
Verschillende islamitische geleerden kennen dertien betekenissen toe aan de term Jihad. De kernbetekenis is dus een inspanning leveren, maar niet noodzakelijk in oorlogscontext. Je kan bijvoorbeeld inspanningen leveren voor rechtvaardigheid, voor een goedwerkende maatschappij.
Al-Qital: Taalkundig betekent het strijden. Ook deze term wordt meestal in oorlogscontext gebruikt maar heeft, net zoals jihad, een ruimere betekenis.
Al-Harb: Letterlijk betekent het oorlog, zoals bijvoorbeeld twee landen die elkaar aanvallen. Al-Harb verschilt essentieel van jihad. Oorlog draait vooral rond overheersing en overwinning van de ander. Jihad staat voor de te leveren inspanningen om de algemene veiligheid te garanderen.
Al-Unf: Letterlijk betekent het geweld. Hoewel Al-Unf vaak geassocieerd wordt met de islam, is het begrip nergens in de Koran vermeld.
Al-Irhab: Al-Irhab staat voor terrorisme. ‘Terroriseren’ staat vermeld in de Koran, in soerat Al-Anfal vers 60. Daarin staat: “En zet alles in wat jullie hebben aan machtsmiddelen, ook strijdrossen, om de vijand van Allah, jullie vijand en de anderen angst aan te jagen/te terroriseren.” Het is belangrijk om de term terroriseren correct te interpreteren. Terroriseren betekent hier niet de gewelddaden uitvoeren zoals in de recente terreuraanslagen, maar slaat eerder op indruk maken op de tegenpartij om respect af te dwingen.
Er bestaan islamitische groeperingen die ervan overtuigd zijn dat ze enkel met behulp van geweld maatschappelijke veranderingen kunnen teweegbrengen. Voor hen heiligt het doel alle middelen, zoals bijvoorbeeld terreuraanslagen op onschuldigen. Nochtans zijn zulke daden absoluut verboden en in geen enkel opzicht voorgeschreven door de Koran. Toch houden de aanhangers van die groeperingen de schijn op dat verschillende islamitische voorschriften dit gedrag rechtvaardigen. Ze gebruiken daarvoor de volgende strategie:
Eerst proberen ze de legitimiteit van een staatshoofd te ondermijnen. Als het staatshoofd een moslim is, bestempelen ze hem als niet-moslim. Ze beweren dan dat het staatshoofd de islamitische wetten niet toepast. Nog gemakkelijker is het wanneer het staatshoofd geen moslim is. In dat geval tonen ze met nog meer overtuiging aan dat de islamitische wetten niet worden toegepast, zoals het feit dat ze bondgenoten zijn van Westerse landen. Dit is volgens hen voldoende om geen autoriteit toe te kennen aan een staatshoofd en ertegen in opstand te komen. Ze sturen erop aan het staatshoofd af te zetten op welke manier ook, dus ook met behulp van geweld.
Binnen de islamitische theologie heet dit onderwerp ‘Takfier’. Het is een zeer gevoelige kwestie waarin een moslim als niet-moslim wordt beschouwd. Het is niet de taak van de moslim om over iemand anders’ religieuze beleving te oordelen. Er bestaan situaties waarin personen openlijk toegeven geen moslim meer te (willen) zijn. In dat geval, is het duidelijk dat een persoon zelf wenst niet meer als moslim te worden beschouwd, maar het moet benadrukt worden dat hier geen gevolgen aan vasthangen. Nogmaals, het is niet de taak van een moslim om andermans religieuze beleving te beoordelen, noch te sanctioneren. Bovendien voorziet de Koran in die keuzevrijheid, zo staat er: “Er is geen dwang in onze religie. (2: 256)”
Ten tweede gaat men de bevolking aanzetten om het staatshoofd af te zetten. Hiervoor rechtvaardigen ze zelfs geweld om het doel te bereiken. Dit veroorzaakt vaak chaos en polarisering: Een kamp van aanhangers en tegenhangers binnen de samenleving. Het staatshoofd wordt bestempeld als ‘afvallige’ die door zijn niet-toepassing van de islamitische wetten mag worden vermoord. Dit is een zeer heftige visie die in schril contrast staat met de Koranvers hierboven die benadrukt dat er geen dwang bestaat in religie. Daarom is er geen sprake van afzetting of doding. Ook staat in een Koranvers: “De Waarheid is van jullie Heer. Ieder die wil, laat hem geloven. Ieder die niet wil, laat hem niet geloven.” (Soerat 18:29).
Geweld is dus geenszins een middel om veranderingen te brengen in de samenleving. Geweld wordt afgekeurd. Er bestaan echter specifieke situaties waar geweld wordt toegestaan, en dat is oorlog voor bescherming. Wanneer een moslimland bedreigd wordt en alle alternatieven om geweld te stoppen uitgeput zijn, mag men zich verzetten met geweld mits men de strikte regels van oorlog binnen de islam opvolgt. De regels zijn:
Wanneer alle alternatieven om geweld te stoppen uitgeput zijn.
Wanneer een land onrecht wordt aangedaan.
Wanneer mensen uit hun woningen worden verdreven.
Geen vrouwen, kinderen, bejaarden of zieken doden (dus enkel soldaten in een oorlog).
Respect voor de natuur en dieren.
Respect voor woningen van mensen.
Plunderen is niet toegestaan.
Al deze regels slaan puur op bescherming. Deze regels staan o.a. in het onderstaand vers en de sunnah van de profeet:
“Ga beiden (Mozes en zijn broer) naar de farao, want hij heeft overschreden. Spreek beiden tot hem op een zachte manier. Misschien zal hij het zich ter harte nemen.” (Ta-Ha: 43,44)
De geleerden leiden uit dit vers af dat men eerst de diplomatische weg moet kiezen om geweld te doen stoppen. Want Farao staat bekend als een grote tiran en toch beveelt Allah Mozes en zijn broer Haroon om zacht met hem te spreken.
De andere regels staan in het volgend vers:
“Aan hen die bestreden worden is [de strijd] toegestaan omdat hun onrecht is aangedaan; God heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen: 'Onze Heer is God' - en als God de mensen elkaar niet had laten weerhouden, dan waren kluizenaarsverblijven, kerken, synagogen en moskeeën waarin Gods naam vaak genoemd wordt zeker verwoest. Maar God zal hen die Hem helpen zeker helpen; God is krachtig en machtig.” (Al-Hajj/39:40)
Dit wordt ook benadrukt door Abu Bakr As-Siddiq, een nauwe gezel en opvolger van de Profeet Mohammed –vzmh-. Hij zei aan een van zijn militaire bevelhebbers:
“Ik adviseer u volgende tien dingen (met betrekking tot de regels van oorlogsvoering). Dood geen vrouwen of kinderen, bejaarden of zieken. Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn. Verniel geen onbewoonde plaatsen. Dood geen dieren behalve voor voedsel. Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen. Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd. En handel niet laf.” (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10)
In een andere hadith voegt Abu Bakr toe om ook geen priesters en kloosterlingen aan te vallen en dat men hun gebedshuizen niet mag vernielen. Ook gebouwen moeten intact blijven. Zelfs het consumeren van de melk van de dieren is streng verboden, behalve met de toestemming van de eigenaars.
Het voeren van een oorlog is dus onderworpen aan strikte voorschriften die gebaseerd zijn op de Koran en de sunnah van Mohamed.
Onderstreep de juiste betekenis van de term.
Jihad: Taalkundig betekent jihad:
a) Oorlog voeren
b) Een inspanning leveren
c) Geweld gebruiken
Al-Qital: Taalkundig betekent het:
a) Vechten
b) Strijden
c) Verdedigen
Al-Harb: Betekent letterlijk:
a) Vrede
b) Oorlog
c) Overeenkomst
Reflectievragen:
Hoe kan je de taalkundige betekenis van jihad in jouw dagelijks leven toepassen?
Denk na over de verschillende manieren waarop je 'een inspanning leveren' kunt interpreteren en toepassen in je persoonlijke, sociale en professionele leven.
Kan elk individu Al-Qital en Al-Harb toepassen? Leg uit waarom wel of waarom niet.
Overweeg de voorwaarden en contexten waarin strijd en oorlog volgens de islamitische leer gevoerd mogen worden en reflecteer op de verantwoordelijkheden en beperkingen van individuen in deze contexten.
Discussievragen:
Discussieer over de misvattingen rondom het concept van Jihad en de impact hiervan op de perceptie van de Islam in de moderne wereld.
Bespreek hoe de verkeerde interpretaties en het misbruik van de term Jihad de kijk op de Islam hebben beïnvloed, zowel binnen de moslimgemeenschap als daarbuiten.
Hoe kunnen moslims bijdragen aan een correct begrip en toepassing van deze concepten in een multiculturele en pluriforme samenleving?
Reflecteer op de rol die moslims kunnen spelen in het educatieve en sociale discours rondom Islam en geweld, en hoe zij kunnen bijdragen aan een vreedzame co-existentie en wederzijds begrip.
Spirituele jihad is de hoogste rang van jihad en betekent dat de moslim zijn uiterste best moet doen om een goed mens te zijn. Dit doet hij door zijn religieuze verplichtingen na te komen zoals de verplichtingen tegenover Allah, tegenover zichzelf als en tegenover de medemens. In de islam is er steeds een belangrijke driehoeksverhouding tussen:
Een individu
Zijn medemens of ‘de ander’
Allah
Het is aan iedere moslim om de harmonie tussen die relaties te behouden. Dit maakt deel uit van de spirituele jihad, namelijk zijn religieuze verplichtingen nakomen teneinde de harmonie binnen de driehoeksverhouding te bereiken en te behouden. Deze verplichting nakomen is uiteraard geen vanzelfsprekendheid. Het is daarom dat ‘jihad’ een grote inspanning leveren betekent. Volgens de islamitische voorschriften dient een mens zijn/haar ziel te reinigen omdat de ziel de kern van de mens vormt. Door zijn kern te reinigen kan een mens erin slagen een harmonieuze relatie met zichzelf, met de ander en met Allah te onderhouden. In de Koran staat dit geciteerd als volgt: “Voorzeker, degene die haar (de ziel) reinigt (van zonden), zal welslagen. En voorzeker, degene die haar bederft, zal verliezen.” (91: 9 en 10)
De ziel reinigen van begeertes en steeds harmonie binnen de driehoeksverhouding behouden vergt uiteraard veel inspanning. Het maakt dan ook deel uit van de spirituele jihad.
OEFENING 1: Oefening driehoeksverhouding
In de islam is er steeds een belangrijke driehoeksverhouding tussen het individu (ik), de medemens (de ander) en Allah. In de relatie met welke van die drie factoren probeert men in onderstaande voorbeelden harmonie te bereiken?
Vul de kolom in en kies tussen: Ik - de medemens - Allah
5.2.1 Inleiding
De contradictie tussen Goddelijke wetten en menselijke wetten is een eeuwenoude discussie. Dit past in feite in het kader van ‘Hoe staat verstand tegenover geloof?’. De oude Grieken spraken van logos (ratio) versus mythos (geloof). Ze probeerden alles rationeel te verklaren.
De islam heeft in het verleden ook de spanning tussen verstand en geloof gekend die bekend stond als ta’rud al’aql wa annaql. Veel pogingen werden gedaan om die contradictie op te heffen zoals Ibn Rushd (Averroes) heeft geprobeerd. Ibn Rushd, een grote moslimfilosoof, heeft in zijn boek Fasl Almaqaal (het beslissende woord) een fatwa uitgesproken, namelijk dat verstand en Islam elkaar aanvullen en niet elkaar tegenspreken. Averroes legt uit hoe men de Koran dient te interpreteren zodanig dat zijn leer niet botst met het verstand. Volgens hem is verstand gebruiken zelfs een religieuze verplichting. Deze vaststelling staaft hij met enkele verzen zoals “Neemt u dus dit tot voorbeeld, O gij inzichtsvollen” (Koran 59:2), “Hebben zij de koningsmacht van de hemelen en de aarde niet gezien, en al de dingen die God heeft geschapen” (Koran 7:185).
Het eerste vers legt Ibn Rushd als volgt uit: “Dit is een tekstuele onderbouwing van de verplichting om logische redeneringen te gebruiken, of eventueel een combinatie van logische en juridische redeneringen.”
Het tweede vers is volgens de auteur een aansporing tot het bestuderen van alles wat bestaat. Daarna komt hij tot de conclusie dat de Koran de mens verplicht door middel van de rede om over alles wat bestaat na te denken. Ibn Rushd is sterk overtuigd dat het onmogelijk is dat verstand in tegenspraak is met de islam. Daarom zegt hij: “De waarheid is immers niet in strijd met waarheid, maar moet er juist mee overeenstemmen en er een bevestiging van zijn.”
Met de eerste waarheid verwijst hij naar de waarheid die men via het verstand achterhaalt en met de tweede verwijst hij naar de islam. Ten slotte sloot hij zijn boek af met de volgende vaststelling: “...ik bedoel daarmee dat het verstand de vriend en de zoogzuster van de godsdienst is.’’ Met andere woorden, verstand en geloof zijn twee methodes om de waarheid te achterhalen.
5.2.2 Definitie van Goddelijke Wetten
De Goddelijke wet volgens de islam is de wil of de leiding van Allah die geopenbaard is aan de mens via zijn profeten. Die wil kan men terugvinden in de eerste plaats in de Koran en op de tweede plaats in de soenna. De fundamentele vraag is: “Hoe kan de mens de wil van Allah achterhalen?” De islamitische geleerden hebben hier heel goed over nagedacht. Ze gebruiken daarvoor de methode genaamd Ijtihad. Ijtihad is een welbekende term binnen de islamitische leer. De term betekent letterlijk ‘volle inspanning doen’.
Kortom, het gaat om een persoonlijke intellectuele interpretatie van een bekwaam persoon over Gods openbaring. De Goddelijke wetten omvatten de wil of leiding van Allah die men via ijtihad achterhaalt.
Welke fatwa heeft de moslimfilosoof Ibn Rushd uitgesproken in zijn boek Fasl Almaqaal?
Wat is volgens Averroes/Ibn Rushd een religieuze verplichting?
Was profeet Mohammed geobsedeerd door regels?
Elk land beschikt over een eigen rechtssysteem om orde te stellen in de maatschappij. Menselijke wetten streven naar harmonieuze samenlevingen, waarbij rechtvaardigheid en gelijkheid centraal staan. Daarom verwacht men van mensen dat ze plichten nakomen en gedragingen vermijden die schade kunnen aanbrengen aan de maatschappij. De menselijke wetten of seculiere wetten hebben geen religie als inspiratiebron. In het Romeinse Rijk was religie een staatsaangelegenheid (staatsreligie), waarbij de staat bepaalde religies tolereerde of onderdrukte. Het christendom werd de staatsreligie van het Romeinse Rijk in de 4e eeuw. Tot aan de 18e eeuw was er een directe relatie tussen kerk en staat, waarbij de staat zich bemoeide met het persoonlijk geloof van de burgers en de kerk zich bemoeide met de staat. Vanaf de Verlichting komt daar verandering in: de staat mengt zich niet met het persoonlijk geloof van de burgers, noch met de kerk, en de kerk bemoeit zich niet met de staat. Er is sprake van een scheiding van instituten. Het Europese model heeft altijd plaats gelaten voor religie en staat toe dat mensen inspiratie halen uit hun geloof. Vrijheid van religie is op die manier een belangrijk goed in Europa. Maar dit vergt een denkoefening voor moslims door hun geloof meer naar de geest te lezen en minder naar de letter.
Karl Popper maakt een verschil tussen ‘the context of discovery’ en ‘the context of justification’. Het eerste begrip geeft aan waar een theorie vandaan komt en dat mag volgens Popper geen rol spelen. Het tweede begrip betekent dat de theorie moet worden onderworpen aan wetenschappelijke methoden. Doorstaat de theorie die toets, dan is ze aannemelijk.
Bovendien zijn wetten niets anders dan waarden die we in normen omzetten. Waarden kunnen hun oorsprong eender waar hebben, ook in levensbeschouwelijke ideeën. Wetten zijn niet seculier of religieus; wetten zijn formele spelregels die in de publieke ruimte vanuit zowel seculiere als andere levensbeschouwingen kunnen gerechtvaardigd of gearticuleerd worden tot een gemeenschappelijke basis. Voor gelovigen groeien die waarden uit het feit dat elke mens een kind van God is. Rationalisten zien elke mens als een rationeel wezen en zoeken hun waarden vanuit die optiek. Utilitaristen vertrekken vanuit de idee dat iedereen recht heeft op de hoogste vorm van geluk en ecologisten verwijzen naar de gedachte dat iedereen deel uitmaakt van een naar een evenwicht zoekend ecologisch systeem. Zo komt er een gemeenschappelijke basis, die in wetten kan gegoten worden. Daarbij zijn normen niet statisch, maar dynamisch en evolutief naargelang de context.
Oefening 1: Definitie waarden en normen
Ga op zoek naar een eigen definitie voor de term 'waarden' en 'normen'.
Oefening 2: Waardentop
Definitie waarden:
Waarden zijn fundamentele overtuigingen die bepalen wat individuen of samenlevingen als belangrijk beschouwen.
Definitie normen:
Normen zijn regels die voortkomen uit waarden en bepalen hoe mensen zich behoren te gedragen in verschillende situaties.
A. Som vijf waarden op die jij belangrijk vindt.
B. Som drie waarden op die volgens jou belangrijk zijn?
Casus Anes:
Anes' vriend maakt een discriminerende opmerking over een vrouwelijke klasgenoot. Anes vindt de opmerking van zijn vriend niet kunnen.
Bij een waardenconflict twijfel je tussen twee waarden. Welke waarden komen er aan bod bij dit conflict?
Welke waarde vind jij in zo een situatie het belangrijkste?
Hoe zou jij reageren?
Casus Selma:
Selma hecht heel veel belang aan het dragen van een hoofddoek. Ze vindt dat ze zich mag kleden hoe ze willen en dat ze haar mag uiten op haar manier. De school daarentegen vindt dat Selma haar hoofddoek moet afdoen op school omdat religieuze symbolen verboden zijn volgens het schoolreglement. Selma vindt haar educatie heel belangrijk en heeft veel respect tegenover de school, maar ook haar vrijheid, zelfbeschikking en geloofsovertuiging vindt ze belangrijk.
Welke waarden komen bij dit voorbeeld met elkaar in conflict?
Geef zelf een voorbeeld waarbij enkele waarden, regels en/of tradities met elkaar in conflict komen.
“If we are to think intelligently about the relations between Islam and British law, we need a fair amount of ‘deconstruction’ of crude oppositions and mythologies, whether of the nature of sharia or the nature of the Enlightenment”.9 Dit citaat van de voormalige aartsbisschop van Canterbury Rowan Williams wijst erop dat de uitgebreide betekenis van de term sharia heel belangrijk is. Met andere woorden, het is onterecht om de term sharia te reduceren tot een enge interpretatie van het islamitische strafrecht.
De juiste interpretatie van de term sharia is belangrijk om te weten of er al dan niet een contradictie is tussen Goddelijke wetten en de menselijke wetten. Veel mensen associëren de term ‘sharia’ met onrecht, harde wetgeving en brutale afstraffingen zoals vrouwenonderdrukking, lijfstraffen etc. Dat komt doordat de media, bepaalde politici en jihadisten de term te pas en te onpas gebruiken. Maar gebruiken ze de term wel correct? De betekenis van de term ‘sharia’ betekent meer dan enkel islamitische wetgeving. Het bevat niet enkel wetgeving maar onder andere ook rituelen, geloofsleer en filosofie. Het is fout om de vertaling van de sharia enkel te beperken tot ‘islamitische wetgeving’. Sharia is geen wetgeving die strikte regels bevat. Er bestaat geen boek over de sharia die islamitische wetten bevat zoals dat wel het geval is met bijvoorbeeld het Belgische wetboek. Alle boeken over islamitische fiqh zijn individuele interpretaties van de Koran en de Soenna. Allah’s woorden zijn eeuwig maar diegene die Allah’s woorden interpreteert is slechts een product van zijn tijd. Er bestaan duizenden tafsiers en boeken over de fiqh, iedereen houdt er een andere interpretatie en mening op na. Al die boeken zijn uiteraard werken gemaakt door mensen en kunnen daarom fouten bevatten in tegenstelling tot de woorden van Allah.
5.4.1 Inleiding
De Arabische term sharia betekent oorspronkelijk het pad dat naar het water leidt. Het gaat hier niet over een waterput waaruit je water moeten halen, maar wel de weg of stroming die je moet volgen om een vruchtbare plaats te vinden of een plek waar water naartoe stroomt. Water staat voor leven. Dat betekent dat sharia de weg is die gevolgd moet worden om de natuur van de mens te beschermen. De natuurlijke aanleg van de mens moet beschermd worden en automatisch zal dit leiden tot een rechtvaardigere en vredevolle samenleving. Helaas wordt deze term vaak verkeerd geïnterpreteerd en begrepen. Meestal wordt de term sharia als “Islamic law” beschouwd. Deze interpretatie dekt echter niet de gehele lading van de sharia. Sharia bevat voor een groot deel religieuze normen die betrekking hebben tot de leer en de rite (ibadaat) en deze laatste valt onder de vrijheid van godsdienst die door de Europese rechtsorde verleend wordt. Artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens waarborgt de vrijheid van godsdienst en garandeert eveneens de uiting ervan. Zelfs wanneer sharia als “Islamic law” wordt vertaald, dan nog bestaat er een brede omvang van sharia normen die volledig in overeenstemming zijn met de Europese juridische normen, mits men de term sharia in zijn geheel benadert.
Gelet op de voorgaande uitleg is er geen enkel probleem voor de islam om redelijk te functioneren in een democratische staat. De islam bevat voor een groot deel religieuze normen die betrekking hebben tot de leer en de rite en deze laatste valt onder de vrijheid van godsdienst die door artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verleend wordt. Anderzijds bevat de islam weliswaar ook veel normen die betrekking hebben tot de sociale handelingen (moe’amalaat), maar zoals eerder vermeld is het islamitisch legitiem om deze categorie rationeel te benaderen mits de islamitische pricipes in ogenschouw worden genomen. En deze laatste vallen nagenoeg altijd samen met de Westers normen en waarden. Dus indien het secularisme de scheiding tussen Kerk en Staat betekent en de staat haar normen en waarden middels verstand bepaalt dan is er geen enkel probleem. Want de staat regelt meestal de onderlinge sociale handelingen bij haar onderdanen op rationele basis en dat is islamitisch ook veroorloofd mits rechtvaardigheid het ultieme doel is. Indien het secularisme een vorm is om levensbeschouwelijke diversiteit te beheren, dan heeft ook hier de islam geen probleem mee.
5.4.2 Wat betekent ‘sharia’ nu eigenlijk?
De Arabische term sharia betekent oorspronkelijk het pad dat naar het water leidt. Het gaat hier niet over een waterput waaruit je water moeten halen, maar wel de weg of stroming die je moet volgen om een vruchtbare plaats te vinden of een plek waar water naartoe stroomt. Water staat voor leven. Dat betekent dat sharia de weg is die gevolgd moet worden om de natuur van de mens te beschermen. De natuurlijke aanleg van de mens moet beschermd worden en automatisch zal dit leiden tot een rechtvaardigere en vredevolle samenleving. Helaas wordt deze term vaak verkeerd geïnterpreteerd en begrepen.
5.4.3 Contradictorisch of verzoenbaar?
Meestal wordt de term sharia als “Islamic law” beschouwd. Deze interpretatie dekt echter niet de gehele lading van de sharia. Sharia bevat voor een groot deel religieuze normen die betrekking hebben tot de leer en de rite (ibadaat) en deze laatste valt onder de vrijheid van godsdienst die door de Europese rechtsorde verleend wordt. Artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens waarborgt de vrijheid van godsdienst en garandeert eveneens de uiting ervan. Zelfs wanneer sharia als “Islamic law” wordt vertaald, dan nog bestaat er een brede omvang van sharia normen die volledig in overeenstemming zijn met de Europese juridische normen, mits men de term sharia in zijn geheel benadert.
Gelet op de voorgaande uitleg is er geen enkel probleem voor de islam om redelijk te functioneren in een democratische staat. De islam bevat voor een groot deel religieuze normen die betrekking hebben tot de leer en de rite en deze laatste valt onder de vrijheid van godsdienst die door artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens verleend wordt. Anderzijds bevat de islam weliswaar ook veel normen die betrekking hebben tot de sociale handelingen (moe’amalaat), maar zoals eerder vermeld is het islamitisch legitiem om deze categorie rationeel te benaderen mits de islamitische principes in ogenschouw worden genomen. En deze laatste vallen nagenoeg altijd samen met de Westerse normen en waarden. Dus indien het secularisme de scheiding tussen Kerk en Staat betekent en de staat haar normen en waarden middels verstand bepaalt dan is er geen enkel probleem. Want de staat regelt meestal de onderlinge sociale handelingen bij haar onderdanen op rationele basis en dat is islamitisch ook veroorloofd mits rechtvaardigheid het ultieme doel is. Indien het secularisme een vorm is om levensbeschouwelijke diversiteit te beheren, dan heeft ook hier de islam geen probleem mee.
Oefeningen
Oefening 1: Vul in met juist of fout en motiveer je antwoord.
1. Met wat associeerde jij de term ‘sharia’?
2. Hoe zou jij de term ‘sharia’ uitleggen aan iemand die de betekenis ervan niet kent?
6.2.1 Inleiding
De vrijheid van meningsuiting betekent dat elk individu het recht heeft om uiting te geven aan zijn overtuiging zowel qua geloof, filosofisch, politiek, alsook persoonlijk. De meningsuiting kan op verschillende manieren gebeuren zowel door middel van woord, geschrift als handelingen:
a) Woord: Zoals via onderwijs of media
b) Geschrift: Pers of petitie
c) Handelingen: Erediensten, vergaderingen en verenigingen
Deze vrijheden worden uitdrukkelijk beschermd door democratische rechtstaten bijvoorbeeld in artikel 19 van de Belgische Grondwet alsook in artikel 9 en 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit betekent concreet dat ieder individu zonder angst om vervolgd te worden uiting kan geven aan zijn overtuiging.
Ieder individu heeft daarom het recht om zijn overtuiging te praktiseren. Een moslim kan bijvoorbeeld zijn geloof in woord, geschrift en handelingen vrij praktiseren. Hij kan scholen stichten, een weekblad publiceren en moskeeën bouwen. In België komt de gemeenschap in aanmerking voor erkenning, mits ze aan bepaalde voorwaarden voldoet, en kan ze dus worden gesubsidieerd.
Vrijheid van woord en geschrift betekent ook dat iedereen vrij is om te zeggen en te schrijven wat hij wil zonder angst voor vervolging daarom is censuur uit den boze. Vooral in kringen van de pers en cartoonisten is “zelfcensuur” onaanvaardbaar.
De vrijheid van pers betekent inderdaad dat journalisten niet binnen de perken worden gehouden. Het gevaar is dat belangrijke informatie voor de burger wordt achtergehouden.
De vraag die dit onderwerp bijgevolg ongetwijfeld met zich meebrengt is: “Is de vrijheid van meningsuiting absoluut?” Dit zullen we in het volgende subhoofdstuk uitvoerig bespreken.
6.2.2 Is de vrijheid van meningsuiting absoluut?
In het verleden hebben mensen op verschillende plaatsen en tijdstippen gestreden om het recht op vrije meningsuiting op te eisen. Dit recht werd vervolgens in regels en wetten gegoten die de vrijheid van meningsuiting waarborgen.
Toch kan men niet zomaar altijd alles naar believen zeggen of schrijven. Aanzetten tot racisme, vreemdelingenhaat, eerrovende, lasterlijke of beledigende uitingen, haat en/of geweld zijn strafbaar.
De vraag is of het beledigen van de profeet Mohammed (vzmh) onder de vrijheid van meningsuiting valt. Of moet dit ook strafbaar zijn?
De vrijheid van meningsuiting is zoals eerder aangehaald een gemeen goed. Daarom kunnen minderheden openlijk en in alle vrijheid hun overtuiging praktiseren. Als de meerderheid zelf kan bepalen aan wie al dan niet vrijheden worden toegekend dan is dit een ondermijning van de vrije democratische samenleving.
Door middel van wetgeving probeerde men de maatschappij zodanig te organiseren dat de zwakkeren beschermd zouden worden tegen (het machtsmisbruik van) de sterken.
De Franse predikant en activist Henri Lacordaire zegt hierover: “Tussen de sterken en de zwakken, tussen de rijken en de armen, tussen de meester en de dienaar, is het de vrijheid die onderdrukt en de wet die vrijmaakt”.
Het spotten met de profeet Mohammed (vzmh) is ongetwijfeld kwetsend voor moslims. Indien moslims echter eisen dat dit bij wet moet verboden worden omdat dit kwetsend overkomt, dan moeten ze daar consequent in zijn. Stel dat een burger eist om de Koran bij wet te verbieden omdat er passages in staan die beledigend zijn of omdat ze volgens hem/haar aanzetten tot geweld. Stel u voor dat telkens wanneer iemand zich beledigd voelt door uitspraken, prenten,... van zijn medeburger, hij hem kan dagvaarden. Dan belanden we in een straat zonder einde die leidt tot absurditeiten.
Maar diezelfde vrijheid van meningsuiting brengt met zich mee dat moslims diezelfde spotprenten moreel kunnen afkeuren en het recht heeft zich beledigd te voelen. De burgers hebben recht op vrijheid. Maar wie van dat recht gebruikt maakt, mag zich ook voorbereiden op een geweldloos wederwoord. Anders gesteld mag je zaken afkeuren die juridisch wel zijn toegelaten in het kader van de vrijheid van meningsuiting.
Deze vrijheid zit verankerd in de wetten van democratische rechtsstaten alsook in het Europees verdrag van de Rechten van de Mens en hebben de basis gelegd voor vrede die in de loop der tijd bevochten is.
Oefening 1: Los het kruiswoordraadsel op.
Horizontaal
1. De opvatting dat een menselijk ras beter is dan een ander
4. Hiermee beschermt de maatschappij de zwakkeren tegen de rijken
7. Het is ... om aan te zetten tot racisme, vreemdelingenhaat en beledigingen
8. Naast woord en geschrift kan je op deze manier je mening uiten
9. Controle op verboden zaken in publicaties of films en die weglaten
10. Vrijheid van meningsuiting is vastgelegd in de Belgische ...
Verticaal
2. Dit kan een gemeenschap van de overheid ontvangen wanneer het voldoet
aan bepaalde voorwaarden
3. Een soort bestuur over een land waarbij de inwoners veel inspraak hebben
5. Het heilig boek van de moslims
6. Een ander woord voor religieuze ceremonie
Oefening 2: Beantwoord de volgende vragen.
Hoe wordt de vrijheid van meningsuiting gedefinieerd in de Belgische Grondwet?
Op welke manier kan een gelovige zijn recht op een eigen overtuiging praktiseren?
Heeft het recht op vrije meningsuiting altijd bestaan?
Wat is het belangrijkste doel van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens?
Kan een moslim bij wet eisen dat de profeet Mohammed (vzmh) niet mag worden beledigd?
6.3 Wie is De Profeet Mohammed vzmh?
Mohammed werd geboren in het Jaar van de Olifant wat overeenkomt met het jaar 570 van de gregoriaanse kalender. Hij werd geboren in een adellijke familie in Mekka, de clan Banu Hashim. Deze stond hoog in aanzien bij de andere stammen in Mekka en omstreken. Nog voor zijn geboorte had Mohammed zijn vader al verloren en daarom kreeg hij van meet af aan de dubbele status die, voor de inwoners van Mekka, het aanzien van de afstammeling en de broosheid van een vaderloos kind vormen. In die tijd was de naam ‘Mohammed’ volslagen onbekend op het Arabisch schiereiland. Zijn moeder had deze naam binnengekregen via een visioen tijdens haar zwangerschap. Daarin werd ook de geboorte van de ‘heer van dit volk’ aangekondigd. Tijdens de geboorte werd zij opgedragen om te zeggen: “Ik plaats hem onder de bescherming van de Enige tegen de valsheid van alle afgunstigen”. De Quraish, de stam waar ook de Banu Hashim deel van uitmaakten, hadden een speciale relatie met de nomadische levensstijl van de Arabische bedoeïenen. Ze vertrouwden hun jongens toe aan de zorg van bedoeïen pleegfamilies. Ze geloofden dat de bedoeïenen een vrijere, gezondere en nobelere levensstijl hadden dan zij die in de stad woonden. Om een succesvol leven te hebben in de woestijn is een hoog niveau van solidariteit nodig en bijgevolg ook een groot niveau van respect voor de persoonlijkheid en appreciatie van de menselijke waarde. Halimah bint Abi Dhu’ayb en haar man Harith ibn ‘Abd al’Uzzah van de Hawazin stam kwamen naar Mekka op zoek naar een zuigeling om mee te nemen naar de woestijn. Zij waren de armsten van hun clan en konden geen enkele familie van de Quraish overtuigen om hen de zorg van hun kind toe te vertrouwen. Aminah, de moeder van Mohammed, zat ook in een wanhopige situatie en kon geen bedoeïen pleeggezin vinden om te zorgen voor Mohammed omdat hij vaderloos was. Halimah besefte dat een jonge weduwe zoals Aminah zich haar diensten niet kon veroorloven. Toch ging ze ermee akkoord om Mohammed mee te nemen omdat ze niet met lege handen wou terugkeren naar haar volk. Ook al zou het haar geen materiële winst opleveren, dacht Halimah dat hun gulheid hen misschien andere zegeningen kon opleveren. Haar beslissing bracht inderdaad goede veranderingen in hun leven omdat de aanwezigheid van Mohammed heel wat zegeningen in hun huishouden bracht. Halimah en Harith brachten Mohammed groot als hun eigen zoon en kwamen regelmatig terug naar Mekka om aan Aminah zijn progressie te tonen.
6.3.1 Geboorte van profeet Mohammed vzmh
Op een dag kwam Halimah terug naar Mekka om aan Aminah te vertellen over een incident dat Mohammed had meegemaakt. De zoon van Halimah had het incident gezien en kwam het haar vertellen. Twee mannen in witte kledij kwamen naar Mohammed toe met een gouden bak vol sneeuw. Ze namen hem vast en openden zijn lichaam, namen zijn hart eruit en maakten het open. Ze haalden er een zwarte klonter uit die ze weggooiden. Daarna wasten ze zijn hart en lichaam met sneeuw tot ze hem rein maakten. Verontrust door deze gebeurtenis brachten ze Mohammed terug naar zijn moeder. Aminah was niet verbaasd door dit incident en vertelde hen dat ze zelf getuige was geweest van tekenen die erop wezen dat haar kind een bijzonder lot werd bereid. Het feit dat Mohammed zowel wees als arm was, zorgde ervoor dat hij de kwetsbaarheid en nederigheid aan de lijve ondervond toen hij nog heel klein was. Als hij zijn moeder daarna nog eens verliest, brengt dit hem bijna rechtstreeks onder de hoede God maar tegelijkertijd ook heel dicht bij mensen die helemaal niets meer hebben op deze aarde. De Koran herinnert hem eraan dat hij dit zijn leven lang niet mag vergeten en vooral tijdens zijn profetische opdracht niet. Je verleden is een leerschool waaruit je praktische en concrete kennis kunt opdoen. Ook de tijd die hij bij de nomaden in de woestijn doorbracht, heeft hem bepaalde ervaringen meegegeven die zijn leven later zullen leiden. De eerste levensjaren van de Profeet vormen de voedingsbodem voor een heel bijzondere relatie met de natuur die gedurende zijn hele opdracht een constante rol zal spelen. De Profeet had dan ook al vanaf jonge leeftijd een belangrijke relatie met de natuur. Dicht bij de natuur leven, het observeren, begrijpen en respecteren van de natuur is noodzakelijk voor een diep geloof. Het universum zit vol tekenen die herinneren aan de aanwezigheid van de Schepper en de woestijn opent de menselijke geest voor observatie, meditatie en initiatie. De eerste levensjaren zijn zonder twijfel jaren van voorbereiding geweest waarin zijn blik werd gericht op de tekenen van het universum.
6.3.2 De jeugdjaren van de Profeet vzmh
Op een dag kwam Halimah terug naar Mekka om aan Aminah te vertellen over een incident dat Mohammed had meegemaakt. De zoon van Halimah had het incident gezien en kwam het haar vertellen. Twee mannen in witte kledij kwamen naar Mohammed toe met een gouden bak vol sneeuw. Ze namen hem vast en openden zijn lichaam, namen zijn hart eruit en maakten het open. Ze haalden er een zwarte klonter uit die ze weggooiden. Daarna wasten ze zijn hart en lichaam met sneeuw tot ze hem rein maakten. Verontrust door deze gebeurtenis brachten ze Mohammed terug naar zijn moeder. Aminah was niet verbaasd door dit incident en vertelde hen dat ze zelf getuige was geweest van tekenen die erop wezen dat haar kind een bijzonder lot werd bereid. Het feit dat Mohammed zowel wees als arm was, zorgde ervoor dat hij de kwetsbaarheid en nederigheid aan de lijve ondervond toen hij nog heel klein was. Als hij zijn moeder daarna nog eens verliest, brengt dit hem bijna rechtstreeks onder de hoede God maar tegelijkertijd ook heel dicht bij mensen die helemaal niets meer hebben op deze aarde. De Koran herinnert hem eraan dat hij dit zijn leven lang niet mag vergeten en vooral tijdens zijn profetische opdracht niet. Je verleden is een leerschool waaruit je praktische en concrete kennis kunt opdoen. Ook de tijd die hij bij de nomaden in de woestijn doorbracht, heeft hem bepaalde ervaringen meegegeven die zijn leven later zullen leiden. De eerste levensjaren van de Profeet vormen de voedingsbodem voor een heel bijzondere relatie met de natuur die gedurende zijn hele opdracht een constante rol zal spelen. De Profeet had dan ook al vanaf jonge leeftijd een belangrijke relatie met de natuur. Dicht bij de natuur leven, het observeren, begrijpen en respecteren van de natuur is noodzakelijk voor een diep geloof. Het universum zit vol tekenen die herinneren aan de aanwezigheid van de Schepper en de woestijn opent de menselijke geest voor observatie, meditatie en initiatie. De eerste levensjaren zijn zonder twijfel jaren van voorbereiding geweest waarin zijn blik werd gericht op de tekenen van het universum.
6.3.3 Oefeningen
Oefening 1: Verbind de juiste kolommen met elkaar. Schrijf het antwoord onderaan op.
Jaar waarin de Profeet werd geboren.
Clan waarvan de Profeet afkomstig was
Zoogmoeder van de Profeet
Hoe oud was de Profeet toen zijn moeder stierf
Deze persoon ontfermde zich over de Profeet nadat zijn grootvader stierf
Welk lichaamsdeel van de Profeet werd er gewassen door engelen toen hij slechts 4 jaar oud was
De oude benaming van de stad Medina
Wie heeft de Profeet de naam Mohammed gegeven?
Oefening 2: Beantwoord de volgende vragen.
Wat was de wijsheid achter het feit dat de Profeet op jonge leeftijd heeft ervaren hoe het is om een arme wees te zijn?
Waarom werden pasgeboren kinderen op het platteland opgevoed?
Welke rol heeft de natuur gespeeld in de voorbereiding van de taak van de Profeet als boodschapper?
Wat was de wijsheid achter het verhaal waarbij het hart van de Profeet werd gereinigd?
Welke invloed heeft de Profeet gehad op het huishouden van Halimah?
Toen de profeet Mohammed de openbaring ontving en die publiekelijk ging verkondigen botste hij op weerstand van stamhoofden van Mekka. Ze raakten iedere dag meer doordrongen van het gevaar dat op de loer lag: het was volgens hen een opstand tegen hun goden en hun gewoontes. Dit kon hun macht op termijn in gevaar brengen.
De stamhoofden probeerden eerst Mohammed te overtuigen om de verkondiging van zijn boodschap te stoppen. Daarvoor stuurden ze zijn oom Abu Talib maar dat bracht niets op en de Profeet bleef volhouden en zei: “O mijn oom ik zweer bij God dat ik al zouden ze de zon in mijn rechterhand stoppen en de maan in mijn linkerhand om mij van deze zaak af te brengen mij niet van deze zaak laat afbrengen voordat Hij (Allah) haar tot een goed einde heeft gebracht of ik sterf!”
Omdat de Profeet bleef volharden begonnen zijn tegenstanders een lastercampagne tegen hem waarbij de vijandigheden tegen hem losbraken: de Profeet (vzmh) werd beledigd en werd voor een tovenaar en krankzinnige uitgemaakt. Abu Lahab liet zijn twee zonen die met de dochters van de Profeet waren getrouwd scheiden van hen. En de vrouw van Abu Lahab strooide haar vuilnisbakken uit als de Profeet langsliep. Ze vertelde dat Mohammed door de duivel was bezeten en dat hij gezinnen uit elkaar haalt en dat hij chaos en losbandigheid propageerde. In geen enkel van deze gevallen beantwoordde de Profeet (vzmh) deze insinuaties met geweld.
Wanneer mensen buiten Mekka naar Mekka kwamen om naar Mohammeds boodschap te luisteren werden ze gewaarschuwd tegen de zogezegde wandaden van de Profeet. De Profeet kreeg ook te maken met vernederingen en bespottingen maar de Profeet (vzmh) gebruikte nooit geweld als antwoord.
De druk werd steeds groter en de tegenstand manifesteerde zich steeds meer en steeds gewelddadiger: de stamhoofden hadden het vooral op de zwakkere moslims gemunt. Zo werd Bilal, die toen slaaf was, door zijn meester gemarteld. Later kocht Abu Bakr hem en gaf hem direct zijn vrijheid terug.
Op een dag werd de Profeet door Abu Djahl zodanig hard vernederd dat zelfs de niet-moslims van mening waren dat hij de grenzen van fatsoen had overtreden. De situatie werd steeds moeilijker voor de moslims en vooral voor de meest kwetsbare onder hen maar de Profeet bleef standvastig en hij beantwoordde iedere aanval met wijsheid en niet met geweld.
6.4.2 De vernedering van de Profeet in Ta’if
De vernederingen en vervolgingen werden steeds erger en erger. Daarom besloot de Profeet om naar de stad Ta’if te gaan in de hoop dat de leiders van de stad gehoor aan zijn boodschap zouden geven en hem tegen zijn vijanden zouden willen beschermen.
Hij werd niet naar zijn wens ontvangen en de leiders dreven de spot met hem. Ze weigerden niet alleen om op zijn verzoek in te gaan maar zetten ook de bevolking tegen hem op. Bij zijn vertrek regende het beledigingen en gooiden kinderen met stenen naar hem met bloedige verwondingen als gevolg.
Hij was er niet in geslaagd om steun te vinden bij zijn medemensen en zocht toevlucht tot een boomgaard om van zijn belagers af te komen. Daar wendde hij zich tot Allah en bad tot hem: “O God bij jou alleen beklaag ik me over mijn zwakheid mijn onmacht en mijn onbeduidendheid ten opzichte van de mensen. O meest Barmhartige onder de Barmhartigen Jij bent de Heer van de zwakkeren en Jij bent mijn Heer. Aan wiens handen vertrouw Je mij toe? Aan een of andere verre vreemdeling die me slecht zal behandelen? Of aan een vijand aan wie Jij macht hebt gegeven over mij? Zolang Jij niet boos op mij bent ken ik geen vrees. Jouw genadige steun zou voor mij echter wel een bredere weg openen en een weidsere horizon! Ik neem mijn toevlucht tot het Licht van Jouw gelaat waarmee alle duisternis wordt verlicht en de dingen in deze wereld en die andere worden rechtgezet opdat Jij Je toorn niet op mij doet neerdalen en ik niet word geraakt door Jouw gramschap. Toch behoort aan Jou het recht toe om te berispen zolang Jij niet tevreden bent. Er is geen kracht buiten Jou.”
Op het moment dat er geen uitweg meer leek te zijn wendde hij zich tot God om zich spiritueel te herbronnen en mentaal te versterken.
Oefening 1
1. Geef vijf voorbeelden van hoe de Quraish de Profeet hebben bestreden.
2. Wat was de reden dat de Profeet naar Ta’if ging?_
3. Welke lessen kun je trekken uit de smeekbede die de Profeet heeft gedaan nadat hij uit Ta’if werd verdreven?
4a. Hoe zou jij reageren als jij hetzelfde zou hebben meegemaakt als de Profeet (zowel in Ta’if als in Mekka)?
4b. Wat kun je leren uit de manier waarop de Profeet reageerde op de verschillende confrontaties?