Deel 1: Wat is het?
Theorie
Empathie is het vermogen om de gevoelens van een ander te begrijpen en mee te voelen. Het houdt in dat je je inleeft in de situatie van iemand anders en begrijpt hoe zij zich voelen.
Solidariteit is het gevoel van eenheid dat ontstaat als mensen elkaar steunen, vooral in moeilijke tijden. Het gaat om het tonen van verbondenheid en ondersteuning aan anderen.
Altruïsme verwijst naar het handelen met de intentie om anderen te helpen, zonder iets terug te verwachten. Het gaat om het belangeloos geven van hulp aan anderen.
Deel 2: Herken de begrippen
Opdracht:
Lees de volgende korte verhalen en kruis aan welk begrip (empathie, solidariteit, altruïsme) het beste past bij elke situatie:
Lisa ziet dat haar buurman moeite heeft met het dragen van zijn boodschappen en biedt aan om te helpen.
Een student deelt studiematerialen met een klasgenoot die ziek was en niet naar school kon komen.
Tijdens een sportdag moedigt iedereen elkaar aan, ook degenen die niet zo goed zijn in sport.
Een groep mensen komt samen om geld in te zamelen voor de slachtoffers van een natuurramp in een ander land.
Deel 3: Denk na over je eigen gedrag
Opdracht:
Schrijf drie acties op die jij de afgelopen week hebt ondernomen. Beschrijf voor elke actie hoe deze een vorm van empathie, solidariteit, of altruïsme kan zijn. Gebruik één zin per actie.
Voorbeeld:
Actie: Ik hielp mijn broertje met zijn huiswerk.
Reden: Dit toont empathie omdat ik begrijp dat hij hulp nodig had en ik heb geholpen zonder er iets voor terug te verwachten.
Deel 4: Levensbeschouwing en diversiteit
Opdracht:
Schrijf op hoe jij denkt dat jouw eigen levensbeschouwing (of een die je goed kent) anderen kan aanmoedigen om empathisch, solidair of altruïstisch te zijn. Gebruik maximaal drie zinnen.
Deel 5: Reflectie over diversiteit
Opdracht:
Denk na over een situatie waarin je te maken had met iemand die anders was dan jij (bijvoorbeeld door religie, cultuur, of achtergrond). Schrijf kort op hoe jij je toen voelde en hoe je nu denkt dat je had kunnen tonen dat je empathisch, solidair, of altruïstisch bent. Gebruik maximaal vijf zinnen.
Deel 6: Conclusie
Opdracht:
Schrijf één tot twee zinnen over hoe het begrijpen van verschillende levensbeschouwingen kan helpen om beter met diversiteit om te gaan in de samenleving.