Samenvatting Genesis 18-19
Het verhaal van de ondergang van Sodom en Gomorra speelt zich af in Genesis 19, maar eigenlijk begint het verhaal al eerder: in Genesis 18!
Dit verhaal vertelt hoe Abraham drie vreemdelingen tegenkomt waaronder G-d Zich bevindt. Hij veert recht, springt naar hen toe, buigt, biedt alle comfort aan, wast de voeten en bereidt samen met zijn vrouw Sara een uitgebreide maaltijd. De ontvangst van Abraham is erg royaal.
De Heer kreeg geruchten te horen dat de zustersteden Sodom en Gomorra kwaadaardig of onrechtvaardig zijn. Aangezien G-d instaat voor rechtvaardigheid, kan Hij niet onverschillig blijven. De steden moeten gecontroleerd worden. In het geval dat de steden inderdaad kwaadaardig blijken te zijn, worden ze met de grond gelijk gemaakt. Iedere inwoner moet er dan aan geloven. G-d besluit dit plan mee te delen aan Abraham.
Abraham wijst G-d op een probleem: Zijn plan om de onrechtvaardigen te straffen is zelf onrechtvaardig. "Abraham ging dichter naar hem toe en vroeg: ‘Wilt u dan behalve de schuldigen ook de onschuldigen het leven benemen?’" (Gen. 18:23) Na Abrahams tussenkomst komen hij en de Heer samen tot een nieuwe conclusie: de stad wordt gespaard indien er tien rechtvaardigen te vinden zijn.
Even later komen twee engelen aan in de stad Sodom. Daar worden ze gastvrij ontvangen door Lot, de neef van Abraham. De tekst suggereert dat het dezelfde twee engelen zijn die eerder ook te gast waren bij Abraham. Na hun aankomst is er al vlug een gewelddadig voorval: de inwoners van Sodom komen kloppen op Lots deur en eisen de twee gasten op. Ze stellen zich gewelddadig op en willen duidelijk de engelen kwaad doen.
De engelen verblinden de inwoners van Sodom zodat ze het huis niet meer kunnen vinden. Nadien besluiten ze de stad te vernietigen. De kwaadaardigheid van Sodom is immers bewezen. Lot en zijn familie mogen ontsnappen naar een nabijgelegen stad.
1.2.1 Gastvrijheid – het opkomen voor de ander
OPDRACHT. Lees de twee teksten uit Gen. 18 en 19 en beantwoord de vragen.
Vergelijk hoe Lot en Abraham omgaan met vreemdelingen. Zijn er verschillen?
Op welke manier zijn jij en je familie gastvrij? Welke gebruiken hebben jullie voor het ontvangen van gasten?
Denk je dat er tegenwoordig mensen zijn die nood hebben aan een gastvrije ontvangst? Waarom wel/niet?
Denk je dat er vandaag de dag nog steeds de plicht is om een gastvrije ontvangst te bieden aan vreemdelingen? Waarom wel/niet?
Het verhaal geeft een belangrijke les in gastvrijheid. Abraham en Lot ontvangen absolute vreemdelingen in hun midden en staan in voor hun bescherming. Lot verzet zich zelfs tegen de inwoners van Sodom. Het gaat hier niet om de gastvrijheid die vrienden ontvangt voor een gezellig avondmaal maar de gastvrijheid die opkomt voor de vreemde ander. Lot en zijn familie worden voor dit soort gastvrijheid beloond en mogen ontsnappen aan de vernietiging van Sodom.
1.2.2 Abrahams gotspe
OPDRACHT. Lees de tekst uit Gen. 18 met het gesprek tussen Abraham en de Heer. Beantwoord nadien de vragen.
Hoe zou je de houding van Abraham omschrijven? Arrogant, nederig…?
Omschrijf Abrahams tussenkomst in je eigen woorden. Wat wil hij juist van G-d bekomen?
Juist of fout. Abraham stelt aan G-d een compromis voor.
Abraham herinnert G-d eraan dat een plan om de schuldigen te treffen ook onschuldige slachtoffers kan maken. Kan je dit associëren aan hedendaagse gebeurtenissen of fenomenen?
G-d verandert door Abrahams tussenkomst Zijn plan. Verander jij gemakkelijk van mening?
Abraham stelt G-ds plan kritisch in vraag. Deze ondervraging past binnen de traditie van de gotspe, de kritische openhartigheid die roept tot G-d, tegen G-d, en in naam van G-ds schepping en verbond. Het gaat om een soort vrijmoedige oprechtheid waarmee een jood als volwaardige partner van het verbond met de andere partner, G-d, in discussie treedt.
1.2.3 De kwaadaardigheid van Sodom en Gomorra
Na het voorval bij Lots thuis – waar de dorpelingen met kwaadaardige intenties de twee engelen opeisen – besluit G-d de stad te vernietigen. Er waren geen tien rechtvaardigen te vinden. Maar het verhaal is niet helemaal duidelijk over wat nu juist de zonden van Sodom en Gomorra zijn. In de Tenach zijn er meerdere passages die de zustersteden en hun kwaadaardigheid vermelden. Deze passages kunnen een indicatie geven voor welke zonden de zustersteden uiteindelijk moeten boeten.
1.2.4 Ezechiël 16:49-50
1.2.5 Jeremia 23:14
1.2.6 Amos 4:11
Probeer de drie passages zo precies mogelijk samen te vatten. Hoe beschrijven ze de zonden van Sodom en Gomorra?
Komen de zaken die de drie passages beschrijven volgens jou nog steeds voor?
Wat zou nog een hedendaagse ‘’zonde van Sodom en Gomorra’’ kunnen zijn?
OPDRACHT. Lees de volgende twee passages. Beantwoord nadien de vragen op de volgende pagina.
Exodus 17:8-16
Over welke gebeurtenis verhalen deze twee passages?
Wordt deze gebeurtenis op identiek gelijke wijze verteld, of is er een verschil in informatie tussen de twee passages?
Indien er een verschil in informatie is: waarin verschilt de Exoduspassage van de Deuteronomiumpassage?
Wat is de kern van deze passages?
Herinneren (Amaleks daad)
Strijden (tegen Amalek)
Wie zal de herinnering aan Amalek bestrijden/uitroeien?
G-d
Het volk van Israël
Wie of wat is Amalek volgens jou?
Ex. 17:8-16: Deze passage kan je terugvinden in het midden van het Exodusboek, het tweede boek van de Thora. Het boek Exodus kunnen we verdelen in twee stukken: Ex. 1-18 en Ex. 19-40. Het eerste deel verhaalt over de tocht uit Egypte. Het tweede deel verhaalt over het Verbond bij de berg Sinaï. Amalek valt het volk van Israël dus aan net voordat ze het Verbond sluiten met G-d op de berg Sinaï!
Het verhaal van de tocht uit Egypte is welbekend. Het volk van Israël is jarenlang slaaf geweest van het machtige Egypte waar het recht van de sterkste heerst. Dan komt G-d en Hij helpt het Joodse volk ontsnappen, onder meer met de tien plagen. Het volk van Israël krijgt in de woestijn echter honger en dorst en stelt de beslissing om Egypte te verlaten in vraag. Ze stellen zelfs hun bevrijder G-d in vraag: “Is de HEER nu in ons midden of niet?” (Ex. 17:7) Na deze zin komt de aanval van Amalek voor.
De plaatsnaam Refidim heeft een unieke betekenis. De plaatsnaam bestaat uit het werkwoord ‘rafah’ en het zelfstandig naamwoord ‘jadim’. ‘Rafah’ betekent slap/zwak worden. ‘Jadim’ betekent ‘handen’. Refidim wijst dus op: ‘het slap/zwak worden van de handen’. Dit betekent dat de moed ons kan ontvallen: de kracht kan uit onze handen wegvloeien.
Op het einde verklaart G-d de oorlog aan Amalek. G-d neemt hier dus zelf de verantwoordelijkheid! Het gaat bovendien niet om een eenmalige strijd, maar het zal plaatsvinden van generatie op generatie.
Deut. 25:17-19: Deze passage kan je terugvinden in het midden van het Deuteronomiumboek, het vijfde en laatste boek van de Thora. Het boek Deuteronomium kunnen we verdelen in drie stukken: Deut. 1-11, Deut. 12-26, en Deut. 27-34. Het eerste deel bestaat uit Mozes’ openingswoorden aan deze nieuwe generatie. Het tweede deel bestaat uit een verzameling van wetten over hoe het leven te structureren in het Beloofde Land. Het derde deel bestaat uit Mozes’ laatste woorden en zijn dood. De Amalek-passage komt dus op het einde van het tweede deel: de verzameling van wetten!
De Deuteronomiumpassage over Amalek geeft ons nieuwe informatie over de veldslag:
Amalek viel aan terwijl het Joodse volk ‘onderweg’ was. Daarmee bedoelt de Thora de bevrijdingsweg die leidt van Egypte naar het Beloofde Land. Het volk van Israël had nog geen thuis, leefde in onzekere tijden, en was dus erg kwetsbaar en verzwakt.
Amalek viel aan ‘in de achterhoede’: de achterban van het volk, die bestond uit de meest kwetsbaren en zwakken. De aanval van Amalek was dus dubbel zo laf!
Er staat: ‘en hij vreesde God niet’. Vertalingen verwijzen hier vaak naar Amalek. De zin betekent dan: Amalek vreesde God niet. Maar zo simpel is het niet! Het Hebreeuws laat immers de optie open dat ook Israël G-d niet vreesde. Het zinnetje staat wat afgezonderd en grammaticaal is het mogelijk.
We lezen dat ook Israël een verantwoordelijkheid draagt. Het gaat om een gebod of mitswa: een verplichting gegeven door God. Het is aan Israël om de herinnering aan Amalek uit te wissen. Tegelijk mag de vreselijke daad van Amalek, de lafhartige aanval, ook niet vergeten worden.
Samenvatting
Ex. 17:8-16 leert ons:
G-d wist de herinnering aan Amalek uit
G-d voert oorlog tegen Amalek van generatie op generatie
Deut. 25:17-19 leert ons:
Nadruk dat het Joodse volk ‘onderweg’ was: de bevrijdingsweg
Amalek viel Israël aan op hun zwakste punt
Israël moet de herinnering aan Amalek uitwissen
Het gaat om een mitswa: een gebod
OPDRACHT. Beantwoord op basis van de hierboven geven uitleg de volgende vragen.
Waar vinden de passages in hun boek plaats?
Steeds in het middelste deel
Steeds in het begin
Steeds helemaal op het einde
Wie moet de herinnering aan Amalek uitroeien?
Het volk van Israël
G-d
Wie vreesde G-d niet?
Leg in je eigen woorden de betekenis van de plaatsnaam ‘Refidim’ uit.
In de Deuteronomiumpassage staat: ‘en hij vreesde G-d niet’. Deze zin kan grammaticaal ook Israël aanduiden. Waarom zou Israël G-d niet vrezen? Wat zou dit kunnen betekenen?
De aanval van Amalek was een oorlogsaanval. Is de Amalek-mitswa een kwestie van zelfverdediging (om te overleven), of van wraak?
Lees deze zin opnieuw: “De HEER zal strijd voeren tegen Amalek, in alle komende generaties!” (Ex. 17:16) Betekent ‘in alle komende generatie’
volgens jou dat de strijd voor eeuwig is, of denk je dat het gaat om een ‘aantal generaties’?
Denk je dat het gebod om de herinnering aan Amalek nog steeds van toepassing is?
Mensen hebben over veel onderwerpen een verschillende mening. Een meningsverschil is eigen aan communicatie en is op zich niet problematisch. Het wordt pas moeilijk wanneer deze verschillende meningen en visies leiden tot conflict of geweld.
Wanneer groepen tegenover elkaar staan en de tegenstellingen tussen deze groepen steeds groter worden, spreken we van polarisatie. De twee groepen staan als 'tegengestelde polen' tegenover elkaar. We kunnen in dat geval ook spreken van een wij-zij-denken. Groepen van mensen staan lijnrecht tegenover elkaar. Natuurlijk hoeft polarisatie niet altijd negatief te zijn. Verschillende, zelfs botsende meningen, dagen het denken uit en houden een samenleving levend en dynamisch. Het wordt wel problematisch wanneer enkel de radicale standpunten worden gehoord en elke gematigde stem in het debat verdwijnt.
Ook het klimaatdebat kan leiden tot polarisatie. Veel wetenschappers zijn het erover eens dat het klimaat sterk verandert. Die veranderingen, waaronder de opwarming van de aarde, kunnen leiden tot een wereld uit balans met ernstige gevolgen voor mens en dier. Ondertussen trekken steeds meer wetenschappers aan de alarmbel. Ook in de maatschappij roept men steeds luider om aanpassingen die het klimaat beter beschermen. Toch is niet iedereen overtuigd van de negatieve gevolgen van klimaatverandering of is niet iedereen bereid de gewenste veranderingen door te voeren. Zo ontstaan er rond een thema dus al vlug twee kampen, twee polen. De toenemende frustraties leiden tot een sterk wij-zij-denken. De klimaatprotesten kunnen we zien als een uiting van die frustraties.
Vanuit het thema polarisatie kunnen we dus nadenken over het klimaatdebat en de klimaatprotesten. Wanneer gaat het protest te ver? Leiden protesten tot meer polarisatie? Is protesteren altijd de juiste manier om tot oplossingen te komen? In wat volgt word je uitgenodigd om over die vragen te reflecteren.
Bal taschit betekent ‘niet vernietigen’. De Bijbels Hebreeuwse wortel sh.h.t. (vernietig) schachat is synoniem aan het woord kilkul, dat bederven of corrumperen betekent. Modern Hebreeuws vertaalt sh.h.t. naar: bederven, kwetsen, verspillen; vernietigen; zondigen; corrupt handelen; vermoorden.
We moeten "vernietigen" dus in brede zin begrijpen en het is sterk verwant aan de notie van ‘verspilling’!
Bal taschit - Deut. 20:19-20
"Wanneer u een stad langdurig moet belegeren, mag u haar boomgaarden niet vernietigen. Laat de bijl rusten en laat de bomen staan, want u moet er zelf van eten en bovendien: is een boom soms een mens dat u tegen hem moet strijden? Alleen de bomen waarvan u weet dat ze geen vruchten geven, mag u vernietigen of omhakken om ze te gebruiken voor de belegering van de stad waarmee u in oorlog bent."
Markeer in deze passage de zin die het bal tashit-verbod bevat.
Noteer wat je niet begrijpt van deze passage. Welke zin, uitdrukking, term is onduidelijk?
Waar gaat de passage over? Probeer de essentie zo beknopt mogelijk neer te schrijven.
De betekenis van de Tenach ligt niet altijd voor de hand. De Tenach is dan ook ontstaan in een wereld die erg verschilt van de huidige. Dat bemoeilijkt het begrijpen en interpreteren. Toch is de Tenach rijk aan betekenis. Rabbijnen hebben verschillende interpretatietechnieken ontwikkeld om tot die betekenissen te komen.
Een van die interpretatietechnieken is kal v’homer, dat letterlijk: ‘van moeilijk naar makkelijk’ betekent. Geboden en verboden vinden we in de Tenach vaak terug in erg specifieke situaties. Kal v’homer toont ons hoe we uit een minder waarschijnlijke situatie iets kunnen leren voor een meer waarschijnlijke situatie. Of in andere woorden: wat zegt een specifiek geval ons over hoe ons te gedragen in het algemeen?
Het verbod bal taschit verbiedt om ten tijde van oorlog boomgaarden (fruitbomen) neer te kappen om hout te verzamelen voor een belegering. We merkten op dat het beeld van de ‘fruitbomen’ niet toevallig gekozen is. Ze zijn vooral belangrijk als symbool voor de natuurlijke omgeving, het systeem dat (menselijk) leven onderhoudt. Rabbijnen zijn dan ook het verbod in bredere zin gaan toepassen, waardoor het toepassing kreeg op allerlei nuttige materialen, objecten en bronnen voor de mens, en zelfs op het menselijk lichaam. Die beweging van een uitzonderlijke, specifieke situatie naar een algemene situatie is kal v’homer.
OPDRACHT. Beantwoord de vragen.
Wat betekent bal taschit? Kan je het linken aan andere woorden?
Leg het kal v’homer principe in je eigen woorden uit.
Is bal taschit een positief of negatief gebod?
Lees de volgende passage. Hoe past de Babylonische Talmoed het kal v’homer principe toe?
Babylonische Talmoed - Kiddushin 32a:
"Een ieder die vaten breekt of kledingstukken verscheurt, een gebouw vernietigt, een fontein dicht of eten bederft, is schuldig aan het overtreden van het bal taschit-verbod."
Pas het kal v’homer principe toe op het eigen leven. Wat zijn de makkelijke manieren waarop we vervuilen of vernietigen waar we iets aan kunnen doen?
Passages uit de Tenach kunnen we op veel verschillende manieren interpreteren. Dat is ook het geval met het bal taschit-principe. Zover zijn we het eens. Maar hoe zit het met de praktische toepassing van dit principe? Is het mogelijk om steeds 'niet te vernietigen'? En zo ja, hoe passen we dit principe dan toe in ons dagelijks leven?
Stel je voor: je hebt een oude smartphone. Die smartphone werkt nog, maar je overweegt om een nieuwe te kopen. De nieuwe smartphone heeft enkele nieuwe functies die je aanspreken. Wat doe je? Koop je de nieuwe smartphone of niet? En waarom?
Of een ander voorbeeld: je ziet dat de prijs van vliegtickets naar een exotische bestemming bijzonder laag staat. Je hebt altijd al eens naar die bestemming willen reizen. Wat doe je? Koop je een vliegticket of niet? En waarom?
Deze voorbeelden tonen ons dat het bal taschit-principe niet altijd gemakkelijk toe te passen is. Er bestaat een spanning tussen profijt en duurzaamheid, tussen wat we willen en wat misschien beter is voor de leefomgeving.
OPDRACHT: Reflecteer over het bal taschit-principe. Is het haalbaar om dit principe steeds toe te passen? Waarom (niet)? Geef twee voorbeelden uit je eigen leven waarin je het principe zou kunnen toepassen.
Het is duidelijk dat ons handelen een impact heeft op de leefomgeving. Het bal taschit-principe nodigt ons uit om na te denken over die impact. Maar er is meer. Het principe nodigt ons ook uit om actief zorg te dragen voor de leefomgeving. Dat betekent dat we niet alleen 'niet mogen vernietigen', maar ook positief moeten bijdragen aan de bescherming en het behoud van de leefomgeving.
Hoe kunnen we dat doen? Er zijn talloze manieren om positief bij te dragen. Denk aan het verminderen van je afval, het kiezen voor duurzame producten, het beschermen van natuurlijke habitats, enzovoort.
OPDRACHT: Bedenk drie concrete acties die jij kunt ondernemen om positief bij te dragen aan de leefomgeving. Beschrijf elke actie en leg uit waarom je denkt dat deze actie een positieve bijdrage levert.
3.6 Samenvatting en conclusie
In deze module hebben we het bal taschit-principe onderzocht. We hebben gezien dat dit principe ons oproept om zorg te dragen voor onze leefomgeving en niet te vernietigen. De praktische toepassing van dit principe kan echter uitdagend zijn, omdat er vaak een spanning bestaat tussen wat we willen en wat beter is voor de leefomgeving.
We hebben ook nagedacht over hoe we positief kunnen bijdragen aan de bescherming en het behoud van onze leefomgeving. Het is duidelijk dat iedereen een rol kan spelen in het zorg dragen voor onze planeet.
OPDRACHT: Reflecteer over wat je hebt geleerd in deze module. Welke inzichten neem je mee? Hoe ga je het bal taschit-principe toepassen in je eigen leven?
Spreken over oorlog en vrede is van alle tijden. Ook in de joodse traditie is het spreken over oorlog en vrede sterk aanwezig. Oorlog en vrede komen met name allebei voor in de Thora. Aan de ene kant benadrukt de Thora het absolute belang van vrede en harmonie tussen en binnen alle volkeren. Het woord ‘shalom’ met onder andere de betekenis van ‘vrede’ vormt daar een centraal voorbeeld van. Aan de andere kant bevat de Thora ook veel oorlogsverhalen. Die twee zijden hebben een eigen theorie: het pacifisme enerzijds en Heilige Oorlog anderzijds.
Het pacifisme is een attitude of leer die streeft naar vrede en het gebruik van geweld om conflicten (tussen naties) op te lossen afkeurt. Politieke machtsopbouw is uit den boze. Volgens deze leer kan een land bijvoorbeeld geen legerdienst invoeren. Het Jodendom is niet pacifistisch omdat er veel geweld voorkomt in de Thora. Harmonie, vrede en rechtvaardigheid zijn wel belangrijke begrippen in het Jodendom. Het pacifisme roept ook veel vragen op die voor het Jodendom interessant zijn. Hoe springen we om met gewelddadige passages? Kan het pacifisme inspireren? Door de geschiedenis heen heeft het Jodendom vaak lijdzaamheid en passiviteit vooropgesteld. Kunnen we die waarden als pacifistisch zien? En tegelijkertijd kunnen we de kritische vraag stellen: is pacifisme wel altijd iets positiefs? Is zelfverdediging bijvoorbeeld soms niet rechtvaardig?
Heilige Oorlog is een vorm van collectief geweld dat door G-d is toegestaan of bevolen. In de Thora vinden we veel gewelddadige passages. Jozua krijgt het gebod om het Beloofde Land met veel geweld te veroveren. Daarnaast is er ook de oorlog tegen Amalek. Koning David staat dan weer bekend omwille van zijn expansiegerichte oorlogen tegen de Arameeërs. Veel van de oorlogen, zoals Jozua’s Veroveringsoorlog, waren bevolen door G-d. De lezing van het boek van Esther, waarin de joden een massamoord plegen, is de centrale gebeurtenis van het Poerimfestival. De Thora beschrijft G-d ook als een krijger en de menselijke krijgers (Jozua, David, Esther, etc.) worden als helden afgebeeld. Geweld in de naam van G-d is dus een veelvoorkomend thema in het Jodendom. Het Jodendom heeft aldus een eigen geschiedenis met het fenomeen Heilige Oorlog.
OPDRACHT. Reflecteer over de concepten ‘pacifisme’ en ‘heilige oorlog’.
Omschrijf pacifisme in eigen woorden.
Zou jij het Jodendom als ‘pacifistisch’ omschrijven? Waarom wel/niet?
Zijn er pacifistische ideeën in het Jodendom?
Heilige Oorlog betekent collectief geweld in naam van G-d. Wat is jouw mening over Heilige Oorlog? Is Heilige Oorlog rechtvaardig?
Denk je dat Heilige Oorlog ook binnen het Jodendom bestaat?
Een oorlogstheorie die erop gericht is zo weinig mogelijk schade en leed te veroorzaken heet een Just War-theorie. Zo'n theorie stelt regels op die het begin, verloop, en einde van een oorlog reguleren. Deze regels hebben als doel om een oorlog zo rechtvaardig mogelijk te maken. Binnen de joodse traditie vinden we geen uitgewerkte Just War-theorie terug.
We zijn dus begrensd in onze bespreking over oorlog. In de Thora vinden we een tekst uit het boek Deuteronomium die oorlogsvoering bespreekt. Deze tekst is voer voor discussie in de Talmoed. We lezen eerst de tekst en nadien bespreken we hoe de Talmoed deze tekst verder bediscussieert.
Een vredesregeling is verplicht voor elke aanval. Ook vandaag is het nog steeds belangrijk zoveel mogelijk geweld te voorkomen.
Er zijn vier geldige redenen voor uitstel van militaire dienst. Omwille van deze vier redenen hoeft een jood niet ten strijde te trekken. De redenen zijn: een recent geplante wijngaard, een recente verloving, een pas gebouwd huis, en bangheid. Veel landen hebben een verplichte legerdienst. De Thora erkent dat er uitzonderingen bestaan, redenen voor uitstel van militaire dienst.
De reden tot oorlogsvoering is het voorkomen dat het joodse volk aangetast wordt door de kwaadaardigheid van de volkeren met wie ze een gebied delen. De “gruwelijke dingen die zij voor hun goden doen” mogen de joden niet overnemen.
De Thora maakt een onderscheid tussen steden die “op grote afstand liggen” buiten het Beloofde Land, en de steden die nabijgelegen zijn in het Beloofde Land. Dat onderscheid heeft te maken met het derde punt.
OPDRACHT. Kies een stelling uit de volgende lijst waarmee jij je het meeste identificeert. Leg uit waarom.
Oorlog is nooit rechtvaardig.
Vrede kan enkel bestaan naast oorlog.
Doe nooit iets in een oorlog dat nadien een verzoening onmogelijk maakt.
Een wereld zonder geweld is niet realistisch.
Geweld begint of eindigt met jezelf.”
Zelfs in tijden van vrede is het belangrijk voor een land om te investeren in wapens.
Je eigen leven riskeren voor een vreemdeling in een ander land is nutteloos.”
De Misjna buigt zich over de hierboven besproken oorlogspassage en vraagt zich af in welk geval de vier redenen tot uitstel van militaire dienst geldig zijn. "Naar wat voor type oorlog refereert dit allemaal?" (Misjna Sotah 2). De Misjna beantwoordt die vraag door een onderscheid te maken tussen een bevolen oorlog (milchemet mitzvah) en een optionele oorlog (milchemet reshut).
Een milchemet mitzvah of bevolen oorlog is een gebod van G-d. Een bevolen oorlog is noodzakelijk en staat geen uitzonderingen toe. Iedereen moet ten strijde trekken. Volgens de Talmoed mag een bevolen oorlog dus zelfs op Sabbat plaatsvinden. Milchemet reshut is een optionele oorlog. Die oorlog is discretionair. Deze oorlog staat verschillende redenen tot uitstel toe. Een discretionaire oorlog is nog altijd mogelijk maar niet het resultaat van een G-ddelijk gebod. De Gemara bouwt voort op dit onderscheid. De Jeruzalem Talmoed en de Babylonische Talmoed bespreken we apart omdat ze elk een eigen visie naar voren schuiven.
De Jeruzalem Talmoed definieert een optionele oorlog als een oorlog die Israël initieert. Israël is niet bevolen iemand aan te vallen. En aangezien het Beloofde Land al veroverd is, dienen verdere oorlogen enkel om het terrein uit te breiden. Een bevolen oorlog is een verplichte oorlog; iedereen dient aan deze mee te doen. Volgens de Jeruzalem Talmoed zijn enkel de oorlogen van Jozua en defensieve oorlogen bevolen.
De Jeruzalem Talmoed erkent het recht op zelfverdediging. Voor de rabbijnen betekende dit dat aangezien het Beloofde Land was veroverd, ze het nu ook moesten beschermen. Daarnaast is er een belangrijke conclusie die uit de Jeruzalem Talmoed getrokken kan worden. Volgens de Jeruzalem Talmoed zijn enkel verdedigingsoorlogen en de Veroveringsoorlogen van Jozua bevolen en dus heilig. Die oorlogen vonden echter duizenden jaren geleden plaats. De Jeruzalem Talmoed lijkt daarmee te stellen dat Heilige Oorlogen vandaag de dag niet meer mogelijk zijn.
De Babylonische Talmoed heeft een verschillend perspectief. De Babylonische Talmoed is het op twee punten eens met de Jeruzalem Talmoed: een optionele oorlog is een oorlog die Israël initieert en de Veroveringsoorlogen van Jozua waren bevolen verplichte oorlogen. De Babylonische Talmoed vermeldt echter geen defensieve oorlogen. Hij geeft wel een extra voorbeeld van discretionaire oorlogen: Davids expansieoorlogen. Expansieve oorlogen dienen enkel maar om het gebied uit te breiden. Preventieve aanvallen hebben een andere status.
Een preventieve aanval is een militaire actie die erop uit is de vijand eerst te verzwakken om een vijandige aanval te voorkomen. Preventieve aanvallen vormen een grijs gebied. Of ze bevolen zijn hangt af van met hoeveel zekerheid vastgesteld kan worden dat ze een aanval voorkomen. De Talmoed lijkt te suggereren dat indien dit met zekerheid vastgesteld kan worden, preventieve aanvallen bevolen zijn.
Oorlog in het oude Nabije Oosten verliep anders dan oorlog vandaag de dag. Optionele oorlogen moesten toegelaten worden door het Sanhedrin, het joodse gerechtshof. Daarnaast moest het orakel Urim VeTumim geconsulteerd worden (Babylonische Talmoed berakhot 3b, Sanhedrin 16b). Het joodse volk mocht dus enkel ten strijde trekken indien het Sanhedrin en het orakel het toestonden. Een leider of koning had niet zomaar vrij spel! Tegenwoordig bestaan het Sanhedrin en het orakel niet meer.
Diasporagemeenschappen hebben geen eigen leger. Daarom gaan joodse discussies over oorlog meestal over de staat Israël en diens oorlogen. Niet elke jood is evenzeer begaan met de staat Israël, maar een gezonde discussie over oorlog en vrede helpt ons de wereld beter te begrijpen. Het onderscheid tussen bevolen en optionele oorlogen is vandaag de dag nog steeds van tel. Ze helpen mee verklaren waarom bepaalde oorlogen voor sommige joden belangrijk zijn. Of een oorlog van Israël bevolen is of optioneel, is een actueel discussiepunt. De Talmoed geeft ons stof tot nadenken .
Beantwoord de volgende vragen:
Een bevolen oorlog
Is een oorlog die bevolen is door een politieke leider.
Staat toe dat mensen weigeren deel te nemen.
Is bevolen door G-d en staat geen uitzonderingen toe.
Een discretionaire oorlog
Is een door G-d verplichte oorlog.
Is een oorlog naar eigen goeddunken.
Is een oorlog die geen uitstel van militaire dienst toestaat.
Juist of fout: ‘Volgens de Talmoed zijn toekomstige oorlogen mogelijk.’ Motiveer je antwoord .
Naast oorlog is ook het concept vrede diep geworteld in de joodse traditie. Het Hebreeuwse woord voor vrede, "shalom", wordt vaak gebruikt in gebeden, groeten en wensen. Het streven naar vrede is een centrale waarde binnen het jodendom en wordt gezien als een ideaal waarnaar zowel individuen als gemeenschappen moeten streven.
De Talmoed en andere joodse teksten bieden veel inzicht in hoe vrede bereikt en behouden kan worden. Het gaat niet alleen om de afwezigheid van conflict, maar ook om het creëren van rechtvaardigheid en harmonie binnen de gemeenschap en tussen volkeren. De nadruk ligt op het oplossen van conflicten door dialoog, verzoening en het nastreven van sociale rechtvaardigheid.
Een bekend voorbeeld van het belang dat het jodendom hecht aan vrede is te vinden in het boek Psalmen, waar staat: "Zoek vrede en jaag die na" (Psalmen 34:15). Deze oproep tot actie benadrukt dat vrede niet alleen een passieve staat is, maar iets waar actief aan gewerkt moet worden.
In de moderne tijd blijft de zoektocht naar vrede een belangrijk thema binnen de joodse gemeenschap, zowel in Israël als wereldwijd. Vredesinitiatieven en dialogen tussen verschillende geloofsgemeenschappen zijn voorbeelden van hoe deze oude traditie in de praktijk wordt gebracht. Het streven naar vrede, zowel op persoonlijk als op sociaal niveau, blijft een essentiële waarde binnen het jodendom.
OPDRACHT: Reflecteer op de volgende vragen:
Hoe zie jij de rol van vrede binnen het jodendom?
Op welke manieren kun je zelf bijdragen aan vrede, in je directe omgeving of breder in de samenleving?
Zijn er specifieke joodse gebruiken of gebeden die jou aanspreken in de context van vrede?
Dit segment biedt een inleiding tot hoe vrede wordt gezien en nagestreefd binnen de joodse traditie, met nadruk op het actief werken aan vrede en rechtvaardigheid.
Voor verdere details of specifieke teksten, stel gerust je vragen!