Dit is mijn 199e dag in Nederland, ook de 100e regenachtige dag in Nederland. “Wat een weer!” zeggen de mensen. Maar ik heb toch wel een ander gevoel . “Wat een mooi dag,” zeg ik tegen mezelf.
Ik ben dol op regen. Dat gevoel kan herleiden tot de herinneringen van mijn kinderjaren. Omdat mijn ouders altijd bezig met werk waren, ging ik op zomervakantie naar het huis van mijn grootouders op het platteland. Het lijkt alsof de zomer en de regen altijd goed vrienden zijn, net als ik en de oude kat Katty.
Altijd als het begon te regenen, werden de wolken steeds dikker en de lucht werd donkerder. “Het gaat regenen!” Je kon altijd het “weerbericht” van mevrouw Lee horen. Haar scherpe stem kon tot het hele dorpje doordringen. Als de mensen dat hoorden, kwamen ze uit hun huizen en haalden ze hun net gewassen kleding snel naar binnen en lieten alle schapen en kippen terug naar hun kooien gaan. Dan kwam de regen. De hele wereld werd stil. Er was alleen het geluid van de regen, het exclusieve geluid— de regen ging voorbij de bladeren van de bomen, viel op de grond of viel op het zitje van mijn schommel in de tuin... Ik beschouwde dit als muziek van de natuur, en de melodie was altijd bijzonder en mooi. Soms onweerde het. De wind waaide heel hard alsof hij de wereld wilde wegblazen. Maar de reusachtige populier die op de heuvel voor het huis van mijn grootouders stond was altijd stevig. De bliksem dreigde hem en de donder brulde boven hem. Hij stond daar gewoon, net als een bewaker van de hele dorp.
Toen hield ik van op de vensterbank zitten om de regen te zien. Het gele licht en de geur van vissoep maakte het huis een hele andere wereld. Telkens als het regende, maakte oma steevast vissoep. Ik vroeg me zelfs af of er altijd vissen op de volgende regen wachtten. “Vissoep is het allerlekkerst op een regenachtige dag.” Dat zei ze altijd. Het was de smakelijkste soep uit mijn herinnering . Elke keer kon ik een grote vis opeten. Maar Katty was niet zo gelukkig als ik. Zij mocht alleen een kleine vis hebben. Ondanks het feit dat ze twee jaar ouder was dan ik. Vanwege de regen hoefde opa niet in de tuin te werken. Hij liet me op zijn schoot zitten met Katty op mijn schoot en verhaaltjes vertellen die hij meestal zelf verzonnen had.
In de afgelopen jaren ben ik naar heel veel plaatsen geweest, zowel in het binnenland als in het buitenland , maar nooit terug naar dat kleine dorpje. De schommel was al kapot en ik eet nooit meer vissoep op regenachtige dagen. Katty is overleden en opa ook. Maar er is nog iets wat nooit veranderd e. De grote populier en de mooiste herinnering van mijn jeugd . Ik hou van regen, net zoals ik van mijn opa en oma hou.
Er wordt gezongen in mijn favoriete lied: