Deze site is nog in ontwikkeling. Kom later eens terug. Kijk ondertussen op mijn facebookpagina: www.facebook.com/europeesportugees
Een wederkerend werkwoord geeft aan dat het onderwerp de actie op zichzelf richt. Je gebruikt hierbij altijd een wederkerend voornaamwoord (pronome reflexivo) dat past bij de persoon
lavar-se (zich wassen) -> eu lavo-me (ik was me)
eu -> me (me)
tu -> te (je)
ele/ela/você -> se (zich)
nós -> nos (ons)
eles/elas/vocês -> se (zich)
Lavar is een regelmatig werkwoord op -ar. In de standaardvolgorde komt het voornaamwoord achter het werkwoord met een koppelteken.
Eu lavo-me.
Tu lavas-te.
Ele/Ela/Você lava-se.
Nós lavamo-nos. ⚠️ (Let op: de 's' van -amos valt hier weg!)
Eles/Elas/Vocês lavam-se.
In het Europees Portugees staat het voornaamwoord in een normale, bevestigende zin achter het werkwoord met een koppelteken. Dit is een groot verschil met het Braziliaans Portugees, waar het er meestal vóór staat.
Eu chamo-me Ana. (Portugal) <-> Eu me chamo Ana. (Brazilië)
Ontem esqueci-me do chapéu de chuva na escola.
Vocês deitam-se muito tarde?
Não, deitamo-nos sempre cedo.
Sommige woorden werken als een 'magneet' en trekken het voornaamwoord naar voren, dus vóór het werkwoord (zonder koppelteken). Dit gebeurt bij ontkenningen, vraagwoorden en specifieke bijwoorden zoals: não, nunca, ninguém, também, como, já, enquanto, ainda (não), todos.
Não me levanto cedo.
Nunca me lembro do teu número de telefone.
Ninguém se deitou tarde ontem.
Também nos sentamos aqui.
Como te chamas?
Eles já se encontraram uma vez.
Enquanto se lava, canta.
Ainda não me vesti.
Todos se lembram bem dela.
chamar-se (heten / zich noemen)
deitar-se (gaan liggen)
divertir-se (zich amuseren)
esquecer-se (de) (vergeten)
lavar-se (zich wassen)
lembrar-se (de) (zich herinneren)
levantar-se (opstaan)
sentar-se (gaan zitten)
vestir-se (zich aankleden)
Sommige werkwoorden krijgen een andere betekenis zodra ze wederkerend worden:
chamar (roepen) <-> chamar-se (heten)
lembrar (herinneren aan iets) <-> lembrar-se de (zich herinneren)
ir (gaan) <-> ir-se (weggaan)
Oefen de vervoeging van chamar-se
unidade 15 Grammatica