Doordat de benaming kajak en kano vaak arbitrair, commercieel of emotioneel wordt bepaald — zie mijn artikel over “Kano en kajak” — is het verschil tussen kano- en kajakvaren nogal complex:
Een kajak heeft een van boven min of meer waterdichte constructie die voorkomt dat dit vaartuig zinkt doordat er buiswater in komt. Een open kano daarentegen heeft onder andere voldoende vrijboord nodig om te voorkomen dat er buiswater in een open kano komt en daarbij moet je soms evengoed vaartechnieken als ‘opkruisen’ in golven en achteruitvaren op stromend water gebruiken. Ook een gelijklastige trim en de juiste belading aan boord zijn daarbij van groot belang. De juiste belading wil zeggen dat de (totale) belading niet te zwaar is en zo veel mogelijk in het midden van je kano is gestouwd. Een hoosvaatje aan boord is ook van belang als je met een open kano in golven gaat varen om daarmee zo snel mogelijk buiswater weg te werken . Maar uiteindelijk ben je bij het varen in golven met een open kano beperkter dan aan kajak omdat je zeker brekende golven niet uit een open kano houden.
Als een open kano meer vrijboord heeft en de vaarder daardoor in de regel ook hoger komt te zitten dan in een kajak, heb je met een open kano meer last van de wind dan met een kajak dan wel gesloten kano.
In een toerkano kun je behalve zittend varen vaak ook geknield varen waardoor je veel meer controle over je stabiliteit krijgt — zie ook het antwoord op vraag 10 van de vraagbaak.
Comfort in een toerkano is groter dan in een toerkajak door de hogere zit met variabelere beenruimte. Vooral bij langdurige tochten is comfort een niet te onderschatten voordeel.
Een open kano is relatief gemakkelijker te water te laten en uit het water te halen.
In- en uitstappen gaat veel gemakkelijker met een open kano.
Bagage is veel gemakkelijker in en uit een open kano te laden.
Bagage is in een open kano tijdens het varen nog goed bereikbaar, wat ook handig is om de trim van de kano te bepalen door de (ver)plaatsing van het gewicht van die bagage.
Een open kano is relatief gemakkelijker te verplaatsen en met een auto te vervoeren dan een kajak.
Kajaks hebben vaak een roer of variabele scheg om oploeven of afvallen tegen te gaan zodat je niet voortdurend aan één kant vooruit moet peddelen. Voor een kanovaarder met een steekpeddel is het echter niet zo’n probleem om vooral aan één kant te peddelen. Oploeven kun je bovendien bij een open kano tegengaan door deze op een bepaalde manier te trimmen door de (ver)plaatsing van het gewicht van de bagage en de bemanning. Voor dat laatste is een verschuifbaar zitje in een kano bijzonder handig.
Een kano wordt in de regel met een enkelbladige peddel gevaren en een kajak met een dubbelbladige peddel.
In kajaks dan wel smalle kano’s waarin je heel laag zit, heeft de voortbeweging met een dubbelbladige peddel door het hogere slagtempo een beter rendement dan een enkelbladige peddel. Naarmate een kano echter breder is dan wel je hoger zit waardoor je dubbelbladige peddel ook langer moet zijn, wordt het slagtempo van een dubbelbladige peddel steeds lager en het rendement daarvan dan ook uiteindelijk minder dan dat van een enkelbladige peddel.
De uitvoering van de voorwaartse slag met een dubbelbladige peddel is op cruciale punten heel anders dan met een enkelbladige peddel.
Rechtuitvaren is met een dubbelbladige peddel gemakkelijker omdat een solo- of hekvaarder met een enkelbladige peddel bepaalde stuurslagen moet maken bij de voorwaartse slag (zie het antwoord op vraag 12) die met een dubbelbladige peddel niet nodig zijn. Met een dubbelbladige peddel wissel je namelijk continu van slagkant waardoor je de koersafwijking (gieren) veroorzaakt door de vorige voorwaartse slag automatisch tegen kan gaan.
Manoeuvreren is met een dubbelbladige peddel eenvoudiger dan met een enkelbladige peddel:
bij het varen met een enkelbladige peddel zijn de duwslag, oversteken met kruisslagen en de techniek van het wisselen (zie het antwoord op vraag 13) van belang om goede vaarresultaten te krijgen.
Omslaan naar je ‘afzijde’ kun je met een enkelbladige peddel niet met een lage peddelsteun tegengaan.
Omslaan naar je ‘aanzijde’ kun je met een enkelbladige peddel in een open kano veel beperkter tegengaan met een hoge peddelsteun.
De lage steun is met een enkelbladige peddel gemakkelijker danwel beter uit te voeren.
Het bepalen van de juiste peddellengte voor een dubbelbladige peddel is ingewikkelder dan voor een enkelbladige peddel. Gelukkig zijn veel dubbelbladige peddels tegenwoordig verstelbaar in lengte, dus dat scheelt.