John Tabé hakt door: 07-03-2026
Ik kijk naar het nieuws alsof ik naar een sprint kijk. Eén partij schiet weg, de rest staat nog stil. Het kabinet‑Jetten is net begonnen, maar de VVD doet alsof de verkiezingen al bezig zijn. Het regeerakkoord is decor. De coalitie ruis. De camera het doel. En in mijn ogen: het VVD‑belang gaat altijd vóór het landsbelang. Kost wat kost.
Heinen van Financiën gaf het startschot. Hij trok eigenhandig de stekker uit box 3. Geen overleg. Geen waarschuwing. Wél een aangenomen motie die hij negeerde. Dit was geen beleid. Dit was scoren. Hard ingrijpen, chaos accepteren, maar wel meteen in beeld.
Van Weel volgde. Hij riep dat 1700 agenten “dossiers” hadden ingezien. Later bleek het om een algemeen systeem te gaan dat elke agent gebruikt. Een fout, natuurlijk. Maar wel een fout die precies genoeg herrie veroorzaakte. Roep iets, laat het knallen, loop door. Het voelt als een vaste tactiek.
En dan Yeşilgöz. Ze weigert extra geld naar Oekraïne te sturen, ondanks een aangenomen motie. Ze schuift zonder aarzeling op de stoel van de CDA‑minister van Buitenlandse Zaken. En ze zet alvast de dienstplicht op de agenda — zonder overleg met D66 of CDA. Dit is geen voordringen. Dit is pure dadendrang. Alles voor de spotlight. Alles voor het eigen verhaal.
Ondertussen staan D66 en CDA erbij alsof ze niet weten dat ze meedoen. Ze praten over “proces” en “afspraken”, maar bewegen niet. Ze lijken vooral bang om te botsen. De VVD niet. Die leeft van botsingen. Eén partij voert campagne. De rest houdt het decor overeind.
Wie oplet, ziet het al. De VVD staat klaar voor de val van het kabinet. Ze rekenen niet op stabiliteit.
Ze rekenen op verkiezingen. “De VVD wil wel, maar D66 en CDA willen niet meebewegen.”