Indien een kind in een andere land verblijft ( vrijwillig of onvrijwillig) wordt gekeken naar de Europeese verordening 2201/2003 van de raad van 27 november 2003 betreffende bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Brussel II-bis) gekeken
Ingevolge artikel 8, lid 1 Brussel II-bis zijn bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt, dat wil zeggen het tijdstip waarop het inleidend gedingstuk wordt ingediend.
Brussel II-bis bevat verder geen definitie van het begrip “ gewone verblijfplaats”. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is de “ gewone verblijfplaats” rekening te houden met alle feitelijke omstandigheden van de concrete situatie. deze definitie is geen wettelijk omschreven definitie maar een door de Raad vastgestelde definitie.
In de Nederlandse wetgeving wordt alleen gesproken van een "Hoofdverblijfplaats".