Het 2e Linieregiment ontplooide zijn acties tussen de Rijsbergestraat en de Leenmolen (het verlengde van de huidige Leenzerkstraat).
In de namiddag van 17 oktober werd dit regiment onder vuur genomen van achter de Ringbeek. Al vlug was duidelijk dat de Duitsers de Ringbeek zouden verdedigen. Infanterietroepen alleen bleken niet te volstaan om deze verdedigingsgordel te doorbreken.
De 18e oktober om 06:45 begonnen de Belgische kanonnen te schieten. 15 minuten lang werd er een voorbereidend artillerievuur gericht op de mitrailleursnesten ten oosten van de Ringbeek. Na dit kwartier ging men over naar een rollende barrage. Hierbij schoof het vuur op aan een snelheid van 100 meter per 3 minuten. Bedoeling was dat de infanterie heel kort achter dit vuurgordijn oprukte, hierbij de Duitsers niet de kans gevend om hun post in te nemen en de mitrailleurs te bemannen.
Het 2e Linieregiment ging ten aanval om 07:00. De 3e, uiterst rechtse, compagnie geraakte samen met de 1e (reserve)compagnie over de Ringbeek. De 2e compagnie werd in eerste instantie tegengehouden voor de brug leidend naar Peerstalle (Noordakkerstraat). Omstreeks 10:00 was de rechtse compagnie voorbij de Peerstalstraat geraakt. De opmars werd echter gestopt door een paar felle tegenaanvallen van de Duitsers komende uit de richting van de Beernemsteenweg (kruispunt Beernemsteenweg-Bedelfstraat-Verloren Goedstraat). Er werd dringend bevoorrading van kogels, mitrailleurmunitie en geweergranaten gevraagd. Na zich tot het uiterste verdedigd te hebben, in de minderheid zijnde en met een gebrek aan munitie, was dit regiment uiteindelijk toch gedwongen zich terug te trekken naar de andere oever en dit tot op een afstand van 200 meter ten westen van de Ringbeek. Er werden een 20-tal Duitsers gevangen genomen, maar er waren ook een 100-tal slachtoffers bij de Belgen, zowel gewonden als gesneuvelden. Het is betekenisvol dat 4 van de slachtoffers in eerste instantie begraven werden op Wildenburg. Het toont aan dat het regiment toch een zekere opmars gemaakt had. Een Wingenaar, Georges De Keersgieter, behoorde tot dit Linieregiment, geraakte zwaar gewond halfweg Schouttewalle - Peerstalle en werd krijgsgevangen genomen door de Duitsers.
In de namiddag werd om 16:00 nog een nieuwe aanval, samen met de Fransen, gepland; maar deze werd omwille van een tekort aan munitie voor de artillerie geschrapt. De ganse avond bleef men zoeken naar hiaten in de Duitse verdediging, maar deze waren niet te vinden.
Het 2e Linieregiment verloor deze twee dagen minstens 20 soldaten.
Het 3e linieregiment opereerde ongeveer in de strook van de Leenmolen tot aan de Ruiseledesteenweg.
In de namiddag van 17 oktober diende ook het 3e linieregiment vast te stellen dat de Ringbeek een onneembare vesting was, maar men bleef het Duitse verweer aftasten om de vijandelijke posities in kaart te brengen.
Op 18 oktober viel dit regiment, na de voorbereidende beschietingen zoals hierboven vermeld, de Duitse stellingen langs de Ringbeek aan. Uiterst rechts, tussen de Hoogweg en de Ruiseledesteenweg, geraakte de 1e compagnie aan de overkant, maar dit ten koste van zware verliezen. Wanneer de bevelvoerend officier hoorde dat noch de Fransen aan zijn rechterkant noch het tweede bataljon op links doorgebroken waren, besefte hij dat de 1e compagnie met beide flanken open geïsoleerd zat aan de andere kant van de Ringbeek en hij gaf het bevel tot de terugtocht. Bij het 2e bataljon hadden ze ’s nachts met materiaal dat toevallig voorhanden was een soort brug gebouwd over de Ringbeek en ook zij slaagden er in om de Ringbeek te overschrijden. Ze bereikten de Peerstalstraat ten oosten van de “Verkest-Kapel”. (Door een foutieve benaming op de gebruikte kaarten wordt de locatie in alle militaire verslagen “Verkoste Kapel” genoemd). Ze werden echter niet alleen zwaar onder vuur genomen door mitrailleurs langs de Beernemsteenweg maar werden ook beschoten langs achter op hun linkerflank (vanuit Schouttewalle?). Ook zij moesten zich terugtrekken naar hun beginposities aan de andere kant van de Ringbeek. Er waren ernstige verliezen geleden.
In de namiddag bereidde men zich nog voor op een nieuwe algemene aanval omstreeks 16:00, maar omwille van de ontoereikende ondersteuning werd deze finaal afgeblazen.
Het 3e Linieregiment betreurde deze 2 dagen bij de slag aan de Ringbeek 30 soldaten.
In de dagen na de bevrijding werden 34 gesneuvelde Duitse soldaten begraven op het kerkhof. Hun graven werden later overgebracht naar het Duits kerkhof te Hooglede. Er kan dus verondersteld worden dat deze 34 stierven bij de Duitse verdediging van de Ringbeek.