Op 17 oktober omstreeks 5:00 werd iedereen in Wingene-centrum wakker van het grote kabaal. De Sint-Amandskerktoren en tal van kruispunten rond het centrum (oa. Den Anker, De Wissel, het begin van de Egemstraat, kruispunt Beernemstraat-H. Sacramentstraat, …) waren opgeblazen. De Leenmolen, die een goed uitzicht bood op de omgeving van de Ringbeek, werd in brand gestoken. Het waren allemaal Duitse voorbereidingen om weerstand te kunnen bieden aan de Ringbeek.
De eerste Franse soldaten kwamen in Wingene-centrum aan omstreeks 9:30. Ze wilden onmiddellijk doortrekken richting Ruiselede, maar stuitten op hevig verzet aan de Ringbeek. Tegen de middag begonnen de Duitse artilleriebeschietingen van de westkant van de Ringbeek en van Wingene-centrum, onder meer met gasgranaten. Deze beschietingen hielden aan tot in de ochtend van 19 oktober.
Vanaf 18 oktober begon de Geallieerde artillerie de oostzijde van de Ringbeek en de verderop gelegen Duitse artillerie te bestoken. Het resultaat was dat in Wingene tijdens die twee dagen 25 burgerslachtoffers vielen of later aan hun verwondingen bezweken. Minstens 250 woningen werden zwaar beschadigd en een veelvoud had (ernstige) schade opgelopen.
In de ochtend van 19 oktober hielden de Duitse beschietingen op. De Geallieerden stelden vast dat de Duitsers hun verdediging van de Ringbeek opgegeven hadden. De volledige bevrijding van Wingene kon die dag waargemaakt worden.