Menig wadzeiler zal zich bij de bestudering van de zeekaarten wel eens afgevraagd hebben wat toch de oorsprong is van de - soms- vreemde namen van geulen, platen en gebieden in het Waddengebied. Oftewel de raadsels van de Wadden.
De Wadvaarders deden in het verleden al eens een poging wat wadnamen te verklaren. Durk Reitsma is zijn leven lang al bezig met zoeken naar de oorsprong en heeft inmiddels de grootste collectie (Herkomst geografische benamingen in het Waddengebied, D.T.Reitsma, RWS Dir.Friesland, 1988).
Hieronder een aantal mogelijke verklaringen van reeds verdwenen en nog bestaande geul-plaat en gebiedsnamen want de geschiedenis van de wadden is zonder hen niet compleet. Al deze namen vertellen een verhaal, soms over een gezonken schip, soms over een ver verleden toen delen van de wadden nog moeras waren, anderen verwijzen weer naar -al dan niet- markante personen of gebeurtenissen. En allemaal maken ze deel uit van de boeiende geschiedenis van het waddengebied.
Ten zuiden van Terschelling ligt de zandplaat de Abt, zo genaamd omdat aldaar de hofstede van eenen Abt gelegen was.
Ook had de abdij Onze lieve Vrouwe ten Dale te Lidlum hier een uithof of kloosterhoeve, die bewoond werd door enkele leekebroeders, welke de landbouw en veeteelt beoefenden. Daarom draagt nog altijd de uitgestrekte Waddenplaat tusschen Schellingerland en Friesland den naam Abt.
Volgens Schonveld : (oostfries âke), ooclant, ooctiende, = klein stuk land dat bij een groter behoort, doch daarvan door weg en sloot gescheiden is
Bron: Schonveld Veldnamen in NederlandPolle: (Fr.: pôlle). Meest door water omgeven stukje grond of erf waarop zich enkele eenvoudige woningen bevinden. Komt ook voor in de betekenis van kwelder, Ook: afzonderlijk plekje grond, vaak iets hoger dan de omgeving.
Bron: https://www.ensie.nl/encyclopedie-van-friesland/.Deze geul begon zijn leven als een AIS-track getrokken door het RWS-vaartuig van die naam. Zie: https://varenderfgoed.nl/dv/amasus.html
Bron:Zeilersforum.nlAtterdagsplaat voormalige zandplaat ten zuiden van Ameland. Rentenaar1 maakt hieruit op dat ze haar naam van een Deens schip gekregen heeft. Atterdag 'weer een dag’ is de bijnaam die het nageslacht aan de veertiende-eeuwse koning Valdemar IV gegeven heeft. Volgens de verhalen zou ‘morgen is er weer een dag’ een staande uitdrukking van hem zijn geweest. Het gestrande schip zal dus ongetwijfeld Valdemar Atterdag geheten hebben.
Ballastplaat (Waddenzee), een zandplaat ten zuiden van het eiland Griend, ook Kimster genoemd1.
Varen met een leeg schip was vooral voor de zeilvaart gevaarlijk (minder stabiel). In het Waddengebied werd vaak zand als ballast gebruikt. De plaatsen waar dit zand werd ingenomen kregen de naam Ballastplaat. Zeven plaatsen in het Waddengebied heten zo.2
Vroegere naam van een geul onder de Engelsmanplaat ongeveer twee km ten noorden van Paessens. Waarschijnlijk genoemd naar de samenstelling van de bodem. Balstiene betekent keistenen of zwerfkeien. Er bestaat ook een Balstiengat in het Lauwersmeer.
Kaartfragment: Gezamelijk uitgave van de provincie friesland, Fryske Academy, Leeuwarder Courant en de provinciale Friese VVV 1968Pieter Idsertsz Portier vervaardigde in 1763 een kaart van de Scholbalg/het Friesche Zeegat. Ten noorden van het eiland Schiermonnikoog plaatste hij de naam “Blarisel Landt”. Mogelijk gaat de naam terug naar Middelnederlands bariseel: vaatje, kruik, fies, klein vat of lederen (wijn) zak en zou daar dus het een en ander op de plaat gelegen hebben.
Jit betekent zeegat. Mogelijk was het vroeger het zeegat.
Was een langgestrekte, tongvormige uitlooper van de zandplaat het Langhesand. Blijkens een schetskaart van de reede van het Vlie door J. O. Vaillant, door van Dieren gedateerd einde 18e eeuw was deze Bootshoorn een oude ligplaats voor schepen aan de zuidoostzijde van Vlieland (vgl. de latere Vliereede). Men sprak ook van den Horn rond = den Hoorn rond, d.w.z. rondom de oostzijde van het eiland.
Bron: Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1946, 01-03-1946Door het Gat van Ameland, dat weleer veel breeder was dan thans, drong de Middelzee de Friesche gouwen binnen en omvatte in haar wijden mond de gansche oppervlakte der Bildtlanden. Verderop naar het Zuiden had zij Oostergoo en Westergoo vaneen gescheurd, en wijl op de hoogte van Rauwerd de rivier de Boorne in deze binnenzee uitvloeide, gaf men haar den naam: Borne of Borndiep. Men begrijpt nu tevens hoe de zandbank voor het Amelander Gat heden ten dage nog het Bornrif heet.
Bron: Tusschen Flie en Borne schetsen uit de geschiedenis van Schellingerland 1900Het water bij de Zuidwestwal van het Brakzand droeg bijzondere namen: Boze wijf, Kwade wijf, Boos wyfke (Zoutkamp). In Peasens-Moddergat heeft de plek twee namen: Boas wiff ‘n Goewiif, net als in Schiermonnikoog Kwaid wyf en G’ed wyf. De oorspronkelijke situatie van de plaats "Boos wijf" week totaal af van de huidige situatie. De Lauwerszee met de open armen Reitdiep en Dokkumerdiep maakte toen deel uit van het gebied dat via de Scholbalg, nu het Friese Zeegat geheten, met de Noordzee in verbinding staat. Het gevolg was een sterke ebstroom en vloedstroom, sterker dan de tegenwoordige stroming. Als zeelieden voorheen een riviermonding invoeren en ze hadden wind en stroom tegen dan werd gezegd dat ze het kwaad wijf aan boord hadden. Met wind en stroom mee werd gezegd dat ze het goede wijf aan boord hadden.
Naam afkomstig van een lading koffiebonen? Zie ook Koffieboonplaat. Of heeft de naam mogelijk iets te maken met de lig- en ankerplaats 't Boon, achter Griend? 'Hij zocht daarom ligplaats in 't Boon, achter 't Griend, een zandplaat, waar nog een beetje „opper" was'.
'Boon' is een verouderde benaming voor een 'platbodemd schuitjen' Komt ook voor in de uitdrukking 'Bonen by de kant' houdt het schip midden waters.
Men zoekt de naamsbetekenis in ‘braak’ niet bebouwd. Lang geleden zou hier in de buurt het eiland Band gelegen hebben2.
Bron: Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Deel 2 Door Abraham Jacob van der AaDe Breeveertien is een gebied in de zuidelijke Noordzee dat vrij gelijkmatig veertien vadem (26 meter) diep is (dus op een zeekaart een breed gebied met vaak het getal "14"). Het ligt voor de noordwestkust van Nederland, ten zuiden van de Doggersbank, ruwweg tussen lengtegraad 3°O en 4°30'O en breedtegraad 52°30'N en 53°30'N. De Breeveertien heeft zijn naam verleend aan het Breeveertien Bekken, een geologische structuur onder de Noordzee op ongeveer dezelfde positie.1
De uitdrukking de breeveertien op gaan betekende aanvankelijk 'uitvaren' (vermoedelijk omdat veel schepen de Breeveertien passeerden), en kreeg later de figuurlijke betekenis 'met de noorderzon vertrekken', 'ervandoor zijn'. Nog weer later ontstond de figuurlijke betekenis 'moreel te gronde gaan, een zedenloos leven leiden', wat dan vooral werd gezegd van meisjes die aan lagerwal raakten. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal en het spreekwoordenboek van F.A. Stoett leggen een verband met de brede weg, een uitdrukking uit de Bijbel die staat voor de gemakkelijke weg naar het zedelijk verval (zie Matteüs 7:13). Daartegenover stond 'het smalle, moeilijke pad van de deugd'. 2.
Gat bij Terschelling. Het gat dankt mogelijk zijn naam aan een scheepstype. Kaag, z.n.v. – Platboomd vaartuig op onze binnenwateren in gebruik. Het heeft een enkelen schuinschen mast en een halve boegspriet. Het voert een sprietzeil en een of twee fokkezeilen. Een menigte vertrekt met Kagen, smak en jaght, Naar ’t Vlie en Tessel, waar hun de oorlogsvloot verwacht. Maar een kaag kan ook staan voor buitendijks land.
Bron: Zeemanswoordenboek https://www.dbnl.org/tekst/lenn006zeem02_01/lenn006zeem02_01.pdfVoormalige zandplaat in de Waddenzee tussen Vliestroom en Molengat westelijk van Terschelliing welke benaming afgeleid is uit den naam van het wrak 'Cary and Ann'
Bron: Gids voor de Zuiderzee en de Noordelijke zeegaten, met inbegrip van het Zeegat aan den Hoek van Holland, de Wester EemsEen nauwe toegang ten noorden van Vlieland. De naam Kattegat is afkomstig van Nederlandse zeelieden en betekent kattenluikje of nauwe doorgang.
Ten oosten van Terschelling lagen een zandplaat en geul met de namen Campersandt droogh en Coggendiep. De naam Coggendiep zou verwijzen naar een scheepstype dat in de Middeleeuwen veel gebruikt werd: de Kogge.1
Andere stellen dat 'cooghen’ naar polders zouden verwijzen2.
Het Dantziggat kon wel eens de oudste benaming hebben. Het werd waarschijnlijk gebruikt omdat het zo leek op de aan-vaarroute naar Dantzig in de tijd dat de Amelander vrachtvaarders met hun eigen schepen nog volop voeren naar de stad Dantzig om o.a. hout uit die regio te halen(16e en 17e eeuw). Het was de doorgaande route naar het oosten v66r Holwerd langs. Langs deze veilige route voeren de zeilschepen naar de Duitse Bocht.
Bron: https://issuu.com/deamelander-online-editie/docs/opmaak_am_compl_2016-04vdeflr/33Een del (dal) is een kleine komvormige laagte of kuil.
In het midden van de zestiende eeuw waren de Plaat- en Middelgronden gevormd die langzaam naar het eiland schoven. Tussen deze banken en de kust ontstond de diepe Dellewalslenk. Er ontstond een klifkust, de Dellewal. Een del is een kleine komvormige laagte of kuil. Zie ook Deljes.
Bron: https://edepot.wur.nl/117837Of Doggersand een grote bank of zandplaat in de Noordzee NW van Noord-Holland, de Zuiderzee en de kusten van Friesland. Deze bank schijnt haar naam te hebben ontleend aan de doggers, een soort vissersschepen om kabeljouw en schelvis te vangen die ingezouten onder de naam van labberdaan en zoutevisch verkocht wordt.
De naam is mogelijk ontleend aan het feit dat op die plaats opvarenden met besmettelijke zieken aan land werden gebracht en begraven
De plek waar iemand die Kees heette in een zachte plek in het Wad is verdronken. Er heeft nog tijden een steen gelegen bij wijze van een zeemansgraf. Die zag je met eb liggen.’
Bron: https://www.immaterieelerfgoed.nl/image/2018/9/19/traditie_2009_1_spread.pdfEen balg zou een oud woord zijn voor een geul in de Waddenzee en doove zou verzandend betekende.
Een mogelijke verklaring voor de naam is dat wie langs de Friese kust voer de drie kerken/torens van Harlingen als landmerken gebruikte.
Kaartfragment: Gezamelijk uitgave van de provincie friesland, Fryske Academy, Leeuwarder Courant en de provinciale Friese VVV 1968Tra, trade, traai, traag is een pad, plaats waar vee geweid mag worden, wagenspoor (diverse dialecten). = eng. trade ‘handel’, mndd. trade ‘wagenspoor’. Afl. bij treden. Ook van eene ligplaats voor schepen, waarschijnlijk reede.
De zandplaat tussen Ameland en Schiermonnikoog heeft vele namen gekend.
1563: ‘Lange Sandt’, 't Hooge Sandt’
1689: de Engelsche plaat;
1699: Engelsmansplaat; In 1699 werd de naam Engelsmanplaat voor het eerst genoemd.
1699-1702: 't Roksant; omdat er ooit een rok is gevonden.
1700: Lange plaet;
1781: Kalkplaat ‘Kalkman’ De naam Kalkman kan ontstaan zijn door de bedrijvigheid van de schelpenvissers („skilderlju", hoorde ik ze aan de kust noemen), terwijl de officieel geworden naam zou zijn terug te voeren op de stranding van een Engels schip.
1786: de Kalkman, de Jounman (Hjouwerman, is: haverschip?);
1806: Kalkman of Engelsmanplaat Het is onzeker hoe de zandplaat aan zijn naam is gekomen.1 Een getuige zegt in 1700, dat de plaat door sommigen de Engelsmanplaat werd genoemd, „omdat er voor eenige jaeren ene Engelsman gebleven is." Die Engelsman zou de „Swalow" geweest kunnen zijn, die op 30 januari 1671 op de zandbanken tussen Ameland en Schiermonnikoog strandde,
Enkele namen spreken voor zichzelf (hoogte, vorm). Tenslotte: aan de Engelsmanplaat hadden twee broers van Schier, de schelpenvissers Jan Willem en Feije Willem hun naam te danken. Zij bivakkeerden in 1708 op de Plaat en werden twee jaar later beiden Engelsman genoemd, een familienaam, die tot in de jaren '20 van deze eeuw op het eiland voorkwam2.
1. https://www.waddenzee.nl/beheren/onbewoonde-eilanden/onbewoonde-eilanden-en-zandplaten/engelsmanplaat/2.Bron: Leeuwarder courant hoofdblad van Friesland 21-09-1974
Kaartfragment 1908. Bron: https://historischcentrumleeuwarden.nlOp een kaart uit 1841 staat de geul ingetekend met de daarbij behorende tekst: 'is een sedert een paar jaren ingescheurd gat, dwars door liet Bornrif, hetgeen zoondanig in diepte en wijdte heeft toegenomen, dat hetzelve thans een Zeegat is, dat door de Amelander visschers gebruikt wordt. Hetzelve is nog niet betond, de strekking is uitvarende van den toren van Hollum en de Finneduin, waarop door de visschers een lantaarnpaal tot hun gebruik geplaatst is'.
Bron:http://collections.tresoar.nl/digital/collection/Kaarten/id/7184/rec/2Aan de scheepstaal zijn ontleend: allereerst het zeer verbreide (De) Fok(ken), DeVok ), waarvan men op Ameland zelfs een woord foks heeft afgeleid: het land leit foks
Bron: Veldnamen in Nederland M. SchönfeldAan de Z.O.-zijde van het eiland Vlieland bevindt zich een smal vaarwater, het zgn. Franse Gat. Dit dankt zijn naam aan het wrak van een Frans scheepje dat daar lange tijd op de Richel gezeten heeft. Dit scheepje, dat door de ouden van dagen altijd 'Sas-Marie' genoemd werd, is in de winter van 1874 bij kmp. 54 gestrand en later naar binnen tegen de Richel gedreven en is daar blijven zitten. Bij onderzoek bleek, dat "Sas-Marie` niet de naam van het scheepje was, maar een verbastering van de typenaam "chasse-marée.
Bron: Orgaan van de Cultuur Historische Vereniging "Tromp's Huys Vlieland.Voormalige geul west van de Engelsmanplaat. It Franskmannegatsje dankt zijn naam aan de stranding van een Frans schip, west van de Engelsmanplaat.
Bron: Durk Reitsma.Een plaat ten zuiden van Schiermonnikoog. Gaar in de betekenis verbonden, gemeenschappelijk. Het Gaarvloeien is de plaats waar de om het eiland lopende vloedstromen elkaar ontmoeten1.
It Gearfloyen, het Gaarvloeien (samenvloeien) , stroom in de Wadden, bezuiden Schiermonnikoog2
Mogelijk genoemd naar het wrak van de “Stier”.
Bron: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB19:000742195Het staat op alle kaarten maar is een bedachte naam volgens Durk Reitsma. Schippers hebben het over de Noorman, mogelijk dat daar ooit een Noors schip is vergaan.
Kan zijn naam gekregen hebben van het Friese werkwoord ‘sige’, dat is tochten. Misschien slaat dit meer op de flinke stroom dan op de wind. De noordelijke uitloper van de Siege is de Sprutel (zie Spruit). Deze geul (spruit) is ontsproten aan de Siege.
Geul naar Harlingen ten zuiden van de Pollendam genoemd naar de man die het initiatief nam het vinden van die route, burgemeester drs. Hans I. de Haan.
Bron: Leeuwarder courant 21-05-1980Tussen Schiermonnikoog en de Groningse kust zouden tot in de 16e eeuw twee eilanden hebben gelegen: Corensant en Heffesant. De naam Heffesant is vermoedelijk afkomstig het oude Friesche woord Hef, de Zee.
Bron: Natuurlijke historie der provincie Groningen, Volume 1 Rembertus Westerhoff Op de wadden zijn nog ‘dargbeddingen’ voorhanden vermoedelijk afkomstig van bosschen, die aldaar eenmaal hebben gestaan en in veen zijn veranderd. "Achter het dorp Wierum," vermeldt onze geleerden landgenoot E. WESTERHOFF (*), worden vooral uitgestrekte dargvelden in het wad gevonden, welke algemeen bij de schippers onder den merkwaardigen naam van het Heideveld bekend en hier en daar als onder schelpen begraven zijn." Tevens treft men ook elders nog vele boomstobben in den bodem aan.
Ook geschreven als 'Heynegadt' en 'Heyneplaet'. Heyne Jeppes was eind 17e eeuw als voerman betrokken bij het bergen van brandewijn op het Noorderstrand van Schiermonnikoog. Hij raakte daar in een benarde positie verzeild toen zijn wagen met opkomend water vast raakt. Gelet op de eilander naamgevings-traditie lijkt het alleszins gerechtvaardigd de naam Heyne Jeppes te koppelen aan het 'Heinegat' en de 'Heineplaat'.
Zie ook: Hennegat, z.n.o. – 1°. Eivormige opening, boven den achtersteven gemaakt, om er den kop van ’t roer doorheen te brengen.
In de Middeleeuwen was de plek waar nu Den Helder ligt, niet meer dan een klein duingebied. Het stak net boven het water uit. Een zandheuvel of helling werd toen Hil of Hille genoemd, in het dialect van deze streek Helle of Helde, later ook Helre.
Lees verder in het blad van de Toerzeilers in de rubriek ‘Vreemde’ Streken. https://www.toerzeilers.nl/images/Toerzeilen/TZ_269.pdf
Zou genoemd zijn naar Jack IJst, die als bijnaam Hengst had. Begin negentiende eeuw was hij visser en jutter in het gebied van het Eijerlandsche gat.
En andere mogelijkheid voor de naam is het volgende: 'Na het paaien en afzetten van eitjes in de bovenrivieren en beken sterven de meeste zalmen. Een enkeling ziet echter kans om terug te keren naar zee. Deze sterk verzwakte zalm werd door de vissers 'hengst' genoemd'. Hengsten waren mager en brachten weinig op.
Nog een andere mogelijkheid is: hengst, z.n.m. – Klein zeilvaartuig op onze binnenwateren in gebruik
Op de kaart van de vaargeulen tussen Ameland en de Friese kust bij Zwarte Haan uit 1725 ( FriesKaartenkabinet) staat 'hartsand' op de plaats van de Hessing. Mogelijk dat het 'harde zand' in de loop der tijd van hartsand naar d'Harfans naar Hessing gegaan? Maar het kan mogelijk ook te maken hebben met 'kop' of 'hoofd'. Bij Den Helder ligt namelijk een ondiepte met dezelfde naam. Volgens de etymologiebank zou ‘De gewestelijke nevenvorm harsens (hersenen, brein) is blijven voortbestaan als harses in de betekenis ‘hoofd, kop’.
Bron: http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/harsesVoormalige zandplaat boven Vlieland. Volgens Schonveld was het belang van de eendekooien vroeger groot. Ook de veldnamen Kooiland, Kooi(en) enz.; ook in samenstellingen als ouder westfries Sijms Koijen, Hoy Coijen, Pape Coijen 62); – al kunnen in bepaalde streken in sommige gevallen schaapskooien bedoeld zijn.
Bron: Veldnamen in Nederland SchonveldWil men elke hel-naam zijn juiste plaats geven, dan zullen systematische verzameling en nauwkeurige lokale kennis daarvoor onmisbaar zijn. Als toponiem in de betekenis van ‘moerasland, poel’ komt hel in verschillende streken van ons land voor, maar het is toch, behalve Fries, overwegend Westvlaams.
Diepe waterloopen, grondelooze plekken in de zee, in meren en in poelen waren de toegangen naar dat akelige onderaardsche verblijf. Die noemde men daarom hels- of holdeuren. Onze voorouders verbeeldden zich de hel als een duister, koud en nat oord, een groot hol, ergens diep in het binnenste van de aarde, onder water.
Volgens de overlevering is deze plaat 'groen en droog bewassen land geweest'. De naam wordt dan ook uitgelegd als 'land waar een drinkdobbe voor paarden gevonden wordt'.
Bron: https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=horsbornzand&page=1&coll=ddd&identifier=ddd%3A010673848%3Ampeg21%3Aa0214&resultsidentifier=ddd%3A010673848%3Ampeg21%3Aa0214Een plaat in de Wierumer buitengronden, ten westen van het Pinkegat. Op deze plaat strandde in de nacht van 3 op 4 december 1963 de 'Ludwig' met een lading staven ijzer en vaten staal. Naar dit „ider" werd de plaat Iderbult genoemd.
Bron: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010565705:mpeg21:p011Het Inschot was aanvankelijk een inscharing bezuiden het Langesant, en is in de 18de eeuw is doorgeschuurd. Mogelijk heeft de naam iets te maken met het inschot van een schoen, de plek waar de voet de schoen ingaat.
Vroeger werden de Jacobsruggen 'Robbekop' genoemd. Voorheen ook Haart of Dwars-in-de-weg genoemd. De zuidkant van de plaat met de naam "Robbenhoek" is een overblijfsel van de oude benaming. Waar de huidige naam vandaan komt is vooralsnog onbekend.
Kaartfragment: Gezamelijk uitgave van de provincie friesland, Fryske Academy, Leeuwarder Courant en de provinciale Friese VVV 1968Vermoedelijk een samentrekking van de naam Jaap Vaers. Uit een kaart van Albert Haeyen uit 1585 blijkt dat in die tijd oostelijk van de Vlieter de Jaep Vaersplaten (Javaruggen) al aanwezig zijn.
Bron: Autonome morfologische ontwikkeling westelijke Waddenzee.De Jaap-vaersruggen — de ruggen van niemand minder dan Vader Jacob — moesten wijken voor de Javaruggen, op voorspraak van een jong kolonialisme.
bron: https://wadgidsenweb.nl/wadgidsenweb/exjoomla/postiljon-de-cocksdorp.pdfPlaat of bank in het Flie, benoorden Harlingen. Vermoedelijke verbastering van Jettinga-san, Jettia-San.
De Harlinger Jetting (ws Gieting, uitgieting van eenen stroom) vaargeul in het Flie, benoorden Harlingen, tegenwoordig gewoonlijk Blauwe Slenk of Slenk genoemd. Oorspronkelijk eene vaart in de middeleeuwen door monniken gegraven toen het tussen Barradeel en Ter Schelling nog laagland was.
Dankt mogelijk zijn naam aan een scheepstype. Jol, z.n.v. – Klein licht vaartuig, doorgaands van klinkwerk gebouwd en gebezigd om boodschappen over te brengen, om in zee gemeenschap met andere vaartuigen te hebben, drenkelingen te redden, enz
Bron: Zeemanswoordenboek https://www.dbnl.org/tekst/lenn006zeem02_01/lenn006zeem02_01.pdfDe Engelsmanplaat wordt ook wel ‘Kalkman’ genoemd. Vroeger werden schelpen en schelpenkalk gebruikt voor bijvoorbeeld het metselen, maar ook voor net verharden van veel wegen, wat in Friesland bijvoorbeeld leidde tot zulke oude benamingen als Wite wei, Skilwei, Skilpaad en dergelijke. De Kalkman en Skildersron hebben te maken met de beide methoden van het winnen van schelpen: het kalksteken (een droge winning op stranden op platen) en de natte in de geulen; die staat bekend als het schilderen (skilderje), waarbij van een vaartuig met behulp van grote baggerbeugels de schelpen van de Wadbodem werden opgehaald.
Sommigen zoeken den naamsoorsprong dezer Plaat daarin dat er voorheen een roof of kaperschip aan deze Plaat gestrand en verbrijzeld zoude zijn van waar dezelve sedert dien tijd Kapersplaat genoemd zoude zijn geworden Anderen leiden denzelven af van het woord kapen of buitmaken omdat wanneer er een schip strandt gelijk zij zeggen dit schip en de daarin bevatte goederen meestal spoedig geroofd of gekaapt worden. Ons schijnt het waarschijnlijker te zijn dat er voormaals ééne of meer kapen of bakens voor de zeevarenden op deze Zandplaat zullen gestaan hebben en dat van daar deze Plaat de Kaapplaat en naderhand de Kapersplaat zal genoemd zijn geworden.
Eertijds stonden op deze plaat twee zeekapen van waar de naam zoude zijn ontleend, doch dan moet het kapenplaat zijn. Anderen willen de naam afleiden van kapers of zeerovers wat ons meer waarschijnlijk voorkomt daar de plaat ongetwijfeld veel ouder is dan de bedoelde kapen.
Het woord ketel werd gebruikt, wanneer een laagte met water was gevuld; Ketel had reeds in 't mnl. de betekenis van laagte of diepte in de grond;
Bron: Veldnamen in Nederland M. SchönfeldHet woord kil is een toponiem dat duidt op een watergeul. Het woord stamt af van kille, dat kreek betekent.
Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kil_(water)De naam Kimster komt ook voor in Kimsterplaat. De naam Kimstergat vond ik indertijd in een stuk, handelend over de Pollendam. Kimme of Kimpe is een oude verzamelnaam voor schelpen. In het Schiermonnikoger dialect komt de variant Krimpe nog voor. Een schelpenpad is daar een krimpepaid.
Bron: Durk ReitsmaZou genoemd zijn naar een met koffiebonen geladen schip, dat daar is vergaan. Volgens de Koffie en theespeciaalzaak op Terschelling luidt de verklaring als volgt: Aan het eind van de 17e eeuw ging de VOC op zoek naar een alternatief voor Mokka, waar destijds de grootste koffiemarkt ter wereld te vinden was. Vanaf 1707 werd de koffiecultuur geïntroduceerd in de berglanden van West-Java. Al spoedig overvleugelde bij de VOC het aanbod van Javakoffie dat van Mokka. Het succes van de Javakoffie leidde ertoe dat de handelspost in Mokka in 1739 definitief werd opgeheven. Jaren later strandde er een schip met Javakoffie op een zandbank aan de oostkant van Terschelling. Na deze schipbreuk zag de plaat zwart van de koffie en kreeg deze de naam Koffieboonenplaat.
Bron: https://www.neideoast.nl/Mogelijk genoemd naar een schip. Kraak, z.n.v. – Van ’t Spaansch caraca. Spaansch of Portugeesch lastschip, dat zeer zwaar en hoog uit het water plach gebouwd te wezen. Van deze schepen werden gedurende den tachtigjarigen oorlog vele door de onzen veroverd, en daar zy dikwijls Oost–Indische waren en, onder anderen, uitmuntend porcelein vervoerden, verkreeg dit buitgemaakte porcelein den naam van kraakporcelein. Tegenwoordig zijn de kraaken kleiner dan voorheen en alleen op de binnenwateren in gebruik. Vondel in zijn Lof der Zeevart, neemt kraak eenvoudig voor “schip”, waar hy zegt: Dit alles aengemerckt staet t’evenaren of Mijn kraeck niet evenaert met eenigh keizershof
Andere mogelijkheid:
Kraak: een haast onmetelijk zeemonster met uiterlijk van inktvis; volgens oude zeemansverhalen leek het op een enorme met zand bedekte rug. En wanneer hij boven water uitstak, op een klein eiland waar dikwijls per ongeluk werd aangemeerd; bemanning verdween dan met schip en al in diepte; werd eeuwenlang als fabeldier gedoodverfd.
Bron: https://www.pbl.nl/sites/default/files/downloads/Naar-Zee-Ontwerpen-aan-de-kust.pdfOnderzeeërsbult is een droogte, die genoemd is naar een daar gestrande Engelse onderzeeër. De Britse onderzeeboot H6 loopt in januari 1916 vast op een zandbank in het Friesche zeegat, minder dan een kilometer van de kust van Schiermonnikoog. Hoe de plaat aan de naam Kuipers komt is vooralsnog onbekend.
Bron kaartfragment: Wandelkaart van het eiland Schiermonnikoog 1929 Beeldbank GroningenLekkerbeetje komt waarschijnlijk van de garnalenvisserij’, denkt Jouke Visser. ‘Die vissen bij eb in geultjes die de terugtrekkende zee achterlaat. Daar stikt het dan van de garnalen. Lekker Beetje was waarschijnlijk zo’n garnalenrijk geultje.
Zie ook: Het lekkere Beetje (oostveluws (vruchtbaarheid en grondsoort)
Verkleinvorm van Lut (II). Een lutje, een kleine hoeveelheid, een weinigje, een beetje
Bron: EtymogiebankEen van de geulen ten Z.O. van het eiland Schiermonnikoog, het Lugtlaag, heeft in zijn naam de herinnering bewaard aan een hier op 25 September 1868 voorgevallen gebeurtenis. Een zekere Lugt, die tijdelijk op het eiland vertoefde, was het wad opgegaan om bot te prikken en was zoo onvoorzichtig geweest om de Sprutel over te steken en ineen \ x / 2 km. zuidelijker gelegen laag te gaan visschen. Het opkomende water sneed hem den terugweg af. Dit werd opgemerkt door den torenwachter Douwe de Boer, die zich onmiddelijk te paard naar het Oostwad begaf, te water ging om over te zwemmen, maar spoedig eveneens in levensgevaar verkeerde. Cornelis Visser, die werkzaam was op de boerenplaats van zijn ouders, merkte, wat er gebeurde en haalde het beste paard, een hengst, uit den stal. Op den dijk gekomen, hoorde hij nog zwak hulpgeroep. Paard en ruiter wisten de drenkelingen juist bijtijds te bereiken. Visser trok Lugt, die weinig teekenen van leven meer gaf, op het paard: De Boer hield zich aan den staart van het dier vast, dat met groote inspanning de weer breeder geworden geul wist over te zwemmen. De wakkere redder, 18 jaar oud, kreeg een bronzen medaille voor „menschlievend hulpbetoon" met getuigschrift.
Bron: Schiermonnikoog, het eiland der grijze monniken 1938 (Delpher)Plaat ten oosten van Ameland nabij Pinkewad betekent Middelste gat. Zie ook Malzwin
Middelzwin. Een zwin zou een natuurlijke geul in buitendijkse gronden zijn.
Het Marsdiep was ooit een beek die op de Hoornder heuvel ontsprong en uitmondde in het Wieringermeer. De beek wordt al in de 9e eeuw genoemd, en heette destijds Maresdeop, van mare (meer) en deop (diep, of stroom).
‘Deop’ is een Oudfries woord voor diep, waterstroom, rivier of beek. ‘Mare’ betekent in het Oudhollands en Oudfries stilstaand water, meer of poel.
De vogelnaam Mok lijkt geïntroduceerd door Hollandse en Friese zeevaarders met de samengestelde naam Mal(le)mokke ↑ voor één of meer soorten zeevogels, de Noordse Stormvogel (die op een Meeuw lijkt) en/of sommige Zeemeeuwen. TOPONIEM Mokbaai op Texel;
Bron: http://etymologiebank.ivdnt.org/trefwoord/tmokMok, de
De Mok is het restant van de geul ‘het Spanjaardsgat’,
Er zijn diverse mogelijke verklaringen voor de naam.
Vroeger was de Mothoek was een hoek van de ‘heerdt’, waar de rommel naar toe werd geveegd en waar men ’s avonds, zat te praten.
Volgens de Etymologiebank is mot [veenachtige aarde] {mot [molm] 1373-1376} hoogduits Mott [modder], fries mot [turfmolm];
Het kan ook verwijzen naar een tjalk-achtig scheepstype. (Duitse Mot)
Spruit is een woord voor ‘rivier’ dat in Nederland zelf verdwenen is, maar in Zuid-Afrika nog voortleeft en ook in plaatsnamen voorkomt, zoals in Nelspruit.
Bron: https://www.dbnl.org/tekst/_taa014201201_01/_taa014201201_01.pdfOp de kaart van een onbekende auteur van 1680 komt voor het eerst de naam van Noorderwaardt voor, welke benaming mogelijk een tegenstelling is van de (Zuider) Waerdt. Het is echter ook aannemelijk, dat de naam verband houdt met de zeevaarders, die het noordelijk zeegat van de Zuiderzee, 't Vlie, uitvoeren en in de beschrijvingen daarom Noordvaarders worden genoemd.
Bron: Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1936, 01-01-1936Oerd is in het landfriesch de punt of spits van een scherp werktuig, bv. het oerd van het mes, het zwaard.
Nader onderzoek naar de herkomst van de naam Paesens, wees uit dat deze naam een verbastering moet zijn van het oorspronkelijke ‘Pagingi’, oftewel modder, aarde of moeras. Niet vreemd voor grond gelegen nabij de monding van een riviertje. De herkomst van de naam Moddergat laat zich hiermee ook gemakkelijk verklaren.
Bron: http://www.paesens-moddergat.nl/toerisme/de-historie-van-paesens-moddergat/De gegraven geul door de Brandplaat werd op Ameland het Panamakanaal genoemd. Theo Mosterman weet de oude geulen nog allemaal te benoemen bij de historische namen: `Vanaf Ameland voeren we eerst de Reegeul in en vervolgens het Brandgat (lees Panamakanaal). Zie verder onder Suezkanaal
Bron: https://issuu.com/deamelander-online-editie/docs/opmaak_am_compl_2016-04vdeflr/33Pampus in de waddenzee?
Westelijk van de Engelsmanplaat liggen op het kaartfragment twee platen. De Steenplaat en Pampus?
Waarschijnlijk houdt de naam verband met 'pamp" dat in het Nederduits gebruikt wordt voor „soep, dikke brij", waarbij dan zou worden bedoeld op opstijgende modder. Rentenaar schrijft hierover; Het blijkt dat Pampus terug kan gaan op een woord pamppus, samengesteld uit pamp en pus, dat oorspronkelijk ‘brijachtige, opgezwollen massa’ betekend zal hebben. Dit woord moet langs de hele kust van Noordwest-Europa bekend geweest zijn. Het is mogelijk dat het is blijven leven in het Fries, waar men pampus, pamps of pampses heeft als aanduiding voor ‘dikke buik’ en ‘dikzak’. Elders is het woord echter verdwenen. Alleen door bestudering van alle beschikbare taalkundige en historische gegevens kunnen we erachter komen dat pamppus gebruikt moet zijn om allerlei onvaste, bolle objecten, niet het minst in een vochtige omgeving, mee aan te duiden.
Bron: https://www.dbnl.org/tekst/rent001groe01_01/rent001groe01_01_0021.phpAfbeelding: Kaartfragment uit Kaarte van de zeegaten en het leggen der tonnen in....tusschen Schiermonnikoogh en Amelandt en Amelandt en der Schelling alsmede van de Wadden
Het wrak waar de Pannenplaat zijn naam aan te danken heeft is het wrak van de galjoot "De Stad Bergen". Ze was onderweg met bestemming Noorwegen, maar strandde door een ontembare voorjaarsstorm ten oosten van de Vliestoom. "De Stad Bergen" was op zondag 28 maart 1756 met een lading bakstenen, dakpannen en ander aardewerk in ballast onderweg toen ze in de Vliestroom aan lager wal raakte. Lees verder op: http://www.ontmoeting-zeilreizen.nl/ontmoetingzeilreizen/waddenzee/pannenwrak.htm
De Grote Siege heeft een vertakking die naar de oude veerdam, de huidige jachthaven loopt. Deze geul wordt wel de Piebe genoemd, naar de voornaam van een oude schipper.
Deze plaat is denkelijk zo gedoopt naar het verongelukken van een schip toebehorende aan of varende onder een Piet Scheve of misschien verongelukte hij daar alleen. De naam hoort thuis in Lubeck.
De naam kan zeer wel met de visserspinken van de Amelanders is verband worden gebracht.
Genoemd naar de visserspinken, die in de middeleeuwen ook op de Waddeneilanden het heersende type vissersschip waren. Van het oostelijk gedeelte van Ameland steken de Wierummer gronden omtrent J/2 mijl in zee ; bij den Oost hoek loopt het Pinkegat in, een ondiep vaarwater, slechts door visschers snikken in gebruik.
komt waarschijnlijk aan zijn naam door de hoeveelheid stinkend slik die er zit.
Ingepolderde wadkreek, vermoedelijk vernoemd naar de rog. Eerder Auegat (Schoorl 1999).
Dit was een oude wadgeul die zijn naam dankt aan de vele roggen die er in zwommen.
Daar het Russische Gat, het geen in den Jaare 1779 door het verzeilen van een Russische Keizerlijk Fregat, is ontdekt, en nagenoeg ter zelver plaatze van het voorheen bekende Oosterboomsgat, zich heeft geopenbaard en allengs van tijd tot lijd verdiept, naar mate dat de Hollepoort opdroogde ; thans het voornaamste der diepe Zeegaten van 't Vlie is geworden ;
Bron: Verbeterde bestiering voor de stuurlieden in de Noordzee en derzelve havens en zeegatenDe eerste doorvaarders noemden de geul spontaan de 'Samba-geul', vanwege de vibraties en kronkelingen. Historisch gezien zou de geul tot 'Kalkman-geul' gedoopt moeten worden volgens de havenmeester van Schier...
Bron: Berichten Wadvaarders 1998Kaartfragment: https://sites.google.com/site/stichtingmaritiemearcheologie/homeScheer, z.n.v. – of schaar. Zoo worden die banken genaamd die in twee verre uitstekende punten even als een geopende schaar, uitloopen; deze zijn daardoor gevaarlijker, dewijl men zich in een dier punten kan vergissen.
Bron: Zeemanswoordenboek https://www.dbnl.org/tekst/lenn006zeem02_01/lenn006zeem02_01.pdfDeze namen zouden te maken hebben met een schelp. In Paesens-Moddergat werden de schelpenvissers ook wel ‘skildermannen’ genoemd. Hier lagen schelpenbulten, die door schelpenvissers werden gebruikt om kalk te produceren. (Wadvaarders)
Vroeger werden schelpen en schelpenkalk gebruikt voor bijvoorbeeld het metselen, maar ook voor net verhardenvan veel wegen, wat in Friesland bijvoorbeeld leidde tot zulke oude benamingen als Wite wei, Skilwei, Skilpaad en dergelijke. Oplettende lezers zullen ook wijzen op namen in de Waddenzee, zoals de Kalkman en Skildersron, maar die hebben te maken met de beide methoden van het winnen van schelpen: het kalksteken (een droge winning op stranden op platen) en de natte in de geulen; die staat bekend als het schilderen (skilderje), waarbij van een vaartuig met behulp van grote baggerbeugels de schelpen van de Wadbodem werden opgehaald. (De „skilderlju" van het Wad Door Sytse Jan van der Molen)
De naam wordt uitgelegd als „het zeegat, waardoor de scholvis uit zee werd aangebragt" (De Vrije Fries XII, bl. 383).
Volgens sommige naamkundigen betekende de naam 'schol' vroeger echter een ondiepte.
Sinaïplaat (Holwerd)
Dit schiereiland van Egypte wordt door het Suezkanaal gescheiden van Afrika. De naam van de plaat is waarschijnlijk hiervan afgeleid. Zie daarvoor ook het Suezkanaal/Panamakanaal op het wad.
Bron afbeelding: https://docplayer.nl/46841756-Analyse-vaargeul-holwerd-ameland-eindrapport.htmlHet voormalig vaarwater tusschen de Holwerder en Wierummer Wadden . Waarschijnlijk vernoemd naar een scheepstype.
Een snik was een zeilschip met één mast voor de binnenvaart. Daarnaast was de snik een vissersschip met twee masten, in gebruik in het waddengebied.
Bron: WikipediaHet dorp Den westen (Texel), zou door de Spanjaarden verbrand zijn, waarvoor echter geen andere grond van waarschijnlijkheid is, dan dat er voorheen, omtrent den hors, een inham is geweest, het Spanjaardsgat genoemd.
SPANJAARDSGAT (HET OUDE-) , voorm. vaarwater ten N. van de Zuiderzee, tusschen de Keizersplaat en de Noorder-Haaks. Door dit gat bragt de Raadspensionaris Johan de Wit, 's lands vloot, in den jare 1665 in zee, hoewel men tot dien tijd zich verzekerd hield, dat het volstrekt onmogelijk was, om met zware schepen door dit gat in zee te loopen. in sommige kaarten van Holland, den naam van het Johan-de-Wit-Gat behouden, doch het is nu geheel verloopen en onbevaarbaar.
(Lees eerst Panamakanaal)Daarna volgde een gedeelte van het Kikkertgat (KG) om verder te gaan richting Dantziggat. (Het laatste stuk van het Kikkertgat was kunstmatig: het Suezkanaal, wat nooit een officiële benaming is geweest op de zeekaarten). Het Dantziggat was het laatste stuk naar Holwerd'. Het schijnt dat RWS-medewerker Cor Bloem als eerste de naam Suez-kanaal heeft genoemd en men deze twee gegraven kanalen consequent zo is blijven noemen'.
Bron: https://issuu.com/deamelander-online-editie/docs/opmaak_am_compl_2016-04vdeflr/33water, prov. Friesland, op het eil. Ameland, dat door het zoogenaamde Schattepad naar het westelijk zeegat van Ameland loopt. Het draagt den naam naar de menigte spieringen die in dat water worden gevangen.
Zie voor mogelijke verklaring het Sparregat
Waarschijnlijk vernoemd naar de bedenker van de Dam naar Ameland.
Zie ook het artikel Een nieuw alternatief voor de veerbootroute.
Wie was Pieter Jan Willem Teding van Berkhout ?
Jonkheer Pieter Jan Willem Teding van Berkhout had plannen voor landaanwinning op de Friese wadden. Om de aanslibbing te bevorderen en het slik vast te leggen moest er een dam over het wantij worden aangelegd. In 1870 werd de NV Maatschappij tot Landaanwinning op de Friesche Wadden opgericht. Teding van Berkhout werd de directeur. De dam kwam gereed in 1872. In oktober 1881 sloeg een storm een groot gat in de dam. De dam werd hersteld, maar in april 1882 volgde weer een storm. Er was geen geld meer om de dam opnieuw te herstellen. De restanten van de dam zijn bij laagtij op enkele plaatsen nog te zien. Meer weten?
Bron tekst: WikipediaBron afbeelding: https://docplayer.nl/46841756-Analyse-vaargeul-holwerd-ameland-eindrapport.htmlDe oorspronkelijke benoeming is namelijk Swarte hoarne. Dit betekent ‘Zwarte Hoek’. De benaming ‘Zwart’ komt voort uit het donkere slib dat hier werd aangetroffen. Later verbasterde ‘hoarne’ naar ‘hoanne’. Door de Rijksoverheid is echter bepaald dat de taal Nederlands is, dus werd hoanne al snel haan. Zo komen we dus op de Zwarte Haan.”
De nederzetting ten noorden van Sint Annaparochie komt op de kaart uit 1852 voor als Zwarte Haan. Er was daar toen een herberg en hier bevond zich de afvaart van een veer naar Ameland. De naam is sindsdien niet meer veranderd. De oudste vermelding - waarschijnlijk van de naam van de herberg - is De Schwarte Hinde ( 1811). Het tweede element van de naam is harne hoek het eerst is zwart verwijzend naar de kleur van het slik van de Waddenzee ter plekke. terwijl wellicht het eerste element van de naam van de herberg ook een rol heeft gespeeld.
De Swarte Hoan - ne , De Zwarte Haan, herberg aan den zeedijk onder St -Jacobi-Parochie, met veer op TerSchelling en Ameland.
is afgeleid van en daar gestrand scheepje vermoedelijk een schoener, met de naam Vinge.
Geul boven Wieringen genoemd naar Fiskbuoren, een buurtschap bij Ternaard . De Paesumers steken net als de Moddergatsters het Friese gat uit, de Wierumers en de Fiskbuursters het Pinkegat. Op goed uitgewerkte kaarten van het Wad ziet men de slenk het Vischbuurstergaatje. Op topografische kaarten leest men Vischboergaatje. Dat is een flater.
Bron: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB18A:013631000:00474De Vlakte van Kerken is een droogvallende ondiepte in de Waddenzee, achter De Schorren. Ooit kon je, als je met je schip was drooggevallen (en als je héle goeie ogen had) wat kerktorens van verschillende gezindten waarnemen.
Bron: https://www.texelse.nl/golfcourse-course-information-holes/vlakte-van-kerkenIs verwant aan het woord vlieten = stromen of vloeien
Waard, werd, werdt, wirt, enz. zijn woorden, welke, volgens KILIAAN en anderen, een land door water omgeven beteekenen. Dus is Uiterwaard, land buitendijks gelegen en door water omgeven.
Bron: Natuurlijke_historie_der_provincie_Groni.pdfWier betekent een hoogte of heuvel kunstmatig opgeworpen, om evenals de terpen, tot toevlucht te dienen bij hoge vloeden en overstromingen. Meestal kleiner dan een terp, kleinere kruin en steilere hellingen. Ze is dientengevolge niet bebouwd. Het schijnt dat oudtijds wier een ruimere betekenis had dan tegenwoordig en een heuvel of hoogte in het algemeen aanduidde. De Hege Wier bank in de wadden bij Ameland met de Wiersbalch aldaar.
Wier betekent volgens het fries woordenboek een hoogte of heuvel kunstmatig opgeworpen, om evenals de terpen, tot toevlucht te dienen bij hoge vloeden en overstromingen. Meestal kleiner dan een terp, kleinere kruin en steilere hellingen. Ze is dientengevolge niet bebouwd. Het schijnt dat oudtijds wier een ruimere betekenis had dan tegenwoordig en een heuvel of hoogte in het algemeen aanduidde. Um betekent ' klein'.
Wieringen stamt van het oudfriese "wîr", dat "hoogte" of "heuvel" betekent. De naam betekent zoiets als ‘op de hoogtes’ of ‘op de heuvels .
Bron:www.pagowirense.nlHet verdwenen Wilhelminagaatje bij Holwerd. Het kwam van oost en bracht daarmee zand, dus een obstructie midden in de vaargeul. Dat kon zo niet blijven en het Wilhelminagaatje is in de oude dam afgesloten bij de bovenstroom. Waarschijnlijk heette dit naar prinses Wilhelmina.
Bron: https://issuu.com/deamelander-online-editie/docs/opmaak_am_compl_2016-04vdeflr/33‘Wolf’ kan duiden op een draaikolk of draaikuil.
Bron: Zeemanswoordenboek https://www.dbnl.org/tekst/lenn006zeem02_01/lenn006zeem02_01.pdfBijzonder sprekend is de naam het Zachte Bed voor een ondiepte ten oosten van Texel. De naam komt al in 1785 Bestond als Sagt te Bed op de kaart voor. Het 'Zachte bed' zou mogelijk met mosselbanken te maken kunnen hebben. Mosselbanken liggen op een bed van zachte slib.
Een langgerekte, ondiepe geul op het strand, evenwijdig met de kustlijn verlopend. Meer algemeen wordt `zwin` ook gebruikt voor een getijdengeul of voor een natuurlijke laagte met geulen of kreken in buitendijkse gronden, die ook bij eb met zeewater is gevuld.
BronL www. encyclo.nlAanvullingen en correcties zijn welkom: seapost50(at)gmail.com.