MortelSamenstelling

Berekeningen van morttel:
http://www.mot.be/w/1/index.php/BakehousesNl/AdditionalInfo21   

www.deblauwehond.be
XXXXX

  • Voegcement voor Nokpannen en gevelpannen
  • Dakmortel Flexim www.flexim.nl

  • Voegen raam-deurkozijn

 

metsemmortel: 1 deel cement / 3delen zand / 1/2 deel water
beton : 1 deel cement 2 delen rijnzand 3 delen grind 1/2 deel water

###################################################
Soortelijk gewicht:

  • soortelijk gewicht cement: 1250 kg/m³
  • soortelijk gewicht droog zand: 1600 kg/m³
  • soortelijk gewicht gebluste kalk: 600 kg/m³
  • soortelijk gewicht grind: 1300-1560 kg/m³

    ####################################################

    1m3 stabilisé =1500 kg Rijnzand / 150 Kg Cement / 75 L water.
    1m3 Chape  = 1500 kg Rijnzand / 250 Kg Cement / 125 L water.
    Beton = 800 kg Rijnzand / 350 kg Cement / 1000 kg Grint 175 L Water.

    ####################################################

    ° BETON:
    volumeverhouding = 1 deel cement, 2 delen rijnzand, 3 delen keien
                                            = 1 m^3 cement        ,2 m^3 rijnzand   , 3 m^3 keien
    gewichtverhouding = 1250 kg cement, 3200 kg rijnzand, 4200kg keien

    ° STABILISE:
    bijvoorbeeld 150kg cement per m3 rijnzand (1m3 zand = 1600kg)

    ######################################################

  • Voegcement voor Nokpannen en gevelpannen:

    Wat opgevoegd wordt is de voeg tussen de bovenste rij pannen en de nokpannen.
    Ook voegt men dikwijls de laatste rij pannen tegen de gevel aan ( de zogenaamde vorstbestrijking).
    Hiervoor gebruikt u een soepele mortel van de volgende samenstelling. 
    + Meng 1 deel cement en
    + 1 deel hydraulische kalk met
    + 10 delen zuiver rivierzand.
    Maak deze mortel vrij droog aan met een
    +oplossing van 1 deel COMPAKTUNA® voor 2 tot 3 delen water.
    Het kan nodig zijn om eerst de pannen in te strijken met een primer
    (1 deel COMPAKTUNA®voor 4 delen water)
    omdat ze nogal poreus kunnen reageren.
    Let wel op voor vlekvorming op de pannen.

  • +++++++++++++++++++++++++++++++++++

    Maxit Beamix
    Chapemortel + Flevopol in aanmaakwater

    ++++++++++++++++++++++++++++++++++++

    #######################################################

  • Dakmortel Flexim www.flexim.nl    www.dakpannenpasta.nl/

    FLEXIM is een kant-en-klare stormvaste dakmortel die blijvend elastisch is. Belangrijk hoofdbestanddeel is het natuurproduct lijnzaad, (lijnoliestopverf) al eeuwenlang bekend in de bouw. In FLEXIM zijn geen schadelijke stoffen als asbest of anderzijds verwerkt. Door toevoeging van superlicht polystyreen (CFK-vrij) is FLEXIM uitermate makkelijk te hanteren op alle daken.
    ° kant-en-klaar, dus snel en veilig verwerkbaar
    ° voorgesneden en vacuum verpakt
    ° lichtgewicht dus makkelijk in transport
    ° blijvend flexibel, vangt de werking perfect op
    ° direct waterafstotend
    ° bij elke temperatuur verwerkbaar

    Zie ook :
    Dakpannen-pasta ( stormvaste reparatiemortel van Aquaplan ) 
    http://www.aquaplan.com/Foto_film.jpg
    http://www.aquaplan.com/TF%20Dakpannenpasta.pdf

    ##########################################################

     

  • Informatie afkomstig van : www.deblauwehond.be  =>

    mortels

    Samenstelling van CHAPE – BETON – METSMORTEL

    Ter informatie   nieuwe genormeerde naamgeving:

                CEM II /B-M  32.5     voorheen PPZ30

                CEM II /B-M  40        voorheen P40

                CEM II /B-M  50        voorheen P50

    CHAPE
    Uitvullen van betonvloeren, nivelleren, niet slijtvast!

    1    VOLUMEDEEL CEMENT CEM II /B-M 32.5 (PPZ30)

         3 tot 4 tot 5   VOLUMEDELEN RIJNZAND 0/2

    BETON
    RIJKE BETON    :  Voor balken, pilaren, zelfdragende vloeren, overspanning en dragende constructies

    1  VOLUMEDEEL CEMENT

    2   VOLUMEDELEN RIJNZAND 0/2

    3    VOLUMEDELEN GRINT 5/30 of PARELGRINT 5/15 of KIFT 3/8 als granulaat

    Het soort granulaat wordt gekozen in functie van de dikte van de betonplaat.

    b.v. met kift kan men een plaat gieten die in principe niet dunner is dan 5 x de grootste maat, dus 5 x 8mm = 40mm (vuistregel)

    MAGER BETON   :  Voor vloeren, uitvullingen, niet zelfdragend
    1  VOLUMEDEEL CEMENT

    2   VOLUMEDELEN RIJNZAND 0/2

    4    VOLUMEDELEN GRINT 5/30 of PARELGRINT 5/15

    METSMORTEL:
                Verschillende mogelijkheden:

                A.              1 VOLUMEDEEL CEMENT CEM II /B-M 32.5 of 40

     5   VOLUMEDELEN RIJNZAND 0/2

    Mortelvet “MICROPOL” verbetert de verwerking; maakt de mortel plasticer, smeueriger.

    In vochtige omgeving liefst met P40 cement

    Toepassing: waterdichtingswerken, zeer stevig metselwerk

    Harde voeg, “star” metselwerk!

                B.              1  VOLUMEDEEL CEMENT CEM II /B-M 32.5 of 40

     2     VOLUMEDELEN ZAVEL

     1    VOLUMEDEEL RIJNZAND 0/2

    In principe een mortelvet "MICROPOL" nodig! Toch verbetert dit de verwerking.

    Toepassing: gewoon metselwerk, zonder speciale eisen!

    Deze combinatie is de zelfde als met “METSZAND” wat in de Kempen veel gebruikt wordt:

    m.a.w. 3 deel metszand = 1 deel zavel + 2 delen rijnzand

                C.              1 VOLUMEDEEL CEMENT CEM II /B-M 32.5 of 40

     2    VOLUMEDELEN ZAVEL

    Een vettige mortel voor plaatsen van muur en vloertegel

    Mortelvet "MICROPOL" naar believen toevoegen.

    Deze mortel wordt zeer weinig gebruikt en is vervangen door tegellijmen.

    Opmerkingen
    1. een deel = een volumedeel

    2. mengen in de juiste volgorde!

    -eerst water, niet teveel, dit beïnvloed nadelig de sterkte.

    -Indien nodig chemische toeslagstoffen toevoegen in water

    -Goed mengen

    -Toevoegen van cement, alles!

    -Geleidelijk toevoegen van zand, zavel en grint

    3. In beton niet teveel water gebruiken dit beinvloed de sterkte en kan ontmenging veroorzaken. (W/C - factor !)

    4. Aan mortel die reeds opstijft geen water toevoegen, maar nieuwe mortel aanmaken.

    KALKMORTEL
    Mortel van waterkalk neemt men gewoonlijk niet vetter dan in 1 m³ kalk op 2½ m³ zand.  Wil men een dichtere mortel dan kan men wat cement en wat meer zand toevoegen, bijvoorbeeld: 1 deel kalk, ¼ deel cement en 3 delen zand.  Kalkmortel heeft een geringe druk- en treksterkte en laat derhalve vrij grote vervorming van het pleisterwerk toe.

    MORTEL VOOR METSELWERK
    Mortel is een mengsel van zand en een bindmiddel waaraan een zekere hoeveelheid water is toegevoegd.  Dit laatste is het noodzakelijke kwaad, wat wil zeggen dat men nooit meer water mag toevoegen dan noodzakelijk voor een innige menging van de vaste bestanddelen.  Een overvloed aan water heeft steeds een nefaste invloed op de kwaliteit (druksterkte) van de mortel. In de praktijk maakt men onderscheid tussen twee soorten mortels; enerzijds de mortels bereid met toevoeging van één soort bindmiddel, ofwel de bastaardmortel, d.i. een mortel bestaande uit meer dan één soort bindmiddel.

    Voor lichte bouwstenen is het gewenst geen zuivere cementmortel te gebruiken omdat deze een grotere treksterkte bezit dan deze van de metselblokken van licht beton.

    Bastaardmortel is (behoudens voor lichte metselblokken) meestal niet toegelaten voor buitenmuren.

    Mortelsamenstellingen voor metselwerk worden beschreven in de norm NBN578 die evenwel thans in herziening is.  Daarom kan men zich voorlopig baseren op norm NBN B24-401: uitvoering van metselwerk.  Onderstaande tabel geeft een overzicht van de aanbevolen samenstelling van mortel voor metselwerk.

     

    Soort metselwerk                  Mortelsamenstelling (*)       Verhouding in maatdelen

                                                   C                     G                     C                     G         Z

    -Metselwerk van                     400 (M1)         -                      1                      -          3

     breuksteen

    -Volle of geperfo-                    300(M²)                                  1                      -          4

     reerde baksteen

    -zware en half-             250                  50(M³)            2.25                 1          11

     zware betonblokken               200                  100(M³)          1                      1          6

    -Metselwerk van bak-             250                  50(M³)            2.25                 1          11

     stenen met lichte scherf           200                  100(M4)          1                      1          6

    -Lichte betonblokken               150                  150(M5)          1                      2          8

    -Metselwerk van holle  200                  100(M4)          1                      1          6

     bakstenen

    -Metselwerk in contact            400(M1)          -                      1                      -          3

     met water

     

    (*) uitgedrukt in kg bindmiddel per m³ droog zand

                       C = cement          G = vette kalk              -200 kg cement

    Voorbeeld: De mortel C200G 100 bestaat uit  -100 kg kalk

                                                                                      -1 m³ zand

     

    De reden waarom voor sommige toepassingen verschillende samenstellingen toegelaten zijn, ligt hem in het feit dat de norm NBN B24-301 : ontwerp en berekening van metselwerk een indeling van de mortels in categorieën (M1 tot M5) voorziet in functie van hun gemiddelde druksterkte na 28 dagen.  In de tabel der mortelsamenstelling vindt u de aanduiding van deze mortelcategorie tussen haakjes achter de mortelsamenstelling.

    De gemiddelde druksterkte van de verschillende mortelcategorieën is als volgt:

                       M1   20    N/mm²             M3   8    N/mm²          M5   2.5     N/mm²

                       M2   12    N/mm²             M4   5    N/mm²

     

    Het is evenwel zo dat de mortelsamenstelling per categorie niet verplicht is en indien de aannemer of ontwerper kan aantonen dat met een andere samenstelling ook de minimale druksterkte wordt bereikt, dan mag deze ook aangewend worden.

     

    Sinds 1977 bestaat de zogenaamde “gestabiliseerde” mortel die alle eigenschappen bezit van een goede werfmortel doch in een centrale gefabriceerd wordt en met mixerwagens geleverd wordt en gestort in bakken met een vaste gekende maat.  Deze cementmortel is min of meer 36 uur verwerkbaar en begint zijn verhardingsproces zodra hij in contact komt met de steen.  Zijn kwaliteit, zowel in verse als in verharde toestand, ligt – omwille van de gebruikte samenstelling en mengtechnieken – aanzienlijk boven deze van de doorsnee werfmortel.

     MORTEL VOOR TEGELWERK
    Voor het zetten van wandtegels kan men een mortel gebruiken van 1 deel cement op 5 delen zand.  Voor plavuizen en vloertegels 1 deel cement op 2½ delen scherp zand.  Tegenwoordig worden voor het plaatsen van tegels echter meer en meer “kant-en-klaar”-lijmen gebruikt die vooral in de praktijk voor wat tijdwinst zorgen.

     MORTEL VOOR HET PLEISTEREN VAN MUREN
    Voor sterk pleisterwerk kan men een cementmortel gebruiken van 1 deel cement en 3 delen zand.  Wanneer hierop betonemail moet aangebracht worden kan men aan genoemde specie een dichtingsmiddel toevoegen.

    De hoeveelheid water mag niet groter zijn dan nodig is voor een smeuïge specie te krijgen.  Te veel water is slecht voor de vastheid van de mortel.  De verhouding water/cement noemt men de water-cementfactor.  De watercementfactor wordt nadelig beïnvloed door een te groot gehalte aan uiterst fijne korrels in het mengsel die voor hun bevochtiging meer water vereisen dan nodig voor de hydratatie van het cement.  Een minimum aan uiterst fijne bestanddelen is evenwel onmisbaar voor de smeuïgheid van de specie.

    Het is verkeerd cement en zand lang van tevoren te mengen: zand bevat altijd water (tot 10%), wat een geleidelijke binding van het cement veroorzaakt.  Er bestaan toevoeg- en plastificerende producten producten die in de mortel kunnen gebruikt worden om een uitstekende bestandheid te krijgen tegen oliën, vetten, organische zuren (in melk en bier bv.)

    Binnenmuren worden doorgaans in twee lagen afgewerkt.

    Er wordt veel gebruik gemaakt van vooraf gemaakt droge speciemengsels waaraan op het werk water toegevoegd wordt.  Ook speciale species op basis van perliet, vermiculiet e.d. worden gebruikt voor thermisch en akoestisch isolerende wanden.

    Op dit ogenblik is er tevens een norm en voorbereiding in de schoot van het B.I.N. teneinde zowel de traditionele als de niet traditionele pleistermortels (geprefabriceerde) te normaliseren.

    VUURVASTE MORTEL
    Voor metselwerk met vuurvaste steen kan men mortel gebruiken, die bestaat uit vuurvaste klei, gemengd met chamottemeel.  Chamottemeel wordt gemalen uitgaand van gebrande vuurvaste klei.  Vuurvaste mortel is droog in de handel verkrijgbaar en moet enkel nog met water aangemaakt worden.

    ZUURVASTE MORTEL
    Mortel met cement of kalk als bindmiddel is niet bestand tegen zuren.  Daarom moeten vloeren van zuivelfabrieken, brouwerijen, e.d. gemaakt worden van zuurvaste tegels gelegd met zuurvaste specie.

    #######################################

    • Voegen raam-deurkozijn


    Voor het opvoegen tussen een houten raam een bakstenen muur kan je het
    best een siliconenkit gebruiken. (P.T.B.-SILICON SN)
    Indien de voeg echter te breed is om met dergelijk product op te vullen
    kan je ook op COMPAKTUNA(r) (PRO) basis een min of meer elastische voeg
    maken.
    Meng 10 delen zand met 1 deel cement en maak deze mortel aan met zuiver
    COMPAKTUNA(r) (PRO)  voeg plastisch in met een voeger.
    +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

    U mag denken aan butileenkit of soortgelijke voor het vullen van naden tot ca 1 cm.
    Deze producten hebben wij helaas niet.
    Maxit;John Spoler,Technisch Adviseur

    Hastelweg 161
    Postbus 7932
    5605 SH Eindhoven
    Telefoon +31 (0)40 259 79 55
    Fax +31 (0)40 252 62 50
    Mobiel +31 (0)6 51 27 67 65

    www.maxit-benelux.com   www.beamix.com

    +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++