Verhalen vertellen rond de haard
Heksen op weg naar de heksensabbat
Witte Vrouwen in het bos
"In Borkel woonde ooit eens een man die zei van niemand bang te zijn, “Zelfs niet van de duivel”. Totdat hij op een avond door een aantal vrienden uitgedaagd werd om eens naar de zolder te gaan, daar twee vingers omhoog te steken en te roepen: "Duivel, trek eens aan mijn vinger!"Hoewe1 de man nu wel wat begon te twijfelen aan zijn moed, wilde hij zich toch niet laten kennen en ging de trap op naar boven. Daar stak hij twee vingers omhoog en riep zo luid, dat ze hem beneden goed konden horen: “Duivel, trek eens aan mijn vinger!"Op hetzelfde moment hoorden de vrienden een ontzettend kabaal op de zolder. Even later was het doodstil. Niemand durfde naar boven te gaan om een kijkje te nemen.Een goed half uurtje later kwam de held van het drama echter door de achterdeur het huis weer binnen, vol bulten en schrammen en met zijn kleren aan flarden. Nog bevend van angst vertelde hij dat de duivel inderdaad gekomen was, hem bij zijn vingers had vast gepakt en hem daarna door het dakraampje naar buiten had geslingerd. Toen hij na een half uurtje weer bij was gekomen, bleek hij op het erf achter het huis terecht te zijn gekomen."
Mensen leefden vroeger in een samenleving waarin weinig gelezen werd, maar veel verteld. Tegelijkertijd in een wereld zonder tv, radio, krant, nieuwsberichten, zonder de techniek van nu, zonder de wetenschap. Leefden nog in en met de natuur, die zeker in de Kempen en de Peel vaak geheimzinnig en onbegrijpelijk was. Dat vertellen gebeurde na het werk, ’s avonds bij het haardvuur of ook wel overdag door de vrouwen bij hun spinningen. De verhalen die verteld werden gingen vaak over de onbegrijpelijke buitenwereld, gingen over duivels, heksen, spoken, geesten. Door erover te vertellen probeerden ze het begrijpelijk te maken, er vat op te krijgen, hun angsten weg te vertellen.
Geloofden men aan die spookverhalen? Ja en nee. Diep van binnen wisten ze dat er meer was tussen hemel en aarde, dat er bovennatuurlijke dingen gebeurden. Dat de verhalen die verteld werden best waar zouden kunnen zijn. Maar dat hoefde nog niet te betekenen dat elk verhaal op zich waar was en echt gebeurd. Zij wisten ook wel dat er veel verzonnen werd…
In deze lezing vertel ik aan de hand van een 30-tal dia's over deze verhalen. Net als vroeger passeren duivels, heksen, spoken, vuurgeesten, witte vrouwen en aardmannetjes de revue. Maar, anders dan destijds, hebben wij die niet meer nodig om de onbegrijpelijke, gevaarlijke en vijandige buitenwereld te verklaren. Alhoewel?