"De wereld van ons gevoel bevindt zich in een andere tijdzone dan die van onze kennis.”
In Kunst.Zinnig maken de kinderen kennis met de artistieke disciplines MUZIEK, BEELD, DANS en DRAMA. Deze artistieke talen zijn de talen waarmee we aan de slag gaan. We doen dat niet om hen muzikant, beeldend kunstenaar, danser of acteur te maken. We bieden hen echter wel de mogelijkheden om zich in een kunstzinnige taal uit te drukken, een taal die ze niet perfect moeten beheersen, maar waarin ze stotterend en zoekend aan de slag kunnen.
In de ‘Uitgangspunten’ bij de eindtermen lees je het volgende: “Ondanks het principe van de ondeelbaarheid van het muzische, als een geheel vervat in het groei- en leerproces, zijn de eindtermen ingedeeld in afzonderlijke domeinen.”
Het blijft dus belangrijk om de eigenheid van elke kunstzinnige taal te kennen. Hierbij verwijzen we naar Kunst.Zinnig Doel 4. “Net als een kunstenaar ben ik erop gericht om steeds beter te worden in hoe en wat ik verzin, speel en maak, want dan kan ik ook steeds gemakkelijker en duidelijker uitdrukken wat ik zie, hoor, ruik, proef, voel en denk.”
Om ‘beter’ te kunnen worden, is het noodzakelijk te weten wat ‘eigen’ of ‘kenmerkend’ is aan die artistieke discipline. We spreken hier over de bouwstenen, de basiselementen van elke kunstdiscipline.
In ZILL, het leerplan van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, klinkt dat zo: “Muzische bouwstenen zijn de basiselementen die de kunstenaar hanteert om de audiovisuele media of een muzische taal te doen spreken, om ze zeggingskracht te geven; de woordenschat en de grammatica van de kunstdisciplines die helpen om creatief en expressief vorm te geven aan een boodschap, een ervaring, een situatie.”
Voor onderstaande opsomming van de bouwstenen van elk domein werden we geïnspireerd door het leerplan ZILL - en het boek ZEPPELIN, didactiek voor muzische vorming van Koen Crul.
BEELD: vorm – kleur – licht – lijn – ruimte – textuur – compositie
MUZIEK: klankkleur – ritme – melodie – tempo – dynamiek – structuur/vorm – samenklank
DRAMA: rol – handeling en taal – structuur – tijd – ruimte – samenspel
DANS: tijd – structuur – kracht – vorm – ruimte – relatie