Je kijkt liefdevol naar de delen van jezelf die nog bescherming zoeken.
Je leert begrijpen in plaats van veroordelen.
“Ik erken mijn pijn en mijn kracht. Wat ooit nodig was, mag nu verzachten.”
Sluit je ogen en adem naar je hart.
Visualiseer jezelf als kind op een veilige plek.
Kijk dit kind aan met warmte.
Zeg: “Je hoeft het niet meer alleen te dragen. Ik ben er nu.”
Adem rust in, spanning uit.
Zie een cocon van zacht licht om je heen.
In dit licht transformeren oude reflexen — vechten, vluchten, pleasen — naar innerlijke kracht.
Voel hoe je steviger wordt, maar zachter in je hart.
“Ik beweeg vrij. Mijn verleden mag rusten.”
In welke situaties reageer ik automatisch?
Welke overtuiging hoort bij die reactie?
Wat heb ik nodig om mezelf nu veilig te voelen?
Doel:
Zicht krijgen op waar oude pijn je nog vasthoudt. Trauma is vaak niet wat er gebeurd is, maar wat er in jou is blijven steken.
Reflectievragen:
Wanneer voel ik me snel bedreigd, gekwetst of afgewezen?
Hoe reageer ik in zulke momenten – vecht ik, vlucht ik, bevries ik of probeer ik te pleasen?
Wat heeft deze reactie ooit voor mij gedaan?
Oefening – Het Verleden Ontmoeten:
Sluit je ogen en roep een situatie op waarin je spanning voelde.
Merk op wat er gebeurt in je lichaam.
Vraag liefdevol: “Wat heb jij toen nodig gehad?”
Adem diep in en uit, en geef jezelf nu die zorg.
Inzichten:
Zelfinzicht vraagt ook om zelfheling. Door te zien waarom je reageert zoals je doet, ontstaat compassie – en dat opent de deur naar vrijheid.
Doel:
Vanuit bewustwording groeit vertrouwen. Zelfinzicht laat zien waar jouw natuurlijke energie stroomt.
Reflectievragen:
Wat gaat mij van nature goed af?
Waar krijg ik energie van?
Wanneer voel ik me levendig en verbonden?
Oefening – De Gouden Draad:
Denk terug aan drie momenten waarop je trots of vervuld was.
Wat deed je toen?
Wat zeggen deze momenten over jouw kwaliteiten en talenten?
Inzichten:
Jouw kracht ligt vaak in wat je als vanzelf doet. Door je talent te herkennen, kun je het bewust inzetten – niet om te bewijzen, maar om te dienen en verbinden.
Doel:
Zelfinzicht krijgt betekenis wanneer het tot uitdrukking komt in het dagelijks leven.
Reflectievragen:
Welke gewoonte of gedachte wil ik loslaten?
Wat wil ik anders doen in mijn relaties of werk?
Wat betekent het om mezelf trouw te blijven?
Oefening – Kleine Daden van Bewustzijn:
Kies één nieuw inzicht dat je wilt belichamen.
Vertaal het naar een kleine dagelijkse actie.
Bijvoorbeeld: “Ik wil mezelf meer ruimte geven” → elke ochtend 5 minuten stilte nemen.
Herhaal dit 21 dagen.
Inzichten:
Verandering ontstaat in kleine bewuste stappen. Door consequent te oefenen, verschuif je van overleven naar leven.
Doel:
Vanuit zelfinzicht ontstaat natuurlijke verbinding – met anderen, met de wereld en met het leven zelf.
Reflectievragen:
Hoe kan ik mijn talent inzetten voor iets groters dan mezelf?
Waar wil ik liefde, creativiteit of aandacht laten stromen?
Wat betekent het voor mij om bij te dragen?
Oefening – Zelfstandige Creatie:
Maak iets wat jouw innerlijke groei weerspiegelt: een tekening, tekst, lied, gebaar of ritueel.
Deel het (met iemand, in een groep, of symbolisch met de wereld).
Voel hoe expressie je dichter bij jezelf brengt.
Inzichten:
Zelfinzicht mondt uit in creatie. Wanneer je je niet langer laat leiden door angst of reflexen, komt je scheppende kracht vrij – dat is Lekker Leren Leven.
De reis van zelfinzicht eindigt nooit; het is een levenshouding.
Je leert telkens opnieuw luisteren, loslaten, vernieuwen.
Essentie:
“Zelfinzicht is thuiskomen in jezelf.
Wanneer je thuis bent, kun je de wereld weer met open armen ontvangen.”
Loslaten en landen – ruimte maken voor jezelf.
Zelfonderzoek – gevoelens, gedachten en gedrag verkennen.
Trauma herkennen – oude reflexen begrijpen en verzachten.
Kracht en talent ontdekken – je natuurlijke energie aanspreken.
In beweging komen – bewust handelen vanuit nieuwe inzichten.
Verbinding en creatie – liefdevol en scheppend aanwezig zijn.
“Laat los, ga naar binnen naar de kern van je bestaan.”
“Wat zijn jouw gevoelens?”
“Wat zijn jouw gedachten?”
“Wat zijn kenmerken van jouw persoonlijkheid?”
“Wat zijn kenmerken van jouw gedrag?”
“Wat zijn nu jouw persoonlijke behoeften?”
“Wat zijn nu jouw persoonlijke wensen?”
“Wat is jouw kracht?” / “Wat is jouw talent?”