De huizen en dorpen van de Vikingtijd verschilden natuurlijk per streek, vooral in de gebruikte bouwmaterialen. Het typische huis van de Vikingen is een langgerekt min of meer rechthoekig huis, ook wel ‘langhuis’ genaamd. Het bestaat uit één kamer van meestal 10 tot 12 meter lang. De wanden zijn vaak iets naar binnen gebogen, zodat het een beetje op een schip lijkt. De huizen waren half ingegraven, zodat het schuine dak bijna tot op de grond kwam. De wanden waren gemaakt van takken met leem ertussen, de daken bedekt met riet of gras.
Deze huizen stonden meestal in een groepje bij elkaar. Soms, zoals in Noorwegen en IJsland, vormde zo’n groepje boerderijen een gemeenschap. In Denemarken en Zweden waren er grotere dorpen. Soms lagen de huizen binnen een cirkel en op een verhoging, die door een ronde wal werd beschermd. Forten als deze gaan waarschijnlijk terug op de opstelling die Vikingen gewend waren te maken in het buitenland, als ze hun tenten opsloegen. In de Deense plaatsen Fyrkat en Trelleborg zijn dit soort ronde forten nog te zien.
In een langhuis woonde een gezin met familieleden, slaven en dieren. Grote families breidden hun huizen steeds uit met aanbouwsels en bijgebouwen: schuren, opslagplaatsen, soms de keuken, het toilet en zelfs een stoombad, voorloper van de nu in Scandinavië zo gebruikelijke sauna’s. Het woonvertrek was warm en donker vanwege de dikke muren. Pas in de late Vikingtijd werden kleine ramen in de muren uitgespaard.
In het dak zaten twee gaten voor de trek van de rook van het open vuur, waarmee het huis werd verwarmd en verlicht en waarop werd gekookt. Zo’n stookplaats bestond uit een holte in een strook aangestampte grond middenin het huis, omgeven door een cirkel van stenen. Langs de muren liepen verhogingen van aardewerk, zo’n anderhalve meter breed, die als zit- en ligbanken werden gebruikt. Eventuele bedden werden voor de nacht geplaatst en overdag langs de wanden opgeborgen.
uit: https://www.rmo.nl/onderwijs/alle-groepen/projectweekpakket-vikingen/