De Vikingen stonden bekend om hun goede schepen. Het bekendste Vikingschip is het langschip (drakkar), een oorlogsschip dat in de achtste eeuw in Scandinavië is geperfectioneerd. Het was laag genoeg aan de zijkanten om te worden geroeid, breed genoeg om stabiel te kunnen zeilen en licht genoeg om door de bemanning op het strand getrokken te worden, of een stuk over land te transporteren (op rollers).
De snelheid die een Vikingschip kon bereiken, varieert van circa 6 knopen (ca 11 km per uur) als er geroeid werd en 3 tot 7 knopen als er gezeild werd, tot wel 15 knopen (ca 28 km per uur) als het nodig was. De snelle, wendbare schepen hebben ook de tactiek van de Vikingen mogelijk gemaakt, namelijk de verrassingsaanval. De schepen verschenen inderdaad plotseling aan de horizon en waren ook bliksemsnel weer vertrokken.
Het ‘drakenschip’ is typisch voor het beeld dat de bewoners van onze streken van de Vikingen hadden. Zij kenden de Noormannen niet in hun thuissituatie en nauwelijks als kolonisten; elke Viking die zij zagen, hoorde bij een schip. Bij de Scandinaviërs zelf was het schip zeer geliefd. Schepen zijn ingekrast teruggevonden in allerlei stukken hout, leisteen en in botten. Ook in de verhalen komen schepen vaak voor.
De bouw van elk schip was een lang proces. Eerst moest het hout worden uitgekozen, waarvoor een dicht begroeid bos met hoge rechte stammen nodig was. De bomen werden meestal door de hoofdscheepsbouwer persoonlijk uitgekozen in het woud. Het geselecteerde hout moest daarna drogen en de buitenste laag werd eraf gehaald. Daarna werd het hout gekliefd, gezaagd en vaak langzaam in de juiste vorm gebogen. Het duurde jaren om een schip te bouwen.
Het oorlogsschip of ‘draak’ is maar één van de types schepen die Vikingen hadden. In het Vikingschepenmuseum in Roskilde (Denemarken) zijn diverse Vikingschepen bij elkaar te zien. Ze zijn gevonden in de fjord boven Roskilde, ter hoogte van het plaatsje Skudelev. Daar zijn in 1962 al vijf Vikingschepen opgegraven. Ze lagen deels over elkaar heen en vormden zo, met stenen gevuld, een dam in de fjord. Die stamt uit het begin van de elfde eeuw en was bedoeld om diepgaande schepen van vijanden en zeerovers te beletten de stad Roskilde te bereiken. De vijf schepen behoren toevallig elk tot een ander type, met een eigen functie. Twee zijn vrij lange, smalle oorlogsschepen (langschepen, drakkar of dreki genoemd), van het soort dat de aanvallen op de Nederlandse gebieden heeft uitgevoerd. Het grootste langschip was oorspronkelijk ongeveer 30 meter lang en 4,5 meter breed, met een diepgang van slechts een meter. Het had circa 150 m² zeiloppervlak en er was een bemanning van 60 tot 100 man voor nodig. Twee van de andere schepen, een groot en een klein, zijn handelsschepen, een type dat knorr wordt genoemd. Beide zijn veel breder dan een oorlogsschip en hebben daardoor een heel ander aanzien. Het vijfde schip is een veer- of vissersboot van 12 x 2,5 meter. Onderzoek van het scheepshout heeft uitgewezen dat het niet alleen verschillende types schepen zijn, maar dat ze ook in verschillende delen van de Vikingwereld zijn gemaakt. Het grote handelsschip en de veerboot zijn gemaakt van hout uit Noorwegen. Het kleine oorlogsschip en het kleine handelsschip zijn van Deens hout gemaakt. Het vijfde schip, het grote oorlogsschip, moet in Ierland gemaakt zijn.
uit: https://www.rmo.nl/onderwijs/alle-groepen/projectweekpakket-vikingen/