De Vikingen dachten de wereld uit 3 delen bestond:
Asgard (de wereld van de goden, een soort hemel dus)
Midgard (de mensenwereld)
Niflheim (het domein van de dood, een soort hel dus)
De Vikingen kenden vele goden. Ze woonden, zo geloofden ze, in Asgard. De goden hadden allemaal hun eigen persoonlijkheid zoals mensen. De bekendste zijn:
Dit is de oppergod en de god van de oorlog, dichtkunst, wijsheid en kennis. Odin wordt ook wel Wodan genoemd. Odin woonde in zijn groot paleis, "Valholl" of "Walhalla" genoemd. Odin stond als onbetrouwbaar te boek. Hij reed op "Sleipnir", een paard met acht benen. Hij werd vergezeld door vier raven "Hugin" (verstand) en "Mugin" (geheugen), die voor hem de wereld rondvlogen om nieuws te verzamelen. Odin had veel bovennatuurlijke krachten. Hij kon bijvoorbeeld mensen doof maken of mensen bevriezen. Hij had ook een speer die bepaalde wie de oorlogen won en hoe het afliep.
Zoon van Odin en god van de donder en bliksem. Hij was een vriendelijke god en was voorspelbaarder dan Odin. Daarom werd hij door de Vikingen meer vereerd. Thor was een goede krijger. De Vikingen geloofden dat de bliksem en de donder door Thor veroorzaakt werden. De bliksem werd veroorzaakt als Thor met zijn hamer smeet en de donderslagen waren de ratelende wielen van zijn strijdwagen. Veel Vikingen droegen een hamer als talisman.
Zij was de godin van de voorspoed en de vruchtbaarheid.
Hij was de god van de wraak.
Uit: https://web-jack.nl/Public/Webpaden/Geschiedenis/Vikingen/vikingen_6a.pdf