Vastentijd

De Vasten- of veertigdagentijd loopt van Aswoensdag tot Paaszondag. Eigenlijk telt deze periode 46 dagen, maar de zondagen – als zijnde dagen waarop de verrijzenis van Christus wordt gevierd – worden niet meegerekend. Veertig is vanouds het getal van inkeer en voorbereiding. De Israëlieten zwierven veertig jaar door de woestijn, vóór ze het beloofde land binnen gingen. En Christus trok zich veertig dagen terug in de woestijn, voordat Hij aan zijn openbare leven begon.

De Veertigdagentijd is een tijd van voorbereiding op het hoogfeest van Pasen. Dat vraagt om inkeer en bezinning, om geestelijke concentratie op de grote geheimen van het geloof. Verschillende vormen van onthouding kunnen helpen die concentratie te vergroten. Bovendien wordt daarmee ook solidariteit tot uitdrukking gebracht met hen die gebukt gaan onder de zwaarte van het leven en indachtig het woord in Mt. 11, 28. De Veertigdagentijd is een tijd dat men zich meer dan anders wijdt aan werken van christelijke naastenliefde en met meer toeleg het Woord van God leest.

In de liturgie wordt tijdens de Veertigdagentijd niet het Alleluja gezegd of gezongen. De liturgische kleur is paars, de kleur van bezinning, boete en bekering.