Liturgische kleuren
Liturgische kleuren
Liturgische kleuren komen in verschillende vormen terug. Veel gemeenten gebruiken tafel- en kanselkleden ‘antependia’, een kleed voor de lessenaar, of leeslinten in de Bijbel in de liturgische kleuren. In sommige kerken kleuren de lichtspotjes aan de muur de hele ruimte in de liturgische kleur van dat moment. Ook zien we de kleuren terug op de stola van de voorganger.
🟥Rood symboliseert het bloed van de martelaren en het vuur van de heilige Geest. Een priester draagt rood op Palmzondag, Pinksteren en de gedachtenissen van martelaren die een marteldood gestorven zijn. Ook de kardinalen dragen rood, als teken dat ze als prinsen der Kerk bereid zijn desnoods voor het geloof hun leven te geven.
Tijdens de uitvaart van een paus dragen priesters ook rood vanwege een oud Byzantijns gebruik. Sinds 1969 wordt rood ook op Goede vrijdag gedragen als symbool van het vergoten bloed van Jezus Christus bij zijn lijden en sterven.
🟪Paars wordt gebruikt tijdens de advent en de vastentijd en op andere boete- en voorbereidingsdagen. Bij uitvaarten komt paars ook steeds vaker voor in plaats van zwart. Paars staat symbool voor boete, inkeer en voorbereiding. De kleur kan gezien worden als zwart waar licht doorheen gloort.
🟩Groen. Omdat groen voor alle dagen waarop er geen bijzondere gedachtenis of feestdag is gebruikt wordt, is het de vaakst voorkomende liturgische kleur. Groen staat voor hoop en hoop op het eeuwig leven. In de liturgie wordt groen gezien als de kleur van het toeleven naar de eerstvolgende feestdag of gedachtenis.
⬜Wit is de liturgische feestkleur en wordt gebruikt bij hoogfeesten van Christus, in de kerst- en paastijd en op feesten van de heilige maagd Maria. Behalve wit zijn zilveren en goudkleurige gewaden ook toegestaan. Wit staat voor zuiverheid, reinheid en onschuld.
Roze is een bijzondere liturgische kleur omdat hij maar op twee dagen per jaar gedragen wordt: de derde zondag van de adventstijd (Gaudete) en de vierde zondag van de veertigdagentijd (Laetare). Die dagen zijn roze omdat het wit van Pasen en Kerstmis door het paars van de veertigdagentijd of de adventstijd schijnt. Roze is geen verplichte liturgische kleur. Veel kerken hebben daarom geen roze gewaden; in plaats daarvan wordt paars gebruikt.
⬛Zwart. Tot 1969 droegen priesters zwart op Allerzielen, Goede Vrijdag en bij begrafenissen. Op Goede Vrijdag draagt een priester nu rood; op Allerzielen en bij uitvaarten mag hij ook paars dragen. Zwart is de liturgische rouwkleur en staat voor verdriet en leegheid.