Dit artikel verscheen in het najaarsnummer, oktober 2024, van Hoogst Merkwaardig (jaargang 30 nummer 2)
In het vorige nummer van Hoogst Merkwaardig las u over de ontdekking van het feuilleton Vier Vreemde Vrienden in Humoradio van de Belgische uitgeverij Dupuis. Het was na bijna 70 jaar in de vergetelheid geraakt. Vergelijkend onderzoek wees uit dat er nogal wat veranderd was aan het origineel. Het lijkt erop dat er nu een antwoord is op de vraag naar het waarom van veel van die tekstaanpassingen: Havank heeft in Vier vreemde vrienden gevoelige thema’s aangeroerd.
Wat er voor Vlamingen overbleef van pagina 78 van 'Vier vreemde vrienden' (Boek van de Maand, 1950)
Uitgeverij Dupuis begon in 1898 als drukkerijtje in het Waalse Marcinelle. De eerste uitga-ven waren parochieblaadjes en Franstalige tijdschriften. In 1936 verscheen Humoradio als Nederlandstalige versie van het Waalse radioprogrammaweekblad Moustique . Niet veel later verschenen het striptijdschrift Robbedoes en stripalbums over de vermaarde Guust Flater. In 1958 werd Humoradio omgedoopt tot Humo .
Behalve de radioprogrammering bevatte Humoradio sappige teksten over filmsterren en sportvedettes en sterke verhalen over opzienbarende moordzaken. Voor de humor zorg-den cartoons en moppenrubrieken. Daarnaast stonden er korte verhalen en feuilletons in, onder meer van Edgar Wallace, Leslie Charteris en Havank . Het vervolgverhaal Vier vreemde vrienden verscheen in de loop van 1955.
Een eerste verkenning wees al uit dat er veel tekst uit het boek geschrapt was. Vooral de kenmerkende Havankiaanse wijdlopigheid en lolbroekerij waren het slachtoffer. Fouten zijn verbeterd (en nieuwe fouten ontstonden). Onduidelijke of al te Nederlandse verwijzingen werden geschrapt. Nu brengt een nauwkeurige woord voor woord vergelijking met de oorspronkelijke tekst aan het licht dat deze uitgave zeer omzichtig omsprong met een drietal gevoelige onderwerpen. Bij elk daarvan geef ik drie voorbeelden.
Taal speelt in België een belangrijke rol. Voor het Engels is weinig plaats. Daarom zijn tussenwerpsels als ‘By the way’, ‘Damn, boy’, en ‘How thrilling’ geschrapt. Verder is het bij onze Zuiderburen óf Nederlands óf Frans. Een Vlaming spreekt niet graag Frans. Een Waal laat nooit vrijwillig merken dat hij de Nederlandse taal machtig is.
• Dus… in ons Vlaamse vervolgverhaal staan niet al te veel Franse woorden. Een keertje ‘petite Parisienne’ als het over Manon gaat, of ‘Enchantée’ bij een kennismaking, dat kan nog net;
• Maar een in het Frans uitgesproken verzuchting van de Schaduw is voor het gemak toch maar in zijn geheel weggelaten;
Doorgestreept is niet voor Vlaamse ogen. Vlamingen doen niet aan Frans.
• Tot overmaat van ramp verkondigt Havank dat de Schaduw ‘…een hartstochtelijk bewonderaar was en minnaar van zijn kostelijke moedertaal…’ en dat ‘Tout ce qui n’est pas clair, n’est pas français.’ Dat soort praatjes… nee, daar maak je geen vrienden mee in Vlaanderen. Schrappen!
De Franse taal wordt hier niet bewonderd, en al helemaal niet hartstochtelijk!
Zoek de verschillen!
Havank had een moeizame relatie met het katholicisme. Een kort verblijf op een seminarie, een vroeg afscheid van het geloof, een late terugkeer naar de Kerk… Het leidde in zijn boeken tot vele badinerende opmerkingen over serieuze religieuze zaken. Maar de katholieke uitgeversfamilie Dupuis ‘…was godvruchtig en zorgde ervoor dat ze niemand tegen de borst stuitte’ .
Een seminarie-professor is natuurlijk niet neerbuigend, vergrijsd en illusieloos.
Men wilde de Vlaamse Havanklezer beschermen tegen al te grappige teksten over de Heilige Moederkerk. En de uitgeverij wilde zichzelf allicht beschermen tegen boze brieven en opzeggingen van in hun geloof gekwetste abonnees.
• Een opmerking over over een hotel dat ‘zo bevolkt is als een kerk op Maandag’ is te jolig en verdwijnt;
• Een ‘pelgrimsstoet’ wordt in het feuilleton wat minder beladen: ‘een groep achtervolgers’;
• En een Monseigneur is niet ‘uit vissen’, maar gewoon ‘niet thuis’. Monseigneurs zijn geen gewone mensen; monseigneurs gaan niet uit vissen!
De Révérende Mère wordt van haar - inderdaad opvallende - lichamelijke kenmerken ontdaan.
De lezer van Humoradio verdiende bescherming tegen al te opwindende teksten. Hij zou eens op zondige gedachten gebracht worden. Nu staat Havank niet bekend om zijn erotische praatjes; toch hebben een paar passages de Humoradio-redacteur tot ingrijpen aangezet.
• Dat Silvère beseft dat Lady Emma ‘in haar jeugd een betoverend mooie vrouw moet zijn geweest’ mocht de Vlaamse lezer niet weten; zo hoort men kennelijk niet over een Lady te denken;
• Een ‘belaagde legendarische maagd’ werd een neutrale ‘ontvoerde vrouw’. De overweging dat de gevangene waarschijnlijk ‘even weinig legendarisch als maagd’ was, kon daardoor gelukkig ook verdwijnen. Maagden die geen maagd blijken te zijn, dat brengt een zedige Vlaming in de war;
• In een merkwaardige episode ontmoet de Schaduw een armoedig gekleed ‘zigeunerinnetje’. Al vlot stelt hij vast dat ‘die vale vodden een gracieuse gestalte omhulden’. Allemaal prima, dat mag nog. Maar vervolgens staat de Schaduw haar schaamteloos met zijn ogen uit te kleden: hij overweegt dat ‘het de moeite waard moest zijn die gestalte zonder al die emballage te mogen beschouwen’. En hij fantaseert gretig verder over haar ‘olijfkleurige huid, haar grote donkere ogen’ en later ook nog over haar ‘zo welgevormde benen’. Al deze fantasieën zijn verwijderd. Een brave Vlaming gaat er maar raar van dromen…
Fantasieën van de Schaduw, maar... niet voor de Vlaamse lezertjes!
Het is betreurenswaardig dat de oorspronkelijke tekst — waarschijnlijk ter wille van de ruimte — is ingekort en dat bloemrijke uitweidingen en lollige stukjes zijn geschrapt. Voor het verhaal zijn die fragmenten niet essentieel, voor de ware Havankiaanse leesbeleving wel!
Daarnaast heeft Uitgeverij Dupuis passages rond de Taal, de Kerk en de Vrouw geschrapt of aangepast. Het zijn gevoelige thema’s waar je in de jaren vijftig in België behoedzaam mee om moest gaan. Natuurlijk, een tijdschrift moet zuinig zijn op zijn betalende abonnees. Helaas… samen met deze passages verdween er veel Havank uit deze Havank!
We blijven vragen houden. We weten niet wie in de tekst heeft ingegrepen en wie die curieuze tekeningen maakte. Heeft Havank van deze publicatie geweten, heeft hij er iets aan verdiend? Wat zou hij eigenlijk van deze ‘Vier verminkte vrienden’ gevonden hebben? Wij weten het niet, maar we hebben zo onze vermoedens…