Iets kunnen ontkennen is natuurlijk fantastisch. Ik heb mijn huiswerk niet gemaakt, ik snap het niet, of ik heb geen drie broers. Hieronder vind je een kort stappenplan voor het toepassen van de ontkenning in een Franse zin. Dit hoofdstuk leer je alleen de ontkenning niet en geen.
Belangrijke regel: de ontkenning bestaat altijd uit minimaal 2 woorden, ne ... pas. Die woorden zet je direct om de persoonvorm in de zin heen. Hier komen geen woorden tussen.
Zoek de persoonsvorm in de zin en onderstreep deze.
Zet ne voor de persoonsvorm en pas erachter.
Je hebt nu een ontkennende zin gemaakt.
Voorbeeld: Je joue au foot. Je ne joue pas au foot.
Uitzondering: Begint de persoonsvorm met een klinker Dan gebruik je geen ne ... pas maar n' ... pas.
Een ontkenning kan ook een antwoord zijn op een vraag. Bijvoorbeeld: heb jij je huiswerk gemaakt? Nee, ik heb mijn huiswerk niet gemaakt.
Wanneer je antwoord geeft op een vraag, verandert het onderwerp van de zin.
Voorbeeld: Tu joues au foot? Non je ne joue pas au foot.
Als je iets wilt ontkennen, kun je de volgende ontkenningen gebruiken:
ne ... pas niet
ne ... plus niet meer
ne ... jamais nooit
ne ... pas encore nog niet
ne ... rien niets
ne ... personne niemand
In het Frans kun je op drie verschillende manieren een vraagzin formuleren.
De meeste gebruikte manier is door een vraagteken achter de zin te zetten.
Tu as un frère. Tu as un frère?
'Est-ce que' vooraan de zin zetten en een vraagteken achter de zin.
Deze manier wordt het meest gebruikt door de Fransen. Dat komt omdat deze manier een vraagzin makkelijk te herkennen maakt. Hoor je 'est-ce que'? Dan weet je dus dat er een vraag wordt gesteld.
Deze manier van formuleren wordt ook gebruikt wanneer je op beleefde wijze een vraag wilt stellen.
Tu as un frère. Est-ce que tu as un frère?
Let op:
Als e zin begint met een klinker (e, a, o, u, i) of een h, dan heb je last van een klinkerbotsing. Je gebruikt dan geen <est-ce que> maar <est-ce qu'>.
Elle a un frère. Est-ce qu'elle a un frère?