Je leert het werkwoord 'avoir' te vervoegen.
Je leert de persoonlijke voornaamwoorden.
Je leert de lidwoorden
Je leert iets over jezelf te vertellen.
In het Nederlands kennen we de lidwoorden de, het en een. Deze lidwoorden delen, officieel, in twee groepen: bepaalde en onbepaalde lidwoorden. Bepaalde lidwoorden zijn de en het. Het onbepaald lidwoord in het Nederlands is een. Bij een onbepaald lidwoord maakt het niet uit of alle details duidelijk zijn. Als je het bijvoorbeeld hebt over een fiets, dan weet je alleen dat het over een fiets gaat. Een stuk metaal met banden. De kleur, leeftijd en verdere details zijn niet nodig. Bij een bepaald lidwoord praat je specifieker over een voorwerp.
Een lidwoord staat voor een zelfstandig naamwoord. Het geeft aan of een woord mannelijk of vrouwelijk is. In het Nederlands (en andere Germaanse talen) bestaat er ook nog onzijdig. In het Frans (en andere Romaanse talen) bestaat dit niet.
De lidwoorden in het Frans hebben dus de functie dat ze aangeven of een woord mannelijk, vrouwelijk of meervoud is.
Le = mannelijk
La = vrouwelijk
Les = meervoud
l' = deze vorm is een soort afkorting van le of la. Je gebruikt dit lidwoord als het zelfstandig naamwoord begint met een klinker, bijvoorbeeld l'ami (de vriend)
Om te oefenen.
In de vocabulaire, de woordenlijst, staat bij ieder woord le of la. Zo weet je dus altijd bij geleerde woorden of ze mannelijk of vrouwelijk zijn. Vind je het lastig om de lidwoorden bij de woorden te leren? Schrijf ze eens op in categorieën. Een lijst met de mannelijke woorden en een lijst met de vrouwelijke woorden. Leer vervolgens om de beurt de mannelijke woorden en de vrouwelijke woorden.
Het werkwoord avoir betekent hebben. Het is een onregelmatig werkwoord, dat betekent dat je het niet volgens de 'normale regels' vervoegt. Avoir is een van de meest gebruikte werkwoorden in het Frans, leer het dus goed uit je hoofd!
Het persoonlijk voornaamwoord is een rijtje met woorden die een persoon aanduiden. Ik, jij, hij, zij, men, wij, jullie, u en zij (meervoud). Je kent de vast wel. Dit rijtje woorden moet je uit je hoofd leren, want je hebt ze super veel nodig!
Hieronder staat het rijtje, met wat uitleg erbij.
Je = ik
Tu = jij
il = hij
elle = zij
on = Dit woord kan men of wij betekenen. 'Men' gebruik je wanneer je het over een groep mensen in het algemeen hebt. 'On dit qu'il fait beau aujourd'hui.'. Het maakt niet uit of het duidelijk
Je kunt on als wij gebruiken in een informele situatie, bijvoorbeeld als je tegen je vrienden praat. 'On va au cinéma?'
Nous = wij
Vous = jullie / u. Dit woord betekent jullie, maar je gebruikt het ook in formele (nette) situaties.
Ils = zij deze vorm gebruik je wanneer je het hebt over meerdere personen. Deze personen mogen vrouwelijk en mannelijk zijn, of alleen mannelijk.
Elles = zij deze vorm gebruik je wanneer je het hebt over meerdere personen. Deze personen mogen alleen vrouwelijk zijn.
Om te oefenen.
Probeer eens om beide stukjes grammatica te combineren:
Verzin met iedere vorm van het werkwoord 'avoir' een korte zin. Haal hiervoor woorden uit je woordenlijst. Probeer de zinnen te schrijven over jou en de directe omgeving. Zo leer je de werkwoordvormen sneller uit je hoofd en maak je leren leuk!