Het aanwijzend voornaamwoord gebruik je om, zoals de naam al verklapt, iets aan te wijzen. In het Nederlands gebruiken we hiervoor de woorden deze, die en dat.
In het Frans heb je 4 aanwijzende voornaamwoorden. Je weet welke je moet gebruiken door te kijken of een woord mannelijk enkelvoud, vrouwelijk enkelvoud, meervoud is of begint met een klinker of een h.
Ce = mannelijk enkelvoud. Le garçon, ce garçon. Le stylo, ce stylo etc.
Cette = vrouwelijk enkelvoud La fille, cette fille. La table, cette table
Ces = meervoud Les garçons, ces garcóns. Les filles, ces filles
Cet = mannelijk woord met klinker of H L'hôtel, cet hôtel. L'ami, cet ami.
LET OP: Je gebruikt cet alleen wanneer het zelfstandig naamwoord mannelijk is en begint met een klinker. Alleen in die vorm is er sprake van een klinkerbotsing.
Tot nu toe moet je de volgende onregelmatige werkwoorden kennen:
être (zijn)
avoir (hebben)
aller (gaan)
faire (doen/maken)
Dit hoofdstuk komt daar het werkwoord 'vouloir' bij. Dit werkwoord betekent willen. Daarnaast leer je het werkwoord 'pouvoir', wat kunnen betekent.