Dyslexie voor ouders, leerkrachten en begeleiders
Cognitieve en sociaal emotionele ontwikkeling en gevolgen
en hoe dit op te lossen.
Cognitieve en sociaal emotionele ontwikkeling en gevolgen
en hoe dit op te lossen.
Inleiding
Kinderen met dyslexie met dyslexie kunnen goed leren.
Alleen zit dyslexie hun leervermogen in de weg. Dit kan grote en negatieve gevolgen hebben voor niet alleen hun cognitieve, maar ook sociaal-emotionele ontwikkeling.
Vanaf groep 3 ervaren deze kinderen dat ze geen eigen controle kunnen krijgen over symbolen, hoe hard ze ook hun best doen. Dit betekent dat de ontwikkeling van het technisch en begrijpend lezen moeizaam op gang komt. Daarnaast start in die tijd faalangst die pas later tot uiting komt. Leren, lezen en zelfs naar school gaan wordt iets waar ze tegenop gaan zien. Ze voelen zich anders dat de andere kinderen. Dit uit zich meestal niet in de klas maar thuis. Huil- of driftbuien, niet goed kunnen slapen, buikpijn, hoofdpijn en soms lang bedplassen zijn signalen hiervan. Een laag zelfbeeld, demotivatie, verlies van een natuurlijke, grote leergierigheid en weinig zelfvertrouwen kunnen zij tot laat in hun volwassenheid met zich meedragen.
Intelligentie
Kinderen met dyslexie hebben een gemiddeld, hoog of zelfs begaafd IQ. Ons onderwijssysteem is gebaseerd op het leren via schrift voor zowel taal als rekenen. En dat is niet de sterkste kant van een dyslecticus. Hierdoor raken veel kinderen met dyslexie gefrustreerd en onzeker. De vaak hoge leerpotentie waarover ze beschikken komt vaak niet tot uiting in AVI- en Citotoetsen.
De vraag is dan ook: hoe kunnen wij - ouders, leerkrachten en begeleiders - deze kinderen helpen?
Andere manier van leren
Belangrijkste eerste stap is het inzicht - of aanname - dat deze kinderen op een andere manier leren. Ze zijn zogeheten 'visual spatial learers' (uit: 'Right-brained children in a left-brained world - Jeffrey Freed & Laurie Persons. Uitgeverij Garant Antwerpen/Apeldoorn)
Dat wil zeggen dat ze alles wat visueel wordt aangeboden zonder enige moeite kunnen waarnemen, opslaan en weergeven. Bijvoorbeeld: een kind met dyslexie kijkt een documentaire en kan precies vertellen waar deze over ging. Een documentaire laat beeld zien en geluid horen, waarbij geen tekst hoeft worden gelezen.
Concentratie en wegdromen
Wegdromen noemen we in het onderwijs concentratieproblemen. De tweede stap is te realiseren dat we dit in de klas zien als een signaal dat het kind vastzit. In een counseling noemen we dit getriggerd zijn.
Bijvoorbeeld: een kind kan wegdromen omdat het de instructie van de les niet goed kan lezen tijdens het zelfstandig werken. In dat geval kan een leerkacht de afspraak met de leerling maken dat het naar de leerkracht toe mag komen of uitleg door een mede-klasgenootje aan de tafel mag laten doen.
Simultaan denken in plaats van sequentieel denken
Visual- spatial learners denken en leren simultaan. Dat wil zeggen dat ze alle informatie tegelijk voor zich zien in één beeld.
Bijvoorbeeld: een weektaak laat alle taken van de hele week zien. De visual-spatial learner ziet dat in één beeld en blokkeert. Want hij kan geen volgorde aanbrengen in de tijd wat sequentieel is. Een hulpmiddel kan zijn om de dyslectische leerling een kort overzicht te geven over één dag, verdeeld in de ochtend en middagactiviteiten van die dag.
Simultane denkers kunnen snel associëren. Daarmee kunnen ze goed bepaalde problemen snel in kaart brengen en oplossen, of dit nu technische of sociale situaties zijn.
Over aangeboden kennis in de klas kunnen zij door denken, waardoor ze op dat moment niet bij de kern van het onderwerp kunnen blijven.
Om dit op te lossen kan een leerkracht bij de instructie eerst aangeven wat het doel is (geheel) en daarna in details treden. Ook kan de leerkracht terugvragen of deze leering de instructie goed heeft begrepen.
Planning, volgorde en tijd
Simultaan denken betekent ook dat een leerling met dyslexie geen grip heeft op tijd en volgorde van taken. Zo heeft deze leerling tijdens het zelfstandig werken geen idee hoeveel tijd er voorbij gaat, zeker als het vastzit in een opdracht.
Een timer op de tafel geven kan de leerling helpen meer controle over de tijd te krijgen. Of kan een leerkracht tien minuten van tevoren een seintje geven.
Creativiteit
Leerlingen met dyslexie zijn zeer creatief. Niet alleen met tekenen, muziek of ontwerpen, maar ook in het denken.
Een leerkacht kan deze leerlingen betrekken bij creatieve opdrachten en leiding laten geven aan een musical of toneelstuk in de klas.
Hooggevoelig
Dyslectici zijn vaak hooggevoelig en hebben een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Ze voelen bijvoorbeeld welke stemming er heerst. Geluiden of onrust in de klas veroorzaken een slechtere concentratie dan vaak al het geval is. Een goed klasmanagement helpt deze kinderen om zich beter te concentreren, zich veilig te voelen en beter te presteren.
Ook kunnen deze kinderen heftig reageren op fysieke of emotionele gebeurtenissen dan er feitelijk plaatsvinden. Zo kan een kind volledig overstuur raken bij een sneetje in de vinger waar veel bloed bij vloeit. In dat geval is het goed om de reactie van het kind even serieus te nemen om daarna over te gaan tot iets praktisch als een glaasje water drinken.
Praktische handvatten in de klas
Dictee
Ondanks de al behandelde woorden in de klas, maken dyslectische leerlingen veel fouten in hun dictees. Hoewel dit niet gebruikelijk is, kan een oplossing zijn de leerling de woordlijst mee naar huis te geven om thuis te oefenen. De leerling kan dan een beeld van de betekenis van het woord maken en koppelen aan de letters. Het hele woord én het beeld kan deze leerling opslaan in het visuele geheugen (visual-spatial learning). Zo krijgt de leerling meer controle over spelling van het woord.
Bijvoorbeeld: vraag bij het woord 'chauffeur' Wat zie je bij het woord chauffeur? Laat dan vervolgens de leerling een foto maken van de letters van het woord en bij het beeld zetten. Dan het hele woord laten uitspreken terwijl de leerling ook naar het beeld van de betekenis kijkt. Hierbij mag altijd gekeken worden naar het woord als de leerling letters vergeet om uit de overconcentratie te blijven.
Topo
Namen van provincies en hoofdsteden zijn abstracte woorden voor de dyslecticus.
Er verschijnt geen beeld van de betekenis van een naam in zijn hoofd. Om dit op te lossen kan de leerling werken met kleuren en symbolen. De leerling kiest zelf een kleur voor de provincie en bedenkt een symbool voor de hoofdstad. Zo kan hij de woorden beter onthouden en weergeven. Bij de toets geen fouten rekenen voor kleine spelfouten.
Tafels automatiseren
Hoewel dit een onderdeel van rekenen is, hebben veel dyslectici lang moeite om de tafels te automatiseren. Ook hier geldt weer dat tafels abstracte symbolen zijn waarbij geen beeld van de betekenis is. Bijvoorbeeld: 5 x 3 = 15. Er is geen visueel beeld van de hoeveelheden waarmee de verandering plaatsvindt. Voor deze kinderen voelt het veilig als ze de tafelkaart er altijd bij mogen pakken als er gerekend moet worden. Uiteindelijk automatiseren deze leerlingen de tafels wel, zij het later in de tijd dan de bedoeling is.
Klokkijken analoog
Ook het analoog klokkijken komt bij kinderen met dyslexie laat op gang. Dit heeft te maken met de richting waarin de wijzers lopen. Begrippen als links/rechts, voor/over - bijvoorbeeld 10 over 5 en 5 voor 12 zijn abstract voor de visuele leerling. De klok kan hij in één beeld zien waarbij de richting alle kanten op kan gaan, ook al gaan de wijzers altijd één richting op (zie simultaan denken). Een oplossing kan zijn om eerst visueel te maken wat rechts en links is of voor en over, zodat de leerling controle krijgt over de richting van de wijzers van de klok. Daarna kan er een volgende stap genomen worden met de hele en halve uren. Als dit wordt beheerst naar de kwartieren enzovoort.
Redactiesommen
Redactiesommen of verhaal sommen zijn rekenopdrachten waarin de feitelijke sommen verstopt zitten in talige informatie. Een dyslecticus kan door het verkeerd lezen van de tekst een foute rekenopdracht destilleren waardoor hij het verkeerde antwoord geeft, terwijl hij de rekenconcepten goed begrijpt. Een oplossing kan zijn de informatie te laten tekenen in een tekenschriftje (= visueel maken). Bijvoorbeeld: Marijke wil één kilo rijst koken. In de winkel staan pakken rijst van 350 gram. Hoeveel pakken moet Marijke kopen? De leerling kan de pakken rijst tekenen en daar 350 bij ieder pak bij schrijven. Zo kan hij zien en uitrekenen hoeveel pakken er nodig zijn voor één kilo.
Reductieprogramma
Om de druk eraf te halen kan het behulpzaam zijn om een reductieprogramma toe te passen bij spellingsopdrachten. Oefeningen waar woorden in stukjes worden verdeeld werken verwarrend bij dyslectici. Bijvoorbeeld: vul in ge- of ver- bij de volgende oefening. De leerling ziet ----trouwd, ---bouwd, ----zond of --- wacht. Bij deze afgebroken woorden kan hij geen beeld vormen, raakt in de war en gaat gokken. Oefeningen waar het hele woordbeeld in de opdracht staat, kunnen wel worden gedaan
Technische hulpmiddelen
Er zijn veel technische hulpmiddelen op de computer ontwikkeld die een dyslecticus goed kunnen ondersteunen. Bijvoorbeeld: spelling en grammatica controle laten gebruiken bij niet- zaakvakken. Leren typen met een speciaal programma voor dyslectici. Cito's en Doorstroomtoets op de computer laten doen. De opdrachten worden voorgelezen: verschijnen één voor één op het scherm (rustiger visueel beeld) waardoor er meer overzicht is van de opdrachten in tegenstelling tot de papieren versies. Tot slot kan werken op een eigen laptop in de klas ondersteunend zijn.
Begrippen om te onthouden bij dyslectische leerlingen
Dyslectische leerlingen leren anders.
Herhalen van hetzelfde kan frustratie verhogend zijn en de faalangst vergroten.
Leermateriaal visueel maken kan het zelfvertrouwen en de cognitieve prestatie's vergroten.
Opbrengst: dyslectische leerlingen gaan weer met plezier naar school.
En kunnen beter laten zien wat zij cognitief in hun mars hebben.