Opbrengst
Enquête - Onderzoek -Portfolio
Enquête - Onderzoek -Portfolio
Door de mening van de ouders te vragen proberen we de kwaliteit van het aanbod van Dubbelklik te peilen. Dat geeft ons ook de mogelijkheid om de kwaliteit waar nodig en mogelijk te verbeteren. Hieronder één kenmerkende reactie. Alle reacties van de enquête van december en mei 2020 kunt u lezen in de te downloaden documenten op deze pagina.
In juli 2020 heeft Drs. Mariëtte van Nuland-Heijmans onderzoek gedaan onder 258 basisschoolkinderen die een plusklas bezoeken in Noordoost Brabant. Ook de kinderen van Dubbelklik hebben hieraan meegedaan. Zij vroeg de kinderen o.a. om uit 36 onderwijsaanpassingen er 18 te kiezen die zij belangrijk vonden. ( Zie onderzoek. ) De 10 meest gekozen items waren: aantal / %:
197-76%- Bij deze groep heb ik het gevoel dat ik erbij hoor.
193-75%- Vriendjes die mij snappen.
183-71%- Deelnemen aan de plusklas of op een HB school zitten
180-70%- Niet hoeven te wachten tot de hele klas het snapt.
167-65%- Tijd om zelf te werken aan interessante onderwerpen.
167-65%- Een korte uitleg en dan aan het werk gaan.
164-64%- Minder (te) makkelijke opdrachten en meer moeilijke opdrachten.
160-62%- Leren door dingen zelf te ontdekken.
157-61%- Complimenten van de meester of de juf.
154-60%- Ik ken mijn sterke kanten en weet aan welke dingen ik nog moet werken.
Zoals je kunt zien staan van de 5 aanpassingen die direct verwijzen naar deelname aan de plusklas er 3 op de eerste drie plaatsen. Er werd aan de kinderen ook gevraagd om items te kiezen waarmee kon worden gevonden of zij een analytisch, dan wel creatief dan wel praktisch denkprofiel hebben. Bij 54 kinderen kwam er geen duidelijk profiel uit, 95 hadden een overwegend creatief denkprofiel, 73 een praktisch denkprofiel en 36 een analytisch denkprofiel. Dit weerspreekt (voor deze groep) de aanname die Dr. Joyce Gubbels in haar onderzoek van 2016 deed dat de creatieve denkers vaak over het hoofd worden gezien bij de selectie voor onderwijsaanpassingen, zoals een plusklas.
Binnen het peergroeponderwijs krijgen hoogbegaafde leerlingen verrijkend onderwijs en komen zij in contact met andere hoogbegaafden (Hoogeveen, Van Hell, Mooij & Verhoeven, 2004). In plusklassen wordt ernaar gestreefd het onderwijs zodanig aan te passen dat een wenselijke situatie ontstaat voor de (hoog)begaafde leerling (Reis & McCoach, 2000), met als doel het verbeteren van de prestaties en motivatie van (hoog)begaafde leerlingen (Stroet, Opdenakker, & Minnaert, 2013). Uit Nederlands onderzoek blijkt dat het deelnemen aan een plusklas ook werkelijk bijdraagt aan de motivatie en de prestaties van hoogbegaafde leerlingen (Hoogeveen et al., 2004; Hornstra, Van der Veen, & Peetsma, 2015).
In 2020 publiceerden de Graaf, Bussink, Schils en Houkema "De langetermijneffecten van plusklassen". De belangrijkste conclusie is dat leerlingen met de hoogste Cito-scores significant vaker het vwo in zes jaar halen als ze naar een basisschool met een plusklas zijn gegaan. Voor desbetreffende leerlingen is de kans om onvertraagd het vwo te halen zo’n zes procentpunt groter op een gemiddelde kans van ruim 70 procent voor leerlingen met de hoogste Cito-scores. Daarbij is er geen indicatie voor selectie-effecten. Er zijn nauwelijks verschillen in achtergrondkenmerken tussen leerlingen die wel of niet op een school met een plusklas zaten. Bovendien zijn er geen aanwijzingen dat (betere) leerlingen vanwege de plusklas voor een school met een plusklas hebben gekozen, en dat de scholen met plusklassen überhaupt betere scholen zijn. Een plusklas lijkt dus het onderpresteren van begaafde leerlingen in het vervolgonderwijs tegen te kunnen gaan.
"Withdrawal programmes that group gifted students together and deliver a robust curriculum in response to gifted students' needs are an effective way to help meet their academie, social and emotional needs." Uit: "Like minds learning well together", Bate & Clark, 2013.
"In a mathematics pullout group with sameage peers, where the students were pulled from different classes other than their regular mathematics instruction, the teacher reported that the group met the needs of her students who showed more ability in mathematics, increased their motivation, and evidenced students’ learning new knowledge. The students in the group shared positive attitudes toward the group and the chance to work with similar ability peers. In a second group, which included peers of different ages and abilities within their regular math class, all of the children progressed to the highest level of attainment on the math assessment by the end of the term. These children also reported positive feelings toward the group, and the teacher felt confident their needs had been met at the close of the service." Dimitriadis, 2012.
"Several longitudinal studies have shown that gifted programs have a positive effect on students’ postsecondary plans. For example, studies found that 320 gifted students identified during adolescence who received services through the secondary level pursued doctoral degrees at more than 50X the base rate expectations." Lubinski, Webb, Morelock & Benbow, 2001.
Bovenstaande onderstreept alleen de indirecte opbrengst van Dubbelklik, maar er moet natuurlijk ook directe opbrengst zijn: groei in het welbevinden en het zelfvertrouwen en de leergebied overstijgende onderwijsdoelen (LOOD). Daarvoor gebruiken we het "verzamelblad tips en tops", dat gebaseerd is op het feit dat er elke week een feedbackmoment is. Die feedback richt zich op het concrete doel wat het kind samen met de begeleider heeft geformuleerd. Zo'n verzamelblad geldt voor maximaal 6 weken. Drie verzamelbladen vormen samen een halfjaarlijks portfolio. De drie bladen kunnen ook worden samengevat in een rapportje. Het wordt besproken tijdens de halfjaarlijkse evaluatie. Een gesprek tussen ouders, Dubbelklikbegeleider en de eigen eigen leerkracht van het kind (of de IB-er). Eén en ander is gebaseerd op de gedachte dat je eerst onbewust onbekwaam bent en vervolgens bewust onbekwaam. Als het goed is ga je dan oefenen en wordt je bewust steeds bekwamer. Het uiteindelijke doel is dat het gewenste gedrag automatisch gaat: onbewust bekwaam. Hieronder zie je een voorbeeld van zo'n verzamelblad. Op deze manier krijgt ook de samenwerking tussen peergroep, kind, ouders en eigen leerkracht concreet vorm. Meer over deze transfer: zie betreffende pagina.