Lang geleden waren de Romeinen de baas in ons land. De Romeinse soldaten werden geholpen door de Bataven. Julius Civilis was een van die Bataven. Hij werkte voor de Romeinen als legerhoofdman.
Diep in zijn hart wilde hij liever vrij zijn dan voor de Romeinen werken. Stiekem bedacht hij een plan om de Romeinen weg te jagen.
Op een dag maakte Julius een geheime afspraak. Diep in het bos kwamen honderd sterke mannen bij elkaar: Bataven, Friezen en Kaninefaten.
'Ik wil mijn vrijheid terug,' zei Julius Civilis. 'Laten we een opstand beginnen.'
'Dat zal niet makkelijk gaan,' zegt Brinno, de leider van de Kaninefaten. 'De Romeinen zijn sterk.'
"Als we goed samenwerken,' zei Julius Civilis, 'dan moet het lukken. De Romeinen zijn niet de enigen die goed kunnen vechten. Wij hebben dezelfde wapens en we zijn snel op onze paarden.'
Julius zag de anderen aarzelen. Wat kon hij doen om de anderen over te halen mee te doen? Julius rechtte zijn rug, streek met zijn hand door zijn lange haar en riep: 'Wedden dat we de Romeinen kunnen verslaan? Als we winnen, snijd ik al mijn haar af!'
'Wij doen mee!' schreeuwden de anderen.
Die nacht werd er een verbond gesloten. Het gevecht kon beginnen.
De mannen trokken op naar Arnhem. Daar vielen ze een Romeins legerkamp aan. Ze wonnen het gevecht. Toen gingen ze naar Nijmegen. Ook daar werd hard gevochten. Julius en zijn mannen wonnen opnieuw, En wat wonderlijk was: veel Bataven die eerst voor de Romeinen werkten, wilden nu graag met de opstand meedoen.
'Wij doen ook mee!' riepen ze. 'Als het lukt, snijden we ook onze haren af.'
Stad na stad werd veroverd. Sommige mannen wilden al meteen gaan feestvieren. Ze pakten hun messen om hun haren af te snijden, maar Julius Civilis hield hen tegen. 'Wacht!' zei hij streng. 'We zijn nog lang niet klaar.'
De strijd ging door. Ze wonnen bij Valkenburg en bij Katwijk. Julius nam alle soldaten gevangen.
'Kom eens hier,' zei Julius tegen zijn zoon. 'Pak je pijl-en-boog. Deze soldaten hebben straf verdiend. Je mag op de gevangenen schieten.'
De zoon van Julius keek verbaasd. Bedoelde zijn vader echt dat hij met zijn pijlen.....?
'Schiet op!' brulde Julius. 'Het is een goede oefening voor je.'
De jongen moest zijn vader wel gehoorzamen. Zonder naar de gevangenen te kijken, pakte hij een pijl uit zijn koker. Telkens spande hij zijn boog en telkens zoefde er een pijl door de lucht. Wat was de zoon van Julius blij dat hij geen van de gevangenen wist te raken!
Niet lang daarna verlieten de Romeinen het gebied. Ze lieten hun tentenkampen, hun forten en hun steden in de steek. De Romeinse keizer had hen teruggeroepen. Hij had zijn soldaten nodig om in andere landen te vechten. Zo kwam er een einde aan de Romeinse tijd. De Bataven, de Friezen, de Tubanten en de Kaninefaten hadden hun vrijheid terug. Ze gingen hard aan het werk op het land. Maar ze deden ook andere dingen dan ze gewend waren. Ze legden wegen aan, bouwden dijken en groeven kanalen.
'Ik ben blij dat de Romeinen weg zijn,' zei Julius.
'We hebben ze niet meer nodig,' zei Brinno. 'Wij kunnen nu ook mooie huizen bouwen, wapens maken en wegen aanleggen.'
De Romeinen waren nog niet weg of er trokken andere volken ons land binnen. Alemannen, Angelen en Saksen, Bourgondiërs, Chauken, Franken en Juten. Langobarden, Lombarden, Teutonen en Hunnen. Sommige volken bleven hier wonen. Andere volken, zoals de Angelen, staken de zee over om naar Engeland te gaan. De franken gingen naar het zuiden en sloegen daar hun tenten op. Ze noemden hun land Frankrijk. Het werd één grote volksverhuizing. En dit was allemaal begonnen met een geheime afspraak van Julius Civilis in een donker bos, toen honderd mannen tegen elkaar riepen: 'Weg met de Romeinen!'
"Had jij niet beloofd dat je je haar zou afsnijden?'zei Brinno op een dag.
'Oh ja,' zei Julius lachend. 'Ik was het bijna vergeten.'
En met zijn mes sneed hij al zijn lange haren af.
En zo.... is het echt gebeurd.
(uit: Lang geleden- Arend van Dam & Alex de Wolf)
Voor meer informatie over Julius Civilis kijk je naar dit filmpje: