Theoretische achtergrond

Communicatieproces

Dit is een klassieke, baanbrekende studie naar de effecten van intermenselijke communicatie op gedrag.
De auteurs werpen een helder licht op de fundamentele kenmerken van deze communicatie, illustreren hoe die kenmerken zich manifesteren en hoe ze ziekelijke vormen kunnen aannemen. Zo krijgt de lezer met een analyse van Albee' s 'Wie is er bang voor Virginia Woolf?' overtuigende voorbeelden gepresenteerd van interactiepatronen op basis van specifieke kenmerken van intermenselijke communicatie. Bijzondere aandacht is er voor de paradox en met name de dubbele binding. Ten slotte gaan de auteurs in op de relatie tussen communicatie, gedrag en de ervaring van de werkelijkheid.

De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie


Vierde druk


Paul Watzlawick | Janet Beavin |
Don Jackson

Bohn Stafleu van Loghum

Systeemtherapie >

Communicatie is psychologisch gezien het proces waarbij gewaarwordingen geïnterpreteerd worden. Communicatie is voor de mens de enige mogelijkheid om contact te maken met de wereld die zich buiten zijn zintuigen bevindt.

In een communicatieproces stelt een zender boodschappen beschikbaar aan ontvangers, voor wie deze boodschappen informatiebronnen kunnen zijn waaruit informatie gewonnen kan worden. Een zender geeft zijn boodschap vorm in woorden, gebaren, kleuren, tekens, beelden, geluiden of andere codes. De ontvanger moet de gecodeerde boodschap kunnen begrijpen (decoderen). Als codes kunnen bijv. dienen seinvlaggen, het dovenalfabet, verkeerslichten, verkeersborden, morsetekens, klanken, letters, pictogrammen of bits (in de informatietechnologie).

Het communicatieproces kent acht elementen: 1. een bron of zender; 2. de prikkels of stimuli die van de bron afkomstig zijn; 3. een ontvanger; 4. de zintuigen van de ontvanger; 5. de interpretaties en reacties op de gewaarwordingen; 6. ruis (interne en externe factoren die het ontvangen van stimuli bemoeilijken); 7. feedback of terugkoppeling; 8. de situatie of context.

Om van communicatie te kunnen spreken, moet volgens sommige definities zowel een zender als een ontvanger aanwezig zijn. Andere definities onderscheiden het communicatiegebeuren in een communicatie- en informatieproces, waarbij het eerste betrekking heeft op het beschikbaar stellen van boodschappen en het tweede op het ontvangen ervan. Onder feedback wordt verstaan: de reactie van de ontvanger op een van de zender afkomstige stimulus, zoals deze door de zender wordt waargenomen. Onder situatie wordt de totale interne en externe omgeving verstaan waarin de communicatie plaatsvindt.


Spreken is een communicatieproces waarbij individuen betekenis toekennen aan verbale en niet-verbale symbolen. Het verlenen van betekenis bestaat uit het gebruik van woorden en signalen om naar iets anders te verwijzen. Niet-verbale symbolen zijn meestal voor meer interpretaties vatbaar dan verbale en worden ook vaak onbewust geïnterpreteerd. Het interpreteren van mededelingen en gewaarwordingen is een proces waarvan mensen zich vaak nauwelijks bewust zijn. Bij het verwerken van stimuli of informatie spelen verschillende processen een rol. Deze opereren tegelijkertijd en beïnvloeden elkaar.

Perceptie, d.i. het interpreteren van gewaarwordingen, is een proces dat beïnvloed wordt door ervaring, de selectiviteit van de aandacht, de verwachtingen, de taal en de gevoelens van het individu. Het denken speelt een belangrijke rol, in het bijzonder het trekken van conclusies: generaliseren, deduceren, het zoeken van verschillen en overeenkomsten, het leggen van oorzaak- en gevolgrelaties, e.d. Tijdens dit proces kunnen vele fouten gemaakt worden die tot communicatiestoornissen leiden.

Een van de belangrijkste variabelen in het communicatieproces is het zelfbeeld van het individu. Het zelfbeeld (het geheel van ideeën en attitudes dat het individu heeft met betrekking tot zichzelf) kan het communicatieproces op verscheidene manieren beïnvloeden, bijv. door het optreden van het Pygmalioneffect (de neiging te worden zoals belangrijke anderen je zien) of de selffulfilling prophecy (‘de zichzelf waarmakende voorspelling’, de neiging te worden wat men van zichzelf verwacht). Het zelfbeeld beïnvloedt ook datgene waaraan iemand zich blootstelt, wat hij van zich zelf blootgeeft, wat hij waarneemt en zich herinnert. Het zelfbeeld hangt tevens nauw samen met het zelfvertrouwen waarmee iemand een communicatiesituatie benadert.

Van veel belang voor de analyse van communicatiesituaties is het onderscheid dat Watzlawick e.a. gemaakt hebben tussen het inhoudsaspect en het relatieaspect van mededelingen. Het eerste heeft betrekking op wat er gezegd wordt, het relatieaspect verwijst naar het hoe, hoe de betrokkenen hun relatie ten opzichte van elkaar definiëren.

© 2007
Winkler Prins  Encyclopedie