Gesprek met Eva Kessler

Kieler Nachrichten van 04.12.2004

De kunst om liefdevol op te voeden; zinnige grenzen stellen en je goede humeur bewaren

door Eva Kessler

Uitgeverij Abraxas|Pedagogiek



‘Bij kinderen klopt alles’

Opvoeden – kinderspel? Geen sprake van! Volgens een recente studie van de Universiteit Erlangen-Neurenberg klaagt meer dan de helft van de ouders van kleine kinderen over opvoedingsproblemen. Wat doen we verkeerd?
Eva Kessler adviseert al vele jaren ouders, opvoeders, psychologen, onderwijzers en artsen. In haar boek De kunst van het liefdevol opvoeden, in eerste instantie in eigen beheer uitgegeven, geeft zij de antwoorden. Haar boek is inmiddels ondergebracht bij gerenommeerde uitgevers in binnen- en buitenland.

‘Steeds als ik lezingen over opvoedkundige thema’s hield kwamen na afloop ouders naar me toe met de vraag waar ze het in konden nalezen.’ Zo kwam ze ertoe om aan een boekje te gaan werken. Het thema was: ‘hoe stel ik grenzen’, want dat was toch wel het steeds terugkerende onderwerp waar ouders en andere opvoeders mee kwamen in persoonlijke gesprekken en seminars. Pas onder het schrijven realiseerde zij zich hoe ontzettend belangrijk dit thema eigenlijk was. Het kleine boekje groeide uit tot 286 pagina’s.

Waarom hebben zoveel ouders vaak het gevoel dat ze het met de opvoeding allemaal niet meer aankunnen?
‘De meeste ouders willen niet meer het autoritaire voorbeeld van hun eigen ouders volgen. Maar ze kunnen hun kinderen ook niet zonder meer hun gang laten gaan’, vertelt Eva Kessler. ‘Ouders moeten leren om grenzen te stellen zonder meteen het kind voor zijn onvolkomen gedrag te veroordelen.’ Als snel komt ze bij de kern van haar boek: ‘Geen enkel kind wil zijn ouders bewust ergeren!’ De uitdagende houding van kinderen is alleen maar een ‘sluipweggetje’ om met de ouders in contact te komen.  Kinderen hebben het vaak nodig om nadrukkelijk in contact met hun ouders te staan omdat zij zichzelf anders te weinig voelen en daardoor onzeker en bang worden.

Wij volwassenen maken ook voortdurend contact. We strijken met onze hand door ons haar, we slaan onze benen over elkaar heen of ondersteunen onze kin. En dat doen we allemaal om het gevoel te krijgen dat we er zijn. ‘Kinderen kennen deze aanpak nog niet’, zegt de opvoedingsadviseuse, zelf inmiddels oma. ‘Als een kind wil zeggen: ‘Mama, neem me weer op je schoot’ dan kan het gebeuren dat de moeder ‘nee’ zegt. Als een kind echter uitdaagt, dan moet de moeder wel reageren en krijgt het kind zeker contact. 
Als je als ouder je hiervan bewust bent, meent Eva Kessler, is het veel eenvoudiger om op de juiste opvoedingsmaatregelen te komen.
Een kind dat de les verstoort moet daarom niet totaal worden afgezonderd. Want dan heeft het nog minder contact leerde Kessler uit haar jarenlange ervaring als onderwijzeres op een Waldorfschool.
Bij het opvoeden op school adviseert ze om niet te denken in termen van ‘er klopt iets niet’. ‘Bij kinderen klopt meestal alles!’ Ze geeft de ouders de moed om hun kinderen positief tegemoet te treden. Er is welhaast heen opvoedkundig onderwerp waar de bewegelijke schrijfster geen antwoord op heeft. Snel en precies formuleert zij haar antwoorden. Cursusdeelnemers bevestigen dit, ook wanneer ze in eerste instantie kritisch waren. Vaak verzuchten ouders na afloop van zo’n cursus: geniaal!

Een kind dat iets pikt wil vaak alleen maar weten: Zie je me nog? En hou je van me, met al mijn tekortkomingen? Energiek vertelt de communicatiewetenschapper, coach en opvoedingsadviseur over haar dagelijkse praktijkervaringen in jeugdhuizen, psychiatrische ziekenhuizen en coachingsgesprekken met ouders. 
Het vervelende onderwerp ‘opruimen’ veegt ze van tafel: ‘Als kinderen zo’n tien, elf jaar zijn is de kinderkamer voor ouders verboden terrein’, zegt ze. ‘Maar er wordt niet in gegeten en er slingeren ook geen natte washandjes rond.’
Ouders vragen Eva Kessler vaak hoe zij inzicht krijgt in de kinderziel. ‘Misschien omdat ik als kind zelf geen prettige schooltijd heb gehad en het gevoel had niet begrepen te worden.’ Maar dat is verleden tijd, ze blikt liever naar voren en is steeds weer verheugd wanneer ouders door haar opvoedingstips beter hun goede humeur kunnen bewaren. ‘Ga ’s avonds eens kijken hoe je kinderen slapen, hoe ontroerend ze erbij liggen. Als je dat ziet kun je toch vol vertrouwen de positieve ontwikkeling van je kind tegemoet zien?

De invloed op de kinderen is vaak verbluffend: zonder iets van de oefening te merken, voelen de kinderen zich gekend en stoppen met hun onhebbelijkheden.’
Kessler besluit: ‘Wanneer ouders meer vertrouwen in hun kinderen stellen verdwijnen een hoop zorgen en valt er een stuk minder te mopperen. Dan kom je er eerder op de gedachte om situaties op een speelsere manier op te lossen. Zo wordt opvoeden inderdaad kinderspel.’