XI-9 Lochem, Jan van

Jan van Lochem


ouders: Andries van Lochem en Griete Walmink


geboren: ca 1610

gedoopt:

overleden: voor februari 1693

begraven:


beroep:

woonplaats / adres: Enschede


relatie (1): trouwt


Aelken Holsteijn (= XII-106)


ouders:


geboren:

gedoopt:

overleden: in of voor sept. 1645

begraven:


beroep:

woonplaats / adres:

weduwe van Klaas Hulsken


relatie (2): trouwt voor okt. 1648


Geeske ten Cate (= XI-10)


ouders: Hendrik Gerritsz ten Cate en Hendrikje Jans


geboren:

gedoopt:

overleden: na 25-4-1678, voor nov. 1679

begraven:


beroep:

woonplaats / adres:


relatie (3): ondertrouwt Amsterdam 17-11-1679, trouwt Amsterdam 3-12-1679


Elsje Fransen [van den Borge?]


ouders:


geboren: Embden ca 1632

gedoopt:

overleden: Enschede (vrij kort voor 23-6-1710)

begraven:


beroep:

woonplaats / adres:

Zij hertrouwt 5-3-1696 Alexander Wing, weduwnaar Saertje Jansen en 6-3-1702 Gerhard (alias Gerrit Laurens) Lasonder (= XI-23 kind 5)


kinderen:

  1. Andries van Lochem, ca 1640-voor 1715, X 1664 Stijntje Willink, VOLGT XI-53

  2. Hendrik van Lochem, geboren:
    overleden: Bolsward 1701 [aldus C. Elderink, Twènter laand, 508]
    beroep:
    woonplaats / adres: Amsterdam (1677, 1686, '93), Bolsward (1693, '95)
    relatie (1): trouwt Enschede 9-6-1670
    Trijntje van Bebber, geboren:
    overleden: na 1680, voor 6-6-1681
    ouders: Abraham Simonsz van Bebber en NN
    weduwe van Abraham ten Cate
    [relatie (2), trouwt
    NN
    ouders:

    1. Geesjen van Lochem, geboren:, gedoopt: Workum 17-11-1709.
      Filiatie zeer onwaarschijnlijk gezien het feit dat in de ruzie over de erfenis van Elsje Fransen in 1710/18 deze Hendrick noch zijn nageslacht worden genoemd]

  3. kind, geboren ca november 1649

  4. Lambert van Lochem, ca 1655-1726, X 1685 Aaltje Romp, VOLGT X-5

  5. Margaretha/Greetken/Grietje van Lochem, geboren:
    overleden: na juli 1695 (na 1710, voor 1718)
    woonplaats / adres: Amsterdam (1683, '93)
    relatie: ongehuwd (1683, '93)

  6. Judith van Lochem, geboren:
    overleden: na 1695
    woonplaats / adres:
    relatie: trouwt voor 1693
    Jan Lambertsz Naber, geboren:
    overleden: na 1710
    beroep:
    woonplaats / adres:
    ouders:

    1. Isaac Naber, geboren: Enschede 9-8-1694, gedoopt: [DG] 6-3-1712
      overleden: Enschede 13-1-1786
      beroep: reder, linnen- en bombazijnfabrikeur
      relatie: trouwt Enschede 21-10-1725 zijn volle nicht
      Stijntje van Lochem, geboren: Enschede 1702
      overleden: Enschede 16-3-1791
      beroep:
      ouders: Lambert van Lochem en Aaltje Romp

    2. Jan Naber jr., geboren: Enschede ca 1680
      overleden: tussen 1726 en 1735
      beroep:
      woonplaats / adres:
      relatie: trouwt
      Margaretha Stenvers, geboren: (Hengelo) ca 1680
      overleden: Elberfeld (Dld) na 25-3-1765
      woonplaats / adres:
      ouders: Tobias Stenvers (KWS XI-55) en Trijntje Hoedemaker (XI-56)

  7. dochter (komt niet voor in de aktes betr. de nalatenschap van Jan van Lochem en de ruzie met Elske Franssen uit 1693/94 --> deze vermelding is dus zeer dubieus)
    relatie:
    Abraham Stenhorst

  8. Anneke van Lochem, geboren:
    overleden: na 1710
    beroep:
    woonplaats / adres:
    relatie: trouwt voor okt. 1681
    Everwijn Francken, geboren: Burgsteinfurt
    overleden: na 1710
    beroep: mennisten predikant of liefdeprediker o.a. in Zutphen (1694)
    woonplaats / adres: Deventer (1710), Zutphen (1709)
    ouders: Isack Francke en

    1. zes kinderen, geboren voor 1690

Jan van Lochem uit Enschede, wedr. Geesie ten Kate, hertr. Amsterdam 1679 Elsie Fransen

Jan van Lochem uit Almelo, wedr. Aelken Hulskens, hertr in Amsterdam in 1670 Mettie Jans

Biografische aantekeningen


Jan van Lochem was, net als zijn vader Andries, een doopsgezinde koopman in Enschede. Op pinksteren 1643 organiseerde hij in het woonhuis van hemzelf en zijn broer Jochum een eredienst, waarvoor doopsgezinde leraren uit Gronau en Stenvert (Burgsteinfurt) werden uitgenodigd. Dat viel volstrekt verkeerd bij de Landdrost van Twente, die er hoogte van kreeg. Het lijkt of vooral het feit dat de leraren van buiten Twente kwamen problematisch was. Hoe dan ook, de Landdrost wilde een 'exempel' stellen en veroordeelde Jan van Lochem tot een boete van honderd gulden plus honderd mud haver. In afwachting van de rechtszaak werd Jan van Lochem in februari 1644 gevangen gezet, maar zijn broer Peter wist Jan tegen een borgsom op vrije voeten te krijgen. De laatste aantekening over deze zaak dateert van september 1644 - het is onduidelijk of Van Lochem ook echt veroordeeld is.

In januari 1645 probeert Jan van Lochem via de rechtbank bezittingen van het echtpaar Engelbert Hulskens X Elisabeth NN te Schüttorff bij hen terug te krijgen. Dan moet wel de familie betreffen van zijn stiefdochter Aelken Hulsken. Uit een akte van 22 september 1645 blijkt dat Aelken Hulsteijn drie kinderen had: één van Klaas Hulsken en twee van Jan van Lochem, namelijk Dries en Hendrik.

Geeske ten Cate en Jan van Lochem moeten elkaar al van jongs af aan gekend hebben. Al in 1633 vertegenwoordigde Jans vader voor het Landgerecht Enschede de vader van Geeske, en bij een andere gelegenheid ontmoette hij daar Geeskes broer Lambert: in de overzichtelijke doopsgezinde gemeente moeten de streekgenoten elkaar geregeld getroffen hebben.

Op 1 mei 1654 kopen Jan van Lochem en Geesken ten Cate een huis in de Stadsstraat van Enschede. Ze woonden voorheen, waarschijnlijk sinds hun huwelijk in of voor 1648, in Borne, zeer waarschijnlijk bij Geeskes moeder Hendrikje Jans in huis.

Ook in 1654 blijkt Jan van Lochem al intensief te handelen in bombazijn. Dat is opmerkelijk, gezien de berichten dat Jan's kleinzoons Jan en Herman van Lochem in 1728 het octrooi kregen op de fabrieksmatige productie van bombazijn in Enschede, een stof die volgens sommige bronnen toen nagenoeg onbekend was in Twente en over de Hessenwegen uit Hessen (Dld) naar Amersfoort werd gevoerd. Uit deze stukken blijkt de bombazijn in elk geval al 75 jaar vóór dat beroemde octrooi door de familie Van Lochem en de aan hen gelieerde familie Ten Cate te zijn verhandeld.

Jan van Lochem is niet erg lang voor 18 maart 1693 overleden: op die datum is zijn erfenis door loting onder zijn erfgenamen verdeeld. In juni 1693 ontstaat er echter al een geschil tussen de kinderen van Jan van Lochem en hun stiefmoeder Elsje Franssen. Zij wordt vertegenwoordigd door o.a. Alexander Wing, met wie ze later trouwt.

In 1657 wordt Jan van Lochem plotseling "Mr." genoemd, en claimt hij meesters-loon. In 1661 is er sprake van de chirurgijn Jan van Loggem, die meesterloon krijgt. Eerder was er al sprake van leverantie van medicamenten.

Voor de geschiedenis van de Twentse textielnijverheid lijken mij de aktes van 18 en 28 maart 1669 van belang. Jan van Lochem beweert dat een textielhandelaar die op weg van Minden naar een plaats in Nederland was, bij het overladen van de goederen in Enschede de stoffen een tijdje op een deel en in de kamer van Anneken Grevinck heeft neergelegd. Dat is in strijd met een ordonnantie. Hoe precies is niet te achterhalen omdat niet alle pagina's via Internet te lezen zijn. Zou het kunnen dat Jan van Lochem (en anderen?) een octrooi heeft op het handelen met stoffen in Enschede, en dat het 'buitenlanders' alleen is toegestaan goederen dóór te voeren, maar niet af te laden? Daar lijkt het sterk op!.


Bronnen


lit: G.Heeringa: Uit het verleden der doopsgezinden in Twenthe (Borne, 1934): p.32 e.v.: "De familie Van Lochem en het bezoek van twee Uytlandsche der Anabaptisten leeraars op Pinkstermaandag 1643".

lit: Overijsselsch Advysboek, 1784, p. 46 e.v. betreft de vraag of dochter Grietje van Lochem, die in een testament van 1-1-1692 begiftigd is met de tienden uit het erve en goed Wyfkerink, daar recht op heeft, nu Elsje Fransen in een later testament haar neef Frans Jansen tot universeel erfgenaam heeft benoemd. De uitspraak, ten gunste van de erfgenamen van Grietje van Lochem, dateert van 18-1-1719.

(vanaf 1649 is er slechts een selectie van de aktes uit het oud Rechterlijk Archief Enschede weergegeven)

(de cursieve aktes betreffen het gezin van Jan van Lochem X Geesken ten Cate en XX Elske Fransz)

* 1634, 17-3: ORA Enschede SG.041.641: Jan van Lochum bairt op ruire holt ann Jiller thobehorende Derrick Gerrliches wordt inngeset op XIII geldt <?>, en blijvet bij Insate koper

* 1634, 24-3: ORA Enschede SG.041.642: Johan vann Lochum spreckt ahn Derrick Gerrliges (643) om Reder van pandt cruijgeringe brij tjo beregenen angeschre Cleger nomine quo nin doergaende Recht op drie Berlachten geobtineert. En al datwijle dickseluige naer behoerliche aneijschinge niet gecompariert wordt dann Cleger van ijerten mach pandtsterckinge vergundt

* 1634, 14-8: ORA Enschede SG.021.702: Jan van Lochgem spreckt an Heijnderijck Greve van schult tot gude recknijnge 14 dage

* 1634, 21-9: ORA Enschede SG.021.714: Erschijnt Jan van Lochum en doet exhiberen seeckre schriftliche Anspraecke op Hude tegens Henr: Reeckers maiorem en Henrichen Reeckers minorem Versocht twie Taerminen

* 1634, 29-9: ORA Enschede SG.021.718: Johan van Lochum spreckt ahn Henrich Grevinck voer vijff Daler ad solutum computum Contumax

* 1634, 6-10: ORA Enschede SG.021.722: Johan vann Lochum verkofft Henrich Grevincks pandt luidt Anspraecke

* 1634, 20-10: ORA Enschede SG.021.724: Jan van Lochum doet aneicheninge ahn Henr: Grevincks pande luiddt den Anspraecke

* 1634, 27-10: ORA Enschede SG.021.731: Jan vann Lochum badet op een holten Jeller thobehorich Henr: Grevinck, werdt ingesatt op XIII oert ... en blijvet bij Insate koper

* 1634, 27-10: ORA Enschede SG.021.732: In zittend gerecht erscheen Greete, nagelatene weduwe van za: Dreess van Lochum, met Bernardt de Laer, oren in deze zake gekoren en gerechtelijk toegelaten mombaer in deze zaak, ende bekende aldaar voor ons Gerechtelijk voor haar en haar erfgenamen woe dat sie oeren sohn Johan van Lochum om reden oer daartoe moverende, voorgaf met consent van haar andere kinderen, gelegateerd en gegeven had, en legateert en gaf denzelvigen mits dezen alzo doent, honderd daler sambt verlopene pensioen als haar van Johann Vogeler welverstrektepenningen competerende ware; die penningen te mogen ontvangen, daarvan te quitteren, diezelve te keeren en laten waar het hem goeddunkt. Dede daarvan transportatie, uitgank, oplatinge, mede vertichnisse met hande ende met monde, gelovende zulks te staan en te waren te allen tijdt, zo nodig beter verstenisse te doen. In forma.

* 1634, 3-11: ORA Enschede SG.021.734: Erschijnt Henr. Reeckers minor ende exhibeert sijn Antwoordt exceptionael op ende tegen Jan van Lochum versocht twie Darmienen

* 1634, 24-11: ORA Enschede SG.021.738: Johan van Lochum versocht alnoch den tijdt vann 14 Dage prorogatien op ende tegen Henrijchen Reeckers maiorem et minorem

* 1634, 17-11: ORA Enschede SG.021.741: In sittenden Gerichte erschenen Dirck, Jochym, Pyter en Gyrlich van Lochum, vallen gebroderen en kinderen van Za:t Andries vann Lochum, deser Stadts inwoonderen bekannden voor haer selffs eendels, anderdeels over haren broder Joest en Hermken haer suster gekorene, ende bij den berichte in dorsoe Zake togelatene mombaren, dat sie om sonderlinge reden lange voer derchene wie oick haer Comparantenn Broder gedaen ann haeren broder Johan vann Lochum eenpaerlicken hadden opgegeven en toegestaen, gelijck sij luiden alnoch deeden Crafft deeses alsulken anparten als Comparanten wegen filiale portie enich sints gehad hebbenn ann alsulcken hondert Daler Capitaels cum interesse soe haeren vader zal:r an Johan Vogeler weegen geleent geldt ten achteren wasz, ende angesienn Comparanten kundich dat voorsz haeren broder Jan vann Lochum tot betaelinge derselver In der vruntschappe van Vogelers borgen wesende Henderick Reeckers en Henderick Reeckers minor met Rechte hyfft moten bespreecken ende bespraeckende bij exceptie vann haren broderen Cautie voor 't ge trijseden, sijn eijschende soe ist dat Comparanten op hare broder Jan sijn Versoeck Veurt 't geene g: Reeckers In Voersz Carcke (fol 742) van Schultforderinge mogen connen in getrinnen in Voergeroerten qualiteijt anlinge huisz ende hof soe in Ingen woordicheijt bij Comparanten als oock haer moder gebruijckt en bewoont wordt in deser Stadt gelegen en in cas van Surrwinbentie haer daer ahn te mogen verhaelen, belovende oick sampt en bijsonder soe bij den Gherechte verstaenn mocht worden geenn genoechsame verseeckeringe .. geschiet toe sijn vorder borchstellinge te doen. Belovende elckx een voor all deesenn te staenn ende waeren voer Rechts behoerenn.

* 1634, 1-12: ORA Enschede SG.021.743: Jan van Lochum spreckt ahn Schulte ten Thije voer 1 gl: 10 st, Mette Gerliges voer 4 gl: 15 st, Henrich Beszelinck voer 6 gl: 14 stv: 8 p: ad salvum computum Contmaces.

* 1634, 8-12: ORA Enschede SG.021.744: Jan van Lochum per affinem spreckt ahn Mette Robertinck voer schult ad computum.

* 1634, 8-12: ORA Enschede SG.021.746: Jann van Lochum per affinem verkoffte Mette Geerliges pande luidt der Anspraecke. (...) Erschenen Johan van Lochum en doet exhibeerenn sijn schrifftliche andtwoordt op die hyeeptie <?> van Henrichen Reeckers maiorem (747) maiorem et minorem den 3den novembris erstleden Ingedient versocht wie In dieselven breder gededaucieert ende Verhaelt 't wordenn en dat dieselvige daer op ingerichte mogen wordenn naer behooren bij faute van dien dinget compareert Contumaciam met Rech van Costen Contumaces

* 1634, 22-12: ORA Enschede SG.021.748: Henderik Reekers sr. levert een interrogatoir (vragenlijst) in bij de rechtbank, met het verzoek om Hendrik Siwerinck (ca 35 jaar), Berent Paschen (ca. 34 jaar), Herman Poortenaer (ca 29 jaar) en Hendrik Grevink (ca 30 jaar) te ondervragen. De vragen zelf zijn niet genoteerd. (fol. 750): betreft Hendrik Siverinck: op den 4den deponiert betuich dat Johan van Lochum in presentie vann Borgermrn: in den Raedthuijs saet disourrierende <?> waernae Jan Vogeler in die Raedthuijse oick quam seggende ick bin hier boet geschickt, waerop Bormrn: andtwoorden daer w..eche trij niet van, waerop Jan Vogeler hem Van Lochum voersz sachte hier bin ick, wilt ghi mij weder setten laten, daerop Jan van Lochum respondierde Neen, die u los geborget hebben die mogen u weder laten sitten, daer blijve ick bij Jirete <?> bij die voersz borgtucht. Op den 5.d. artt: wahr in dat die jonge Reecker solche well sachte, maer dat Jan van Lochum daer weder op andtwoorde: Neen daer bin ick maer tho freeden, dan ghi solt mij denselvigenn weder hen stellen, daer ghi hem hen borget offte ick holet u voer die Mans waer op gt Vogeler oock wordt gerelaxiert. Den 6.den artt wahr maar dat Jan van Lochum daer niet mede tho freden was (...) Op den 8.d deponiert Betuich dat Jan van Lochum saechte die hem los hadde geborget die solden hem weder laten se... daer bleeve hie bij hadde anders daer niet t'dienne schluiten. (fol. 751) (getuigenis van Herman Poortenaar:) Op den 2den [artikel] deponiert Betuich dat die Reeckers anbounden sie woldenn oren swager Jan Vogeler in den tijdt van acht dage weder inleveren dair Jann van Lochum hem krijgen konde en soe sie sulx niet en deden wesenn sie goet voer die pennongen.

* 1635, 12-1: ORA Enschede SG.021.753: Erschenen Henrich Reeckers en doet exhibeeren sijn en sijn broder Henrichs schrifftliches Salvatie op en jegens Johan van Lochum versocht wie daermen

* 1635, 26-1: ORA Enschede SG.021.756: Johann van Lochum verkofft Henrich Besselincks pandt luidt der Anspraecke. Jan van Lochum spreckt ahn Sloet Mette en Wessel Becker voer Schult ad Computum 14 dage

* 1635, 16-2: ORA Enschede SG.021.762: Jann van Lochum per affinem Jan Pijlas spreckt ahn Henrick Grevinck voor 2 gl twalff stuijver 14 dage. Jan van Lochum doet sijnn verwin op Wessel Becker luidt den Anspraecke contumax. (fol. 763) Jann vann Lochum doet aneicheninge ahn Henrich Besselinx en Mette Geerliges pande luidt de Anspraecke. 1635, 23-2: Erschenen Johann vann Lochum en versocht alnoch den tijdt vann acht dagen pro rogatione op en Jegen Henrichen Reeckers maiorem et minorem.

* 1635, 2-3: ORA Enschede SG.021.764: Jann van Lochum verkofft Wessell Beckers panden luidt der anspraecke

* 1635, 20-4: ORA Enschede Stadsgericht SG.021.777: Jann vann Lochum versocht alnoch den tijdt van dree weecken teegent Henr: Reecker. (21 aprilis): Jan vann Lochum badet op ein holten teller thobehoren (fol 778) Thobehorich Henrich Beszelinck wordt van Cleger ingesatt op IIII oert … en blijvet bij insate koper

* 1635, 5-5: ORA Enschede Stadsgericht SG.021.782: Jan van Lochum per Johan Andreessen van Lochum badet op ein schwarte koe thobehoerich Henrich Besselinck, wordt vann Cleger ingesat op vijff Daler en blijvet bij Insate kooper.

* 1635, 6-7: ORA Enschede Stadsgericht SG.021.799: Johan vann Lochum over het proces tegen Hendrich Reeckers Olden en Jungen; hij verwijt hen door telkens uitstel te vragen van het indienen van stukken, dat ze het proces moedwillig vertragen.

* 1635, 16-11: ORA Enschede Stadsgericht SG.021.830: Erschenen Henrich Reeker maior ende heeft alhier gepresenteerd alzodane 100 daler met een jaar interesse, zijnde het gewijsde ten .., Johann van Lochum bij sententien tho erkandt, binnen welke penningen genoemde Johan vann Lochum onder cautie gelichted, waarvoor zijn broeder Joachim van Lochem als borge geinmiteerd en ingelaten.

* 1638, 24-5: ORA Enschede Stadsgericht SG.022.229: Jan van Lochum versocht alnoch den tijdt van sesz weecken op en jegens Berent Engerkinck cum suis

* 1638, 8-10: ORA Enschede Stadsgericht SG.022.248: Barend Schouwinck cum suis gestaden der weduwe Van Lochum gieven langeren tijdt dan nu Warndt gelijck sin voer diensen selffs gehadt om Ante ferias Cundtschap van den saecke tho hebben (…) Johan van Lochum spreeckt ahn Henrich Besselinck voer elff daler harkommende vann verkoffte grundt. En contra eersamen Greete die huijsfr van Henrich Besselinck nu gifft jerffnet woondt op nu jegens Gerte van Lochum …??

* 1639, 21-1: ORA Enschede Stadsgericht SG.022.279: Compariert Berend Schouwink in termino en versocht indieninge van Geerte van Lochums quadruplieck. Jan van Lochum ter contrarie dat hie tot indieninge niet geholden kan worden al ehr ende voor die acte van Triplijck onderschreven sij. Berent Schouwink versocht ener tijdt van 8 dage.

* 1640, 28-9: ORA Enschede Stadsgericht SG.022.379: Henricus Cost spreeckt ahn (…) Johan van Lochum voor dren Carls glds Vermogen des Clagers annotatien en schultboeck contmax

* 1642, 17-1: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.016: Henrich Grevinck spreeckt ahn Jan van Lochum voor een betalinge van een accijsz van Tuiback desz Jaere 1639 Contumax.

* 1642, 13-6: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.049: Mette van Coesveldt spreeckt ahn (…) Jan van Lochum voor hem en sijn moder voor 25 gl 4 st. Jan van Lochum – 8 dage.

* 1642, 20-6: Jan van Lochem en Aelken Holsteijn kopen een huis aan de stadsstrate/stadsgreffen (blijkens Elderink, Twènter laand, p 504)

* 1642, 18-7: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.063: In zittende gerichte erschenen Joest Andriessen van Lochem (fol. 64) tot Hattem woonachtig, en bekende aldaar voor ons gerechtelijk voor hem en zijn erfgenamen en bekende aldaar voor ons gerichtelijk (sic!) hoe dat hij hadde geconstitueerd en volmachtig gemaakt, constituerende en makende volmachtig in kracht dezes, den E. Johan van Lochem zijnen broeder om in zijn constituents name en van zijnent wegen met vriendschap of met rechte te verforderen alzodane vijftig ende één daler sampt, daarop verlopene pensioen, Thonis Schulte ten Uphof <of Vehof> tot Vreden woonachtig hem constituant volgens obligation daarvan zijnde schuldig zij, alsook alle actiën, schulden en kredieten als genoemde Constituent in der stad en kerspel van Vreden en andere plaatsen Stifts Monster (Munster) ahstaande heeft, de penningen te ontvangen, quitantiën daarvan te geven voorts alles hierin te doen en te laten geschien, gelijk constituent zelfs tegenwoordig zijnde hierinne doen en laten zoude mogen (etc)

* 1643, 4-7: ORA Enschede Landgericht LG.037.126vo: Jan van Lochem uijt name sijns ooms Willem Walminck verkocht alhier een stucken gersten inden aerden, een stucke haeveren en een stucken weijten item ’t gewas in die maete rondom Jan Oldendaelens huijs liggende denselven toebehoorende, hem volgens erholdene proceduijre affgependet ende wort bij cleeger ingesatt t’samen opp 10e Daler blijft bij insaete kooper den eijgenaer sijn lossegereserveert nae landr:te

* 1643, 11-9: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.164: Jan van Lochem exhibeert zeker antwoord op die missieve van zekere Jan van Gent, schriver des heeren landdrost van Twente en versocht wie daerinne

* 1643, 18-9: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.169: Erschenen Jan van Lochem vuijt den nahme van Willem Walminck en spreeckt aen den weledelgeboren Hr Joan Rodolph Gerlach van Loen als borge zijnde van Jan Oldendael welcke vertoende obligation van voorges joncker Van Loen onderteickent en dat voir die somma van ses en en veertichsten halven daler ende datr na luidt een verseleglde attestatie van den Gerichtsdinaer Egbert ten Voerde onder die handt en signet van Jo:es Egbt’s verwalter des Gerichts Enschede dat geen panden bij Jan Oldendael verhanden noch toe becoemen sijn, versocht ges. Van Loen betalinge moge doen off betalinge toe bewijse met eijsch van costen. (170) Erschenen die huijsfr van Mons van Loen en segt hoe dat haer weled man absent en buiten slants en in anderen provintien noitwendich vertrocken, en die wedercompst onbewust sij, alsoe onbehoirlick dat den anlegger haer met eenige proceduire solde doen beswaeren ende rechthanging maeken ende niet geholden denselven voer ditmael toe antwoorden overmits dieselven tijde genoegh gehad ter presentie van haeren weledelen man toe sprecken. Tot meer dat voerges vrouwe Van Loen alhier suffisant geervet en gegoedet en daerenthalven ongeholden voer ditmael toe antwoorden sustineerende hiermede ’t konnen volstaan, niet ’t min versocht den tijdt van drije maanden omme alsdan te doen gelick nu gedaen solde worden met bedinck van alle exceptien en benificien der rechtenhaer in diesen dienlick cum expensis.

* 1643, 19-9: ORA Enschede Landgericht LG.037.146: Jan van Lochem, Volmr. Et conjuncta persona Willem (f 147) Willem Walmink verkocht alhier gerichtelijk dese navolgende percelen van meubelen ende anders toebehorende Jan Oldendaelder dieselve hem volgens erholdene proceduijre afgepende teerstel. Een spinde, een lange tafel, een podt, een hael, een exsee, een brede bijls, olde tunne, een spaede, een greepe, een moos mes, een mes daer men koel mede houwet, een tange, een saege, die kool in den gaerden, een panne twee bedde, een scharbiers tunne, een heerne, een loope, een emmer, ses Lb vlas ende 4v hoonder, ende worden deese voorgen. Perceelen bij cleger ingesatt op acht daeler, blijft bij insaete cooper den eijgenaer sijn losse ger..veert nae landr.

* 1643, 11-10: ORA Enschede Stadsregicht: Jan van Lochem is één van de assessoren van de rechtbank [ik ben zelden een van de prominente doopsgezinden in een dergelijke rol tegen gekomen]

*1644, 27-2: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.205: Noetgericht. Lambert Brouwer, Laurens Jansen, borgermrn in der tijdt. Compareert die volmr: van die heer Landtdrost van Twenthe, seggende dat Joan van Lochum, borger alhier sich heeft onderstaen op pinxtermaendach lestleeden, wanneer het Gerichte (vornoemen hebbende dat twee vrembde ende vuijtlandtsche Leeraren der Anabaptisten respective van Stenvert en Gronouwe ten huijse van Johan van Lochem alhier waren anlangt om haren ceremonien toe pleegen, vuijt op last van de Hoocheit achtervolgende die Ordon: tegens soedaene vrembde Leeraers gestatueert den onderrichter ten huijse voorgt: hebben gesonden Alwaer beclagte hem dragende als weert ten huijse in absentie zijns broeders Joachim onderrichter hebbe gerepriseert ende verhindert zijn ambt en last toe voldoen met dreigementen van sich vandaer toe pesten offte hem toe willen voeten maeken, sunt verba formalia, waarop het Gerichte met twee daartoe verzochte Soldaten hem derwaerts begevende van g:t Joan van Lochem meede is geweert , so die deure heeft toegeholden en tegens het protest, al quam die Drost selver, so wilde hij hem doch niet op laeten. Sijnde also een publijcq gewalt in een lant van Justitie niet tollerabel en het Gerichte verhindert int administreren van dis Justitie en ’t executeeren der heeren Ordonn: strafbaer onder tot exempel derhalven concluderende contendiert Volmr: vorgl. Dat Beclagte sal worden gecondemniert in een poena van 100 goltgl: ende 100 mud: haever ter profijte van dit hoocheijt ofte soo veel mijn ofte meer als in goede Justitie andere tot exempel sall bevonden worden toe behoren, het Gerichte haer actie van Junivrie gereserveert met Eijsch van Costen. Jan van Lochum versocht sesz weecken tijdt en Copiam.

Ex adverso saecht dat Beclagte apiatrerende in zijne notoire moetwillicheit diese zaak doer verlangonge van Tijdt soeckt toe treneren verzocht oversulcx dat bij den Ed Gerichte denselven eenen korten ende behhoerlicken Tijdt omme toe antwoorden moge gestelt worden Ende alderwijle dieselve alhier in pleno Judicio bekent zijne goederen zoveel niet weerdich (fol. 207) weerdich t’zijn als die Anspraeck vermeldet, versocht dat zijn persoon moege blijve in arrest ter Tijdt hij Cuatie zall gestelt hebben voor ’t gewijssde.

Jan van Lochum heeft tot een borge gesisteert zijnen broder Peter van Lochem omme ’t gewijsde te voldoen.

Jan van Lochum wort een Maent tijdt vergunt.

* 1644, 6-5: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.216: Jan van Lochum verzocht op het ingebrachte Replijck vande gesubstitueerde volmr: des heeren Landtdrost tijdt van sesz weecken en Copiam.

* 1644, 24-5: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.222: Erschenen Jan van Lochum ende exhibeert zijn duplica sub Literis A. B. C. D. tegens Pr[ocureur] Limborch als volmachtiger des heren Landtdrost van Twenthe lagz nome Cleger. Erschenen Jo:es Kost als gesubstitueerde van de volmr: vanden Lantdrost van Twenthe en Versoght Copia en tijdt van veerthien dage aut interim met eisch van costen.

* 1644, 9-9: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.234: Compereert die E. Jan van Lochum op zijn behoorlicken Termijn dach en verzocht Indieninge van de heer Lantdrost van Twenthe offe deselven volmr:

* 1645, 13-1: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.280: Erschenen Jan van Lochum en saecht hoe dat hij van 14 dagen tot 14 dagen tot sess wecken toe hebben doen beslaen seckere Goedere tho behorende Elisabeth gewesene huisfr van zal: Engelbert Hulssken borger binnen Schuttorp ende dienvolgens voorgl Elisabeth offte Imant harentwegen volmachtich citatie tot Schuttorp overgesonden omme huiden Comparantes eisch en conclusie aen toe hoeren versoeckende comparant dat dieselve mogen geingeischt worden, spreckt derwegen Comparant dieselve Elisabeth Hulssken aen voer die somma van Acht en dertich Ricx Daler en erfe, met alle costen gedaen en noch toe doen.

* 1645, 20-1: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.282: Erschenen Joan van Lochem en doet badinge op die gearresteerde goederen in zijn huiss berustende, Thobehorende Elisabeth Hulsskens tot Schuttorp weduwe van zal: Engelbert Hulsskens.

* 1645, 10-3: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.322: Borgemr: Jan Cost spreckt aen Johan van Lochem voor schult tot reeckeninge non Comparuit ergo contumax Salva Purga.

* 1645, 28-4: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.338: maakt melding van de moeder en broers van Joachim van Lochem.

* 1645, 9-6: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.345: Henrich Besselinck per filiam spreckt aen Jan van Lochem voor schult tot reckeninge

* 1645, 22-9: ORA Enschede Stadsgericht SG.023.376: Noopende het bedienen der mombaerschap over d’onmondige 3 kinderen bij Saelge: Aelcken Holsteijn naegelaeten ende bij Klaes Hulsken haer verstorvenen eersten ende Jan van Lochum haeren laetsten eheman gestellet respective met naemen Aelcken Hulsken, Drees & Hendr: van Loggum; vort die nominatie der Mombaeren door gem:ten van Jan Loggum selffs gedaen, op d’persoonen van Joachijm van Loggum ende Jan Holsteijn kannegieter, Ingeseetenen alhier als respectieve mombaeren der onmondigen bij ’t Gerichte mits deesen geratificeert, stellende op versoeck van partijen Jaspar Hampsinck tot Oldenseel mede tot overmombaer d’welcke neffens geseijde Joachijm met handtastinge hebben belooft deese hare Momberschap trouwelijck naer Landrechte t’administreren: houwe belofte de voorsze Mombaer gelijckvals sal zijn geholden te presteren, soo tegenwoordich absent.

* 1645, 20-10: ORA Enschede SG.023.383: Berend Balhaer spreeckt aen praevia citatione Jan van Loggem voor d'summa van ongeveer 4 Dal: 9 stv min een oort uijt saeke van verdient loon.

* 1645, 3-11: ORA Enschede SG.023.385: Lict: Tongeren versocht nae gedaene aenpandinge opbadinge aen Jan van Loggum sijn pande voor 4e Rijcksdaler: ver salaris

* 1645, 24-11: ORA Enschede SG.023.389: Lict: Tongeren versocht per Goderfridum Matthaij verso geeijgent te worden aen Jan van Loggum sijn pande voor 4 Rd 9 vr: salaris

* 1646, 13-4: ORA Enschede SG.023.430: Burgmr: Cost verkoft gerichtelijk een holten teller volgents erholdene proceduijre Jan van Loggum affgepandet ende Vort bij Cleger ingesatt op 4 penn: blijft bij Insaete cooper den eijgenaer sijn losse.

* 1646, 20-4: ORA Enschede SG.024.004: Henr: Reecker spreeckt aen Jan van Loggum voor d'somma van 26 gld 3 1/2 stvs met Reck: bereeckent

* 1646, 8-6: ORA Enschede SG.024.020: Jan Sveerinck doet na geschiene aenpandinge opbaedinge aan Jan van Loggum sijn pande voor d'somma van 8e guld procederende van verdient loon.

* 1646, 15-6: ORA Enschede SG.024.025: Borgermr: Joan Cost verkofft gerichtel: een kooperen keetel volgents erholdene proceduijre Jan van Loggem affgepandet, wordende bij Cleger ingesatt op eenen Rdlr, blijft bij insaete cooper den eijgenaer sijn losse naer Landr:e (...) Hendr: Helmichs per uxorem spreeckt aen praevia citatione (fol 26) Jan van Loggum voor d'somma van 10 gul: met Bekl: bereeckent. Quia non comparuit, ergo contumax, salva purga. Willem Aevermaet spreeckt aen Jan van Loggum voor d'somma van 17 gld 6 stvs uijt saecke van verdient loon. Quia non comparuit, ergo contumax, salva purga.

* 1646, 9-11: ORA Enschede SG.024.094: Hermen Egbertszn van Deventer bespreecket Jan van Loggum voor d'somma van 29 guld 9 st capitael ende 12 gul: interesse volgents reeckeningh alhier geëxhibeert voorts alle hinder ende schaden factis et fiendis. (fol 095) ex adverso erschenen Jan van Loggum ende secht niet meerder schuldig te sijn als 3 1/2 glds 1 stuijver moin of meer kan hij niet seggen. Hermen Egbertsz van Deventer versocht een maent tijt omme sijn reeckeninge beeter te verificeren.

* 1646, 7-12: ORA Enschede SG.024.105: Jan van Loggum versocht in termino handelinge van Hermen Evertsen van Deventer gelijck hij den 9en 9br. lestleeden te doen angenoomen, ver ende dat hij moge worden ingeeijscht bij gebrek van comparitie versocht kost ende schadeloose absolutie van des anleggers instantie sulks stellende met eijsch van kosten. Het versoeck wordt nae Landr: vergunt.

* 1647, 19-2: ORA Enschede SG.024.120: Compareert voor dese Ed Gerichte der Stadt Enschede Hermen Evertsz, spreeckt aen Jan van Loggum voor d'summa van 28 gld 10 stvs na luijt reecken: alhier vertoont voorts voor alle interesse & costen gedaen & noch te doen, versoeckende in contumaciam proclama. Op den eijsch van Jan van Loggum tott 18 stvrs verschooten gerichts gelt ende twee vacatien eenen gu: noopende het refunderen des eijschers kosten, voor deesen tegen Hermen Everts uijtgelecht; die nu met nije instantie vordert worts mits deesen gemodereert op 28 stuijvers 't saemen met noch 6 stvrs pro decreto in dieselve niet begrepen. (fol. 121) Jan van Loggum secht niet geholden te sijn t'antwoorden, bevorens den anlegger , alhier niet geseeten noch gegoedet sijnde, sufficiente borge gestelt hebbe de judicio sisti et judicatum solvi, bij gebreck van sulckx versocht cost ende schadeloose absolutie van des anleggers eijsch, voorbeholtlijck van ongeveer 4 gul: die Comparant presenteert te voldoen. Den anlegger secht niet geholden te sijn borge te stellen, overmits hij een borger tott Deventer is ende onder een Landtschap resorterende die alhier niet voor schult wort aengesproocken, maer selffs vordert, versocht al noch gelijck voren betalinge te doen ofte te bewijsen, met kosten ende interest ende dachgelden van dien, gedaen ende noch te doen, sulckx stellende. Verweerder persisteert bij d'versochte borgstellinge, sulckx stellende met eijsch van kosten. Anlegger persisteert gelijckvals bij sijn voorige ende stelle 't selve tott decreet. Het Gerichte verstaet dat den Anlegger, als onder deese jurisdictie niet geseten, wel weijniger geërvet ofte gegoedet, sal geholden sijn die versochte borchstelling te presteren, volgens Landr:e part 1a, tit.3 art.4, ende kosten van dien te voldoen. (fol. 122) In voldoeninge van het decreet, sisteert Hermen Everts alhier tott borge den E. Geerts Wessels die met handtastinge die versochte ende operlechte borgstellinge heeft aengenomen, waer tegens geseijde Hermen Everts sijnen borge belooft t'guarenderen ende schadeloos t'ontheffen alles onder verbandt nae rechte. Jan van Loggum stellet op des anleggers versoeck sijn huijs ende desselffs gerechticheijt daerinne hij teegenwoordich woonet , ten onderpande omme voor allen anderen Crediteuren, daer aen het gewijsde te verhaelen; sijnde vrij en van nijemant verhijpothiseert, voorts generalijcken alle sijne andere goederen, geene uijtbescheijden; Versocht dienvolgents copije ende tijdt van vier weecke.

* 1647, 15-3: ORA Enschede SG.024.128: Joan Glaesemaecker bespreecket Jan van Loggum voor schuldt ad computum.

* 1647, 22-3: ORA Enschede SG.024.134: Erschenen Joan van Loggum ende protesteert huijden in termino dat Hermen Everts tegen Landr:e sijn geëxhibeerde Reecken: weder met sich nae Deventer genoomen; waerdoor Comparant genootsaeckt wort prolongatie te versoecken totten eersten post ferias; ende deesen kosten van tijdt soecken aen te wenden, daer van comparant refusie gedenkt te hebben, bevoorens hij daertegens wil indienen.

* 1647, 29-3: ORA Enschede SG.024.136: Mr. Jan Steijnfurts Glaesemaecker doet het d'opbaedinge aen Jan van Loggum sijn panden luijt voorgaende proceduijre

* 1647, 3-5: ORA Enschede SG.024.141: Jan van Loggum exhibeert sijn contra reecken:e op ende tegens Hermen Evertsz versoeckt als daer bij met eijsch van kosten.

* 1647, 17-5: ORA Enschede SG.024.148: Mr. Johan Steijnfurts Glaesemaecker doet aneijchnonge aen Luijckas ten Hondtveldt ende Jan van Loggum haer panden, luijt voorgaende proceduijre.

* 1647, 24-5: ORA Enschede SG.024.150: Mr. Jan Steijnfurts Glaesemaeckerverkofft een holten tellier volgens erholden recht Jan van Loggum affgepandet ende wort van Cleger ingesatt op 4 duijten ende blijvet cooper losse s.

* 1647, 21-6: ORA Enschede SG.024.160: Hendr: Becker, volmr: Hermen Evertsz exhibeert recefsus loco Replicae, op ende tegens Joan van Loggum Versocht ale daerbij, met eijsch van kosten. Beclaechte versocht copije ende tijdt van ses weecken. [een uitgebreide tekst over de zaak van Herman Evertsz tegen Jan van Lochum is ook nog SG.024.191 dd 8-11-1647]

* 1647, 22-11: ORA Enschede SG.024.196: Jan ten Vaerde doet opbadinge aen Jan van Loggum sijn panden voor eenen Rijcksd, boode-loon.

* 1647, 6-12: ORA Enschede SG.024.200: Erschenen Hendr: Becker volmr: Hermen Evertsen, exhibeert tegen Jan van Loggum sijn nootdruft geintituleert Persistit, versocht als daer bij. Jan van Loggum versocht copije ende tijdt totten eersten rechtsdach post ferias navitatis.

* 1648, 10-1: ORA Enschede SG.024.203: Idem Schouwink bespreecket Jan van Loggum voor betaelonge van 400 backsteenen. Contumax.

* 1648, 6-3: ORA Enschede SG.024.210: Gerrit Cost bespreecket Jan van Loggum ende Albertssen Gerrit voor schult tot reeckening. Contumaces.

* 1648, 24-4: ORA Enschede SG.024.224: Erschenen Herman Evertsen geassit met Henr: Becker ende segt aen Jan van Loggum op sijn versoeck gegunt te hebben seeckeren tijdt op hoope van verdrach, als uijt 2e onderteijckende billetjes t'ersien, alhier vertoont, waer op alsoo tot noch niet en is gevolcht, heeft denselven teegens huijden doen citeren ad reassumenta litem; staet, wachtet en waeret handelonge van geml: Loggum, bij gebreck van sulckx versocht contumaciam met eijsch van costen. Bekl: Loggum versocht vermits het akkort niet kan worden getroffen , alnoch prolongatie van eenmaend, omme alsdan met sijn nootdruft gereed te sijn ende dienvolgens te treden tot sluijtenge des processus. Hermen Evertsen gestadet geen tijdt ten waere Bekl: hem sijn kosten van Deventer hier sall hebben gerefundeert, sulckx stellende tot kennisse der heeren Burgemrn:. Loggum peristeert bij den versochten tijdt, die hij (fol. 225) sustineert niet konnen g'weigert worden sonder eenich refuijs van kosten, als hebbende hier ter plaetse eenen Volmr: die hij sijn comparitie presenteert te voldoen, sulckx gelijckvals stellende ad deoctum. Het Gerichte vergunt Van Loggum veerthien daegen, mits refunderende den Volmr: Becker sijn daeges kosten, noopende de pretensie van Hermen Evertss, sulckx kan niet worden gepasseert, overmits niet gebleecken dat hij op Bekl: Loggums versoeck alleenich hier gekoomen, condemneerdende den Bekl: daerom booven te betaelen dit decreet ende d'recessen ten beijden t'sijden voorgevallen.

* 1648, 1-5: ORA Enschede SG.024.226: Erschenen Jan van Loggum ende exhibeert finale deductie tegens Hermen Evertsz versocht als daer bij met eijsch van kosten. Partijen wort op haerlieder versoeck geprifigeert den eersten rechtsdach na Pinxteren omme het proces te sluijten.

* 1648, 12-6: ORA Enschede SG.024.237: Huijde is het proces geslooten tusschen Herman Evertsen ende Joan van Loggum waer bij partijen het sluijten ende inventariseren pro quota hebben erlecht ad 44 stvrs ende noch ijeder halff voor den draeger 1 gl 16 stvrs.

* 1648, 26-6: ORA Enschede SG.024.241: Willem Bruijninck doet vertoin op Jan van Loggum sijn panden, luijt der anspraecke.

* 1648, 10-7: ORA Enschede SG.024.254: Jan van Alstede bespreecket Jan van Loggum voor eenen daeler huijr, die hij voor sijn broeder angenoomen heeft te betaelen, voorts van alle costen. Contumax

* 1648, 4-9: ORA Enschede SG.024.257: Jan van Alstede doet opbaedinge an Hermen ten Gorthuijs ende Jan van Loggum haer panden luijt voorgaende proceduijre

* 1648, 11-9: ORA Enschede SG.024.264: Willem Bruninck doet opbaedinge an Jan van Loggum sijn panden luijt voorgaende procedure.

* 1648, 18-9: ORA Enschede SG.024.269: Jan Reudinck bespreecket Jan van Loggum voor 3 gld 11 stvrs uijt saecke van geborgde rogge ende bereeckende schult.

* 1648, 25-9: ORA Enschede SG.024.271: Mr. Geert Becker bespreecket Jan van Loggum voor schult tot reecken:e. contmax. (... fol 272): Jan Reudinck doet het verwin op Jan van Loggum zijn panden luijt der aenspraecke.

* 1648, 2-10: ORA Enschede SG.024.276: Werner t'Joostinck bespreecket Jan van Loggum voor d'somma van 97 daler met twee jaeren interessen , met protest van kosten.

* 1648, 6-10: ORA Enschede SG.024.290: Werner t' Joostinckwort op sijn versoeck geeigent aen Jan van Loggum sijn panden luijt voorgaende procedure (fol. 296:) Lud: Wagelaer bespreecket Jan van Loggum voor schult ad Computum.

* 1648, 9-10: ORA Enschede SG.024.277: Werner t'Joostinck doet het verwin op Jan van Loggum sijn panden, luijt der aenspraecke

* 1648, 23-10: ORA Enschede SG.024.288: Werner t'Joostinck doet opbaedinge aan Jan van Loggum sijn panden luijt voorgaende procedure

* 1648, 30-10: ORA Enschede SG.024.289: d'Weduwe van Hendr: ten Catte tot Borne per Joan van Loggum junior bespreecket Gerrit Sloetemaecker voor 15 glds 18 stvs prpocederende van geborde waeren. Bkl. versocht 14 dagen. Idem bespreecket Albert Stroijnck voor 18 glds 10 stvrs. Noch bespreecket Jan Gerritsen voor 42 gul:. Item Hendr Besselinck voer 32 gld 8 stvrs. Voorts Balthasar van Aelstede voor schuldt ad computum. Idem nomine proprio bespreecket Hendr Becker Weggebacker voor 14 gld 13 stvrs geleent gelt.

* 1648, 8-11: ORA Enschede SG.024.298: Jan van Loggum junior nomine Hendr: ten Cattes weduwe tot Borne doet het verwin op Gerrit Sloetemaeker, Albert Streijnen, Jan Gerritsen, Hendr. Besselink ende Balthasar van Alstede sijn panden luijt der Anspraeke. Idem nomine proprio doet het verwin op Hendr: Becker, Weggebacker, sijn panden, luijt der anspraeke.

* 1648, 20-11: ORA Enschede SG.024.305: Joan v: Loggum junior qualite qua supre doet opbaedinge aen Hendr: Becker Weggebacker, Gerrit Slootemaecker, Hendrick Besselinck ende Jan Gerritsen haer panden, luijt voorgaende procedure. Idem bespreeckt Jan Dolleboter voor schult tot reecken: 14 daegen. Noch bespreecket Luijckas van Hondtvelt voor 4 gld uijt saeke van geborgde waeren.

* 1648, 4-12: ORA Enschede SG.024.310: Jan van Loggum junior wort op sijn versoeck geeijgent aen Hendr Becker, weggebacker, sijn panden luijt voorgaende procedure. Idem doet het vertoen op Jan Dollebotter sijn panden, luijt der aenspraeke

* 1648, 11-2: ORA Enschede SG.024.314: Lud: Wagelaer nomine proprio doet opbaedinge aan Jan van Loggum zijn panden luijt etc

* 1649, 8-1: ORA Enschede SG.024.316: Lud: Wagelaer nomine proprio wordt op sijn versoeck geëijgent an Jan van Loggum & Herman ten Oorthuijs haer panden, luijt voorgaende procedure

* 1649, 15-1: ORA Enschede SG.024.318: Jan van Loggum junior doet het verwin op Luijckas van Hondtvelt sijn panden luijt der anspraecke. Idem doet opbaedinge aen Jan Dollebotter sijn panden luijt voorgaende procedure. Idem bespreecket Wessel Becker voor sooven gul: Contumax s.p. Becker versocht 14 daege. (fol 321:) Lud: Wagelaer verkoft een holten tellier volgens erholden recht Jan van Loggum afgepandet, die van Comparant ingesat wort op 1/2 stvr, blijvet cooper losse.

* 1649, 18-1: ORA Delden Landgericht 40: Weduwe zal. Henr. ten Kaete door haer dochter's man Jan van Lochem aengesprocken Wolter Ackerhuys voor 9 gld.19 stv. voor geleverde waeren, cum expensis

* 1649, 29-1: ORA Enschede SG.024.328: Jan van Loggum junior wort op sijn versoeck geëijgent an Jan Dollebotter sijn panden luijt voorgaende procedure. Idem doet opbaedinge aen Wessel Becker sijn panden luijt voorgaende procedure. (fol 329:) Herman Evertsen, coopman tot Deventer doet opbaedinge aen Jan Loggum sijn panden voor seecker geadjudiceerde penningen luijt sententie voor deesen Gerichte gepronuncieert, protesterende van costen, schaden en interessen gedaen en noch te doen.

* 1649, 12-2: ORA Enschede SG.024.336: Jan van Loggum junior bespreecket Lauwrens van Werseloe voor d'summe van 44 gld uijt saecke van geborgde waeren. Bekl. versocht 14 daege; Iden verkoffte een holden leepen volgens erholden recht Jan Dollebotter affgepandet die van comparant ingesatt wordt op 2 doijten, blijft koper losse. (fol 337) Hendr Becker volmr Hendrik Evertsen wordt op sijn versoeck geëijgent aen Jan van Loggum sijn panden luijt voorgaende procedure

* 1649, 20-2: ORA Enschede LG.038.184: Jan van Loggum junior doet opbaedinge aan Cuijper Jan sijn panden, voor 14 gl 10 stvs uijt saecken van geborgt laecken, wort gelijckfals geëigent. Idem doet opbaedinge aen Egbert Anninck sijn panden voor 2 gld 18 stv procederende van geborgd laecken.

* 1649, 5-3: ORA Enschede SG.024.343: Jan van Loggum junior doet opbaedinge an Lauwrens van Werselo sijn panden, luijt voorgaende procedure.

* 1649, 12-3: ORA Enschede SG.024.344: Jan Reudinck doet opbaedinge aan Jan van Loggum sijn panden, luijt voorgaende procedure. (fol 345:) De wed. van salg:er Mr Jan van Hengelo bespreeckt Jan van Loggum voor 3 gl min 1/2 stvr uijt saecke van een geborgt touw.

* 1649, 13-3: ORA Enschede LG.038.195: Hendr Becker Weggebacker bespreecket via arreste et praevia citatione Jan van Loggum junior voor d'summa van 46 stvrs per reste van meerder uijt saecke van geborgt stucke doecks

* 1649, 30-4: ORA Enschede SG.024.352: Hendr Hoedemaecker doet opbaedinge aen Jan van Loggums pande voor de summa van 18 gld 10 stvrs verschenen interest

* 1649, 28-5: ORA Enschede SG.024.358: Jacob Helmich bespreecket Jan van Loggum voor schult tot reecken:

* 1649, 4-6: ORA Enschede SG.024.359: Willem Bruijninck doet opbaedinge aan Jan van Loggum sijn panden luijt voorgaende proceduijre (...) Hendr Hoedemaecker per Borgerm:r Rooters wort op sijn versoeck geëigent an Jan van Loggum sijn panden luijt voorgaende procedure

* volgende aktes: 11-6-1649 (SG.024.361 - Gerrit Cost en burgemeester Jan Cost contra Jan van Loggum), 18-6-1649 (SG.024.362 - Hendr. Hoedemaecker en Burg. Jan Cost contra Jan van Loggum, en 365: Gerrit Helminck contra Jan van Loggum)

* 1649, 5-7: ORA Delden Landgericht 40: De Wed. Henr. ten Caete per Jan van Lochum aengesprocken die Cooninck te buyren voor de somma van 12 gld.10 stv.8 penn., hercoomende van verkoffte laecken. Idem spreeckt mede aen die Cooninck voor die interest van 94 gld., nae gedaene beloffte uyt syn schultboeck, cum expensis. Die Cooninck per filium Steffen Smit versoeckt terminum tot den eersten post ferias Messium

* 1649, 3-9: ORA Enschede SG.024.373: Hendr: Hoedemaecker geassist met Lud: Wagelaer bespreeckt praevia citatione Jan van Loggum sijn panden voor d'somma van 200 Car glds verschooten penn, neffens daerop een verschenene ende dit loopende jaer pensioen, luijt obligatie met bekl. eigener handt geschreven ende ondergeschr: Item voor d'summa van 40 Car glds bereeckende schult gelijkfals met Ged. eigen handt geteickent ende alhier in sittenden gerichte gepresenteert voorts voor alle costen, hinder en schaden versocht daeromme ineischonge, om bij bekl: selve te kennen ofte ontkennen, et si non compareat contumaciam. Bekl: per scedulam versocht 14 daege.

* 1649, 10-9: ORA Enschede SG.024.380: Jan van Loggum junior tot Borne bespreecket Egbert Smitt voor d'summe van 140 car gld capitael en verloopen interesse ad computum Contumax s.p. Idem per scedulam bespreecket Jacob Westerborch voor d'somma van 227 gld 10 stv capitael met interesse ad computum. Bekl versocht 14 daege.

* 1649, 1-10: ORA Enschede SG.024.390: Jacob Adams wort op zijn verzoek geëigend aan Jan van Loggum zijn panden, luidt voorgaande procedure. (fol. 394:) Jan van Loggum van Borne per Nuntium doet het verwin op Jacob Adams luijt der aenspraecke; Idem bespreecket Egbert ter Vaerde voor schult ad computum.

* 1649, 8-10: ORA Enschede SG.024.396: Jan van Loggum van Borne wort op sijn versoeck geëigent aen Egbert Smitt sijn panden luijt voorgaende procedure; Idem doet nae gedaene aenp: opb: aen Jacob Adams sijn panden luijt voorgaende procedure

* 1649, 22-10: ORA Enschede SG.024.403: Jacob Hendricksen Helmich geadsist met Ludo: Wagelaer verkofft gerichtel: alle meubilen innige des huijses ende bestiaelen niets daervan int kleijne ofte grote uijtbeschoiden, Jan van Loggum volgens erholen recht affgepandet wordende van Comparant ingesat op d'summa van veertich car gld blijft cooper losse. Eodem die erschenen Henr: Hoedemaecker geassit met Ludo: Wagelaer, secht volgents relaes van den Stadtsdienaer alhier in plenu senatu gedaen geene meubile panden te konnen machtich worden van Jan van Loggum, versocht daeromme Anpande: nae athmaels recht aen alle sijne immeubile goederen, huijs, hoff, voorts hooge & bege landerijen onder dese Jurisdictie gelegen, met wijder versoeck soo d'voorsz goederen niet konden strecken totte vollekoomene betaelonge de goederen onder het Lantgerichte gelegen bij requisitoriales aldaer meede mogen worden gedistraheert. protesterende van kosten, (fol. 404) schaeden ende interesse. Gerrit Alberts statsdienaer relateert huijde Jan van Loggums huijsvrouwe 't haere huijse in des mans absentie d'anpandinge geinthimeert te hebben als versocht. Jan ten Vaerle wort op sijn versoeck geëigent aen Jan van Loggums panden luijt voorgaende procedure.

* 1649, 22-10: ORA Enschede SG.024.405: Jan van Loggum junior van Borne, verkoffte een holten leepel volgens erholten recht Egbert Smitt affgepandet wordende van hem ingesat op 4 penn:en blijft cooper losse.

* 1649, 5-11: ORA Enschede SG.024.414: Jacob Averlandert verkofft volgens erholder recht gerichtelijck de verbeteronge van Jan van Loggum sijn mobile panden, bestiaelen, en anders, niets uijtbescheijden, aldewelcke onlangs bij Jacob Helmis sijn opgebuijtet, wordende dieselve verbeteronge bij hemselven ingesatt op 17 gl blijft cooper losse, (fol. 415) onder voorbeholt dat almits de kraem van voorsz Loggums huijsvrouw haerluijden niet aengesecht alsoodanighe panden dieselven met den eersten gerichtelijk sal worden geinthimeert.

* 1649, 27-11: ORA Enschede Landgericht LG.038.361: Borgemr Cost geprocedeert hebbende voor den Schependom alhier tegens Jan van Loggum: ende geen panden aldaer hebbenden konden machtich worden, versocht volgens requisitoriales alhier vertoont dat hem dat hem mooge worden vergunt Anpande naer atmaels recht aen alle d'landerijen van Jan van Loggum soo hooch als leech onder deese Jurisdictie gelegen omme (fol. 362) daer aen te verhaelen tgeene bij aenspraeke voor d'Magistraat geëischt met versoeck dat gem:te Loggum hier van d'denuntiatie mag worden gedaen, protesterende van kosten, schaden ende interessen geleeden ende noch te lijden. Het versoeck wordt nae landr: geaccordeert. Derck Jorijssen versocht gelijkfals volgens vertoonde requisitoriales Anp: nae Atmaels recht en alle d'hooge ende leege landerijen van geseide Jan van Loggum geene van alle uijtgesondert protesteert ende versocht als bij Borgemren: Cost is worden gedaen. Wort nae Landre; vergunt. In december voegen ook Willem Bruijninck en Werner Josten

* 1650, 22-1: ORA Enschede Landgericht LG.09.342: Anno 1650, den 22en Jann. Herman van Hovel: Judex. Derck Rooters Egb. ten Vaerde: assessoren. Erscheenen Joan van Loggum met Geertken, sijn echte huijsvrouwe praesent, ende deeden onwedderoepelijcken transportatie, cessie ende opdracht ten behoeve van den E. Derck Jorrijssen, Anna Cost, eheluijden ende haeren naekommelingen, van haerer transportanten eijgendoemlijcke stucke bouwlandts, gelijcke t’ selve met alle sijn olde ende nieuwe toebehoor, recht ende gerechticheeden, in d’ Eschmarke ende deesen Gerichte is gelegen in t' Laersonder, met d’ eene sijtt naer den Thijsinck kamp, aen welcke sijt cooper georloft sal weesen ende vrijstaen d’ Heege uijt te doen raeden, ende met d’ ander sijt aen Griete van Loggums landt, schietende metten eenen einde oock aen Griete van Loggums landt, ende metten anderen einde aen d’ Leide naer t’ Laersonder. Dit alles voor een vrij allodiael onbethiendet goedt, edoch den thientheer voorbeholden sijn recht van een spint roogen slopthiende. Daervan sij transportanten bekanden den kooppenninck, den lesten metten eersten, vollenkoomen ende ten geneugen ontfangen te hebben. Deeden deswegen van het geseide stucke bouwlants vertichenisse met handen ende met (Folio 343) met monde als recht was. Haer ende allen den haeren daervan euwichlick ontervende ende cooperen cum suis daermeede erfflijck wedderomme beervende, sonder dat sij daeraen het allergeringste meer behielden, met beloftenisse van waerschap, breederen inholts des versegelden brieves.

* 1650, 4-2: ORA Enschede Landgericht LG.09.345: Anno 1650, den 4en Februarij. Herman van Hovel: Judex. Derck Rooters Joes Cost: assessoren. Eigenaer persoon erschenen Jan van Loggum, met Geertken sijn echte huijsvrouwe, enden deeden ten erfflijcken behoeve van Hendr. Grevinck, Annetjen Pieters, eheluijden ende haeren naekommelingen onwedderoepelijcke transporatie, cessie ende opdracht van haer transportanten eigendoemlijcke twee stuckjes bouwlants; daervan het eene is gelegen in t’ Laersonder op den nieuwen camp tusschen cooperen ende Pieter van Loggums landerijen, schietende metten eenen einde aen Griete van Loggums koweide, ende metten anderen einde aen dit naergen. stucke, het ander stucke oock in t’ Laersonder tusschen Pieter van Loggum ende cooperen landt gelegen; schietende metten eenen einde aen Jan Bitters lant ende metten anderen einde aen het eerste gen.landt (Folio 346) landt; daervan het eerste is beswaert met een schepel garsten, jaerlijckse slopthiende in d’ proffstie tot Oldenseel, ende het ander oock jaerlijcks aldaer met een spint roggen; anders voor vrij, allodiael, onbethiender ende onbethinset. Daervan sij transportanten den kooppeningen den lesten metten eersten, vollenkoomen ende ten geneugen bekanden ontfangen te hebben. Deeden deswegen van d’ gelimiteerde twee stucken bouwlandts vertichenisse met handen ende met monde als recht was. Haer ende allen den haeren daervan euwlichlijck ontervenden ende cooperen cum suis daermeede onwedderoepelijck wedderomme beervende, sonder dat sij daeraen het allerminste meer behielden. Met beloftenisse van waerschap, breederen inholts des versegelden brieves.

* 1650, 19-9: ORA Delden Landgericht 40: Jan van Lochum weegen d'weduwe van zal. Hend. ten Kaete aengesproecken Berndt Oynck in Woolde voor de somma van 10 gld.16 stv. weegen gehaelde waeren, cum intresse ende expensis

* 1650, 12-11: ORA Enschede Landgericht LG.09.377: Erschenen Jan van Loggum met Geertken, sijn echte huijsvrouwe, ende deeden onwedderoepelijcke tran (Folio 378) transportatie, cessie ende opdracht, ten erfflijcke behoeve van Jan Bitters, Jenneken, eheluijden ende haeren erffgenaemen, van haer comparanten eigendoemlijcke twee stucken bouwlandts, beijde in t’ Laersonder gelegen, het eene tusschen Pieter van Loggum ende verkooperen lant, schietende metten eenen aen Griete van Loggums Beitel ende mettende anderen eijnde aen d’ Leijde, het tweede oock tusschen Pieter van Loggum ende verkooperen lant gelegen, schietende met beijden eijnden als het voorige sijnde met haer beijden beswaert met drije vierden spint roggen slopthienden, anders vrij, allodiael, onbekommert onbethiendet: Bekennende den kooppenn. daervan den lesten metten eersten vollenkoomen ende ten geneugen ontfangen te hebben. Deeden deswegen van d’ verkofte twee stucken bouwlandts vertichenisse met hande ende met monde als recht was, haerende allen den haeren daervan t’ allen tijden ontervende ende cooperen, Jan Bitters, Jenneken, eheluijden, daermeede erff. ende onwedderoeplijck wedderomme beervende, sonder dat sij daeraen het alleminste meer behielden: Met beloftenisse van waerschap, breederen inholts des versegelden brieves.

* 1650, 27-11: ORA Enschede Stadsgericht SG.024.529: Jan van Loggum junior bespreecket Herman Bansen voor 6 gl 10 stv; Mr. Joost voor 9 gld met daer op verloope interesse; Jan Gerritsz voor 12 gld 7 1/2 stvs; Jan Helminck voor 8 gld; Albert Gerritsz voor 6 stvs tsaemen van geborgde waeren; Wesel Delkinck voor schult tot reecken:. Alle 14 daege versocht. Idem nomine Engelbert Luijckersen bespreecket Alb; Gerritsen voor 9 gld 6 stvs geborcht laecken. Jan van Loggum junior verschot sijn recht tegens Egbert Smitt.

* 1650, 3-12: ORA Enschede Landgericht LG.038.628: d'wedewe ten Catte tot Borne per Jan van Loggum junior bespreecket Jan te Lutke Wagelaer voor (fol. 629) derthien gld 16 1/2 stvr ende Schuckert toe Tweckel voor 16 gl 0 penn uijt saecke van geborgde waeren protesterende van interesse en kosten daer op geloopen ende noch te loopen. contumaces

* 1650, 9-12: ORA Enschede Stadsgericht SG 024.532: Jan van Loggum tot Borne per Joggum Pietersz doet het verwin op Ale ten Thijes panden luijt der aenspraecke

* 1650, 12-12: ORA Delden Landgericht 40: Jan van Lochum weegen die weduwe van zal. Henr. ten Caete versocht verwin op Lambert Mensen tot Hengeloe

* 1650, 19-12: ORA Enschede Landgericht LG.038.642: Jan van Loggum tot Borne doet het verwin op Schuckert en Lutke Wagelaer luijt voorgaende aenspraecke.

* 1651, 13-1: ORA Enschede Stadsgericht SG.024.535: Jan van Loggum junior doet het verwin op deese naevolgende haer panden als Herman Bantsen, Albert Gerritsen, Trijne Engerkinck, Jan Gerritsen Jan Helminck en Wessel Delekinck. Idem verkoffte eenen haegengaerden volgents erholdene recht Egbert Smitt afgepanded gelegen tussen Jan Menckemaet en Lucas Beckers gaerden, wordende door hem ingesatt op 45 daler, blijft koper losse.

* 1651, 27-1: ORA Enschede Stadsgericht SG.024.543: Albert Gerritsen gestendicht aen Jan van Loggum schuldich ende geholden te weesen te leveren seecker weevers gereetschap ofte bij misleverantie te betalen 6 gld noopende de vorderen eisch wordt noch ontkent. Op welcke bekentenissen Jan van loggum versocht en doet het verwin.

* 1651, 3-3: ORA Enschede Stadsgericht SG.024.558: Jan van Loggum tot Borne verkofft een holten leepel volgens erholden recht Herman Banssen affgepandet wordende bij hem ingesat op 2 doijten, blijft cooper losse. Idem wort op sijn versoeck geëijgent aen Jan Gerritsens panden, luijt voorgaende proceduijre. Dieselve bespreecket Hans Jacobsz voor 7 gld 13 stvr nomine sijner schoonmoeder, Contumax S.P. Bkl: bij sittenden gerichte 14 daegen versocht.

* 1653, 12-6: ORA Enschede SG.025.152: Die Reiger per missive doet opbaeden Jan van Loggum zijn panden voor ongeveer 45 guld verdient salaris, daar van in cas van contradictie d'designatie sal worden overgelecht, protesterende van costen, schaden en interessen. Beklaagde per uxorem versocht 14 dage omme hier op te doen nae rade.

* 1653, 7-11: ORA Enschede SG.025.188: Abraham ten Bouwhuijs bespreecket Jan van Loggum senior voor schult tot reecken: Contumax s.p.

* 1654, 6-3: ORA Enschede SG.025.223: Jan van Loggum junior bespreecket Berent van Ochtdorp voor drije guld: landhuijr. Contumax.

* 1654, 1-5: ORA Enschede Stadsgericht SG.001.255: De richter tot Delden Van Limborgh met Clementia Hillegunda Oem verkopen een huis en hof aan Jan van Loggum met Geesken ten Katte, zijn huisvrouw. In een akte in het zelfde register van 5 Nov. 1655 wordt gesproken over het huis van Jan van Loggum Junior aen de Stadtsstraete

* 1654, 20-6: ORA Enschede Landgericht LG.09.532: In eodem Judicio erscheenen Griete, wed. wijln. Dries van Loggum, g’ assisteert met haeren soone Jan van Loggum, haeren hiertoe versochten ende gerichtelijck g’ admitterden mombaer, de rato caverende voor haere vier andere soons, te weeten; Joggim, Pieter, Gerlich ende Joost van Loggum, als oock voor haere dochter Hermken. Ende deede onwedderoepelijcke transportatie, cessie ende opdracht ten erfflijcken behoeve van Herman ten Dijcke, Geesken, eheluijden ende haeren naekommelingen van haer transportantinnen eigendoemlijcke vrije allodiale ende onbetinzede hoijmaet hem gelijck dieselve met alle haer olde ende nieuwe toebehoor, recht ende gerechticheit in Usseler marcke ende deesen Gerichte is gelegen, metten eenen einde aen Abraham ten Bouwhuijs maeth ende metten anderen einde ende twee sijden in het velt. Daer van sij transportantinne, g’ assisteert als vooren, bekande den kooppenn., den lesten metten eersten, vollenkoomen ende ten geneugen ontfangen te hebben. Deede deswegen van d’ verkofte maethe vertichenisse, met hande ende met monde, als recht was. Haer ende haeren kinderen ende erffgen. daervan t’ eenemael ontervende ende den aencooperen cum suis daermeede erfflijck wedderomme beervende, sonder dat sij daeraen het allerminste meer behieltnoch te verwachten was. met beloftenisse van waerschap, breederen inholts des verseegelden brieves

* 1654, 11-9: ORA Enschede 025.255: Geert ten Thije bespreecket Jan van Loggum voor (256) leverantie van soo veel bombaseijde als anl:s soon tot een wambuijs heeft van noode ende anlegger int verkoopen van een goltvincke toebedongen, alles onder protest van kosten en interessen. (fol 257:) Jan van Loggum geadsist met Lud: Wagelaer alhier geciteert ende van Geert ten Thije aengesproocken secht dat dieselve hadde behooren bij den Anlegger beweesen geweest 't welck alsoo niet is geschiet, concludeert tot cost ende schadeloose absolutie.

* 1654, 27-11: ORA Enschede SG.025.285: Jan van Loggum junior bespreecket Jan Helminck voor vijf gld 7 1/2 stvr ter saecke van geborgde boomensijn. Contumax s.p.

* 1654, 28-11: ORA Enschede LG.040.005: Jan van Loggum bespreecket Horst Herman voor leverantie van een gekoften grooten keeselinck steen onder protest van kosten [een keselink is een kiezelsteen]

* 1655, 12-3: ORA Enschede SG.025.307: Jan van Loggum senior per filium bespreecket Lucas Frericksen Becker voor 2 R.dal: ter saecke van wijnkoop. Bekl: versocht 14 daege.

* 1655, 2-4: ORA Enschede SG.025.309: Jan van Loggum per filium doet het verwin op de panden van Lucas Frericksen Becker luijt S.

* 1655, 18-6: ORA Enschede SG.025.318: Jan van Loggum junior doet opbaed aen Jan Helmincks panden, luijt voorgaende proceduijre. Idem bespreecket den selven Helminck uijtten naeme van Lambert Hendrickssen voor 'd summe van 51 gld eenige stvrs ad computum protesterende van alle verloopen en noch te verloopene interesse. 14 daegen. In plaetse van d'bovenstaende opbaed: versocht anlegg: anspraecke voor ongeveer 7 gld. ad computum procederende van geborgde boomsijde. Bekl. versocht 14 daegen. [Lambert Hendricksen ten Cate is Jan van Lochems zwager]

* 1655, 2-7: ORA Enschede SG.025.320: Jan van Loggum voor hem selffs ende meede uijtten naeme van Lambert Hendricksz doet hetv verwin op d'panden van Jan Helminck, luijt voorgaende procedure

* 1655, 26-11: ORA Enschede Stadsgericht SG.025.350: Tonnijs Reijger verkoffte twee roode koeuen voorts alles meubelen ende ennenge des huijses affgepandet Jan van Loggum, wordende t'saemen ingesatt op 50 gld, blijft kooper losse. (fol. 351:) Jan van Loggum senior doet Opbaede aende panden van d’huijsvrouwe van Lucas Becker luijt voorgaende proceduere. Item bespreecket dieselve huisvrouwe voor 100 drs ende 5 gld wesende het 2e termin van het angekofte huijs alles onder protest van costen ende interessten

* 1656, 4-2: ORA Enschede SG.025.370: Jan van Loggum rejecterende die bij Aenl. Gerritsz gedaene Opbaeden, secht denselven met sijnen swaeger Abraham ten Catte anbesteedet te hebben te maecken de nieuwe sluijse, soo d'Aenl. oock goedt te maecken anbelooft, voor eenen p.dhr., het welcke alsoo niet gedaen ten welcken fine (371) men sich voorts submitteert ten oordeel der H: Borgermrn. ofte des kennis draegenden sustineert pro lange tot voldoeninge van den versochten eisch ongeholden, sulx stellende onder expresse protestatie van kosten

* 1656, 8-9: ORA Enschede SG.025.398c: Lenart de Lange per Ludm: Wagelaer bespreecket Jan van Loggum voor 35 gld 9 st, procederende van geborgde medicamenten, cum interesse.

* 1656, 12-10: ORA Enschede SG.025.405: Jan van Loggum verkofft alle d'meubelen ende bestialen toebehorende d'huijsvrouwe van Lucas Frerickssen Becker, soo wel tinnen, linnen etc niet van alle uijtgesondert, wordende tsaemen ingesat op vijftich Car Glds blijft cooper losse.

* 1656, 27-10: ORA Enschede SG.025.407: d'Erffgen: van saele: Lambert Hendricksz [ten Cate] per Jan van Loggum bespreecket Lod. Waegelaer voor 10 gl, 15 1/2 stv, Bekl: versocht 14 daegen. Dieselve spreecket Jan Staets voor 27 gld, 1 1/2 stv, alles ad computum. Jan van Loggum nomine proprio bespreecket Egbert Smitt voor 12 gld 7 1/4 stv. Item Hendr. Matthaei voor 31 stv. ad computum. Contumax Mathei s.p. Bekl. Egbert versocht 14 daegen (fol 409:) Bekl. Jan Staets secht, alsoo anlegg. sijn aenspraecke niet en heeft niet en heeft geverificeert ende de voorige kosten gerefundeert, soo concludeert d'selve tot cost en schadeloose absolutie van des Anlegg eisch. Jan van Loggum nomine als vooren versocht copiam en tijdt van 14 daegen om hier teegens te doen nae raede. Jan van Loggum senior verkoft het huijs daerinne d'huijsvrouwe van Lucas Becker is woonachtich, haer volgents erholden recht affgepandet, wordende bij Comp. ingesat op vijftich dale: Blijft cooper losse.

(fol. 410) Jan van Loggum senior, geassist met Ludo: Wagelaer spreeckt aen Hendr: Becker als intervenient voor d'huijsvrouwe van Lucas Frederikssen Becker, ende in deesen pandverweer, om reedenen van d'selve weeringe, d'welcke pandt tverweer heeft derven doen, on angasien Pandtl: dieselve teste protocolle met doorgaende rechte hebbe uitgesleeten ende verkoft bij gebreck van bestendicheijt derselver versocht onder protest van kosten pandtsterckinge, hierover decretum verwachtende. Pandtverweerder geeft voor redenen dat hij volgens pandtl: zijns eijgen handtdie nu voor d'tweede reise opgebuitede panden hebben geredimeert ende aen sich gelooset ende daer door eijgenaer geworden sustineert hiermede te konnen volstaen sulcx onder protest van costen, stellende ad decretum. Ex adverso secht dat pandtverwe: met de bijgebrachte quite:s in't minste niet doet bewijsen eigenaer geworden te sijn van alsulcke opgebuijtete panden dwelcke hij voor sijn swaegersche heeft geredimeert ende alsoo naer die pandtverwssche dieselve een lange tijdt wedderom (fol. 411) wedderom in eijgendom beseeten, wederom bevoecht en dieselve de novo te panden ende te verkopen gelijck gedaen, ende doemaels van nijemant gecontradiceert, sullende oock, hoewel ten laeter tijdt, met eede niet konnen confirmeren, hetselve tot sijnen eijgendomse profijte gedaen te sijn, concludeert daeromme voor als nae tot affhaelinge van de verstaene panden; sulckx nogmaels onder protest van costen stellende ad decretum. Becker persisteert bij de gegevene reedenen concludeert noch als vooren, sulcx meede stellende ad decretum. DECRETUM. Alsoo uijt de geëxhibeerde quitantie niet en consteert dat pandtzlv: die doemaels gedistraheerde meubelen aen intervenient hebbe verkofft soo wort onder andere bestandige reedenen verstaen ende mits desen erkent dat bij intervenient een ongefundeerde pandweeringe sij voorgenomen, waeromme dieselve oock wort gecondemneert in de kosten ende pandlzije geadmitteert tot affhalinge van d'verkofte panden.

* 1656, 11-11: ORA Enschede SG.025.417: Jan van Loggum, proc. Lambert Hendrickszn erffgenamen, per ancillam versocht 14 daegen uijtstel teegen Jan Staets. Idem qq. Versocht het verwin tegens Lod Waegelaer en Egbert Smitt

* 1657, 12-1: ORA Enschede SG.025.424: Garrit Cost nomine Willem Poortenaers bespreecket Jan van Loggum senior voor 14 gld ter saecke van geborgde kleedinge. Bekl: versocht 14 daege. Jan van Loggum junior verkofft een holten lepel affgepandet Egbert Smitt, wordende ingesat t op 2 penn: blijft cooper losse.

* 1657, 20-1: ORA Enschede LG.040.126: Mr. Jan van Loggum doet nae gedaene aenpandinge opbaedinge aen Jan Leusinsks panden voor 3 schepel rogge verdient meijsters loon, alles onder bedinck van costen ende interesse.

* 1657, 16-3: ORA Enschede SG.025.447: Erschenen Jan van Loggum geassist met Lud. Wagelaer, als conjuncta persona van sijn oom Pieter van Loggum segt, alsoo de geciteerde weduwe Grevincks gaat pogen eenig pretense recht te hebben aan sekere twee d'voorsz oom Pieter toebehorende stucken bouwlands int Laersonder gelege, uijt last van d'selve bereits bij Comparant aan eenen Jasper Besselincks tegen eenen haegen-gaerden gepermuteerd, volgens contract tussen partijen daarvan opgerichtet, door al het welcke voorsz. gae. poogen alsoe de gem: eigenaer in grooten schade solde geraecken, soo concludeert en contendeert Comparant ex L. diffam: dat de weduwe ged: binnen eenen korten tijdt, vermits damnum in mora, mogen werden gehouden te edieren haere brieven ende bewijst ende dienvolgents tegen hem te institueren alle haere vermeente hebbende actien, off bij gebreck van dien, dat de Geciteerde bij U Ed: Achtb: moge werden geimponeert silentium perpetuum de expensis damno et interesse expresse protesterende. Geciteerde, geassist met haeren swaeger Mr. Joost Mieskendael versocht copiam en tijdt van ses weecken om hier tegens te doen nae raede, alles onder voorbeholt van alle benificien rechtens, ende protest van costen.

* 1657, 20-4: ORA Enschede SG.025.453: Reeff per Lud: Wagelaer verkofft gerichtelijk al soodanige kooppenningen van 't eerste, tweede ende derde termin, als Jan van Loggum volgents koopschedul van sijnen debiteur Alb: te Rutbeecke wegen een angekoft huijs wert bevonden schuldich te sijn, wordende (fol 454) van Comparant ingesat op alsodane waardeije als deselve luijt anspraeke sal werden bevonden te competeren. Blijft cooper losse. s.

* 1657, 24-4: ORA Enschede SG.025.457: Hendr: Grevincks weduwe versocht tegens Jan van Loggum prolongatie van ses weecken, daer van gem: Loggum in tempore is genotificeert.

* 1657, 1-6: ORA Enschede SG.025.463: Jan van Loggum per Gerrit Cost bespreecket Albert te Rutbeecke voor 110 daler procederende van een verkofft huijs onder bedinck van kosten ende interessen. Contumax. s.p.

* 1657, 8-6: ORA Enschede SG.025.465: Hendr: Grevincks weduwe per Mr. Joost Miskedael exhibeert in termino tegens Jan van Loggum Onderrichtinge versocht ende concludeert als daer bij. Jan van Loggum versocht van de wed: Grevincks inbrengent copiam en tijdt van 8 daegen.

* 1657, 15-6: ORA Enschede SG.025.467: Jan van Loggum geassist met Ludo: Wagelaer exhibeert op ende tegens d'weduwe Grevincks sijn contrabericht , versocht ende concludeert als daer bij gedaen. Grevincks weduwe versocht copiam en tijdt van ses weecken om daer tegens te doen nae raede.

* 1657, 10-7: ORA Enschede SG.025.473: Compareert Pieter van Loggum als principael van (fol 474) van sijnen Neeff Joan van Loggum in saeken contra d'weduwe Grevincks geassist met Ludo: Wagelaer ratificeert alle tgene soo bij de geseide Jan van Loggum contra gem: weduwe mach weesen gepasseert als meede alle tgeene wijders bij hem verhandelt mach worden ende secht dieselve ofwel bij jongste contra bericht alhier in sittenden Gerichte gepresenteert alsoedane penningen als de geciteerde weduwe ende haeren sal:en eheman hem op seecker stucke landts verstreckt, dat dieselve alhier in judicio praesent sijnde dieselve alnoch uijt sijnen handen sulden moogen ontfangen teegens restitutie van sijnen obligatie ende inleveringe van sijn eigendoomlijck stucke bouwlants, dit tegenwoordige verluijs afgetrocken sijnde, van welcke losse de weduwe voors in tempore genoechsaem genotificeert ende hiermede alnoch voor den verschijndach wil hebben genotificeert, bij verweijgeringe van ontfanck consigneert dieselve alhier in judicio realiter ad usum jus habentis, alles onder expresse protestatie van kosten, interesse ende schaden. Species van d'geconfigureerde 100 Carglds: 294 p: -- fl 74:14:- + 8 goldgl: -- fl 11:4:- + 5 R.dls -- fl 12:10- + 16 dubb stvrs -- fl 1:12:-, summa fl 100:-:-.

* 1657, 7-9: ORA Enschede SG.025.475: De weduwe Grevings exhibeert tegens Jan van Loggum Recessum Dilatorium, versocht en concludeert als daerbij.

* 1657, 21-9: ORA Enschede SG.025.480: Grevincks weduwe versocht tegens Jan van Loggum prolongatie van drije weecken uijt reeden dat de gecit:e (fol. 481) getuijge hebben getergiverseerd ende verleeden maendach sich weijgerich gemaeckt [die getuige is Garrit van Loggum, alias Garrit Joggemsz]

* 1657, 9-11: ORA Enschede SG.025.493: Albert te Rutbeecke verkofft een roode koe, voorts alle meubelen ende innige des huijses affgepandet Jan van Loggum, worde ingesat op 10 dlr tsaemen

* 1657, 30-11: ORA Enschede SG.025.498: Jan van Loggum senior bespreecket Judith huijsvrouw van Lucas Becker voor 125 dlr sijnde het leste termijn van het angekofte huijs onder protest van costen ende interesse. Quia nemo comparuit ergo contumax s.p.

* 1658, 8-1: ORA Enschede SG.025.500: Op verzoek van Joan Warners junior, Swam Hendrikse en Garrit Fincke, ooms van de onmondige kinderen van wijlen Anneken Werners, gewezen huisvrouwe van Berent Paeschen, die alle drie niet in Enschede wonen, benoemt de Magistraat van Enschede twee bequame personen die wel ter plaatse resideren om als mombaren de goederen van de kinderen te administreren. Het gerecht benoemt secretaris Joan Cost en Jan van Loggum junior tot momber. De vader Berent Paeschen wordt gevorderd om binnen 14 dagen een ondertekende inventaris van de erfenis te overleggen.

* 1658, 10-1: ORA Enschede SG.025.503: Jacob Helmich affdoende bij sittenden Gerichte d'nulle opbaedinge bij Deppenbroeck gedaen secht dat Anlegg: niet bevoecht is Comparant in rechte te trecken, voor ende bevoorens hij d'schuldenaer principael Jan van Loggum, daar voor Comparant heeft geprejubeert, met reghte hebben uijtgesleeten, ende bij aldien hij alsdan geen betaelinge kan bekoomen, presenteert bekl: het geëischte te voldoen, contenteert daeromme voor alsnoch tot cost ende schadeloose absolutie van des Anlegg: eisch. Deppenbroeck per Lucas Verwoolt versiocht copiam en tijdt van 14 dagen.

* 1658, 25-1: ORA Enschede SG.025.508: Jan van Loggum senior doet opbaede: aan d'panden van d'huijsvrouwe van Lucas Becker voor 100 daler, protesterende van d'leste termijn onder protest van kosten ende interesse.

* 1658, 15-2: ORA Enschede SG.025.513: d'Erffgen. van wijlen Lambert Hendricksz [ten Cate] per haeren Oem Jan van Loggum bespreecken Jan Helminck voor 51 gld 11 stv bter goeder reeckene: alle onder protest van interesse en costen. Contumax s.p.

* 1658, 15-3: ORA Enschede SG.025.520: Jan van Loggum qqa: wort op versoeck geëigent aen Jan Helmincks panden luijt voorgaende procedure. Idem bespreecket Moises d'Jude voor schult ad salvum computum.

* 1658, 29-11: ORA Enschede SG.025.570: Hendr. Becker als volmahtiger van Abraham ten Catte ende Lucas te Verwoolde secht lestleeden woensdach soo dat sijne principaelen Jan van Loggum gerichtelijcke hebben doen anseggen bij seecker poene, ten einde hij aen Comparants principaelen solde leveren ende volgen laeten seecker pack gaerens onder verwes gaerens gepacket, voor 100 R.dlr door d'vrckooper Johan Lampe tot Minden aen Comparants principaelen gesonden, volgents reeckeningen van d'gemelde verkooper Lampe, alhier vertoont, ende alsoo d'gemelde defendeur Van Loggum sich hier teegens, hoewel sonder fundament, te gerechte heeft gepresenteert, hebben Comparants principaelen denselven teegens huijden doen citeren omme Justificatie van verbott t'anhooren, versoecken daeromme in eischonge omme hier tegens bij sittendach Gerechte (571...) te doen nae raede, door dien d'saecke geen vertoch kan lijden ende door retademient groote schaede soude staen te verwachten, alles onder protest van kosten ende ineresse. Jan van Loggum, geassisteert met Ludo Wagelaer, versocht dat d'pretense Volmachtiger, mooge preferen sijn geallegeerde Volmacht van d'absente constituant Abraham ten Catte t'welcke voor soo lange niet gedaen, kompt hem te obteren d'exceptie inqualificationes die men hem omni meliori modo mits deesen doet objiweren ende wat d'rest angaet versocht dat meede Anlegger Verwoolt mooge worden gehouden te bewijsen dat hm d'saecke meede concerneert, te meer t'vertoonde reecken. daer op men sich socht te funderen, ten eenemael sich refereert totte geseiden Ten Catte, ende geensints totte pretense meede requirant, t'welcke alsoo meede bij aenspraecke niet gedaen, kompt denselven t'obsteren d'expresse non probata intentionis, soo men gelijckfalles doet objicideren ende contenteren tot admissie van d'selve, alles onder protest van kostende ende interesse. (fol. 572) Abraham ten Catte heeft met handtastinge aen d'heeren Borgermeesteren in der tijdt geratificeert ende geapprobeert alle t geene bij sijnen masschap Lucas Verwoold teegens Jan van Loggum mach weesen gehandelt, beloovende meede voor angenaem ende van waerden te holden, ende doen holden t geene bij d'voorne Lucas wijders daerinne gedaen ende verhandelt mach worden, onder verbant naer rechte. Dienvolgents exhibeert Comparant Verwoolde tot elesie van d'geproponeerde exceptie non probata intentionis d'eigen handt van d'Verkooper Lampe, daer uijt blijckt dat deese handelinge den comparant meede concerneert, Versocht daeromme dat d'gepropoponeerde exceptien moogen werden affgeslaegen, ende d'excerpient gecondemneert ten principaelen t'antwoorden, sulx onder protest van kosten stellende ad decretum. Excerprent versocht van weddersijts handelinge als oock meede van d'geexhibeerde 2 documenten, waermeede deels men deese (573...)exceptien soeckt te elideren, copiam en tijdt van vier weecken, omme daer op te dupliceren naer Landrechte. Verwoolt geassist als vrs vooren gestaedet geen tijdt alsoo deese saecke geen vertoch kan lijden, sulx stellende onder protest van kosten ad decretum. Ex adverse secht dat hem de versochte tijdt vermooge Landrechts p.1a.tit.1o.art. 3 daer bij hem toch tot kennis des Gerichts 6 weecken kan worden vergunt, niet behoore geweigert te worden ende indien geexcipieerde daer bij heeft schaede te pretenderen hun t selve bij conclusie hem daer in begroeten, ende daer over te gelijcke sententie te verwachten, contendeert daeromme tot admissie van den versochten tijdt, sulx gelijckfals stellende ad decretum. Verwoolt persisteert bij sijn voorige, sulx gelijckfals stellende ad decretum, onder overmaelich bedinck van kosten. Loggum stellet t selve meede ad decretum onder protest van kosten. Decretum. Versochte tijdt van een maendt wort d'Excipient Jan van Loggum geaccordeert, ende kosten gereserveert tot uijtdracht der saecke.

* 1659, 12-9: ORA Enschede SG.025.623: Geert Wessels bespreecket d'erffgenaemen van Griete van Loggum voor 12 gl 15 stvrs alles onder protest van kosten ende interessen.

* 1659, 10-10: ORA Enschede SG.025.634: Hendr: Becker junior bespreecket Albert toe Rutbeecke voor restitutie ende vergoedinge van alsoodaene (fol. 635) achterstaende renten als gedaechde aen den Armen uijt sijn aen hem Becker voor desen per Jan van Loggum getransporteerde huijs ten achteren geweest, ende den Anl: als besitter desselver meerder aen d'provisoren alhier als sijn kooppenn: ter goeder reeckeninge extenderen heeft moeten betaelen daer van men voorts presenteert te doen d'reecken: ende in cas van verweigeringe contendeert tot het verwin met protestatie van alle costen en schaeden deswegen geleden ende noch te lijden. Albert te Rutbeecke gestendicht geen schult, contendeert tot cost ende schadeloose absolutie van des Anl:s eisch. Ex adverso, geassist met Ludo: Wagelaer, secht inhaerendo prioriby bij reecken: te willen doen blijcken die hij presenteert voorts in sittenden Gerechte te doen dat vertoch: vermits Anle: hebbe moeten betaelen sijn achterstandige renten aen den Armen, ongeveer 18 gld meerder genoten als sich de kooppenn: des huijses extendeeren d'welcke hij sustineert dat Verw: sij schuldich aen hem te refunderen, contenderende daeromme noch alsvooren tot het verwin. Verw: secht aen aenleg: niet verkoft te hebben ende aengaende de kooppenn: niet met Anleg: maer met sijn cooper Jan van Loggum affgereeckent te hebben contendeert daeromme noch als vooren tot kost ende schaedeloose absolutie. (fol. 636) D'Anlegg: repeterende ende inhaererende alnoch sijn voorige ende intervenierende voor d'voorsz. Van Loggum als aen Anlegg: sijn recht van aenkopen des huijses getransporteert hebbende daer van men hier bij bedinckt d'pote <?> secht sijn kooppenn: aen den Verw: getelt ende daer van door sijn eijgen handt gequiteert te sijn presenterende alsoo alnoch mede uijt des gem: Van Loggums naeme sijn reeckenn: van d'cooppenn: bij Verw: ontfanghen , sullende evenwel blijcken dat hij de vereijschte penn: als originele verkooper so als meerder ontfanghen, sij gehouden te refunderen, doende daeromme alnoch onder protestatien van kosten, contenderen tot adjudicatie van d'geëischte summa. Verw: versocht copiam en tijdt van een maent om hier tegens te doen nae raede.

* 1659, 31-10: RAZwolle, ORA Stadsgericht Enschede, invnr.25, fol. 643: 1659 den lesten Octobr. Borgemr Joan Cost ende Berent Paeschen in qualité als Mombaeren van Harmken van Loggum, ende spreecken aen Joggim van Loggum voor een summa van 200 Car glds Item Pieter van Loggum voor 300 gld ende Jan van Loggum junior voor 25 gld welcke posten geciteerden hebben getrocken uijt d'kooppenningen van haer pupillen aen Abraham ten Catte verkofte huijs, alles onder protestatie van kosten, interessen ende schaeden gepasseert ende noch te passeren, versoeckende in Contumaciam proclma: edoch indien d'Geciteerden voor d'ontfangene onderhebbende posten goede verseeckeringe doen, konnen sijlijden, dat d'voorne posten bij d' (644...) Geciteerden op interesse verblijve, met wijder versoeck, dat d'gebroederen van haer comparanten pupille mooge worden angesecht, dat sij in tijdt van 14 daegen sullen geholden sijn aen d'comparanten contentement te doen wegen d'huijr van haer pupillen Maethe ende Camp, bij verweigeringe, dat sijluijden haer van d'voonoemde Maethe ende Camp sullen hebben te ontholden ende te gedoogen, dat bij haer Comparanten ten meesten vordeel van duchgemelde haer pupille d'meergemelde Laersonders Maethe ende Wiltvancks Kamp aen anderen worde verpachtet. (fol. 645) Joggim en Pieter van Loggum seggen aen d'mombaeren van d'onderhebbende penningen goede obligatie te willen overgeven ende dienvolgens van d'huijre der Maethe ende Camp goed contentement te doen in weinich daegen hetwelck ook sullen doen haer broederen Geerlich ende Jan noopende d'huijre voor dewelcke sij comparanten caveren ende sterck maecken.

* 1659, 15-11: ORA Enschede SG.025.650: Borgermr: Joan Cost ende Berent Paeschen qqa doen het verwin op Joggim en Pieter (i.m.: van Loggum soo voor haer selffs als mede uijtten naeme van haer andere broeders, daer voor sij haer hebben starck gemaeckt) ende <?> Jan van Loggum luijt anspraeke, alles onder protest van costen ende interessen.

* 1659, 6-12: ORA Enschede SG.025.657: Erschenen Jan van Loggum, borger tot Almelo ende secht hoe dat hij lestleden sondach ten huijse van Jan Becker junior van Berent Wijffker, borger alhier, ende desselffs broeder hebbe ontfanghen seker summa van penningen, d'welcke hij wel bewaert met sich naer Almelo genomen, ende alder bij 't weder tellen ende revideren, bevonden dat daerinne vijftich gul sijn vertelt, alsoo dat hij in plaets van 300 gul niet meerder hebbe gehadt ende ontfanghe als 250 gul: waer door hij genootsaeckt des anderen daegs gisteren, met de penningen soo als die bij hem waeren ontfangen sich wedderomme herwaerts te begeven, om den Uijttelleren het abus te notificeren, op hoope van haer daer van te laeten onderrichten, maer alsoo dieselve daer naer niet hebben willen luisteren, is hij genootsaeckt worden den voornen mede cooper ende Uijtteller te doen citeren, ten eijnde hij de vertelde ende geabuseerde 50 gld mooge suppleren, presenterende in cas van oppositie met eede te verklaeren geen ander ende meerder penningen ontfangen te hebben als d'welcke Comparant ter presentie van de Achtb Mgt: alhier heeft gessereert ende getelt, oock alsoo bewaert dat daervan niet eenen penn:k kan weesen gemist. Contendeert ende concludeert daeromme dat de geciteerde moge werden gecondemneert d'geabuseerde 50 gld aen Anleg: te voldoen ofte die ter goeder trouwe affgegevene quit:e met vijfftich gulden te verminderen, off contendeert tot een alsulcken anderen fine als S. sulckx onder protest van kosten ende interesse stellende ad decretum. Geciteerde Berent Wijffkerinck versocht copiam ten tijdt van 14 daegen.

* 1659, 20-12: ORA Enschede SG.025.658: Compareerde Berent Wijffkerinck ende heeft ter requisitie van Jan van Loggum ende op sijn selffs presentatie tot voorkominge van wijder proced:s naer voorgaend: ernst: waerschou: des meineedts, met solemneelen eede verklaert dat gem: Van Loggum d'300 gld ten vollen hebbe ontfangen, sonder in 't minste van eenich bedrog ofte arch ende list te weeten.

* 1660, 10-1: ORA Enschede LG.040.332v: Jan van Loggum, borger tot Almelo, secht tegens huijden geciteert te hebben Werner Wijffkerinck omme volgents sijn eijgen presentatie, gedaen aen het Stadtgerecht alhier, met eede te verklaeren voor deesen E. Landgerechts daer onder dieselve is geseeten, dat hij niet anders weete of Anlegg: hebbe aen gelde ontfanghen 300 Carglds sonder dat hij aen sijder sijde van eenich bedrog weete. Versocht daerover ineijschonge.

* 1660, 6-2: ORA Enschede SG.026.020: Op't voorgeven van de Mombaeren van Hermken van Loggum als dat haer Hermkes broeder Jan van Loggum tegens goede verseeckeringe ende veronderpandinge van Landerijen, op Interesse versoeckt te hebben een summa van eenhondert rijcks dlr. Is verstaen bij de Achtb Magistraet als over Mombaeren dat dieselve penningen aen hem moogen werden gevolcht nae dat daervoor genoechsaeme onderpanden gerichtelijck sullen weesen gestelt.

* 1660, 5-3: ORA Enschede SG.026.026: Leffert Laersonder bespreecket Pieter van Loggum voor een summa van eenhondert dlr capitael ende 20 dts verloopen interesse d'welcke summa bekl. als sijn eigen schult voor sijnen broeder Jan heeft angenomen te betaelen, alles onder protest van wijder interesse ende kosten, gedaen ende noch te doen. Quia nemo comparuit, ergo contumax s.p.

* 1660, 21-5: ORA Enschede SG.026.039: Engelbert Leurinck bespreecket Jan van Loggum voor een summa van 267 gl 17 st 4 penn soo Anl: uijt cracht van seecker assignatie alhier in judicio vertoont sijn competerende ende bij Bekl tegens Maij angenomen te voldoen, alles onder protest van costen ende interesse.

* 1660, 29-5: ORA Enschede LG.009.703a: In eigenaer persoon erscheenen Joan van Loggum, borger tot Almelo, de rato caveren voor Janneken Bulckx, sijn echte huijsvrouwe. Ende deede ten erfflijcken behoeve van Berent Wijffkerinck, Eeffse, eheluijden, als meede van Werner Wijffkerinck Junior, gebroederen, ende sijnen erven, jeeder voor d’ gerechte halffscheit, onwedderoepelijcke cessie ende overdracht van sijns transportants eigendoemlijcke stucke bouwlant, gelegen op den Thijesinck kamp sijts Jurrian Helmichs landt, ende den Wal van d'Laerbraeck ende t’ eindes het velt ende Barthold ten Dams landt, in d’ Eschmarcke ende deesen Gerichte. Sijnde vrij allodiael ende onbethiendet, met alle sijn olde ende nieuwe toebehoor ende gerechticheit. Daervoor hij transportant den kooppeninck, den lesten metten eersten, vollenkoomen ende ten geneugen bekanden ontfangen te hebben. Deede deswegen van het verkofte stucke bouwlandt vertichenisse met hande ende met monde als recht was. Hem, sijn huijsvrouw ende erffgenaemen daervan mitsdeesen ontervende ende den ankooperen ende haeren naekommelingen daermeede erfflijck wedderomme beervende, sonder dat sij transportanten daeraen het allerminste meer behielden nocht te verwachten waeren. Met beloftenisse van waerschap, breederen inholts des verseegelden brieves.

* 1660, 15-10: ORA Enschede SG.026.063: Jan van Loggum per Pieter Joggums bespreecket Jan Helminck voor 65 gld 17 1/2 stvs ter saecke van een verkoften gaerden, noch wegen Lambert Hendrikcsz Erfgen. Voor 24 gl, 1 stv, alles onder protest van costen en interesse

* 1661, 12-3: ORA Enschede Landgericht LG.09.735: Anno 1661, den 12en Martij. Herman van Hoevel: Judex. Jan Helminck, Jan ten Vaerde: assessoren. Eigenaer persoon erscheenen Joggem van Loggum met Hilleken sijn echte huijsvrouw, item Jan van Loggum, Geesken, eheluijden, weesende d’ voorn. huijsvrouwen met haere respective ehemannen als haere mombaeren geassisteert. Ende deeden eendrachtelijck ten erfflijcken behoeve van Geert Seegelinck, Aelcken, eheluijden, ende haeren naekommelingen onwedderoepelijcke cessie ende overdracht van haer transportanten eigendoemlijcke stucke bouwlandt, gehoorende onder t’ erve Laersonder, gelijck hetselve met alle sijn olde ende nieuwe toebehoor, recht ende gerechticheit, op den Laeresch in d’ Eschmarcke ende deesen Gerichte gelegen is, (Folio 736) tusschen het landt van t’ erve Segelinck ende Jacob Helminck, schietende t’ eindes Colthoffs landt ende Menckmaets brinck. Sijnde vrij allodiael ende onbekoomert, edoch den Thientheer sijn recht van een schepel rooge jaerlijxe slopthiende voorbeholden. Daervoor sij verkooperen den kooppennin. den lesten metten eersten, vollenkoomen ten geneugen bekanden ontfangen te hebben. Deeden deswegen van het voorn. verkofte stucke bouwlandt vertichenisse, met hande ende met monde, als recht was. Haer ende allen den haerigen daervan ontervende ende den ancooper cum suis daermeede erfflijck wedderomme beervende, sonder dat sij verkooperen daeraen het allerminste meer behielden noch te verwachten waeren. Met beloftenisse van waerschap, breederen inholts des verseegelden brieves.

* 1661, 17-6: ORA Enschede SG.026.120: Jan van Loggum junior secht van Lucas Geertsen Becker gekocht te hebben een koe, onder conditie dat dieselve drie weecken na lestleeden Maij soude nieuw melckt worden, ende alsoo dieselve vier weecken nae d'geseide drie weecken eerst nieuw melckt (fol 121) is geworden, ende daerdoor in schaede geraeden als hebbende dieselve soo lange vruchteloos in volle weiden gehadt, welcke schaede Comparant niet wilde geleden hebben voor 8 gl tot voldoening van d'welcke Comparant versocht dat bekl: mooge werden gecondemneert als meede in alle costen. Quia nemo comparuit, ergo contumax s.p.

* 1661, 4-11: ORA Enschede SG.026.142: Tonnys CoopmanEgberts bespreecket Egbert Smitt omme aen den chirurgijn Jan van Loggem te voldoen het meisterloon bij hem verdient in't cureren van een wondeke bij den voorsz den Anl: in 't hooft angedaen ten huijse van Hendr: Besselinck alles onder protest van costen ende interessen.

* 1662, 3-2: ORA Enschede SG.026.167: d'Erffgenaemen van Lambert Hendricksz per Jan van Loggum bespreecket Willem Fransz voor 138 glds 11 stvs capitael met daerop verloopen en noch loopene interesse en costen ad computum, als bij obligatie kan blijcken. Willem Fransz versocht per Ludo: Waegelaer copiam en tijdt van 4 weecken.

* 1662, 3-3: ORA Enschede SG.026.173: d'Erffgen: van wijlen Lambert Hendricksz saelgr: geassisteert met Ludo: Wagelaer bespreecken Jan Helmincks panden voor een summa van 51 car glds 11 stvs dra cum interesse a die mora, met reserff van affkortinge t geene Gedes sal werden beweesen daer op betaelt te sijn versoeckende aneischonge et si non compareat contumaciam onder protest van kosten. Jan van Loggum nomine proprio bespreecket dieselve Jan Helminck als oock meede de borge principael Jacob Helminck voor een summa van 52 gld 1 stv ura cum interesse a die mone, procedeerende van een gekoften gaerden , maeckende daer bij eisch van kosten. 14 daegen. Ged:r Jan Helminck secht tegen d'Erffgen: van Lambert Hendrickszn, dat Jan van Loggum, als neeff en gevolmachtigde van de voorgn: erffgenaemen den eisch heeft geremitteert op 35 Carglds daer op hij oock 11 rijxd. heeft betaelt, rest alsoo - Bekl. versocht copiam en tijdt van ses weecken om daer teegens te doen nae raede. (fol. 174:) …Willem Fransz secht in termino dat hij d' Erffgen. van Lambert Hendricksz wegen die bij Jan van Loggum versochte schult haerluijden als d' eigenaers competerende hebbe om dilaij schriftelijck versocht, d'welcke hem mondelijck bij Jan Glaesemaeker wedderomme ontbooden, met den naesten daerop te willen geven andtwoort, weshalven Comparant versocht, dat hem alnoch mooge worden vergunt prolongatie van 14 daege aut interim. Jacob Helminck secht dat Anl: nae Lantre: is gehouden den principaelen eerst te contenieren, 't welcke alsoo niet en is geschiet, contendeert Godes tot admissie van d'voorn:de exeptie ende voor als noch tot kost ende schadeloosse absolutie van des Anl:s eisch (fol. 175) Jan van Loggum replicerende op het andtwoordt bij Jacob Helmich gedaen, secht dat dieselve inden Jaere 1658 op den 2en Xbris d'Verw: sich bij openbaere contract ende in d'Swaene alhier geholden, ende bij de Borgemern: geteickent soo men alhier presenteert ende deesen bij bedinckt hebben verbonden als borge principael, oversulcx hem het benificium ordinis niet kan releveren: maer ter contrarie voor betaelinge van d'gelibelleerde schult alsoo wel als d'principaele selffs sij convenibel Landr: part 2 tit 1a, art 3 concluderende over silcx dat bij d'decreet sal worden verstaen den Verw: te rechte te hebben besprooken , consequentlijck te hebben gecondemneert tot refusie van kosten deeser instantie, sulcks rechtens stellende. Alsoo d'Verw. hier inne niet wijders heeft willen schrijven, veel weijniger, vermaent sijnde, d'veroersaeckte kosten plenarie refunderende, soo versocht Anl: proribg inhaerendo dat over d'gedaene handelinge bij d'Borgemern voorts mogen werden gedecreteert met overmaelige protestatie van kosten.

* 1662, 17-11: ORA Enschede SG.026.228: Lucas Verwoolde versocht prolongatie van den tijdt van vijff weecken tegens Jan Joggems. (...) Jan van Loggem geassist met Advct Heisen kan de versochte tijdt van Lucas Verwoolde geentsints accorderen, versocht oversulcx contumaciam tegens denselven tot versteck van wijder schrijven ende daer hem van de magistraet boven vermodden noch eenige tijdt werde toegestaen in sulcken fal bedinget Comparant restitutie van deeses dages costen, vermits geene tijdlijcke ansaege is gedaen ende d'Advocaet totte sluijtinge overgekomen, vergeefs moet wederkeeren, stellende. Lucas Verwoolt persisteert bij sijn voorige versoeck. Decretum: d'versochte tijdt wordt vergunt. Nopende het dispuut van daeges kosten wort 8 daegen in deliberatie genomen

* 1662, 24-11: ORA Enschede SG.026.233: Decretum, in saecken Jan van Loggum contra Lucas Verwoolt. Doordien d'Verw Verwoolt den anlegger van d'versochte prolongatie geen notitie heeft gegeven, soo wordt dieselve in die daegeskosten gecondemneert ad 1 1/2 gld 9 stvrs.

* 1663, 22-6: ORA Enschede SG.026.294: Willem Poorteners per advocaet Mieschendael bespreecket Jan van Loggum senior voor 14 gld 9 st ter saecke van verloopen rente op een capitael, soo ijeder door d'waack van rechte heeft moeten betaelen ende met d'voldoeninge met interesse tot noch toe in mora gebleeven, welcke interesse ijeder bij anvanck heeft belooft te betaelen, alles onder protest van kosten ende interesse. (...) Jan van Loggum bespreecket Egbert Adams voor 15 gld 8 stvrs procederende van een stucke linnen per reste van meerder, alles onder bedinck van kosten. 14 dagen versocht.

* 1663, 6-7: ORA Enschede SG.026.300: Pelgrum Becker bespreecket Jan van Loggum senior voor schult tot reeckeninge met bedinck van kosten ende interesse. Bkl. versocht 14 dage. Jan van Loggum junior versocht het verwin tegens Egbert Westerborch luijt anspr:

* 1663, 19-10: ORA Enschede SG.026.328: Jan van Loggum senior per filium verkofft een holten tellier affgepandet Hendr: Breukinck, wordende ingesatt op 2 penn: blijft cooper losse. - een paar pagina's verder noemt Hendrik Breukink dit een achterbakse actie.

* 1663, 11-12: ORA Oldenzaal Landgericht invnr 10, fol 88: Compareert Berent Paeschen ende die E. Joannes Cost secretaris van hett landt en stadtgerichte Enschede als mede Joan van Lochum als mombaeren van die onmondige kinderen van comparants Berent Paeschen salige huijsvrouw Anna Werners, ende bekennen ewich erfflijck commervrij en onbeswaert vercoft te hebben, doende t’selve alnoch bij desen aen Juff: Clementine Alagunda Oene weduwe van wijlen Henrich van Limborgh in sijn leven Richter tot Delden en haere erffgenaemen, sekere twee vrije allodiale erven en goederen die Wenningen genoemt indie buijrschap Doringe lantgerichte Oldensel gelegen in conformite van coopcedel, hiervan den 16. Jan: 1652 opgericht / Bedanckende die E. vercoper sich goede betalinge doende derwegen vollencomene cessie transport ende opdracht, soedaenich als comparant vande heer Commiss: Clautier deselve heeft vercregen, waerdoor desen sal worden getransfigeert, beloevende van soedaenen coop te staen wachten en waeren onder verbant van comparanten goederen waeraen die vrouw weduwe Limborghs haer guarrant sal moegen verhaelen, onder renunciatie van alle exceptien privilegien en opwerpselen desen contrarierende. in meliori forma

*1665, 28-12: GA Deventer, verspreide stukken [R-1-293]: verzoek van Jan Lamberts ten Cathe en Pieter van der Hoeven om DG linnenwevers en -reiders uit Twente en Steinfurt in Deventer toe te laten, en om Jan van Lochum een bleekveld te geven.

* 1666, 22-9: ORA Oldenzaaal, Landgericht, Inv.nr 10 fol 116: Compareert Jan van Lochum mett Geesken ten Cate eheluijden tutore viro ende bekennen euwich erfflijck commervrij ende onbeswaert vercoft te hebben doen sulx bij deesen aen Lubbert Hoffmeijer tot Borne en Maria Potcamps eheluijden, seker hoijemedeken hett Vuijle Goor genoomt, gelegen in Hasseler Marckt tusschen hett Lutke Velt ende Meckelhorst bij Hans Reijners beslach, ende datt voor eene somme van pennongen dewelcke verkooperen te geneuge bekennen voldaen te sijn, doende derhalven cessie transport ende opdracht tot profijte van cooperen ofte desselfs erffgenaemen mett beloftenisse vandeesen coop te staen wachten en waren onder verbant van vercooperen goederen, waer deselve gelegen alles in meliori forma

* 1667, 4-2: ORA Enschede SG.027.181: In plaets van den 2den overleeden mombaer Hermken van Loggum met naemen burgermr Joan Cost senior is op het versoeck van Pieter en Jan van Loggum, broeders van de gemelde Hermken, in des overledenen mombaers plaetse van de Achtb Magistraet gestelt desselfs soone Hendr: Cost d'welck deese sijn aenbevolen curatele heeft aengenomen ende alles te doen 'tgeen een getrouw mombaer te doen schuldig is.

* 1667, 24-6: ORA Enschede SG.027.209: Compareerde Lud: Wageler, volmachtiger van Burgemeester Laersonder cum suis, seigneurs Dommers tot Amsterdam, Geerlich Woolderick en Jan Haeverkaete 'tsamen crediteuren van Joggem van Lochum zaliger, protestande te kennen gevende dat ofwel diezelve d'eenen voor d'anderen na aangevangen hebbende met middel van arrest alhier te procederen op d'voorsz Van Lochems goederen gelegen onder deze Gerichte, van UEd Achtb. als competente richters op het verzoek van ene Jan van Lochum en Claes Hoedemaeckers op den 28 Januari 1667 ten protocolle van de comparanten in der minne te willen zoeken en te contenteren, in hare koers rechtens zijn opgehouden, nochtans niet anders als onder reserve, als dat niemand van haer in zijn verkregen recht zoude worden vernadeeld, gelijk UEd. Achtb. de comparanten altoos op hope van alzulke amicabele betalinge, die duck alhier aangezocht zijnde ook alzo daarin geconserveerd, maar alzo tot nog niets daarop gevolgd, en te bezorgen dat de comparanten door alzulk trainissement eindelijk van haar recht gefrustreerd zijnde, door navolgende crediteuren mochte zijn gepostponeerd. Zo verzocht comparant dat U Achtb. diezelve alsnog per decretum alzulk verkregen recht moge believen te conserveren, hetwelk gedaan zijnde zal comparanten verder weten te doen naar behoren, mits dat de gearresteerden dienvolgens tegen een zekere dag bij het Ed. Gerecht te prefigeren, als dan volgens ad audiendum Justificari moge geciteerd worden. DECRETUM. Alzo op de gearresteerde weduwe Van Loggems iteratieve verzoek en tot vermijdinge van kosten, de gedane arresten zonder wijders vervolg bij deze Schepen-gerichte tot nog toe in statu en volle waarde zijn gehouden zo wordt de verzochte citatie geaccordeerd en aangenomen, de voorn. weduwe en erffgenamen te citeren tegens de leste rechtsdag ante ferias mesium omme de Arrestanten justificatie en dan te kunnen aanhoren.

* 1667, 8-7: ORA Enschede SG.027.215: Luds. Wagelaer, volmachtiger der crediteuren in actis van Jochem van Lochem zaliger, exhibeert eis en aansprake op en tegen desselfs weduwe en erfgenamen en mombaren, concludeert en verzocht als daarbijmet aneischonge en finemat compareat per decretum concumaciam. Berend Paeschen en Claes Hoedemaker als volmachtigers van de geciteerde weduwe verzoeken onder voorbehoud van alle benificien en rechten en tijd tot de derde post ferias receum. ende alzo Pieter en Jan van loggem als oomen en aengeboren mombaren van de kinderen van zal: Joggem van Loggem uit het tweede bedde geprocreëerd, hebben verklaard dat haar pupillen zich niet als arffgen: zullen gedragen dewelke erfenisse zij mombaren mits dezen renunciëren en repudiëren.

* 1669, 17-3: ORA Enschede SG.027.351: Erschenen die ten versoecke van Jan van Loggum gearresteerde Hieronimy Modriel, Coopman tot Minden, ende heeft tot relaxatie van zijn gearresteerde goederen bij provisie tot borge gesteld Jan ten Oorthuijs, d'welcke met handtastinge heeft aenbelooft te willen voldoen alle het gene Arrestant op des gearresteerdens goederen met rechte sal konnen gewinnen; daer voor sijn persoon ende goederen verbindende ende heeft de Gearreste sijnen borgen mits desen belooft te guaranderen ende schadeloos te holden.

* 1669, 18-3: ORA Enschede SG.027.352: Erschenen Joan van Loggum, geassisteert met Mischendael zijn volmr: ende exhibeert justificatie van arrest cum annexis documentis sub Lit.s A et B, concludeert ende versocht als daerin op ende teegens d'gearresteerde Hieronimy Mouriel van Minden. Compareert de h. gearresteerde coopman, borger tot Minden, geassisteert met Wageler, ten hoochsten protesteerende en dolerende over het injurieuse, kost en smadelijck hem van den Arrestant dit aengedaene arrest. Secht wel eergisteren avond binnen deese Reis met een groote quantiteijt van gaern op vreembde waegens gelaeden en om deese quartieren te passeren sijn aengekomen, gelijck het selve ten dien fine oock voorts van den eenen waegen geladen op den anderen ende dat met alleende voor eenen maar oock noch tot meerder gnominie ende laesie in sijnen handel ende wandel, noch denselven aevond voor de 2e reise 't selve sijn goet sij alhier gearresteert. Ende (...-niet gescanned)

* 1669, 28-3: ORA Enschede SG.027.355: ...blijven ter behuijsinge daer hij sijn afgelaeden binnen deser stadt ten tijde door order van deese Achtb Magistraet tot Voldoeninge van des Arrestants praetensie dieselve moogen werden behoorlick aengetastet en gedistraheert met protest van kosten, daertoe omni meliori modo officium judices implorerende. D'h gearresteerde rejecterende alle het geen bij d'arrestant tegens sijn geobjciderde exceptie alhier confuselick ende niet ter saecke dienende voorgebracht, persisteert ende inhaereert alnoch bij d'selve ende daer bij genoomen conclusie ende dat onder bedinck van d'bijlage soo men binnen den tijdt van 3 uijren voor het sluijten deesen sal hebben bij te voegen, versoeckende dat dienvolgents hier over met advijs van Rechtsgeleerden moge werden gedecreert onder overmaelich protest van kosten schaeden ende interesse. Replicando wert gesecht aen sijde Joan van Loggum dat het gearresteerde goet van den waegen is affgelaeden gelegen, ten tijde van het gedane arrest, waer van een quantiteijt op Anneken Grevincks kaemer gelegen, 't welcke bij ontkentenis sal konnen beweesen worden, ende deesen stadtsdienaer wel bewust, ende een quantiteijt in sacken op de deele geleegen soo dat de voorseide ordonn:e, die (fol. 356) partije in deesen poogt bij te leggen in deesen niet en konnen obsteeren spreeckende alleenich van goedt soo op waegens is ende staet ende niet op deelen en kaemers is wech gelecht, blijvende oversulckx bij sijn voorige inhaererende, concluderende ende sustinerende d' ingediende exceptie de incompetentie fori in deesen geen plaets ende effect te hebben, met solemneelen protestatie van kosten tot decisie van deesen Ed Gerechte of andersints. Decretum: het Gerecht neemt aen deese exceptionele procedure deesen voormiddag te doen inventariseeren, sluijten ende ten een onparthijdig Rechtsgeleerde te versenden; ende wordt het gearresteerde gaern onder die gisteres daeges gepraesteerde cautie gerelaxeert, aen denwelcken den Arrestant alle sijne pretensien, hinder ende schaeden na Landre: kan vervolgen.

* 1670, 2-5: ORA Enschede SG.027.443: De erffgen: wijl: Tonnis Reijger bespreecken Jan van Loggum senior voor 100 gld capitael met daerop verloopen en noch te lopene interesse en kosten. Contumax s.p.

* 1671, 15-5: ORA Enschede SG.027.540: Jonge Vrijler te Becker bespreecket Jan van Loggum junior voor 4 1/2 gld ten saecke van gelevert gaeren aen gedaechdens vaeder, ende bij d'gedaechde te betaelen aengenomen, alles onder protest van kosten ende interessen

* 1670, 15-5: ORA Enschede SG.027.541: Jan van Lochem bespreecket Jan Severijns voor resterende kooppenn: van het aen ged: verkofte huijs, neffens alle daer op geloopene en noch te loopen interesse ende kosten, ten goeder reeckeninge. Ged: Jan Severijns versocht copiam en tijdt van ses weecken.

* 1676, 16-10: ORA Enschede Stadsgericht SG.028.220: Jan van Lochum bespreeckt Jonkr Loon voor 67 gl 11 stv Capitaell luit ordonnantie van die erffgen: van zal: joncker Herman van Hoevell soo alhier in judici gepresenteert item noch wegen noch resterende 3 jaerighe interesse ad 40 gld soo den 10 Aprilis deser Jaers is vervallen geweest met protest van kosten en interesse en versoeck van ineischinge et si non etc.

* 1676, 20-11: ORA Enschede SG.028.228: Jan van Loggum wort ingevolch voorgaende proceduijre geëigent an jonck. Loons panden.

* 1676, 27-11: ORA Enschede SG.028.229: Johan van Lochum buijtet op eenen doijt in plaets van een kleijn pandt soo jonckr Loon affgepandet wordt bij comparant op gelijcke waardeije ingesatt. Henrich van Lochem doet opbadinge an jonckr Loons panden luit anspraeke.

* 1676, 4-12: ORA Enschede SG.028.232: Jan van Loggum buijtet op d'verbeteringe van alle innige des huijses, voorts koene, peerde, jonckr Loon volgents erholdene rechtaffgepandet, wort bij Comparant ingesatt op 10 gld, blijft cooper losse.

* 1677, 8-1: ORA Enschede SG.028.238: Jan van Loggum buitet op twee gaerdens de heer Joost Caspar van Loon, soo gelegen sijn op ofte an die Hoorne welcke gebruickt worden van Peter van Loggum en Jan Vos worden bij hem ingesatt op 7g gld:, blijft cooper losse.

* 1677, 21-5: ORA Enschede SG.028.312: Berent Boesewinckel geassist met Lod: Wagelaer secht Clagent dat gedaechde Pelgrom Jorissen op den 3. juli 1674 van Clager heeft overgenoomen seecker huiscoop te willen voldoen an Andries, Hendr: en Aeltjen van Loggum, luit coopcontract daarvan opgerichtet alhier in originali vertoont ende in cas van oppositie bijbedongh sub A. wijln avest gedaechde blijft in mora met betalinge van 't laaste termin van 100 dlr op Paeschen 1676 verschenen, laetende Cleger daervoor in den steecke onangesien hem van alles schaedeloos te houden gepromitteert, luit acta van indemnisatie (fol. 313) van den 3. july 1674 bij Ged: getrickent gelijckfals alhier in originali vertoont ende in cas van oppositie bijbedonghen sub B. soo concludeert en contendeert Clager dat Ged: bij sententie moge werden gecondemneert het restoir van cooppenningen in omni interesse et et damno op te leggen en te betaelen voorts van alles te indemniseren versoekende, onder protest van kosten ende interesse ineischinge et si non p. 14 dage.

* 1677, 9-7: ORA Enschede SG.028.330: Lambert Vos daegt tot Eepe, bespreecket Hindrik Paschen als erfgen: van sijn vader sal: ende Jan van Loggum als voorstander van de andere arffgenaemen om betalinge te hebben van 21 guld: procederende van verteerde kosten bij Salg: Berend Paschen gedaen...

* 1678, 25-4: RAZwolle, ORA Stadsgericht Enschede, invnr. 1, fol. 452: Gecompereert die E. Hendrick van Lochum neffens sijn huisvrou Trintjen van Bebber als oock die mombaeren der naegelaeten kinder van zal: Abraham ten Caete, als oock die kinderen selffs, soo als die hieronder geteickent hebben het naevolgende geprothocolleerde contract ende hebben versocht dat hetselve tot meerder vastigheit ende securiteit mochte geprothocolleert worden, ende luidt 't selve contract van woort tot woort als volget.

'Alsoo in den jare 1670, den 9 juni binnen Endscheide een huwlix voorwaerde is gemaeckt tusschen die Eersaeme Hendrick van Loggum als bruidegom ende d'Eerbare Trintjen Abrahams wed: van zal: Abraham ten Caete als bruidt ende beneffens haerlieden van verscheiden wedersijts vrienden onderteickent en dat wij bevonden hebben dat in die houwlixe voorwaerde van (453) van winst of verlies staande houwlix voorvallende niet en is gementioneert, soo hebben wij om moite en dispuit in toekoemende voor te koomen, ons in desen wat naeder willen verklaeren en verclaeren mits deesen dat soo veel onser noch in leven sijnde die voorschr. voorwaerde hebben onderteickent onse meininge doemaels als dieselve wierde gemaeckt is geweest ende tegenwoordich nog is datt de winst off verlies staende houwlick voorvallende ten wedersijden halff ende halff sal gedraegen ofte genooten werden, doch dat erfnis voor geen winst sal gereeckent worden maer blijven an die sijde die het geerft heeft, oock is heeden versproken dat het gene de kinderen in de maegscheidinge en 7 juli 1670 binnen Endscheide opgericht voor haer vaederlicke goet is toegeleit en belooft aen haer, sonder eenige kortinge sal uitgekeert ende goet gedaen worden, maar soo eenige misrekende ofte quade schulden volgens den inventaris doemaals gemaeckt sijn aen te wijsen dat aan <dan?> bij de erffnisse van het moederlicke goet ingebracht worden sullende die voorwaerde en maegscheidinge anders in haer volle cracht en waerde blijven en is deeser naeder verclaeringe aldus gedaen op approbatie van d'heeren Borgemeisteren in der tijdt en van Contrahenten en (454) en gevolglick van die kinderen mombaeren ende kinderen onderteickent. Actu Endscheide den 25 april 1678. Was onderteickent met verscheiden handen. Hendrick van Loche:, Trintjen van Bebber, Jan van Lochem, Geesken ten Caete, Jan Lamb: ten Caete als mombaer, Jan ten Caete, Willem ten Caete, Sibrant ten Caete, Lambert ten Caete, Stijntjen ten Caete. Dit bovenstaende wort van ons als pro tempore consules geapprobeert. Everwijn Palthe, Jan Keilewer. Jan ten Caete als mombaer. Gerrit ten Caete als mombaer.

* 1679, 31-3: ORA Enschede, Stadsgericht SG.028.493: Jan van Lochem bespreeckt Pieter Grevinck om betalinge te hebben van 15 gl 5 stvrs procederende van gelevert melt met eisch van costen. Ged: versoeckt 14 dage. (...) Jan van Lochum, als volmachtiger van de erffgen. van Jan ten Caete, bespreeckt Willem Bruinink om betalinghe toe hebben 151 gld capitael neffens daerop verlopene interesse ad salvum computum alsmede nomine proprio om betalinge toe hebben van 30 gld 4 st. procederende van gelevert molt met versoeck van interesse et si non ende eisch van kosten. Contumax s.p. [dit betreft zeer waarschijnlijk Jan Lambertsz ten Cate, die in Amsterdam met zijn broer Hendrik een handelsfirma leidde, en in oktober 1678 overleed; hij is een neef van Jan van Lochems vrouw]

* 1679, 17-11: Stadsarchief Amsterdam, DTB ondertrouw [691-281]: Comp. Jan van Lochem van Enschede, wedr. Geesie ten Kate, woont tot Enschede. En Elsie Fransz van Emb­den, 47 jaar, in de Warmoestraat, ouders doot, geassist. met haar nicht Louisa Huisinga. (w.g. Jan van Lochem en Elsie Fransen)

* 1679, 14-12: Stadsarchief Amsterdam, NA nots Joan Heijcoop [-akte 113]: ...de comparanten verklaren beneden de vierduijsent gulds gequotiseerd te sijn... Verschenen zijn d'E. Johan van Lochem, weduwenaar van zal: Geesie ten Cate, wonende tot Enschede in Overijssel, ende Elsie France, echteluijden, mij notaris bekend, gezond van lichaam etc, hebben gerevoceerd en gecasseertalle eerdere testamenten en in het bijzonder het testament dat Elsie France heeft gepasseerd voor nots Adriaen van Zanten en getuigen op XIIII junij 1677 [NB: hierin is mogelijk de afkomst van Elsje Fransen te lezen, en haar relatie met Frans Menton, David Fransz en Hendrik ten Cate, NB: akte is nog niet gedigitaliseerd]. Johan van Lochem wil dat als hij eerst sterft dat zijn universele erfgenamen zijn al zijn kinderen, zonen en dochters, die zijn dood beleven zullen, en bij aflijvigheid van een van hen, hun kinderen bij representatie, in gelijke porties. Echter, de lijftocht en het vruchtgebruik van de hooimaat buiten de Horsteeg en de weide in 't Lasonder, beide onder Enschede, en van de halve Hagengaarde naast die van burgemeester Palthe, plus de lijftocht van fl 946:- ten laste van graaf Teeckelenburg blijft echter aan zijn vrouw Elsje Francen zolang zij niet komt te hertrouwen. Als ze wel hertrouwt, dan geniet ze vanaf dat moment de helft van het jaarlijks inkomen van de zojuist genoemde goederen - behoudens de revenuen op de goederen die ze zelf in het huwelijk heeft ingebracht en die ze altijd behoudt. Ze hoeft geen preciese inventaris op te maken na zijn dood, en ook geen borchtocht te stellen. Als Elsie France het eerst overlijdt dat is haar man haar universele erfgenaam. Als deze bepalingen later veranderd worden, dan mag dat alleen gezamenderhand, en dus niet zonder uitdrukkelijke goedkeuring van de wederhelft. Als Elsie kinderloos komt te overlijden, dan erven alle kinderen van haar man Johan van Lochem haar goederen - alleen mag Elsie in dit geval wel haar wil eigenmachtig veranderen. (w.g. Jan van Lochem en Elsie Fransen)

* 1680, 26-4: ORA Enschede Stadsgericht SG.028.617: Compareert Jan Loggum als mombaer van Jan ten Cathes zal: kindt voorts nomine proprio en mede als volmr: van Govert Halmael tot Haerlem en secht hoe dat geen beweeglijcke goederen of panden van Willem Bruininck meerder toe becomen sijn, gelijck d'Achtbare Magistraat zeer wel bewust is, wiens attestatie men in cas van contradictie deses is bijdbedingende, zoo is 't dat comparant is geworden, om toe hebben betalinge van Jan ten Cathe's kindt een Capitael van honderd Carolus guldens en 55 gld interesse, voorts nomine proprio van 30 gld 4 procederende van geleverd molt voor Govert van Halmael 600 gld Capitaal neffens daarop verlopen interesse tot goeder rekeninge toe dan aanpand. naer atmaals recht off ander grond, gelijk dieselve omni meliori modo doet bij dezen op deze navolgende goederen en landerien toe weeten, het huis zo 't tegenwoordig bij Willem Bruinink wordt bewoond, voorts den Hagengaarden tussen Jan Glazemakers zal: hof en Albert Strijnks gelegen, voorts aan den Henskens Annen gaarde aan 't Getvert en Vicariëns gaerdens in eene heege (fol. 618) in dezer stads wigbolt gelegen, heerkomende die voornoemde schuld uit kracht van obligatien en boekschuld, negfens daarop verlopen interesse, met verzoek van behoorlijke denunciatie volgens landrecht de expensis tom faitis quam fiendis protesterende. [NB: om welke Jan ten Cate draait het hier? Het moet haast gaan om Van Lochems neef Jan Lambertsz ten Cate (1638-1678), die in 1678 in Amsterdam is overleden, en één kind nalaat, te weten Lambert Jansz ten Cate (1659-1727)]

* 1680, 18-10: ORA Enschede SG.028.642: Jan van Loggum bespreekt Jan Gerritsen voor 3 daler trekgeld van de hagengaarde van Willem Bruninck met verzoek van ineischinge et si non s., alles met verzet van kosten. Ged: verzocht 14 dagen tijd.

* 1680, 15-11: ORA Enschede Stadsgericht SG.028.646: Compareert Jan van Lochem & bespreeckt die weduwe van saelg: Berent Tiessinck voor acht gl thien stvs. Die weduwe van Tiessinck per consulem Becker versocht 14 dage tijt

* 1681, 18-1: ORA Enschede LG.042.621: Jan van Loggum als gemachtigde van Jannetje le Feber, weduwe van Daniel Gijsberts, in zijn leven juwelier te Amsterdam, arrestante Miskendael, exhibeert justificatie van arrest op en tegen zijn hooggrafelijke Gen: tot Tecklenburg, sss gearresteerde idqua cum documentis sub A., B. en C., concludeert en verzocht als daarbij. De h: rentmeester Sluiser per Doctorem Wageler verzocht van 't ingekomen salvis quibuscunq copiam en tijd van zes weken aut interim. [hierover ook 31-1-1682] [graaf Tekelenburg komt ook voor in Jans testament uit 1679]

* 1681, 24-1: ORA Enschede SG.028.659: Hindr. Glasemaker qqa geassisteerd met Dr Wageler, zegt niet te kunnen desisteren van zijn aansprake en conclusie daar bij genomen, doende niet daartegen het gene Jan van Loggum huiden veertien dage munbaer heeft gepresenteerd, te weten de inventaris te willen vervaardigen wanneer postulant qqa dezelve wil helpen vervaardigen, en dat te meer zonder eenige offerte van kosten desweges aangewend, geconsidereerd die laatstlevende geholden absoluut een inventaris over te geven sunder toedoen van die gene zo berechtigd den zelven te vorderen dissoluta enim morte coniugis facietate superstes ad exhibitionem inventarij intra certum tempus obligatus est quale onus millo modo remitti potest lege 1 cod: de usu fructu sommeren de jure novercarum concludeert derhalve als bij aansprake gedaan ofte omni meliori modo hadden behoren te geschieden met iteratieve eis van kosten. Jan van Loghum qqa als boven belooft in tijd van zes weken aut interim den geëisden inventaris te doen exhiberen onder presentatie van kosten, bij aansprake en nu gedaan, te doen tot gerechtelijke taxatie van moderatie.

* 1681, 7-2: ORA Enschede Stadsgericht SG.028.666: Jan van Lochum bespreeckt Jan ten Wagelaer junior als erffgenaem van zijn sal: vader om betalinge te hebben van 20 gld capitael etc. Idem bespreeckt Evert Slaede om betalinge te hebben van vieff gld landhuir en 3 ½ gld wijnkoop met verselt van kosten.

* 1681, 21-6: ORA Enschede Landgericht LG.042.682: De graaf van Tecklenburg eist betaling door Jan van Lochem, en zal de onderbouwde eis in acht dagen leveren.

* 1683, 26-11: ORA Enschede SG.030.202: De geciteerde Gerhard Brixsius geassisteerd met Miskendael als in de de vertoonde akte van citatie van deze magistraat, gepasseerd en verzegeld uit name van comparants broeder Derrick Carel Brixsius, zegt onder solemnele protestatie niet te willen, noch geholden wezen te gedogen, gelijk ook niet en gedoogt, dat Borgemeester Gerrit Cost en Jan van Loghum op enige andere plaatse dan in het Landgerichte alhier van Enschede conform der sententie daarin gepronuntieerd, haar opgelegde eed te zullen hebben af te leggen, afwachtende bij onvermoedelijke contradictie van den citant voorschr[even] gerichtelijke dicisie idque omni meliori modo et via juris met eis van kosten, schade en interesse. Derrick Carel Brixsius, geassisteerd met Dr. Wagelaer, verzocht dat die burgemeester Gerrit Cost en Jan van Loggum, alhier als borgers geciteerd zijnde, in presentie van die E. Gerhadt Brixsius mogen werden afgenomen den eed, ingevolge sententie den 8 november 1681 in het Landgerichte gepronuntieerd, en alhier per copiam authenticam de Magistraat vertoond, overlegd om te mogen gebruiken, 't zij als perpetuam rei memoriam, of loco attestationis vel probationis vel contra quemcunq ubi opus fuerit, willen daarvan genterrigivisatie liden omme 100 glds boevn schade in recht, verzoekende derhalve dat die magistraat als competente richters van hare borgers zulks willen gelieven te leisten of anders adjudicatie van 't gezeide, alles onder protest van kosten etc. Ex adverso wordt tot rejectie van het negeren der productie van gemelde Gerrit Cost en Jan van Loggums trestimonia quo ad bunck locum juditii dat geciteerde naar rechte diezelve productie kan beletten, gelijk hij ook wil belet hebben sustinerende dat alzulke renvooi ad juditum alwaar die sententie is gepronuncieerd, nopende die edelijke weldoeninge van dien, noodzakelijk op zijn verzoek moet worden geaccordeerdhoedanige juditii declinatoire redenen in dezen cas moet worden geregardeerd, ende opereert voor de geciteerde comparant voornamelijk zijn broeder de citant is dreigende die kosten der respectieve procedure van hem etc etc... Decretum: alzo die arrestanten burgemr: Gerrit Cost en Jan van Loghum bij sententie is opgelegd in zittende Gerichte zullen hebben te verklaren dat zij het toogholt en het krumholt der drie bomen an des gearresteerdens broeder in eigener persoon niet in betalinge hebben gedaan voor licent ende verteringe te zijnen huize door hun arrestanten gedaan, zo wordt verstaan, dewijl de procedure voor het Landgericht geventileerd en ook aldaar die sententie gepronuncieerd moet, den overlegden Eed vuldaan worden.

* 1685, 19-5: ORA Enschede LG.043.190: Jan van Loggum nomine de weduwe wijlen Daniel Gisbers, juwelier tot Amsterdam (geassisteerd met Miskendael), arrestant triumphant als mede geprefereerde in de zijn Hoog-Grafelijke Genr: van Tecklenburg sss toegehoord hebbende verkochte goederen en erven onder deze Gerechte gelegen, doet aanpandinge aan de panden en goederen van de mede respective injuren Lippinckhoff, Hunhoff, Crumhoff, Burs in Drijne om van elk respective te mogen hebben betalinge van achterstandige resterende gearresteerde pacht van drie jaren, alles tot goeder rekeninge van dien, mitsgaders om voldoeninge te hebben van alle 't afgehouwene en verbrachte holt na dato der angelegde arresten, met verzoek van dununtiatie naar Landrecht, alles onder protest van kosten, schaden en interesse.

* 1685, 26-5: ORA Enschede LG.043.196: Berent Rutbecke qqa geassisteert met Dr. Wagelaer verzocht tegen de erfgenamen van zal: Camener Hendrick Nijlant prolongatie van zes weken idq salvis (...) Jan van Loggum verzocht kopie en tijd van zes weken, idq salvis. [als het nu niet om de weduwe, maar de erfgenamen van Hendrik Nijland gaat, betekent dat dan dat zijn vrouw, Geertje van Lochum, is overleden? --> zoek op Berent Rutbecke]

* 1688, 12-7: ORA Enschede Landgericht LG.010.043: Nootgerichte Anno 1688 den 12 julij Johannes Cost Jud. subst. Assess. Br. Lucas

Becker, Albert Wagelaer. In eigenaer persoon eerschenen is d. welgeb. Hr. Eustachius Occo Broersma toe Borch Beuningen vertoonende meede volmacht van sijn welgeb. Ehelieffste mevrouwe Sophia Ignatia Baronnesse (Folio 44) van den Camp, Vrouw toe Borch Boningen voor den Eedelen Landtg. van Oldensael, gepasseert de dato den 13 julij 1688 die welcke bij den gerichte is geleesen en in waerden eerkandt en dede soo voor hem selven als meede uijt cragt van voorsch. volmacht ten erffelijcken behove van d.E.E Andrees en Hendrik van Loggum haeren Erffgenaemen onweederroopelijcke cessie en overdragt van haer transportanten eigendoomentlijcke stucke Landts en visscherien den Pol genaempt, liggende voor Lutticke Varwijcks huis, mett die eene sijde aen de weide nae die stadt met d. ander sijde aen Groote Varwijkes gaerden nue door die Transportanten van die Leenplicht vrij gemaek en affgecocht volgens d. acte onder handt en seegel van d. vrouw Abdissin tot Vreeden van den 20 feb. 1688 daer van sijnde alhijr vertoont in den Gerichte en van woorden tot woorden ten prothocolle geinsereert op den 5. maij 1688 en omme cortheits halven alhijr (Folio 45) geomitteert, gebleecken is als een vrij allodiael stucke landts, sijnde meede tiendtvrij den coopers gehouden sullen sijn nochtans pro quota en nae proportie neffers andere Erves Landerien haere Heeren Lasten te betaelen, soo ordinair als extraordinair als meede d. schattinge tot laste van den Aencoper blijvende de buirschulden, diensten en miscoren tot laste van die Erffsteede, waertal en uijtdriffte, off den tijdlijcken meijer en heefft meede die teegenwoordige meijer Eevert gecompareert voor deesen eedelen gerichte gerenuncieert van soodanige praetensien als hij voor deesen op den Pol heefft getracht te houden vertijende nogmaels daervan mits deesen met alle sijn olde en nieuwe gerechtigheeden in d. Eschmarcke in deesen Gerichte gelegen voor een summa van penningen dewelcke welgemelte transportanten bekanden tot haeren gooden geneugen den eersten met den lesten penninck ontfangen en tot haeren profite wel (Folio 46) wederom aengelegt toe hebben, deden derhalven van den voornoomden Poll met sijn vischerijen transport en vertiggenisse met hande en monde als regtens haer en allen den haerigen daer van mits deesen ten eenen mael ontervende, den Aencoperen en haere naecomelingen daer meede weeder Erfflijck beervende sonder dat sij transportanten daer aen het geringeste meeder behielden noch te verwagten hadden, mett beloffte van deesen Erffcoop teegens allen ende eenen iegelijcken alsoo te willen staen wagten ende waeren onder verbandt van haere transportanten persoonen en vordere gooderen ten welcken einde sij in specie gerenuniseert van ongetelden gelde voorts allen andren exceptien beneficien en privilegien in regte die haer offte den haerigen deesen eenigsints ter contrarie souden konnen releveren alles brederen inhoudts des verseegelden breves.

* 1692, 3-2: ORA Enschede SG.032.0122: Jan van Loggum en Andreas van Loggum zijn mombaren van Greetken Oedinck

* 1692, 1-9: testament van Jan van Lochem en Elsje Fransen, fragmentarisch geciteerd in Overijsselsch Advysboeck 1748. Er wordt o.a. in bepaald dat voordochter Grietje van Lochem de tienden zal ontvangen uit het erve en goed Wyfkerink. Hierover ontstaat na Elsjes dood (dus na 1710) een geschil tussen Frans Jansen, neef en erfgenaam van Elsje Fransen enerzijds en de erfgenamen van Grietje van Lochem anderzijds. Grietje van Lochems erfgenamen zijn dan: Lambert van Lochem, Andries van Lochem, Joan Naber X Judith van Lochem, Everwijn Francken X Anneken van Lochem

* 1693, 25-2: Stadsarchief Amsterdam: NA nots Dirck van der Groe [akte NOTA00260]: Sr. Hendrick van Lochem ter eenre, en juffr. Margareta van Lochem, zijn zuster, ter andere zijde, beide wonende in Amsterdam. De eerste heeft aan de tweede zijn portie verkocht in een zeker huis en erf in Enschede, op de achterhof met de grond tot op de put toe, plus zijn legitieme portie in de erfenis van wijlen zijn vader Jan van Lochem voor en som van fl 150,-. Plus ook nog zijn aandeel in de meubelen, huisraad en inboedel van wijlen zijn vader, eveneens voor fl 150,-, dus samen fl 300,- contant te betalen. Waarvan akte te Amsterdam, etc (w.g. Hend:k van Lochem, Margreta van Lochem, nots + get.)

* 1693, 18-3: ORA Enschede Stadsgericht SG.032.0247: Margaretha van Loggum, geassisteerd met Wessel Hoedemaker (ver gerichtswege haar momber), is door haar broer Hendrick van Lochum op de 16e dezer voor burgemeester en regeerders van Amsterdam gemachtigd om alle acties en pretenties op de goederen, binnen en buiten Enschede en inspectie op zijn erfenis zowel ex testamento als ab intestato van wijlen zijn vader en moeder is gedevolveerd, en om die erfenis te helpen scheiden, delen, administreren. Haar broeders en zwager Andreas en Lambert van Loggum neffens Jan Lambertsen Naber. Als ik het goed begrijp probeert ze een rechtszaak te voorkomen tussen de broers over de erfenis. De machtiging uit Amsterdam is er letterlijk bijgevoegd: Hendrick van Lochum machtigt zijn zuster Margareta van Lochum om zijn schuldeisers, en die van de erfenis van zijn vader en moeder te behartigen.

* 1693, 26-6: ORA Enschede Stadsgericht SG.032.0282: Wessel Hoedemaker, momber van Greetken van Loggum alsmede Lambert van Loggum onder anderen qqa vigore testamenti erfgenamen van wijlen haar vader Jan van Loggum exhiberen eis en aanspraak jegens Alexander Wingen en Engelbert Janninck, in qualité mombaren van Elsken Fransen weduwe wijlen Jan van Loggum of de weduwe zelfs, gedaagde…

* 1693, 4-9: ORA Enschede Stadsgericht SG.032.292: Procureur Beeker, namens Elssien Fransen, wed: wijlen Jan van Loggum verzoekt verlenging van de termijn van zes weken contra Lambert en Greetken van Loggum

* 1693, 16-10: ORA Enschede Stadsgericht SG.032.309: Sander Wing en Engelbert Janninck, mombaren van de wed. Jan van Loggum, per procurator Becker, prolongeren de termijn van 6 weken tegen Lambert van Loggum en Wessel Hoedemaker qq, waarin desselfs bediende partij Wagelaer heeft geconsenteert.

* 1693, 27-11: ORA Enschede Stadsgericht SG.032.320: Alexander Wing en Engelbert Jannink presenteren een antwoord met het zegel van 6 st. contra Wessel Hoedemaker qq. Hoedemaker en Lambert van Loggum willen een kopie en ruim de tijd om te reageren.

* 1694, 15-1: ORA Enschede Stadsgericht SG.032. etc: de zaak sleept zich voort tot december 1694, waarbij steeds uitstel wordt verleend.

* 1694, 12-12: ORA Enschede SG.001.737: nadere testamentaire dispositie van Elsje Fransen, waarin zij haar neef Frans Jansen van den Borge of na zijn overlijden zijn kinderen, tot universeel erfgenaam benoemt.

* 1695, 22-7: ORA Enschede Landgericht LG.010.298: Anno 1695 den 22 julij. Joan Cost Judex. Assessores Joan Wagelaer, dr Bernardt Helmich. In eijgenaer persoon erschenen Greetjen van Lochum sijnde sij geadsisiteert met haer gecoren mombair Wessel Hodemaecker en heeft gecedeert overgedragen gelijck sij doet bij deesen ten erffelijcken behove van borgmr. Joan Loerinck, Herman Elferinck, Joan Geerdinck, Steven Gerritsen, Jan Egbertinck, Gerrit Aefkinck, Jan Lammers en Berent Egbertinck haeren tienden groft ende smal gaende over ende uit het erve Egbertinck in d. Usseler Helmincksijt en deesen Gerichte gelegen Haer op den 18 martij 1693 bij lottinge van haer vaderlijcke Erffenisse onder anderen te deele gevallen an d. eerste wegens het landt het geene Sweerinck daer van besit en in eigendoom heeft en an d. anderen voor soo verre (Folio 299) soo verre een jegelijck daer van Lant oft gronden heeft oft besit sijnde alsoo an d. boven gespecificeerde coperen den vollen eigendoom van den geheelen tijnde overgedragen; Becanden daer voor de cooppenninck tot den laetesten toe ontfangen te hebben die sij oock tot betalinge van haer vaederlijcke angeerfde schulden wel verclaerde g. implojeert te hebben dede daerom van voorschr. tijnde transport en vertichenisse met hande en monde als recht was haer en alle den harigen daer van mits deesen ten eenen mael ontervende den ankoperen en haeren Erven daer meede weeder Erffelijck beervende sonder dat daer an het geringeste meerder behielden noch te verwachten hadden met belofte van deesen Erffcoop als van een vrije allodiale en onbecommerde tijnde behoort teegens allen en eenen jegelijcken te willen staen wachten en waeren onder verbant van haer persoon en vordere goederen vercregen en te vererigen en hebben sich hier en boven daer voor verbonden als borgen haer broer en swager Lambert van Lochum en Jan Nabuir alles onder (Folio 300) onder renunciatie van d. exceptie van ongetelde gelde en van allen anderen desen ter contrarie, sijnde deesen coop bij teikeninge van d. coopcedule door hare broders en swager Andreas en van Lambert van Lochum en Joan Nabuir g.approbeert gelijck haer broder Hend. van Lochum hetselve bij een speciale acte voor borgmr. schepen en raeden der Stede Bolsweert de dato den 10 Junij 1695 gedaen heeft die op haer versoeck ten prothocolle is g.registreert luidende van woort tot woort als volget: Borgmr. Schepenen en de Raden der Stede Bolswaert in Frijslandt, doon cont verclaeren en certificeren hijr meede dat voor ons g.compareert is Hend. van Lochum, burger en coopman binnen vorsch. Stede als soon en meede erffgen. van Jan van Lochum sijn overleden vaeder woonachtich tot Endscheide in Overijssel en ick Hend. van Lochum mach liden off consentere d. Coop van Wessel Hodemaecker als voogt over mijn suster wegens (Folio 301) wegens die tijndens an d. huisluiden aldaer ter plaetse meede woonachtich sijn vercoft en an mijn suster d. gelderen aldaer van mach opkomen door d. huisluiden mach werden getelt waer aff deese onse lettere off verclaringe versogt sijnde hebben het selve gepasseert om te mogen strecken naer behooren gegeven en bevestiget onder onse stadts segel ad causas residerende borgmr. en secretaris handen beneffens d. handt van mij ondergeschrevene. Actum den 10. Junij 1695. Onderstondt Hend. van Lochum, Jacop Pijters Algera, abs. secret. bij mij geed. Clerq T.U.Alema 1695

* 1698, 31-10: ORA Enschede SG.032.0660: Compareert Elsjen Franssen, weduwe van Alexander Weng, geassisteert met dr. Isack Paschen als haren geeligeerden mombaer in deesen, exhibeert inventaris in dubbeltmet verzoek dat ene daarvan aan de requirant Herman Leverink, nomine uxoris Peternella Wing als mede erffgename van wijlen voorschr Sander Weng moge ter handen gesteld worden.

* 1702, 6-3: ORA Enschede SG.002.080: nadere testamentaire dispositie van Elsje Fransen, genoemd in Overijsselsch Advijsboeck, waarin ze haar neef Frans Jansen aanstelt als universele erfgenaam en haar nicht Hester Gijgen ook een legaat nalaat.

* 1703, 22-12: ORA Enschede LG.010.529: In eijgenaer personen eerschenen sijn Berent Bussier met Wendele Beckers sijn echte huisvrouwe idq tutore marito, en becanden van Elsje Fransen huisvrouwe van Gerrit Laurens Laersonder gefinieert opgenomen en in goden gangbaren gelde ontfangen te hebben vijff hondert Caroli guldens, die sij tot haren proufijte wel wederom hadden geemploijeert, beloofden daeromme die voorsn. vijff hondert gls. jaerlijx ende alle jaer te verrenten met vier guldens ijeder hondert en sal het eerste jaer comen te verschijnen op den 22 december 1704 ende sulx tot de afflosse toe die door den Rentgever nae dat haer een jaer voor den verschijndag het capitael sij opgesegt sal mogen geschieden, ende bij aldien sij Rentheffersche het capitael wederom begeert en will intrecken sal deselve geholden sijn haer Rentgeveren het selve drie jaren van t. voren op te seggen en daer van aen haer kennisse te geven. Voor welke capitael ende daerop te verlopene renten sij mits desen realiseren ende verbinden haer eijgendomelijke twe stukjes land op den Botterik in den Endscheider Esch tusschen Jan Jansens en etc. In de marge: Nootgerigte Anno 1710 den 23 junij. Rigter Joan Cost. Ass. Albert ten Vaerde, Willem ten Huntvelt. In eijgenaer persoon eerschenen is Frans Jansen als erffgenaem van sijn wijlen moije Elsje Fransen en geeft over an d. erffgenamen van wijlen Sander Wing dese hier van gemaekte brieff van dit tegenstaende capitael, welk capitael sijn wijlen moije van Sander Wing in tugt heeft beseten en gebruikt is geweest, weshalven hij verclaert daer an geen het minste regt daeran t. hebben nog t. behouden maer dat hetselve ten vollen is en blijfft an de erffgenamen Wings voorssn.


kind 1: Andries van Lochem

Volgens de genealogie Koek (gebaseerd op het boek van Bastiaan Willink) is Andries van Lochem X Trijntje Costers een zoon van Jan's broer Jochem van Lochem. Dat is heel goed mogelijk: hij staat momenteel hier omdat hij Lambert van Lochem machtigt om zijn zaken in Enschede te behartigen.

* 1666, 19-11: ORA Enschede SG.027.152: Sloetemaeckersche per Hendrick Becker zegt dat zij nu ongeveer een jaar geleden aan (doorgehaald: Peter) Dries van Loggem heeft bestaedet een bedde met een polle, een kussen en fl 5,- aan geld om dit alles te leveren binnen Deventer aan handen van haar klagersche zoons, ende alzo nu gedaagde niet meerder heeft geleverd als het geld, en zulks een tijd lang na zijn overkomst binnen Deventer, niettegenstaande hem het volle vrachtgeld is betaald, zo concludeert en contendeert klagersche dat gedaagde bij decreet zal worden gecondemneerd aan haar te restitueren het ontvangen bedde, polle en kussen, onder presentatie van alles, in cas van ontkentenisse, met ede te willen verificeren, met protestatie van kosten en interesse. Gedaagde per Wagelaer verzocht copiam en tijd van 4 weken. (op 7 januari 1667, folio 165, zegt Andries van Lochem dat de weduwe Slotemaeckers geen enkel bewijs voor haar bewering aandraagt, en dat hij daarom van deze beschuldiging vrijgesproken moet worden en schadeloos gesteld. Op 21 januari, folio 172, zegt de Slotemaeckersche dat zij geen ander bewijs weet te bedenken dan een verklaring onder ede, ze voegt eraan toe dat ze hem, omdat ze arm is, met een stuk garen heeft betaald, en ze vraagt of Andries van Lochem onder ede durft te verklaren dat haar bewering onwaar is. Op 18 februari verklaart Andries van Lochem "bij zijn hoogste waarheid in eedes plaats" (hij is dus doopsgezind) dat de Slotemaeckersche het kwestieuze bed niet zoals verteld heeft gegeven en betaald met een stuk garen, maar dat zijn voerman, die goederen heeft geladen, ook het bed mag hebben opgeladen om het naar Deventer te brengen, dat kan zijn, en dat daarna de aanklaagster hem uit vriendschap een stuk garen heeft gegeven, maar om te suggereren dat op die manier een afspraak over een vracht is betaald is vals.

* 1669, 29-10: ORA Enschede SG.027.400: Mattheus Elders per Gerrit Cost bespreecket (doorgehaald: Andries) Dries Jansen van Loggum voor 24 gld 6 stvrs ter saecke van geborget laecken met protestatie van kosten ende interesse. Ged: versocht 14 daegen

* 1684, 14-1: ORA Enschede SG.030.224: De weduwe van Hendrik Nijenhuis [dat is, naar verluidt, Andries' tante Margaretha/Greetje van Lochem Andriesdr, of anders Anneke van Lochem, de dochter van Peter van Lochem] bespreekt per procuratorem Wagelaer die gedaagde mombaren van die pupillen wilen Andres van Loghum, te weten Egbert Jannink en Isaac Paesghen om betaling te mogen hebben van een somma van fl 219:16:5 haar, ingevolg haar overleden mans schuldboek, haar zo van verschoten penningen, waren als andersdeugdelijk competerende

* 1688, 12-7: ORA Enschede LG.010.043: In eigenaer persoon eerschenen is d. welgeb. Hr. Eustachius Occo Broersma toe Borch Beuningen vertoonende meede volmacht van sijn welgeb. Ehelieffste mevrouwe Sophia Ignatia Baronnesse van den Camp, Vrouw toe Borch Boningen voor den Eedelen Landtg. van Oldensael, gepasseert de dato den 13 julij 1688 die welcke bij den gerichte is geleesen en in waerden eerkandt en dede soo voor hem selven als meede uijt cragt van voorsch. volmacht ten erffelijcken behove van d.E.E Andrees en Hendrik van Loggum haeren Erffgenaemen onweederroopelijcke cessie en overdragt van haer transportanten eigendoomentlijcke stucke Landts en visscherien den Pol genaempt, liggende voor Lutticke Varwijcks huis, mett die eene sijde aen de weide nae die stadt met d. ander sijde aen Groote Varwijkes gaerden nue door die Transportanten van die Leenplicht vrij gemaek en affgecocht volgens d. acte onder handt en seegel van d. vrouw Abdissin tot Vreeden van den 20 feb. 1688 daer van sijnde alhijr vertoont in den Gerichte en van woorden tot woorden ten prothocolle geinsereert op den 5. maij 1688 en omme cortheits halven alhijr geomitteert, gebleecken is als een vrij allodiael stucke landts, sijnde meede tiendtvrij den coopers gehouden sullen sijn nochtans pro quota en nae proportie neffers andere Erves Landerien haere Heeren Lasten te betaelen, soo ordinair als extraordinair als meede d. schattinge tot laste van den Aencoper blijvende de buirschulden, diensten en miscoren tot laste van die Erffsteede, waertal en uijtdriffte, off den tijdlijcken meijer en heefft meede die teegenwoordige meijer Eevert gecompareert voor deesen eedelen gerichte gerenuncieert van soodanige praetensien als hij voor deesen op den Pol heefft getracht te houden vertijende nogmaels daervan mits deesen met alle sijn olde en nieuwe gerechtigheeden in d. Eschmarcke in deesen Gerichte gelegen voor een summa van penningen dewelcke welgemelte transportanten bekanden tot haeren gooden geneugen den eersten met den lesten penninck ontfangen en tot haeren profite wel

* 1692, 3-2: ORA Enschede SG.032.0122: Jan van Loggum en Andreas van Loggum zijn de mombaren van Greetken Oedinck; zij is de moeder van o.m. Tobias, Benjamin en Jan Stenvers.

* 1694, 14-7: ORA Enschede SG.032.0389: Andreas van Lochem en Wessel Hoedemaker, de mombers van de weduwe van Jan Stenvers, vragen bij de Drost permissie om enkele legaten die zijn nagelaten aan haar kinderen te mogen verzilveren, om te voorkomen dat de weduwe (Greetken Oedinck?) tot armoede zal vervallen.

* 1694, 6-12: ORA Enschede Landgericht LG.010.289: Nootgr. Anno 1694 den 6 December Joan Cost judex. Coornoten Dr. Mich. Alb. Muntz, Albert ten Vaerde. In eijgenaer persoon eerschenen is die E. Andries van Loggum borger en coopman tot Almeloe vertonende mede volmagt van sijn huisvrouwe Trijntjen Costers luiden van woort tot woort als volget. Wij Borgermrn. Schepen ende rad der Stat Almelo certificeren bij desen dat voor ons eerschenen sij die Eeerbare Trijntjen Costers huisvrouwe van Andries van Loggum coopman alhier in desen geadsisteert met Barent Costers als haer momboir en heeft ten bestendigsten rechtens geconstitueert en bemagtigt sulx doonde mits desen haren eheman Andries van Loggum voornoomt ten einde om haer name mede aen Borgmr. Jan Leurink voor (Folio 290) een summa van penningen haer te danke betaelt nae Lantre. van Overijssel te cederen en over te dragen den tienden uit het Erve Swerink voor desen aen sijn Ed. vercogt. Vervolgens eerschenen Andries van Loggum ende Trijntjen Costers eheluiden voornoomt en hebben marito tutore bij aldien geseide van Loggum ijets in de weg mogt comen om dese opdragt in persoon te doon daer tot sampt en int bijsonder geconstitueert en gemagtigt den E. Lamb. van Loggum om uit haer beider naem de voornoomde opdragt des tiendes uit het Swierink aen Borgmr. Jan Leurink te doon soo en als behoort idq cum potestate substituerdi clausulis ratihabitionis et in demnitatis cateniq de jure solitis sonder argelist oijrcont ons stadssegel Almeloe den 22. 9br. 1694 stont R. IJstall secr. L.S. 1694. En dede voor hem selfs en uit cragt van voorssn. volmagt ten erfflijken behove van Borgmr. Jan Leurink en sijnen erven onwederopelijke cessie en overdragt van haeres Transportanten tienden groff ende smal (Folio 291) gaende over het Erve ende goet Swerink in d. Usseler Helminksijt en desen gerichte gelegen. Becanden daer voor den laetsten met den eersten cooppennink ten haeren geneuge ontfangen te hebben, deden daeromme van gemelte tiende vertigtenisse met hande en met monde als recht was hem en den sijnigen daer van mits desen ten enemael ontervende den Aencoper en sijnen erven daer mede weder erfflijk beervende sonder dat hij ofte de sijnigen daer aen het aldergeringste meer behielden off te verwagten hadden. Met belofte van desen coop also t. willen staen wagten en waren onder verbant van hare personenen vordere goderen en renuntieerde van alle exceptjen beneficien en privilegien in rechte desen enigsints ter contrarie breder bij den brieff.

* 1697, 8-11: ORA Enschede SG.032.0576: Procureur Tusschede uit naam van Andreas van Loggum tot Hengelo legt een eis neer bij de weduwe Berend te Rutbeke

* 1697, 22-1: ORA Enschede SG.032.0588: Procureur Tusschede eist namens Andreas van Lochem fl 11:11:8 van Jan Severijn, uit de boedel van zijn vrouws overleden vader Claas Hoedemaecker, zoals zonneklaar uit het schuldboek van Hoedemaker blijkt.

* 1698, 28-11: ORA Enschede SG.032.0672: Andreas van Lochem en Jan ten Cate, diakenen van de Mennonisten gemeente, vragen de erfgenamen van wijlen Berta Jansen om betaling ven fl 25,- die hun moeder in haar laatste wil aan de doopsgezinde gemeente heegt nagelaten.

* 1701, 22-11: ORA Enschede LG.045.277: Procureur Gervordinck namens Andreas en Hendrick van Loggum voorgevende hoe dat de geciteerde Berent Nijhuis wegens zekere leverantie van zes gekochte vijme <?> rogge door den olden Roolvinck geschied, zich als principale verkoper en debitor heeft gekwalificeerd en alzo de volle leverantie van de gemelde verkochte rogge ofwel iterativelijk in der minne verzocht tot dato dezes alsnog heeft gemankeerd ... daarom eisen ze alsnog van Berent Nijhuis de volle leverantie van de rogge.

* 1712, 19-9: ORA Enschede SG.035.149: Dr. Hulsken dient een financiële claim in tegen twaalf personen, waaronder Andries van Lochem en Lambert van Lochem. In januari 1717 sleept deze zaak nog: Hulsken is advocaat-fiscaal van de Landdrost van Twente; het betreft kennelijk een geschil over de betaling van dienstbodengeld. in de akte komt Lambert van Lochem niet meer voor, maar Andries wel, en hij is een van degenen die blijkens een sententie inmiddels vrijgesteld is van dienstbodengeld.

* 1715, 19-4: ORA Enschede SG.035.523: Henr: Jannink geeft uit naam van de erfgenamen van Andries van Lochem en van Henr: Wenders van Almelo aan hoe dat dezelve in de maand juni 1714 op loskoop aangekocht hebben twee gaardens van Henr: van Lochem, de ene gelegen in de Bethofftzkamp, de andere in de Wolters gaardens.

* 1719, 19-9: ORA Enschede SG.036.507: Andries Hendriksz van Lochem heeft bij openbare verkoping een huis gekocht.


kind 2: Hendrik van Lochem
zie de bronnen genoemd bij Trijntje van Bebber (XI-2)

lit: C. Elderink, Twènter laand, p. 511: Hendrik v. L. heeft blijkbaar in 1686 te Amsterdam gewoond; van daar uit geeft hij in genoemd jaar aan zijn broeder Andrys v. L. een schuldbekentenis van ƒ 3007 1/2 voor gekocht linnen. In 1688 wordt te Amsterdam een akte opgemaakt, waarbij Hendrik v. L. zijn huis te Bolsward aan zijn zwager Everwijn Franken overdraagt ter aflossing van een schuld van ƒ 336 en een schuldbekentenis wegens gekocht linnen. Toen Hendrik 21 Nov. 1701 te Bolsward overleed, liet hij een schuld achter van ruim ƒ 17000. Zijn voornaamste schuldeischers waren zijn broeders en zwager. De verkoop van den inboedel en drie huizen bracht daartegenover slechts ƒ 523 op. Op 9 Dec. 1702 kwam een accoord tot stand, waarmede de zaak eindigde. Het komt mij zeer waarschijnlijk voor, dat deze Hendrik van Lochem dezelfde persoon is, als de Hendrik van Lochum, over wien Prof. Dr. Sneller in zijn studie over ,,De Opkomst der Nederlandsche Katoenindustrie" enkele jaren geleden in „Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde" verschenen, schreef. Het betreft hier pogingen van buiten af gedaan om te Amersfoort op ruimer schaal de textielnijverheid uit te oefenen. Wij lezen o.m.: ,,In 1691 kwam Hendrick van Lochem, eveneens koopman van Amsterdam aan bod. Hij beweerde te hebben uitgevonden het maken van „catoenen op de maniere van Geniees linnen" welke katoenen hij gaarne met zeventig a tachtig getouwen zou willen laten vervaardigen in Amersfoort. Ook met dezen opzet waren groote sommen gemoeid, waarom hij, vreezende de mededinging van meerdere kooplieden, octrooi verlangde, onder dit, door hem zelf gesteld beding, dat bij daling beneden vijftig gaande getouwen het octrooi geen effect hebben zou". Men hoort later te Amersfoort deze onderneming nooit noemen. Waarschijnlijk is er niets van gekomen.

* 1677, 11-1: Stadsarchief Amsterdam: 1120 Archief DG Gemeente, invnr 262: attestaties uit Enschede: "Bekennen wij, onderges. dienaeren van die Doopsgesinde Gemeijnte tot Enschede hoe dat Hinderick (doorgehaald: Jansz) van Lochum onser waard vrint en prood in Christo ende (doorgehaald: mede beroepen in den dienst des Evangeliums) die willen sien gelegenheijt niet en is om hier te blieven, maer geresolveert is met die woningh te verplaetsen aen ons versoght heeft een attestatie mede te gefe, hetgene wij hem niet hebben konnen weijgeren, maer gerne mede gefe, Gelieck wij attesteren mit desen dat hij sich soo in als buijten die Gemeijnte voor soo vele als ons bekendt is als een waare lidtmaet van ons als een Christen heeft gedraagenwaar nae die dienaaren aen die welcke dese attestatie sal gepresenteert worden, haer konnen reguleren tot merder befestinge hebben wij dijt selve met onse handen onderteckent. Enschede den 11 januari 1677. (w.g.) Derck Claasen Hoedemack, Peter van Lochum, Jan Gerritssen Wihoef."

* 1680, 20-8: ORA Enschede SG.001.497: testament van Hendrik van Lochem en Trijntje van Bebber. Hij legateert zijn bezit (als hij eerder overlijdt dan zijn vrouw) aan "zijn broeder Andries van Lochem en halffsuster Aelken van Lochem".

* 1693, 6-1: stadsarchief Amsterdam, NA nots J. de Winter [akte NOTA00260]: Hendrick van Lochem, wonende binnen deze stad, zegt dat hij onder de erfgenamen van Herman van Limburg een zekere partij linnen heeft, waarop hem enige gelden zijn verstrekt, maar daarover is differentie ontstaan, zodat er nu gewacht wordt op een beslissing van ingeschakelde arbiters. Verder verklaart hij te hebben getransporteerd aan zijn broer Andries van Lochem, voor de helft, en zijn broer Lambert van Lochem en zijn zwager Everwijn Francken ieder voor een vierde part alles, wat hij op grond van de uitspraak van de arbiters of van rechters tegoed heeft uit de erfenis van Herman van Limburg, maar eerst moet met dat geld de schuld voldaan worden van Johannes Haesewindus, waarvoor zijn zuster Margaretha van Lochem mede getekend heeft. Zijn broers en zwager worden op deze manier betaald voor de schulden die Hendrick van Lochem bij hen heeft (w.g. Hendr. van Lochem)

* 1693, 9-8: allefriezen.nl: Burgerboeken Bolsward. Hendrik van Lochum, afkomstig uit Amsterdam, ingeschreven als burger

* 1707, 17-11: familysearch: DTB dopen Workum [invnr 453]: Hendrik van Lochems kind gedoopt en genaamt Geesjen. Vader getuijge.


kind 5: Margareta / Greetje van Lochem

* 1693, 18-3: ORA Enschede Stadsgericht SG.032.0247: Margaretha van Loggum, geassisteerd met Wessel Hoedemaker (ver gerichtswege haar momber), is door haar broer Hendrick van Lochum op de 16e dezer voor burgemeester en regeerders van Amsterdam gemachtigd om alle acties en pretenties op de goederen, binnen en buiten Enschede en inspectie op zijn erfenis zowel ex testamento als ab intestato van wijlen zijn vader en moeder is gedevolveerd, en om die erfenis te helpen scheiden, delen, administreren. Haar broeders en zwager Andreas en Lambert van Loggum neffens Jan Lambertsen Naber. Als ik het goed begrijp probeert ze een rechtszaak te voorkomen tussen de broers over de erfenis. De machtiging uit Amsterdam is er letterlijk bijgevoegd: Hendrick van Lochum machtigt zijn zuster Margareta van Lochum om zijn schuldeisers, en die van de erfenis van zijn vader en moeder te behartigen.

* 1693, 26-6: ORA Enschede Stadsgericht SG.032.0282: Wessel Hoedemaker, momber van Greetken van Loggum alsmede Lambert van Loggum onder anderen qqa vigore testamenti erfgenamen van wijlen haar vader Jan van Loggum exhiberen eis en aanspraak jegens Alexander Wingen en Engelbert Janninck, in qualité mombaren van Elsken Fransen weduwe wijlen Jan van Loggum of de weduwe zelfs, gedaagde…

* 1693, 4-9: ORA Enschede Stadsgericht SG.032.292: Procureur Beeker, namens Elssien Fransen, wed: wijlen Jan van Loggum verzoekt verlenging van de termijn van zes weken contra Lambert en Greetken van Loggum

* 1693, 16-10: ORA Enschede Stadsgericht SG.032.309: Sander Wing en Engelbert Janninck, mombaren van de wed. Jan van Loggum, per procurator Becker, prolongeren de termijn van 6 weken tegen Lambert van Loggum en Wessel Hoedemaker qq, waarin desselfs bediende partij Wagelaer heeft geconsenteert.

* 1693, 27-11: ORA Enschede Stadsgericht SG.032.320: Alexander Wing en Engelbert Jannink presenteren een antwoord met het zegel van 6 st. contra Wessel Hoedemaker qq. Hoedemaker en Lambert van Loggum willen een kopie en ruim de tijd om te reageren.

* 1694, 15-1: ORA Enschede Stadsgericht SG.032. etc: de zaak sleept zich voort tot december 1694, waarbij steeds uitstel wordt verleend.

* 1694, 12-12: nadere testamentaire dispositie van Elsje Fransen, genoemd in Overijsselsch Advijsboeck

* 1695, 22-7: ORA Enschede Landgericht LG.010.298: Anno 1695 den 22 julij. Joan Cost Judex. Assessores Joan Wagelaer, dr Bernardt Helmich. In eijgenaer persoon erschenen Greetjen van Lochum sijnde sij geadsisiteert met haer gecoren mombair Wessel Hodemaecker en heeft gecedeert overgedragen gelijck sij doet bij deesen ten erffelijcken behove van borgmr. Joan Loerinck, Herman Elferinck, Joan Geerdinck, Steven Gerritsen, Jan Egbertinck, Gerrit Aefkinck, Jan Lammers en Berent Egbertinck haeren tienden groft ende smal gaende over ende uit het erve Egbertinck in d. Usseler Helmincksijt en deesen Gerichte gelegen Haer op den 18 martij 1693 bij lottinge van haer vaderlijcke Erffenisse onder anderen te deele gevallen an d. eerste wegens het landt het geene Sweerinck daer van besit en in eigendoom heeft en an d. anderen voor soo verre (Folio 299) soo verre een jegelijck daer van Lant oft gronden heeft oft besit sijnde alsoo an d. boven gespecificeerde coperen den vollen eigendoom van den geheelen tijnde overgedragen; Becanden daer voor de cooppenninck tot den laetesten toe ontfangen te hebben die sij oock tot betalinge van haer vaederlijcke angeerfde schulden wel verclaerde g. implojeert te hebben dede daerom van voorschr. tijnde transport en vertichenisse met hande en monde als recht was haer en alle den harigen daer van mits deesen ten eenen mael ontervende den ankoperen en haeren Erven daer meede weeder Erffelijck beervende sonder dat daer an het geringeste meerder behielden noch te verwachten hadden met belofte van deesen Erffcoop als van een vrije allodiale en onbecommerde tijnde behoort teegens allen en eenen jegelijcken te willen staen wachten en waeren onder verbant van haer persoon en vordere goederen vercregen en te vererigen en hebben sich hier en boven daer voor verbonden als borgen haer broer en swager Lambert van Lochum en Jan Nabuir alles onder (Folio 300) onder renunciatie van d. exceptie van ongetelde gelde en van allen anderen desen ter contrarie, sijnde deesen coop bij teikeninge van d. coopcedule door hare broders en swager Andreas en van Lambert van Lochum en Joan Nabuir g.approbeert gelijck haer broder Hend. van Lochum hetselve bij een speciale acte voor borgmr. schepen en raeden der Stede Bolsweert de dato den 10 Junij 1695 gedaen heeft die op haer versoeck ten prothocolle is g.registreert luidende van woort tot woort als volget: Borgmr. Schepenen en de Raden der Stede Bolswaert in Frijslandt, doon cont verclaeren en certificeren hijr meede dat voor ons g.compareert is Hend. van Lochum, burger en coopman binnen vorsch. Stede als soon en meede erffgen. van Jan van Lochum sijn overleden vaeder woonachtich tot Endscheide in Overijssel en ick Hend. van Lochum mach liden off consentere d. Coop van Wessel Hodemaecker als voogt over mijn suster wegens (Folio 301) wegens die tijndens an d. huisluiden aldaer ter plaetse meede woonachtich sijn vercoft en an mijn suster d. gelderen aldaer van mach opkomen door d. huisluiden mach werden getelt waer aff deese onse lettere off verclaringe versogt sijnde hebben het selve gepasseert om te mogen strecken naer behooren gegeven en bevestiget onder onse stadts segel ad causas residerende borgmr. en secretaris handen beneffens d. handt van mij ondergeschrevene. Actum den 10. Junij 1695. Onderstondt Hend. van Lochum, Jacop Pijters Algera, abs. secret. bij mij geed. Clerq T.U.Alema 1695


kind 8: Anneken van Lochem

* 1677, 11-12: ORA Enschede LG.042.213: Everwijn Francke, zoon van Isack Francke, geassisteerd met Miskedael, zegt, tot justificatie van diverse arresten gedaan uit naam van zijn vader Isack op de goederen van de weleerwaarde Jannes Paschen, predikant te Dwingelo, omdat deze een tijdlang van jaren te Steinforde "tempore studiorum suorum" heeft bijgewoond en schuldig bleef fl 12:10:- etc.

* 1681, 21-10: ORA Enschede SG.028.708 ev: Everwijn Francken heeft een conflict met Albert van Ledden over de levering van een zwijn. Op 21-10-1681 treedt Jan van Lochem op namens Everwijn Francken, met het verzoek aan Ledden (die uit Ootmarsum komt) om een behoorlijke borg aan te stellen. Op 12-12-1681 staat in een akte (SG.028.715) dat Everwijn Francken via desselfs schoonvader aan Van Ledden om cautie (garantie) had verzocht.

daarmee staat dus vast dat Jan van Lochem de schoonvader is van Everwijn Francken en dus de vader van Anna van Lochem (zie hieronder). Wat nog niet vaststaat is of het om déze Jan van Lochem gaat. Anneke wordt immers niet samen met de andere kinderen van Jan van Lochem in de aktes genoemd. Maar dat blijkt uit de akte uit 1710.

* 1686, 8-11: ORA Enschede SG.030.548: Berent Busseer bespreekt Gerrijt Laersonder en Everwijn Francken wegens schuld van 4 zilveren ducaten voor verkochte en geleverde grond

* 1690, 11-11: stadsarchief Zutphen, Burgerboeken: f 16-16-0: Evewijn Francks getrout aen Anna van Loggum (= doorgehaald) Lochem, mennonisten van Esch.de geboortich ende derselver ses kinderen met namen Gesien, Marrijke, Rebecca, Aeltien, Isack ende Judith, met de burgerschap begunstiget sijnnde heeft hij de mannenwarheit in plaetse van Ede beloften van hul en trouwicheijt gedaen soo en als hij de formule van daer uijt geexprimeert staet ende is tegens betalingge van de gehele gerechticheijt tot Burger aengenomen.

* 1710, 13-8: ORA Enschede LG.011.040: Dr. en procureur Georg Stroijnk vertoonde volmacht van Everwijn Franke en Anneken van Lochem, echteluijden, voor Burgemeesteren, Schepenen en Raden der stad Deventer op den 7e augustus dezes jaars gepasseerd, luidende als volgt: Wij, burgemeesteren, schepen ende raden der stad Deventer doen kond ende certificeren mits dezen dat voor ons erschenen zijn Everwijn Franke en desselfs huisvrouwe Anneken van Lochem, marito turore, ende bekenden in de beste forme rechtens geconstitueerd en gevolmachtigd te hebben ?. Stroijnk, procureur tot Endscheide, zulks doende in en vermits dezen, specialijk om ingevolge die koopcedulle van den 15 maart 1704 en hunne respectieve broeder en zwager Lambert van Lochem en Jan Lambers Naber derzelver huisvrouwen en erfgenamen voor een somma van penningen henlieden ten geneuge voldaan en betaald, naar Landrechte van Overijssel, te cederen, te transporteren en over te dragen hun Comparanten aandeel van de tienden grof en smal gaande uit het erve Wijffkerinck in de gemelde provincie van Overijssel, gerichte Endscheide ende buirschap Lonniker gelegen, met de op- en dependentien van dien ende om dienaangaande alles werkstellig te maken, wat zij constituenten, zelfs present zijnde, zoude kunnen of mogen doen, met kracht om een ander in zijn plaats te mogen stellen (etc.) den 7 augustus 1710. Was getekend: Gerh: Dombar, secretaris.


Openstaande vragen / discussie


Ik heb in al de bovenstaande aktes nog geen begin van een bewijs gezien waaruit blijkt dat de weduwnaar van Aelken Holsteijn hertrouwt met Geesken ten Cate. Er is alleen een zeer indirekt bewijs: het staat vast dat Jan van Lochem en Aelken Holsteijn twee zoons hadden: Dries en Hendrik. En het staat vast dat er in 1693/94 vijf erfgenamen zijn van Jan en Geeske ten Cate: Andries, Hendrik, Lambert, Margaretha van Lochem en de vrouw van Johan Naber. De eerste twee zouden dan uit Jan van Lochems eerste huwelijk stammen.

Evenmin heb ik het bewijs gevonden dat déze Jan van Lochem de zoon is van Andries van Lochem. Veel pleit daarvoor, en vroegere auteurs nemen het voor vaststaand aan, maar echt bewijs heb ik niet gevonden.

In het midden van de zeventiende eeuw zijn er tenminste drie personen in de Enschedese rechterlijke archieven die Jan van Lochem heten. In een akte van 1635 is Jan van Lochem zelfs de gevolmachtigde van Jan Andriesz van Lochem, terwijl Jan Andriesz dan ook zelf al ruim een jaar zelstandig in de aktes optreedt.

Vanaf oktober 1648, tot zeker 1669, is er sprake van een Jan van Loggum junior, naast Jan van Lochem senior. De Jan van Lochem junior moet de echtgenoot zijn van Geeske ten Cate: hij treedt immers op namens de weduwe van Hendrik ten Cate te Borne; soms komt op dezelfde datum (bijv 15-1-1649) een junior en een Jan van Lochem zonder nadere aanduiding voor.

In 1649 komt Jan van Loggum tientallen malen voor in de aktes als schuldenaar, terwijl Jan van Loggum junior vele malen voorkomt als schuldeiser (meestal) - waarbij sprake is van geborgd laken, geborgde waren of geborgd doek. In 1657 is sprake van de oom van Jan van Lochem, namelijk Pieter van Lochem. Dan moet het dus gaan om Jan van Lochem jr, de zoon van Jochem? Niet waarschijnlijk: pas in 1679 is expliciet van Jan Jochums van Lochem sprake. In de akte van 31-10-1659 worden alle dan nog levende broers en zusters genoemd: Hermken (kennelijk ongehuwd), Pieter, Jochem, Geerlich en Jan junior van Lochem. Tjee wat verwarrend: Jan van Lochem junior heeft een broer Pieter van Lochem, maar ook een oom Pieter van Lochem.

In 1665 treedt Jan van Lochem op namens zijn vader: dat zal waarschijnlijk Jan Joachimsz van Lochem zijn, die dan getrouwd is met Aelken Hulsken en in 1670 als weduwnaar te Almelo hertouwt met Mettie Jansz. Maar in 1660 is er in Almelo een Jan van Lochem die getrouwd is met Janneken Bulkcx. Volgens de genealogie Koek is dat Johan van Lochem (ca 1605- na 1660), zoon van Jan van Lochem en Jutta Mychorys. Zijn zus Jenneke was getrouwd met Johan Pijlas.

Het voorkomen van die Jannen maakt dat uit de rechterlijke archieven niet altijd duidelijk is of de hierboven genoemde aktes betrekking hebben op Jan Andriesz van Lochem of op een van die andere Jannen van Lochem. Soms is sprake in de aktes van Joan of Johan van Lochem - ik meende dat de twee Jannen aldus uit elkaar gehouden werden, maar soms wordt Johan zelfs in dezelfde akte afgewisseld met Jan als aanduiding van dezelfde persoon.

Merkwaardig genoeg moet er nóg een Jan Andriesz van Lochem in Enschede voorkomen, al is het een generatie (of zelfs twee) later: hij leefde van 1677-1713 en trouwde in 1706 Anna Stenvers. Ze zijn de ouders van Catharina van Lochem (IX-14).

Elsje Fransz woont in 1679 in de Warmoestraat in Amsterdam. Dertig jaar eerder woonde Hendrik ten Cate, Geesjes broer, in de Warmoestraat in het huis van de kruidenier David Fransz (of misschien was Cruijdenier zijn achternaam). Het is daarom goed mogelijk dat Elsje de zuster of dochter is van de genoemde David Fransz. In het Twentebestand van Zorn wordt gemeld dat haar achternaam 'Van den Borge' is. Elsjes neef Frans heet in de akte uit 1694 'Frans Jansen van den Borge'.

Abraham Stenhorst is de zwager van Lambert van Lochem. Dan is Stenhorst dus ofwel getrouwd met Lamberts zuster, ofwel met een zus van Aaltje Romp. Er is een Abraham Stenvers die getrouwd is met Aaltje van Lochem. Dat betreft echter een Aaltje, dochter van Gerrit Jochemsz van Lochem en Aaltje ten Cate.

Jan van Lochem heeft een oom die Willem Walmink heet - dat betekent dus dat Grete Walmink een broer had die Willem heet.

Jan van Lochem is mede-erfgenaam van Berend Paschen (1677)


kind 1

In 1684 is sprake van wijlen Andries van Lochem, maar daarna treedt er geregeld een Andries van Lochum in de stukken op, in Enschede, maar ook in Almelo en Hengelo.

In 1714 is er een Hendrik van Lochem Andrieszn, die de zwager is van Pieter van Gogh. Pieter van Gogh was getrouwd met Margaretha van Lochem

In de stukken komt voor: Andries van Lochem, geboren:

overleden: na 1695

beroep: diaken van de doopsgezinde gemeente in Enschede (1698)

woonplaats / adres: Almelo (1694) Hengelo (1697, '98)

relatie: trouwt voor 1694

Trijntje Costers

Volgens het testament uit 1680 heeft zoon Hendrik van Lochem een broer Andries en een halfzuster Aaltje van Lochem. Die Aaltje/Alida komt in bovenstaand gezin echter niet voor.