HOME

STROOMOPWAARTS : een WANDELGIDS voor het STAPPEN langs WATERLOPEN in VLAANDEREN

HISTORIEK

Vlaanderen maakt deel uit van de Noordeuropese laagvlakte, het hoort bij de Lage Landen, waar Rijn, Maas en Schelde uitmonden in de Noordzee.
Deze rivieren en hun talrijke bijrivieren vormen een natuurlijk netwerk van wegen waarlangs het gebied zich ontwikkeld heeft en waarvan de vroege bewoners dankbaar gebruik hebben gemaakt om zich te verplaatsen. Hetzij per boot op het water, hetzij langs de oevers met het water als gids.

Ook voor de wandelaar van de 21e eeuw zijn de dijken en jaagpaden ideale wegen om het vertrouwde vlaamse landschap vanuit een andere hoek te benaderen.
Vanuit deze filosofie wil 'Stroomopwaarts' een aantal tips geven en praktische informatie, om al stappend door Vlaanderen te trekken met als enige wegwijzer het water.
Het project is aangeleverd door enige creactieve gepensionneerden die een doel en een project zochten om na hun actieve loopbaan te blijven doorgaan.
Ik dank hen hiervoor van harte, en hoop dat deze website aan hun wensen tegemoetkomt.


WATERWEGEN in VLAANDEREN

Van de zowat 41.000 kilometer bevaarbare waterwegen in Europa liggen er een duizendtal in Vlaanderen. Daarmee beschikken we over één van de meest uitgebreide en dichte waterwegennetten van de wereld. Een belangrijke economische, recreatieve en landschappelijke rijkdom waar we al wandelend willen van genieten.
Naast de bevaarbare waterlopen (waterwegen) zijn er --nog talrijker-- de onbevaarbare waterlopen; de beken en beekjes, watergangen en andere waterafvoerkanalen. Ze zijn dikwijls nog idyllischer en natuurlijker van loop en daarom, voor de verwende wandelaar, misschien nog meer geschikt om te volgen. Alleen zijn hun oevers meestal niet vrij toegankelijke en ook niet voorzien van enig wandelpad. Daarom willen we ons hier beperken tot de bevaarbare waterlopen en van het ruime aanbod in de eerste plaats die oevers verkennen die een landschappelijke meerwaarde bieden voor de recreatieve wandelaar.
Het selecteren van de mooiste stukken van onze Vlaamse waterlopen is één optie, het systematisch beschrijven van een bepaalde waterloop van bron tot monding, is een andere. Voor de Schelde, de grootste en voornaamste van onze waterlopen, werd de laatste aanpak verkozen, niet van bron tot monding, (geen van beiden ligt in Vlaanderen) maar wel het volledige Vlaamse stuk. Dit gedeelte werd in de loop der eeuwen ingedijkt en gekanaliseerd, maar de rivier was krachtig en breed genoeg om, ondanks deze ingrepen, haar natuurlijk karakter te vrijwaren.

 

WANDELEN

In deze website worden dagwandelingen voorgesteld die elk over 12 tot 25 km een Vlaamse waterweg volgen. Er worden ook varianten voorgesteld, bijvoorbeeld om een traject in te korten of te halveren.

Het zijn geen lussen of heen- en terug trajecten, maar doorgaande wandelingen van A naar B, waarbij voor de terugkeer naar de startplaats geopteerd wordt voor het openbaar vervoer. Een vlotte bereikbaarheid van start- en aankomstplaats heeft mede de keuze van de trajecten bepaald, ze zijn er niet minder mooi om. 

Met lijnwandelingen kan men vlugger een groter deel van de 1.000 kilometer Vlaamse waterlopen ontdekken, het is tenslotte een heel eind. Niets belet echter een traject heen en terug af te leggen, een waterloop heeft altijd twee oevers en het gras is meestal groener aan de overkant.


JAAGPAD
Een jaagpad of trekpad (ook trekweg) is een pad langs een kanaal of rivier dat vroeger werd gebruikt om schepen, gewoonlijk vrachtschepen, als de wind niet gunstig was, vooruit te trekken. Dit voorttrekken werd jagen genoemd, vandaar de naam. Gewoonlijk gebeurde dit door de schipper, zijn vrouw of samen met hun kinderen. Trekschuiten werden altijd gejaagd. Als er geld voor was, kon voor het jagen een paard met begeleider ingehuurd worden.

Vooral de "houten waal", een type lichter van hout die ong. 30 m x 4,50 m was, werd op deze manier gejaagd. De mensen trokken aan een zeel. Als het schip eenmaal in beweging was werd de trekkracht minder zwaar voor hen. Degene die achter het roer stond corrigeerde daarmee de zijwaartse krachten.
Omdat er een touw zat tussen de trekkers of het paard en de boot moest ervoor gezorgd worden dat er geen obstakels zaten tussen het jaagpad en het water. Er staan dus geen bomen langs de waterkant van een jaagpad en geen dukdalven in het water. Om te voorkomen dat de schuit bij bochten in de oever werd getrokken stonden hier vaak rolpalen.
Een trekpad werd vroeger ook een tragel genoemd.
Tegenwoordig zijn jaagpaden vaak nog openbaar toegankelijk, ook als ze pal achter woningen langs lopen of over het land van boeren. Soms zijn ze omgevormd tot verhard fietspad of wandelpad. Daarnaast bieden ze toegang aan openbare diensten en waterbouwondernemingen voor toezicht en onderhoud van de waterwegen en hun aanhorigheden.

 



Copyright Eric van Britsom - 2017
Blanket permission for downloading and reproduction for personal use is given.
Any commercial use without explicit written permission is prohibited.