De laatste weken ben ik naar 4 voordrachten geweest over de Noordzee (zie ref). Een zeer actueel thema want daar is veel in volle evolutie. De zee is een gevoelig ecosysteem dat de laatste 20 jaar meer en meer onder zware druk staat van intense menselijke activiteiten. Vroeger alleen visserij, scheepvaart en leger. Nu nieuwe, zoals zand- en grindwinning, windmolens, aquacultuur, olie- en gaswinning, meer toerisme en industrie. Maar ook de natuur is een belangrijk aandachtspunt. Roofvisvangst door de mens kan aanleiding geven tot het verliezen van bepaalde soorten vis.
Deze grote belangstelling uit zich in het groeiend aantal marine onderzoekers en onderzoeksprojecten. 20 jaar geleden was het VLIZ (=Vlaams Instituut voor de Zee) in Oostende slechts met 10 personeelsleden. Nu met 100. Daarnaast heb je te Oostende ook het ILVO (=Instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek). Er zijn ook vorsers in het INBO (=Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) die zich met de zee bezighouden. Ook belangrijk is het MDK (= Vlaamse Maritieme Dienstverlening en Kust). Maar het Belgisch Continentaal Plat is een federale materie met een eigen ministerbevoegdheid (momenteel uittredend minister Philippe De Backer). Daardoor naast Vlaamse onderzoekers ook nog veel federale. Ongeveer een 1.000 tal voor België met een ruime helft Vlaamse onderzoekers. Zo is de grootste concentratie met zeeonderzoekers in de regio Gent (vooral UGent).
Het oude Belgica onderzoekschip is versleten en verouderd. Volgende zomer wordt hij vervangen door een nieuw schip de BELGICA II dat tot de poolwateren zal kunnen varen (lichte ijsbreker).
De zeemetingen worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek en voor het valideren van wiskundige modellen rond het sedimenttransport en de hydrodynamische modellen. Deze onderzoeken zouden de basis moeten vormen voor het politieke beleid met nl. het aanduiden van de zones en de reglementeringen. Desalniettemin komt dat soms te laat. Bijvoorbeeld bij de vastlegging van de eerste zones voor windmolenbanken op de Thortonbank door minister Van de Lanotte heeft men niet gewacht op de wetenschappelijke voorstellen van het KBIN (=Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen).
En nieuwe bezorgdheid is de kustveiligheid i.v.m. met de zeewaterspiegel stijging. Zal er nog genoeg zand zijn??
Hieronder enkele accenten die ik tijdens deze voordrachten opgevangen heb.
Ingevolge de razendsnelle verbetering van de onderzoeksapparatuur is de Belgische Noordzee nu evengoed of misschien beter gekend dan het vaste land. Dankzij de enorme vooruitgang in de echografie en de bredere scans is nu ieder stukje Noordzee nauwkeurig op kaart gebracht. De meeste zones zijn vrij stabiel, andere niet ingevolge het soort sediment en de lokale stroming.
Deze echografie is ook geperfectioneerd om aan de hand van de analyse van de teruggekaatste echosignalen het soort oppervlaktemateriaal in kaart te brengen evenals de soort begroeiing. De Belgische Noordzee is dus zeer goed gekend. Men kent dus ook de zand- en de grindvoorraden. Men kan ook goed zien welke (vooral zandzones) door de boomkorf vistechniek kapotgeploegd zijn.
Er worden ook stalen genomen van het leven in het zeewater. Vaste en mobiele turbiliteitsmetingen en stroomsnelheidsmetingen i.f.v. de getijden zijn ook gekend. Natuurlijk zijn ook de vele plaatsen opgetekend waar scheeps- en vliegtuigwrakken liggen: een stuk onderzees erfgoed.
Maar men meet ook de geologie van de ondergrond via speciale echotechnieken en boringen. Dit is zeer belangrijk om de geologische ondergrond te kennen niet alleen voor de constructies (windmolens, pijpleidingen, baggerwerken, zand- en grindwinningen....). Maar deze kennis is ook fundamenteel voor de geologen die de geschiedenis over de ijstijden heen hebben kunnen achterhalen.
Men heeft de dikte van de verschillende ondergronden kunnen opmeten (quartair, tertiair,....). Als we ons beperken tot het einde van de laatste ijstijd zo'n 12.000 jaar geleden zien we een enorme zeewaterspiegelstijging. Toen was de zeespiegel zo'n 100 m lager en kon men naar Engeland wandelen. Nu weten we dat de grote ijskap van deze ijstijd niet onze streek en onze Noorzee bedekt heeft. Wij zaten tussen 2 uitlopers in een soort lagere streek waar de grote rivieren, hier vooral de Seine, maar wat meer noordwaarts de Thames, de Schelde, de Maas en de Rijn samenvloeiden in 1 reusachtige stroom die uitmondde in een grote binnenzee tussen Noord Engeland en Denemarken. Het is daar dat momenteel een enorme voorraad van quartair sediment op de zeebodem opgestapeld is. Wat meer zuidelijk vinden we ook veel zandsediment voor de volledige kust van Nederland, dit in tegenstelling met de Belgische Noordzee waar die voorraden veel beperkter zijn. Nederland zal wellicht een mooie winst maken door zand te verkopen naar België. Momenteel nog weinig invoer omdat hun marktprijs hoger is dan van het Belgisch zeezand.
Het onderwaterlandschap is in onze Noordzee moeilijk op het zicht te bewonderen ingevolge de grote troebelheid van het water. Maar toch best te vergelijken met een duinenlandschap op de hogere gedeelten met ertussen diepere geulen met meer slib, grind en andere sedimenten. De zandbanken worden gevormd door de eb en vloed zeestromingen. Hierdoor zeer dynamisch naargelang het lokale stromingsbeeld. De vloedstromingen, tweemaal per dag, zijn doorgaans krachtiger dan de ebstromingen (zelfde hoeveelheid water over langere tijd). Men zou dus verwachten dat de zandbanken naar het noorden verschuiven. Dat is nochtans beperkt omdat de ebstromingen vanuit het noorden een lichte andere weg nemen, zodanig dat er hierdoor een stabilisatie ontstaat. De zandbanken aan de westkust zijn stabieler dan deze aan de oostkust. Daar is de vergelijking met zeekaarten van 100 jaar geleden zoek.
Je kunt best deze zandbanken vergelijken met grote duinen met een lijzijde (zacht hellend) en een loefzijde (steiler naar beneden). Best te vergelijken met de vroegere "Romeinse Vlakte" in De Panne. (bij de maquette van de Westhinderbank in de nieuwe "Sea Change" expo in de Duinpanne is de verticale schaal veel te sterk overtrokken zodanig dat dit een verkeerd beeld geeft). Boven op deze brede zandduin met zachte helling kunnen ook sikkelduintjes voorkomen die zich zeer dynamisch kunnen verplaatsen met de sterke vloedstromen.
In tegenstelling met de vroegere hypotheses (jaren 80) werd vastgesteld dat de putten ingevolge de zandwinningen maar zeer traag terug spontaan opvullen. Ook het onderzees gestorte baggerslib, van de havengeulen naar Zeebrugge en naar de Westerschelde) blijft vrij lang liggen. Dit baggerslib is van wisselde kwaliteit i.v.m. zandwinning. Traditioneel werd dit in de nabijheid van de baggerzones boven op de zandbanken gestort. Nu experimenteert men met het wijd uitstorten boven of naast de geulen. Hierdoor komt het slib in suspensie en valt zand op de zeebodem van betere kwaliteit. Aldus kunnen we onderwater zandreserves zandvoorraden opbouwen om onze zandontginningsputten te besparen. Permanente metingen van de concentratie aan gesuspendeerd sediment volgen deze baggerstortingen op.
Op de zandbodems zijn de sporen van de boomkor sleepnetten goed te zien. Geploegd landschap.
Tussen deze zandbanken, in de geulen en zandduin troggen, is meer slib en grover materiaal. Hier de hoogste biologische biodiversiteit. Goed voor de natuur (vis , oesters,...). België heeft goeie paaiplaatsen voor zeetong. Men verwacht ook dat de oesters terugkomen (geen Zeeuwse maar Japanse).
Zeer belangrijk geworden. Voornamelijk voor de bouw (na uitwassen zeezout voornamelijk in de betoncentrales) maar ook de laatste jaren voor zandopspuitingen tegen de 1.000 jarige storm. De zandwinningsconcessies liggen steeds ver van de kust (>20km). Naargelang de plaats andere kwaliteit (niet zuiver genoeg voor de elektronica chips industrie). De laatste eeuw stijgt de zeespiegel met 1,7 mm/jaar, maar sinds begin jaren ’90 met 3,0 mm/j . Het Noordzee-niveau is nu al 20 cm hoger dan in 1925. Toekomst???? (meerdere opwarmingsscenario's).
Bemerk dat aan onze kust bij zeewaterstijging het intertidaal strand ongeveer dubbel zo snel stijgt (zolang er voldoende zand in suspensie blijft in ons zeewater). Immers bij windstille getijdenwisseling bezinkt meer zand op het strand bij de vloedfase dan dat er terug meespoelt in de ebfase. Dus indien rustig weer ieder tij een kleine strandverhoging. Bij felle wind zal dit zand met de overheersende windrichting landinwaarts geblazen worden (resultante stormwinden >4 m/s is ongeveer 75 graden) Lees>>>.
Aldus worden via strandplanten (biestarwegras, zeeraket,.. en later helm) embryonale duintjes gevormd. Bij een storm worden die gedeeltelijk weggespoeld en vormen ze zandkliffen (idem waar zandopspuitingen gebeurd zijn voor de kustverdediging). Dit zand is niet verloren maar een groot gedeelte zit vooraan in de zee. Men schat dat na 3 maanden dit weggespoelde zand terug op het strand beland is. lees.....
Op ongeveer de helft van de Belgische kust staat hoogbouw en bestaat intens strandtoerisme (strandcabines, ligzetels, dagelijkse strandreiniging dus ook geen beplanting mogelijk...). Vooral aan deze zones zullen problemen optreden bij stijgende zeewaterniveau want hier zijn geen achterliggende duintjes. De oplossing is simpel maar radicaal: laat de strandduinen zich ontwikkelen op deze toeristische stranden. Zowel tijdens de eerste als tijdens de tweede wereldoorlog bestaat fotomateriaal met duinvorming op de verboden stranden.
De bouw van windmolens is sinds een 10-tal jaren volop bezig op een 30 km kilometer uit de kust van Zeebrugge op de Thortonbank en zal binnenkort ook starten juist over de Franse grens dicht tegen de kust. Aan de westkust zullen ook nieuwe windmolenparken komen diep in de Noordzee.
In 2017 reeds vier windparken operationeel (C-Power, Belwind, Nobelwind en Northwind), goed voor een totaal van bijna 500 windmolens en een capaciteit van 877,2 MW. Tegen 2020 komen er nog vijf windparken operationeel: Rentel (2018), Norther (2019), Seastar (2020), Mermaid (2020) en Northwester2 (2020), wat neerkomt op een totaalproductie van meer dan 2.200 MW (ongeveer 10% van het Belgische energieverbruik) Alle in het oostelijk Belgisch gedeelte. In Marien Ruimtelijk Plan (2020-2026) zijn er plannen voor nieuwe windparken post 2020 in een zone op ongeveer 35-40 km voor de kust van de Panne. Eens operationeel zouden deze windparken nog eens 2.000 MW aan windenergie kunnen opleveren......Er wordt werk gemaakt van een Modular Offshore Grid (MOG), ofwel een “stopcontact op zee”, waar de laatste vier windparken zullen op aansluiten om een gecoördineerd transport van stroom naar het vasteland toe te laten en de hoeveelheid transportkabels te beperken). Deze MOG zal op het land connecteren met het Stevin project, dat op zijn beurt een aansluiting heeft met de NEMO-link. Deze laatste betreft een bi-directionele stroomkabel op gelijkstroom tussen Groot-Brittannië en België om stroomuitwisseling mogelijk te maken.De MER studies hebben voor en nadelen voor de natuur onderzocht.
Contra: storing tijdens de bouw (lawaai en trillingen..), vogelsterfte (blijkbaar overroepen), omwoeling bodem voor E-kabels
Pro: funderingen zijn ankerpunt voor planten en schuiloorden voor vissen, visvangst uiteraard verboden (E-kabels, aanvaring funderingen..) vandaar broedkolonies en mogelijkheden voor aquacultuur.
Groot voordeel: geen CO2, geen geld naar de olieproducerende landen (maar eerder naar Europa voor de constructie van de molens). Probleem blijft wel de stockeerbaarheid van de energie. Maar gedeeltelijk op te lossen met zware HS verbindingen en nucleaire- en aardgascentrales voor back-up capaciteit. Binnen de eerste jaren zullen op Duitsland en Frankrijk hun noodenergie leveringen zelf nodig hebben.
Toch veelbelovende investeringen. Bijna rendabel zonder subsidies.
Normaal wordt de levensduur op 20 jaar ingecalculeerd. De Belgische windmolenparken zijn voorzien boven op zandbanken. Zeebodem is niet diep 25 (tot max 50 m) maar wel soms zeer bewegelijk. Zou kunnen probleem zijn voor bepaalde inplantingen op wegspoelende zandbank.
Men meet een zeer kleine zeewateropwarming maar men ziet wel een verschuiving van bepaalde soorten vissen naar het moorden (vb kabeljauw,..). Studies volgen dat op.
Anderzijds komen meer zuidelijke vissen in onze wateren (meer kleine Pieterman op de stranden?..)
Vind ik niet zo erg dat we een verschuiving krijgen naar meer zuidelijk fauna en flora (vb meer sardienen..). Denk dat we daar geen paniek over moeten maken. Daar kunnen we ook geen maatregelen voor nemen op uitzondering van minder CO2 uitstoot
Ophaling in Vlaanderen loopt goed door Fost Plus maar het gebruik blijft drastisch stijgen. België is de kampioen in Europa voor de gescheiden ophaling. Er worden door de industrie ook veel vorderingen gemaakt om plastiek af te breken en terug als grondstof te gebruiken voor nieuwe plastic. Maar meestal duur en moeilijk bij vervuild plastiek. Verbranding is mogelijk om aldus de verbrandingswaarde te recuperen en te gebruiken voor E-productie en/of wijkverwarming.
De Ganges in Indië
GEVOLGEN:
Futuristische OPKUISPLANNEN...weinig kans op slagen
Het zogenaamde enorm "plastiek eiland" in de Stille Oceaan is fel overdreven i.v.m. dichtheid. Veel sensatieartikelen o.a. over de plastiekvanger van de fantast Bohan Slat die nu naar de Stille Ocean vertrekt met zijn nieuw systeem. (na 6 jaar proeven in de Noordzee). Dezelfde ronddraaiende plastiekhoeveelheden vindt men in alle grote oceanen. Als oceaanstromingen al het plastic concentreren komt het niet tot een eiland. Immers drijvend plastic slijt doorgaans af tot kleinere deeltjes. En: het zinkt. De verzameling plastic vormt dus eerder een geconcentreerde wolk die diep in de waterkolom reikt, in plaats van dat het netjes één solide plakkaat vormt. Het stomme is natuurlijk dat deze haast onzichtbare wolk plastic er minder erg uitziet, maar eigenlijk veel moeilijker is om op te ruimen dan een plastic eiland. Als alle flesjes, netten en tasjes braaf aan het oppervlak zouden drijven, konden we ze zo oplepelen en wegslepen. Maar een wolk opzuigen zonder het daar zwemmende oceaanleven te verstoren daar geloof ik niet in.
PCB's (vroeger van de Askarel transformator olie)
Fosfaten (van landbouw en waspoeders) geven eutrofiëring en schuimalgen.
De "Plastiek Soep" wordt door de zeestromingen verdeeld over alle oceanen.
Voor deze heilzame invloed zijn volop onderzoeken bezig op de RUGent. Iodium is niet relevant wel de aërosolen die in de lucht komen door het opspatten van de golven. Hier wordt verwezen naar de bestseller in 2015 "Blue Mind" door Wallace J. Nichols: "The Surprising Science That Shows How Being Near, In, On, or Under Water Can Make You Happier, Healthier, More Connected, and Better at What You Do....Combining cutting-edge neuroscience with compelling personal stories from top athletes, leading scientists, military veterans, and gifted artists, he shows how proximity to water can improve performance, increase calm, diminish anxiety, and increase professional success. "
Auteur: José Decoussemaeker
Bronnen:
Voordracht: De Zee anders Bekeken. door Jan Seys UPV Koksijde 14/11/19
Drie voordrachten: De Zee door prof Colin Janssen, Nascholing RUGent 18/11/19:
Voordracht: De Zandbanken dr Vera.Vanlancker@naturalsciences.be, KBIN. Duinpanne 28/11/19
Voordtacht: Plastiek soep: leven en overleven met plastics door prof. Etienne Schacht. NEOS 5/12/2019