W & W Extra‎ > ‎

Een Zeereis

Met een Containerschip naar de Franse Antillen
Het verhaal van een Atlantische Oversteek
 
DEEL I : van Le Havre naar Pointe-à-Pitre

Vrijdag 11 januari 2008 – Le Havre

Omstreeks halftien ’s morgens aan boord gekomen zoals de maatschappij had gevraagd. Eigenlijk veel te vroeg want het schip is pas om middernacht vertrokken. Erg was dit niet, want zo kon Sylvia, mijn echtgenote, uitgebreid kennis maken met het schip en de passagiers en kon ze zelf zien dat ik in goede handen ben en in goed gezelschap ben terechtgekomen. De bemanning is deels Frans en deels Roemeens, hulpvaardig en vriendelijk, alleen zijn de Roemenen niet altijd zo taalvaardig in het Frans.
Voor het vertrek vlug nog een paar karakteristieke fotootjes gemaakt, o.a. de klassieker op de kaai bij de gangway, in dit geval echter met daarnaast de tankwagen van de ruimingsdienst die volop bezig is de bilgen leeg te trekken. Het is een “cargo ship cruise” en zoals in de folder vermeld, het “cargo ship” heeft voorrang op de “cruise” (Le bateau est un lieu de travail).
Ook nog de (veiligheids- en andere) instructies voor passagiers en bemanning doorgenomen uit het mapje met de titel : “Manuel Individuel de Familiarisation à Bord” dat zich in elke hut bevindt. Naast de sloepenrol en de ontruimings-procedure heb ik hieruit nog geleerd dat de passagiers met een patrijspoort die uitkijkt op het voordek ‘s nachts het verduisteringsgordijn moeten sluiten om te vermijden dat hun kajuit-verlichting de uitkijk op de brug zou hinderen. Maar dit veiligheidsvoorschrift had Sofie, mijn zeevarende dochter, mij voor het vertrek al meegegeven, omdat ze uit ervaring wist welke last de passagiers de officieren allemaal kunnen aandoen.
We zijn pas heel laat uit Le Havre vertrokken, het duurt wel een poosje voor de boot gelost en weer geladen is. Op een bepaald moment waren drie portaalkranen tegelijk aan het werk: één op het achterschip en twee op het voorschip. Om de boot correct te beladen moet er ook al eens een container aan boord van plaats worden veranderd. Veel heen-en-weer gerij dus, wat veel weg heeft van een ballet van mastodonten met een choreografie die wordt uitgewerkt door de computer.
Om van de ligplaats in de achterhaven naar zee te gaan is er maar één sluis waar bovendien maar één zeeschip tegelijk in past, dat is dus meestal even wachten voor je aan de beurt bent. De nieuwe Port 2000 is al in gebruik en heeft geen sluis, maar de CMA-CGM Fort-Ste-Marie heeft nog niet het voorrecht er te mogen aanmeren. Het vertrek uit Le Havre heb ik vanuit mijn bed kunnen volgen: regelmatig eens opstaan en door de patrijspoort naar het voorschip kijken. Er werd omstreeks halféén losgegooid, na de sluis in de haven nog twee tegenliggers moeten kruisen, het was nipt en precies maneuvreren om tussen de rode en groene lichtboeien te blijven.
Mooi was het wel om de skyline van Le Havre, bekend van onze zomerse bezoeken met onze zeilboot ‘Tadorna’, nu te zien bij nacht en vanuit de andere richting: de twee grote schouwen van de electriciteitscentrale, de mast met de uitkijk van de haven en de fameuze betonnen kerk die van binnenuit verlicht is. Het was hoog water bij vertrek en de golven sloegen ook deze keer, en nog wilder dan in de zomer, over de havenmuur bij de jachthaven.
Met dergelijk weer gaat Tadorna Le Havre niet buiten, de CMA-CGM Fort-Ste-Marie blijk-baar wel, het passend begin van het grote avontuur.

Zaterdag 12 januari 2008 – In het Kanaal

Ondertussen was het twee uur zaterdagmorgen en ben ik zonder problemen in slaap gevallen. Om 8.25h pas terug wakker, net op tijd om in de kleren te schieten en te gaan ontbijten, wat in principe gebeurt tussen 7.00h en 8.30h. Nadien uitgebreid toilet gemaakt, de douche geprobeerd en goed bevonden en mij zelfs nog geschoren ook. Volgens medepasssagier Peter kan je dit laatste beter niet doen als de zee te wild is, omdat je dan het risico loopt om je eigen keel over te snijden. Dit originele excuus om eens een dagje te schrikkelen moet ik zeker onthouden, het kan nog van pas komen tijdens onze vaarvakanties.
10.30h. Net terug van de brug, kwestie van eens te gaan kijken waar we al zijn. Anders dan op een luxe-cruiseschip hebben de weinige passagiers hier vrije toegang tot de brug, best leuk en het brengt wat verstrooiing, maar het is tegelijk ook de enige animatie die door de rederij wordt verzorgd, voor de rest moet je het zelf maar uitzoeken. Gelukkig heb ik de pc en wat achterstallige lectuur mee-gebracht. Aan elektronika ont-breekt het niet op de brug, veel functies o.a. radar en arpa zijn dubbel uitgevoerd, maar er is nog altijd de papieren kaart met potlood, gom, steekpasser en pleischaal, m.a.w. een tekening op papier met stukken land van Frankrijk en Engeland met daarop een koerslijn en posities, wat het voor eenvoudige lieden zoals passagiers gemakkelijker maakt om te weten hoe ver we al uit het land zijn.
Van Le Havre wordt er recht naar het verkeersscheidings-stelsel van Cherbourg gemikt (de rechterrijstrook ofte de westbound lane) en vandaaruit recht naar de ingang van het verkeersscheidingsstelsel van Ouessant (eiland aan de punt van Bretagne) op dezelfde manier.
Er zijn zes passagiers, twee echtparen een Engels en een Frans, en nog een alleenreizende fransman. De vrouw van het Engels echtpaar is Frans en beiden (Peter en Elizabeth) spreken zowel Frans als Engels. Zij maken sinds drie jaar regelmatig een reis met een vrachtschip, het is de tweede keer dat ze de overtocht naar de Franse Antillen maken. Het is direct geruststellend om te horen dat ik niet de enige ben die het (voor sommigen althans) vreemde idee heb om voor mijn plezier naar de overkant van de oceaan te varen.
Peter en Elizabeth zijn echte Engelsen: ze hebben een advokatenkantoor gehad in Londen en leven sinds hun pensioen in de “country side”, ze gedragen zich nice en gentle en kunnen over veel dingen meepraten. Hoogst sympathiek dus.
Jean-Claude en Monique maken de klassieke clichés over hun landgenoten waar: vlotte praters, vooral over de goede dingen des levens, zoals eten, wijn, la campagne en la douce France. Zij wonen in Chantilly (Oise) en hebben een buitenverblijf met een moestuin en veel groen in Soâne-et-Loire. De vanzelfsprekendheid waarmee ze ervan uitgaan dat iedereen direct weet voor wat soort landstreek deze twee departementen staan, is ook zo een typisch trekje van het franse chauvinisme.
Jacques, een alleenreizende fransman is meer mediterraan, hij is van Toulouse en heeft het accent van het zuidwesten. Hij leeft halftijds in Frankrijk en halftijds in de Dominikaanse republiek waar hij een appartement heeft. Zijn avontuurlijke aanleg blijkt o.a. uit het feit dat hij dit jaar de overtocht naar de Caraiben met het schip maakt i.p.v. met het vliegtuig. Dit geldt trouwens ook voor Jean-Claude en Monique, die sinds jaren de gewoonte hebben om in januari drie weken op Martinique te verblijven en die daarvoor dit jaar ook de boot nemen.
Opvallend is nog de leeftijd van de passagiers: de mannen allemaal zestig plus, nog onder de limietleeftijd van 70 jaar die de rederij stelt om nog mee te mogen op een vrachtschip. Allen wilden ze zo’n zeereis nog wel eens maken en hebben op de valreep hun kans gegrepen. De passagiers zijn ook allemaal gepensioneerd, het is pas als je niet meer moet werken dat je tijd genoeg hebt om lang onderweg te zijn zoals dat bij zeereizen het geval is.
Het leven aan boord: het E-dek is uitsluitend bestemd voor passagiers met zeven hutten en een gemeenschapsruimte met radio, TV, video en een koffiezetapparaat en een waterkoker. Koffie, suiker, melk, diverse soorten thee worden geleverd door het huis. Op het er boven gelegen F-dek zijn de verblijven van de kapitein, de 1e officier en de 1e en 2e machinist, een verdieping hoger is de brug. Op de C- en D-dekken zijn de verblijven van de bemanning, op het B-dek zijn de keuken met langs de ene kant de mess voor de officieren en de passagiers en langs de andere kant de mess voor de bemanning, tegenover de respectievelijke eetzalen zijn er nog een bar voor de officieren en een bar voor de bemanning.
Het onderste A-dek, wel nog een verdieping hoger dan het doorlopende brugdek van het schip, bevat o.a. het ships office, het administratief centrum van de boot waar alle formaliteiten worden afgehandeld zoals de belading, de monsterrol (inschrijven van de passagiers en de bemanning), enz. Ook hier hebben de moderne technieken hun intrede gevonden: er staan een paar computers van het boordnetwerk en er is een digitale camera waarmee direct bij aankomst van elkeen een pasfoto wordt gemaakt. Deze foto’s worden, met de naam en de functie van de betrokkene, samengebracht op het “smoelenblad” dat op diverse plaatsen aan boord wordt uitgehangen. Zo kan iedereen direct weten wie wie is, en zijn er geen onbekenden meer aan boord.
Volledigheidshalve toch even vermelden dat ik nog niet “ingeslingerd” ben en mij nog moet aanpassen aan de zee, zeeziekte is een te groot woord, maar toch: een wee gevoel in de maag, een beetje wazig in het hoofd en een algemeen onprettig gevoel, het blijft allemaal nog best leefbaar maar het is wel vermoeiend. Maar kom, ik moet hier niet werken, dus dat maakt niet uit, en seffens wat gaan eten zal goed doen want met een gevulde maag blijf je langer overeind. Wat de keuken betreft, doet de boot zijn franse vlag alle eer aan, de kok is trouwens een rasechte fransman.
Nog over eten gesproken: op tafel staat de dagmenu voor middag- en avondeten (déjeuner en diner) die voor iedereen aan boord dezelfde is. Het menu is een werkstuk opgemaakt en ondertekend door de commandant en de kok, de twee belangrijkste personen aan boord. Het document is tegelijk dienstnota en scheepskrant voor passagiers en bemanning. In de instructies wordt ernaar verwezen als “journal officiel” dat iedereen geacht is te lezen en te kennen, ook al is hij niet komen eten. Zo’n systeem is handig bekeken, de kapitein kan iedereen tegelijk inlichten en hij vermijdt dat hem steeds opnieuw dezelfde vragen worden gesteld.

Zondag 13 januari 2008 – Montoir de Bretagne

09.00h Vannacht zijn we aangekomen in Montoir de Bretagne, maar daar heb ik niets van gemerkt, het maneuver moet uitermate zacht verlopen zijn, ofwel heb ik goed geslapen. Deze morgen gewoon vastgesteld dat we onder de containerkranen lagen. Omstreeks halfzeven zijn ze in actie geschoten.
De containerterminal is, zoals meestal, dicht bij zee gelegen en wel helemaal aan het uiteinde van de Loiremonding, net stroomopwaarts de brug van St. Nazaire. De officiele naam van de haven is “Port Atlantique Nantes St. Nazaire” , voor de rest gelijkt het hier op al die andere containerhavens die de laatste 15 jaar op de westeuropese riviermondingen zijn gebouwd, een landschap, of “biotoop” waaraan je snel went, eenmaal je aan boord bent van een containerschip.
Vanmorgen voor het ontbijt al even een paar stappen op de kaai gezet, hier was, ondanks de vroege zondagmorgen al volop activiteit, een baggerschip in actie voer voorbij en een bunkerboot langszij was ons aan het voltanken. Maar best ook want de volgende pomp is pas op 3.500 mijl.
Om van boord te gaan hebben we allemaal een mooie badge gekregen die ons statuut van passagier van de CMA-CGM-Fort-Ste-Marie bewijst, en die ons moet toelaten zonder al te veel problemen van boord te gaan en weer terug te komen.
De dichtstbijzijnde menselijke nederzetting is St. Nazaire met een der laatste scheepswerven van West-Europa. Een pakketboot in aanbouw, zowat de specialiteit van de werf, kunnen we van hier zien liggen. Om St. Nazaire te bezoeken moet je wel een taxi nemen, en de vraag is of het sop de kool waard is. In een wat afgelegen Franse industriestad valt op een miezerige januarizondag waarschijnlijk niet veel te beleven.
Misschien beter eens gaan joggen nu er nog vaste grond beschikbaar is, de haventerreinen zijn uitgestrekt genoeg en rivieroevers zijn ideale joggingparcours.
De laatste drie passagiers zijn aangekomen, het zijn het echtpaar M. vrienden van de kapitein, eilandbewoners van het zuid-bretoense Ile de Groix, en Guy, een bretoen uit de Finistère, pleziervaarder en sportvisser, die vanuit Martinique voor drie weken gaat schipperen op de zeilboot van père Jaouen een franse jezuit die delinkwente jongeren wil reclasseren via een zeezeilproject. Als gepensioneerde met genoeg tijd, en om in de sfeer te komen van zijn zeilreis heeft hij het schip verkozen boven het vliegtuig.
Ook de vrouw van de kapitein vaart meer, zij vergezelt hem op zijn laatste reis voor zijn pensioen.
Het reisgezelschap is voltallig en alle kajuiten op het passagiersdek zijn bezet. Dit is niet bij elke reis het geval, maar komt wel goed uit omdat op die manier de verschillende sociale groepen aan boord (een schip is tenslotte een mini-samenleving) ongeveer even groot zijn. Naast de passagiers zijn er nog de officieren en de bemanning.
Dit is het meest eenvoudige en formele sociale schema, maar er zijn ook nog andere groepen die deze eerste drie doorkruisen zoals: de Fransen en de Roemenen, het dekpersoneel en de machinisten, daarnaast ook nog de keuken …enz. Maar hier gaan we stoppen, de rest is stof voor een licenciaatsverhandeling in de sociale psychologie.
20.00h De boot is geladen en wordt klaargemaakt om te vertrekken. Waarschijnlijk zit de beladingsofficier nog over zijn stabiliteitsvraagstuk gebogen en is hij de trim aan het corrigeren en ballast aan het pompen. Alhoewel, op het controle-paneel voor de ballasttanks op de brug is een stand “automatique”, misschien moet hij gewoon even op die knop drukken en ligt de boot perfect op zijn waterlijn.
Volgens de menu/journal officiel is het vertrek voorzien om 22.00h. De kapitein heeft al instructies rondgedeeld voor “de truc met de klok”: om op tijd, of beter op het juiste plaatselijke uur in Guadeloupe aan te komen gaat hij elke nacht (mits één schrikkelnacht ) van de oversteek de klok één uur terugdraaien en dan zou de scheepstijd dezelfde moeten zijn als de plaatselijke tijd van de Franse Antillen. Vermits hij deze truc al meer heeft uitgehaald, zullen we hem maar geloven en gewoon meedoen.

Maandag 14 januari 2008

14.00h Gisteravond zoals gepland omstreeks 22.30h uit Montoir vertrokken en vanuit mijn raam de lichtjes kunnen zien in de Loire-monding. De containers zijn niet te hoog gestapeld wat maakt dat ik een mooi zicht heb vooruit. Het afzetten van de loods heb ik nog kunnen volgen en dan ben ik stilaan in slaap gevallen.
Bij momenten ging het schip toch serieus tekeer, we varen niet voor niets uit de golf van Biskaye Naar het schijnt is de kapitein vannacht uit zijn bed gekomen en is hij naar de brug gaan zeggen om het wat kalmer aan te doen en snelheid te minderen Zijn tussenkomst had effect, het schip boorde zich minder met de boeg in de golven en ging niet meer zo erg met horten en stoten vooruit; dat er aan snelheid werd ingeboet, vond niemand erg.
Ondertussen vorderen we stilaan zuidwestwaarts en kruisen omstreeks 15.00h de noord-zuidgaande verkeersstroom tussen La Coruna (Spanje-Galicie) en Brest (F). We zien veel schepen op de radar, zeker op groter bereik, en ook enkele op zicht, de closest encounter is op 2 mijl achterlangs een collega containerschip. In deze drukke omgeving is de officier van wacht heel geconcentreerd en houdt hij alles goed in het oog, uitwijken hebben we niet moeten doen.
Er is nog een andere passagier aan boord waarvan we pas later het bestaan hebben ontdekt of beter waarvan we pas later hebben ontdekt dat het eigenlijk een passagier is en dat hij geen deel uitmaakt van de bemanning, al eet hij aan hun tafel en loopt hij vrij rond aan boord. Het gaat om een kapitein die de CMA-CGM vaarwel zegt en zich met zijn vriendin op haar zeilboot wil installeren in de Franse Antillen. Hij maakt de oversteek mee als passagier, waarschijnlijk tegen een vriendenprijsje. Hij wordt steevast “l’ancien commandant” genoemd.

Dinsdag 15 januari 2008

We zijn al een tijdje onderweg, en het schiet goed op, al liepen we deze morgen toch maar 13 knopen: de kapitein is deze nacht zelfs twee keer uit zijn bed geschoten om de officier van wacht tot kalmte aan te manen. De snelheid van het schip is een maat voor de weers-omstandigheden, de "full sea speed" is 22 knopen en dit is ook de snelheid bij ideaal weer, we hebben ze sinds het vertrek uit Montoir nog niet kunnen halen.
Om de communicatie met het thuisfront te verzorgen heeft de kapitein mij een persoonlijk e-mailadres aangemaakt op de boordcomputer, een beveiligde account op mijn naam, in de mailbox van de boot, zoals er één is voor elk bemanningslid. Ik heb dan maar meteen een eerste berichtje naar huis gezonden om ze gerust te stellen dat alles volgens schema verloopt.
Deze middag was het menu aangepast aan het weer: spagetti bolognese, gaat gemakkelijk naar binnen, vult goed en verteert licht, alles wat nodig is om de getormenteerde magen tot rust te brengen.
Volgens de kapitein gaat het om de staart van de depressie en wordt het snel beter, misschien een leugentje om bestwil om zijn vrouw en de passagiers niet nodeloos ongerust te maken. Uiteindelijk blijkt het beestje wel een heel lange staart te hebben, want we hebben ongeveer 24 uur met een snelheid van niet veel meer dan 12 knopen tegen een windkracht 9 en golven van 10m moeten opboksen.
Vooral als de boeg zich in de golf boort, is het alsof heel het gevaarte tegen een muur botst en vliegt alles aan boord uit zijn hengsels terwijl de schok nog blijft natrillen.
’s Avonds was er varkenscotelet met linzen, dit moet de franse versie zijn van witte bonen in tomatensaus, het klassieke scheespmenu voor alle weer.

Woensdag 16 januari 2008 – De Azoren

Vannacht goed geslapen, zoals trouwens al de voorgaande nachten, dat gebonk op de golven is fysiek vermoeiend en maakt dat je meer slaap nodig hebt, de zware zee is nog het best te verdragen als je eens goed kan slapen, wat wel niet bij iedereen lukt, maar ik heb er geen probleem mee.
Vannacht de klok nog een uur teruggedraaid, wat een extra uur slaap betekent en dat kwam goed van pas. Onder de morgen is de boot meer gaan rollen, de wind is afgenomen tot een vijf-zes en wat gedraaid zodat hij niet meer pal tegenzit, ondertussen lopen we terug 19 knopen wat een goede en economische snelheid is.
Met de huidige petroleumprijzen probeert de kapitein het fuelverbruik binnen de perken te houden, het zou mij niet verwonderen dat de CMA-CGM richtlijnen in die zin geeft.
Met dit alles zijn we achter op het schema en passeren we pas in het donker, omstreeks 19.00h de Azoren. We varen tussen de twee grootste eilanden door, maar in plaats van een prachtige natuur met veel groen en watervallen, zien we enkel wat lichtjes van menselijke bewoning en een vuurtoren. De GSM- bezitters komen gelukkig ook in het donker aan hun trekken en gedurende ongeveer een uur kan een netwerk worden opgepikt en kan er naar het thuisfront worden gebeld.
Twee keer per dag wordt er vanop de brug een sonde gelanceerd die de watertemperatuur registreert tot op een diepte van 1200m. De metingen worden samen met de gegevens van het weerstation aan boord per satelliet doorgezonden naar wetenschappers die daarin geinteresseerd zijn. In ruil daarvoor krijgt het schip gratis toegang tot lange-termijn weersvoorspellingen die normaal betalend zijn.
De luchttemperatuur is al opgelopen tot 16° C en de zon is beginnen schijnen, ideale condities om een zonnebad te nemen op de bakboordvleugel van de brug, wel rechtstaand want het is nog wat vroeg om de dekstoelen boven te halen. Dit is de uitgelezen plaats vermits de wind W tot NW is, de boot een ZW koers aanhoudt en de zon in het noordelijk halfrond ’s middags in het Zuiden staat, zodat je op de BB-vleugel uit de wind en in de zon staat (als deze zin wat moeilijk zou lijken: twee keer lezen en desnoods tekeningetje bijmaken !).

Donderdag 17 januari 2008

Gisteren toch maar de laatste dingen zoals jogging-gerief, ondergoed en tropenuniform (zomerkleding) uit mijn valiezen gehaald en in de kasten en laden gelegd. Er is genoeg ruimte in de kajuit en nu is alles netjes op orde en heb ik volledig bezit genomen van mijn studio met zicht op zee. Ik blijf hier trouwens nog wel een tijdje wonen.
D
eze morgen voor het ontbijt nog een twintigtal minuutjes op de home-trainer gaan oefenen, want het gebrek aan beweging begint zich te doen gevoelen. Fietsen in de openlucht en in de natuur is wel aangenamer, maar bij gebrek hieraan is zo’n home-trainer een oplossing, en bovendien is er nog wat zeegang zodat je zelfs op de home-trainer nog bochten moet nemen ook.
Om 10.00h met zes van de negen passagiers een groepswandeling gemaakt rond het schip. Het was de eerste keer sinds ons vertrek dat de weersomstandigheden het toelieten en we van de officier met wacht groen licht kregen. Het is best hem te verwittigen wanneer je buiten de woonzone (opbouw van het schip) wil rondlopen. Van de brug gaat het langs de buitentrappen naar het scheepsdek, een hoogteverschil van 30m, dan 6 à 7 keer de volledig toer (6x400m), met eventueel een tussenstop op het voordek en dan terug naar de brug, al bij al ben je dan gemakkelijk een half uur aan het stappen.
De dekmatrozen zijn sinds gisteren begonnen met het schoonmaken van het dek. Met de hogedrukspuit en een sopje verwijderen ze het vuil van lossen en laden en van de haven. De bootsman of bosco superviseert: een kleine hyperkinetische, lichtgeraakte maar goedhartige kleurling die het midden houdt tussen zwarte piet en een duiveltje uit een doosje.
Er bestaat een handig middel om aan de hand van de letter (de enige referentie in de gesloten traphal) de bestemming van de verschillende dekken te onthouden. Dek A staat voor Administratie of Aankomst, hier is het ships office en in de haven komt men ook langs hier binnen, op dek B is de keuken en refter, wat staat voor Bouffe, C en D zijn de bemanningsverblijven (Crew en Dienst), dek E is voorbehouden voor de passagiers of Etrangers, op dek F zitten de Functies, zijnde kapitein en 1e stuurman (in het frans respectievelijk commandant en 2nd-capitaine, begrijpen wie begrijpen kan) en 1e en 2e machinist.

Vrijdag 18 januari 2008

We vorderen gestaag maar niet supersnel, dinsdagmorgen rond 7 uur zouden we in Guadeloupe moeten zijn. Het is wel eens anders varen zo een koers uitzetten en voor vijf dagen gerust zijn, moet je niet om de haverklap naar de navigatietafel lopen, wat bij menig pleziervaarder een storend zenuwtrekje is.
Het hogedrukgebied der Azoren was niet present bij aankomst, het ligt tegen alle regels in boven Spanje, zodat wij nog niet het ideale weer hebben voor onze reeds zuidelijke positie, maar het is toch al 20°.
Gisteren rond de middag een chinese ertstanker tegengekomen, waarschijnlijk op weg naar Gibralter, vandaag een antieke cargo, west gaand. Dat zijn tot hiertoe de enige mensen die een beetje in onze omtrek zijn geweest.
Gisteren was er voor het avondeten in het salon-passagiers (bij ons dus), nog een drink voor de elektricien die met pensioen gaat. Het was een aangename gelegenheid om wat meer mensen aan boord te leren kennen, ook die van de machinekamer die meestal verborgen zitten in de ingewanden van het schip.

Zaterdag 19 januari 2008

Het zwembad is gevuld, men was toch de blusleidingen aan het testen en men heeft meteen het nuttige aan het aangename gepaard. De strandstoelen zijn uitgehaald en het zonnedek voor de passagiers is in gebruik genomen. Al deze nuttige infrastructuur bevindt zich aan BB op het passagiersdek. We zitten op de breed-tegraad van de Canarische Eilanden en het is nu echt goed weer, we moeten stilaan onze tropenuniform uithalen.
De bootsman heeft voor de zeilboot van “l‘ancien commandant” een ankerketting gefabriceerd van zestig meter, zij hangt aan de reling te drogen met om de tien meter een netjes geverfde markering. Altijd handig als je gerief van het werk kunt gebruiken voor thuis.
Zo’n ketting van speelgoedafmetingen valt wel onmiddellijk op in de omgeving van ankers van net geen 7 ton met aangepaste kettingen.
’s Avonds drink van de kapitein en BBQ bij het zwembad op het zonnedek passagiers. De sfeer was gezellig en heel informeel, een gelegenheid om de mensen beter te leren kennen. Ook de Roemenen zijn spontaan en open, ze hebben het best naar hun zin aan boord.

Zondag 20 januari 2008

Sinds gisteren zijn we echt in de passaatwinden terechtgekomen, de boot heeft nog nooit zo lekker gelopen, achterlijke wind, NO kracht 5-6, een halve knoop stroom mee en een lange deining die de boot traag laat rollen. Lucht en water hebben een temperatuur van 24°, de zon heeft alleen wat moeite om door te komen.
Het is op deze breedte, in de passaatgordel, dat met zeiljachten de oceaan wordt overgestoken. Met de omstandigheden zoals we ze hier zien, en die volgens de pilots voor 85 % gegarandeerd zijn, best een haalbare klus, de Noordzee is oneindig ver weg !
Het leven aan boord verloopt volgens een steeds vaster patroon, met maaltijden die op uur en tijd netjes worden voorgeschoteld, een dagelijkse gezondheidswandeling (verzamelen om 10.00h op de brug voor enkele rondjes van het circuit) en na het avondeten in het salon een DVD-filmpje en een tasje tee (linde, ijzerkruid, munt) voor het slapengaan. Wat Jean-Claude de opmerking ontlokte dat het stilaan op het leven in een rusthuis begint te lijken en dat we ons al goed aan het oefenen zijn.

Maandag 21 januari 2008

We lopen rond in bermuda en flodderhemd, op volle zee en dat midden januari, wat een luxe. Ik denk aan het thuisfront, maar heb geen flauw idee van wat er in Belgie gebeurt.
Voor de lunch nog even het zwembad geprobeerd, het is gevuld met lokaal zeewater dat een temperatuur heeft van 25°, ideaal dus, en je kan toch drie slagen maken voor je aan de overkant bent. Verfrissend en goed om de eetlust te scherpen.
Na de middag een geleid bezoek aan de machinekamer met de chef machinist. Het is telkens opnieuw indrukwekkend zo’n krachtcentrale. Er is een traaglopende tweetakt-dieselmotor van 33.760 pk bij 91 toeren per minuut voor de voortstuwing.
Een klassieke scheepsdiesel en als zodanig ook een allesbrander, want de zwaarste fractie van de ruwe petroleum schrikt hem niet af. Het is zo erg zelfs dat men in het Kanaal moet overschakelen op brandstof van iets betere kwaliteit dan de rotzooi die er op zee wordt doorgejaagd.
Daarnaast zijn er vier dieselgeneratoren van elk 1.800 kW voor het opwekken van elektriciteit. In deze moderne machinekamer wordt alle warmte van de motoren gerecupereerd, o.a. voor het ontzouten van zeewater voor het zelf aanmaken van drinkwater.
Omstreeks halfzes kwam het eerste land in zicht, om zeven uur werd de loods opgepikt en om acht uur lagen we vast aan de kaai in Point-à-Pitre (Guadeloupe). Deze keer gebeurde het aanlopen van de haven niet in het pikdonker maar bij valavond zodat we al wat meer hebben kunnen zien van het landschap en de maneuvers beter hebben kunnen volgen.
Dat was het dan, een atlantische oversteek, een ervaring die ik ooit eens wilde meemaken en die nu alle verwachtingen heeft ingelost. Als “ervaringsdeskundige” kan ik bevestigen dat er echt zoveel water is tussen Europa en Amerika dat je acht dagen nodig hebt om het over te steken, en in alle bescheidenheid wil ik daar wel een beetje trots op zijn.


DEEL II : Guadeloupe en Martinique

Dinsdag 22 januari 2008 – Point-à-Pitre

Vandaag vroeg uit de veren, in de tropen moet je nu eenmaal je dag al gemaakt hebben voor de zon in het zenith staat. De toerist uitgehangen in Point-à-Pitre: fotootjes gemaakt, kaartjes naar het thuisfront gestuurd (vooral voor de kleinkinderen, die nog niet in GSM- en inter-netwerken zijn verstrikt, ben ik nog eens leuk ouderwets geweest) en een terrasje gedaan in de marina van de “Route du Rhum”.
Toevallig op een cyber-café gelopen en maar meteen mijn mailbox gechecked, erg dringend was het niet, en voor familiaal verkeer heb ik gelukkig een mailadres aan boord.
Point-à-Pitre is één van die groezelige steden in de tropen, met vervallen gebouwen in koloniale stijl, hangjongeren en ook hangouderen die in de schaduw van de palmbomen de hitte proberen te overleven. Typisch zijn de kleurrijke markten met zelfgekweekte exotische vruchten en groenten, meestal een zaak van de vrouwen die in deze gekleurde creoolse bevolking wat ernstiger zijn dan de mannen en het meer voor het zeggen hebben.
Op één van die markten een bezoek gebracht aan het “Châlet de nécessité” ofte de openbare toiletten, zoals ze hier kleurrijk worden aangeduid, en niet alleen dat, mijn verwondering was nog groter toen ik na betaling van 25 eurocent van de zwarte wc-madam een genummerd kasticket kreeg overhandigd vanwege de stedelijke openbare gezondheidsdienst.

Woensdag 23 januari 2008 – Basse-Terre

Tweede dag op Guadeloupe. Met de bus naar Basse-Terre, de administratieve hoofdstad en oudste blanke nederzetting op het eiland. Basse-Terre is mooier en aangenamer dan Point-à-Pitre, het heeft gezellige winkelstraatjes, een promenade langs de zee en enkele officiele gebouwen in koloniale stijl, architectonisch wel geen hoogvliegers.
De bus doet ongeveer anderhalf uur over de circa 60 km, en volgt grotendeels de kust. In de dorpen zijn er mooie huizen die tegen de hellingen zijn gebouwd en uitkijken over zee.
Bij de heenrit waren we met twee blanken op de bus, op de terugreis was ik alleen. In tegenstelling tot Tahiti kun je de blanken die je hier tegenkomt, tellen op de vingers van één hand.
In elke bus is er reggea-muziek, betalen doe je bij het afstappen, haast is er niet bij, en de mensen zijn vriendelijk en ontspannen. De vrouwen zijn altijd verzorgd en kleurrijk gekleed, ook al wonen ze misschien in niet meer dan een gammele goflplaten bouwkeet. Gouden juwelen zijn in, vooral kettingen, die schijnen een grote symbolische waarde te hebben voor deze mensen die allen afstammelingen zijn van slaven.
Om 22.00h inpakken en wegwezen, boot zeeklaar maken, loods bestellen en havenmaneuvers uitvoeren volgens de instructies van de kapitein. Hiervoor is het echt alle hens aan dek: een ploeg op het voordek voor de voorste landvasten en voorspring, idem achteraan, plus kaaipersoneel van de capitainerie om op de wal los te gooien op het juiste moment.
De boot van de kant en in de goede richting krijgen gebeurt met de boeg- en hekschroeven, elk 1.000 kW sterk. Daarna pas gaat het in vooruit en/of achteruit met de hoofdmotor, sleepboten komen er bij eenvoudige situaties zoals hier in Point-à-Pitre (hypermoderne containerterminal, met steun van de europese unie) in principe niet aan te pas.

Donderdag 24 januari 2008 – Fort-de-France

Omstreeks halfzeven, na acht uur varen, aangekomen in Fort-de-France (Martinique), één of andere ongewone bonk bij het aanmeren heeft mij wakker gemaakt, maar als ik buiten kwam lagen we al vast aan de kant. De nieuwe containerhaven zit in een inham van de baai van Fort-de-France zodat je de stad zelf niet kunt zien, maar wel de baai en de veerbootjes die ze oversteken.
Tegen de gewoonte in, waar meteen na het vastmaken wordt begonnen met lossen, bleef het hier opvallend stil. Zelfs op de normale werkuren kwam er geen beweging op de kaaien; staking dus. De kapitein, die de mentaliteit hier al kent, had een vaag voorgevoel dat jammer genoeg is uitgekomen. Eén en ander betekent huisarrest en niet aan wal gaan want er staan stakingspiketten voor de poorten.
Drie personen beeindigen hier hun reis en staan al met de bagage klaar om van boord te gaan, maar dit gaat voorlopig niet door. Mits enige inventiviteit lukt het uiteindelijk toch. Monique en Jean-Claude zijn door het loodsbootje, dat zijn standplaats heeft aan de kaai van Fort-de-France, opgehaald en op de kaai daar afgezet, een maritiem extraatje dat de kapitein heeft weten te regelen, de andere afstapper is met het bestelwagentje van de agent buitengesmokkeld.
Voor ons heeft het tot halfdrie in de namiddag geduurd voor we van boord geraakt zijn, net op tijd om nog met de taxi naar Fort-de-France te rijden en de stad te verkennen. We proberen steeds voor donker terug aan boord te zijn, mensen met een donkere huidskleur zie je niet zo goed in het donker en we zouden er niet graag tegenlopen, vooral niet omdat sommigen na zonsondergang wel eens een rhum-, weed- of ander tripje durven maken.
Voor de kapitein was het een drukke dag, overleggen met “Marseille” (hoofdzetel van de rederij) en de havendiensten met als noodscenario, in geval de staking verder zou doorgaan, onverrichterzake terug naar Guadeloupe en daar maar lossen en laden wat er te laden valt. Morgenvroeg meer nieuws.

Vrijdag 25 januari 2008 – Pointe-du-Bout

Het sociaal conflict met de dokwerkers is voorlopig opgelost, ze gaan alleszins terug aan het werk, ook al zijn hun eisen i.v.m. betere verloning en verdere gelijkschakeling met de collega’s in de “métropole” (Frankrijk) nog niet volledig ingewilligd.
Dat betekent dus een dagje Martinique. Eerst een bezoek aan de Yacht Club de la Martinique (YCM) waar ik een clubvlag heb weten te versieren in ruil voor een VVW-vlag die ik jammer genoeg niet bij had maar die ik beloofd heb op te sturen.
De marina is een rommelige verloren hoek in de oude handelshaven naast de marinebasis, maar met toch een zekere standing. De meeste marina’s zijn hier niet veel zaaks en veel overgezeilde europeanen vindt je er niet, de meeste en zeker de grootste jachten ankeren gewoon in één van de vele baaien en krijg je niet van dichtbij te zien. Foto’s gemaakt van o.a. het Fort St. Louis, een nagenoeg intact Vauban-fort dat uitkijkt op de rede van Fort-de-France maar dat nog altijd militair domein is, en dus niet te bezoeken. Ook de kerk bezocht (in de voormiddag is ze open), een metalen replica op plannen van Eifel van een klassieke franse gothische kerk, als zodanig een curiosum, maar ook niet meer dan dat.
Fort-de-France is het keerpunt van de tocht, eindpunt van de heenreis en begin van de terugreis, een gelegenheid ook voor een gedeeltelijke bemanningswissel.
Op de behouden terugreis en trouw aan ons schippersbijgeloof heb ik niet alleen de kerk bezocht, maar ook de offerblok gespijsd, en verder maar ineens souvenirs gekocht voor allen die mij dierbaar zijn.
Ook mezelf ben ik niet vergeten: vermits Guadeloupe en Martinique als DOM of département d’ outremer (nr. 97) de franse vlag hebben, heb ik maar de vlag van Sint Lucia gekocht, het onafhankelijk eiland net onder Martinique dat bij overzeilende jachtlui geliefd is als aanloop.
Aan de kaai van Fort-de-France de veerboot genomen naar Pointe-du-Bout aan de overkant van de baai. Bij het oversteken van de baai mooie gezichten op de stad, het Fort St. Louis met de ervoor geankerde (mega-)jachten en de CMA-CGM Fort-Ste-Marie aan de containerkaai, allemaal geschikt voor het maken van mooie plaatjes. Pointe-du-Bout is een moderne en goed beschutte marina met er omheen een levendig vakantiedorp met winkels en appartementen rustig gelegen aan de baai tegenover Fort-de-France.
’s Avonds nog uitgenodigd voor het aperitief in de bar van de bemanning en voor het laatste glas met de elektricien die met pensioen gaat. Op het moment dat hij in de taxi stapt, brult tot zijn grote verrassing plots de scheepshoorn en gaan we hem uitwuiven aan de gangway.
Tussendoor, nu we nog in een haven liggen, mijn was gedaan van veertien dagen, ik had net een machine vol en de hemden en zakdoeken heb ik zelfs gestreken. Het is niet zo moeilijk, er is degelijke apparatuur aan boord: wasmachine en droogkast van Miele op het passagiersdek waarin geen overals mogen gewassen worden, daarvoor is er een aparte machine bij de kleedkamers van de bemanning beneden bij de machinekamer.
Er is ook een strijkkamer met stoomstrijkijzer en strijkplank in een hokje op het dek van de officieren. Zo zie je maar dat het dagelijks huishoudelijk leven doorgaat en dat het thuisfront zich geen zorgen hoeft te maken over mijn gezondheid en hygiene, zelfs op zee gaat de baard er minstens om de vier dagen onherroepelijk af.
Om 22.00h muizen we er vanonder, als een dief in de nacht, richting Point-à-Pitre en verder, veel verder, naar huis, want we zijn aan de terugreis begonnen.

Zaterdag 26 januari 2008 – Pointe-à-Pitre (bis)

De aankomst bij het eerste ochtendgloren hebben we weer eens gemist, we slapen te goed. Maar we zijn terug in Point-à-Pitre en het is zaterdag, dus specifieke marktjes en veel volk op straat om te winkelen, bovendien is het ideaal zomerweer, droog, zonnig en een verkoelend briesje. Van de laatste stop aan wal nog geprofiteerd om via webmail mijn mailbox te lichten en dringende berichten te beantwoorden, als hij netjes is opgeruimd zijn we weer voor een veertiental dagen gerust.
Point-à-Pitre komt stilaan in de carnavalsfeer, ’s avonds is er al een eerste optocht, een soort generale repetitie, eigenlijk een week te vroeg, maar als het op feesten aankomt zijn de antillianen er snel bij. Voor de gelegenheid is aan de “Terminal Croisières” in het stadscentrum de Costa Atlantica aangemeerd, een wit glimmend italiaans cruise schip, zo’n drijvend vakantiedorp waarvan de 2.000 verwende toeristen op het stadscentrum werden losgelaten. Toch niet direct mijn manier van reizen over zee, ik wil nog altijd niet ruilen voor mijn kajuit op de Fort-Ste-Marie.
Wij zullen de carnavalstoet moeten missen want de kapitein wil om 22.00h losgooien, terug naar huis, recht naar Duinkerke.
Het afvaren gevolgd tot de loods van boord stapt, de volgende zal pas opstappen na 3.700 mijl, we kunnen dus rustig gaan slapen.

Zondag 27 januari 2008

Alles bijeen hebben we toch vijf volledige dagen de caraibische eilanden kunnen bezoeken. Het weer was prachtig zomers, bijna niet te geloven dat je dat midden januari kunt meemaken, ik heb al wat kleur bij en hoop ze te kunnen houden tot in Belgie. De eerste drie dagen heeft het af en toe geregend, van die tropische warme regen die plots begint en plots ophoudt en die loodrecht naar beneden valt. De laatste twee dagen waren echt prachtige zomerdagen, open en droog weer met zon en een verfrissend windje.
‘s Avonds drink op de brug voor de roemeense 3e officier die begin maart gaat trouwen. Ook naar de sterren gekeken, Orion, Sirius, Mars enz., fascinerend en onuitputtelijk, alleen zou de wachtofficier zijn toplichten moeten doven om nog meer te zien, maar we hebben het hem niet durven vragen. Van de kapitein nog een boekje kunnen downloaden “Guide des Etoiles” met de verschillende sterrenbeelden van het noordelijk halfrond, een lijst van de vijftig helderste sterren en de manier om ze te vinden en nog meer nuttige informatie. Iedereen aan boord is erg bereidwillig om uitleg te geven en om ons in te weiden in het zeemansleven.
 
DEEL III : van Pointe-à-Pitre naar Antwerpen
 
Maandag 28 januari 2008

De kapitein hoopt de 3.700 mijl naar Duinkerke in 8 à 9 dagen te kunnen afhaspelen zodat we op 3 of 4 februari zouden aankomen. Het schip vaart na het lossen in Duinkerke door naar Antwerpen voor groot onderhoud, en de kapitein heeft zelf voorgesteld om mij tot daar mee te nemen. Zo’n aanbod om in bekende wateren helemaal tot thuis te varen, neem ik graag met beide handen aan.
Op de heenreis was de boot goed gevuld met containers met allerlei uitrustings- en verbruiksgoederen en voeding, zowat alle dingen die men op de Franse Antillen kan vinden. De eilanden brengen, buiten bananen, suikerriet en rhum, zelf niet zoveel voor en bijna alles wat hun samenleving nodig heeft, wordt vanuit het Franse moederland aangevoerd.
De CMA-CGM zorgt voor de bevoorrading met één containerschip type Fort-Ste-Marie per week. Retourvracht is voor zo’n lijndienst problematischer en ze bestaat in ons geval, op 80 koelcontainers met bananen na, uit lege containers. Zelfs met ballast steekt het schip maar 8m diep, waardoor het heel wat ranker is dan bij de volledig geladen diepgang van 11m.
Voor de oversteek maken ze hier, net als op onze zeilboot Tadorna, een "spiekbriefje", alleen ziet het er wat officieler uit. Het "Plan de traversée" met waypoints, koersen, ETA's enz, vult een A4-tje en wordt uitgehangen op de brug zodat iedereen kan volgen.
Volgens dit plan hebben we de voorbije nacht de klok meteen een uur vooruit gedraaid, die procedure is ook weer in gang gezet.
Voor de terugreis zijn er nog drie passagiers, het Engels koppel en ik. Ook de vrouw van de commandant vaart nog mee, zij is meer ere-genodigde dan passagier, maar zij is heel vlot en aangenaam en vervult goed de public-relations voor haar man.
Gisteren en vandaag waren twee heerlijke zomerdagen op zee, een luxe-cruise waardig, met siesta op het zonnedek en een duik in het zwembad. Voor het diner is er dan nog tijd om te douchen en “to get dressed for dinner”, want ik wil niet onbeschaafd overkomen bij mijn Engelse tafelgenoten-medepassagiers. Ik heb tot nu toe al meer zonnecrème gebruikt dan vorig jaar in de hele zomer in Belgie en Nederland.

Woensdag 30 januari 2008

We zijn ons stilaan aan het voorbereiden op de winter, vanmorgen al iets warmer moeten aantrekken, het water is ondertussen uit het zwembad.
De Fransen en Roemenen aan boord maken zich nu al zorgen over de kou in Antwerpen als de boot daar in het droogdok gaat. Ze leven echt wel in een aangenamer klimaat en zijn niet zoveel gewoon als wij, als ze het over het weer en het leven buiten hebben, dan luister ik, maar zwijg ik stilletjes. De meest noordelijke van de fransen (de kok) woont in de champagnestreek, de anderen minstens in Bretagne of zuidelijker.
’s Namiddags is er, net als op de heenreis een geleid bezoek aan de machinekamer. De eerste machinist was in een vertrouwelijke bui en heeft ons een mail getoond van de hoofdzetel waarin hem op het hart wordt gedrukt zo zuinig mogelijk met brandstof om te springen.
Gisteren heeft hij uitgebreide proeven gedaan bij verschillende toerentallen en bij 74 toeren per minuut is het verbruik redelijk (circa 70 ton per 24 uur) en gaat de boot toch nog vooruit (circa 18 knopen bij ideale weersomstandigheden). Het gevolg is dat we nu aan deze eco-speed verder varen.
In Frankrijk is de opleiding voor koopvaardij-officier polyvalent en is het geen enkel probleem om van de machinekamer over te stappen naar de brug of omgekeerd. De eerste machinist heeft nog als dekofficier/commandant gevaren op andere schepen, maar een mislukt maneuver waarbij de boot even aan de grond is gelopen, heeft hem terug in de machinekamer doen belanden.
Hij heeft er uiteindelijk geen spijt van want de verloning van kapitein en eerste machinist is nagenoeg dezelfde maar de verantwoordelijkheden zijn verschillend.
’s Avonds drink van de kapitein voor zijn pensionering. In Duinkerke stapt hij af en zet hij een punt achter zijn carrière op 55 jaar. Zoon van een Bretoense patron-pêcheur (kleine zelfstandige visser) is hij via de visserij en als machinist op de koopvaardij opgeklommen tot commandant bij de CMA-CGM. Van de bemanning heeft hij allerlei cadeau’s gekregen, en souvenirs uit de Antillen, een vaatje rhum, een veelkleurig creolenhemd, t-shirts enz. De bootsman was in Fort-de-France hiervoor gaan shoppen en iedereen, ook de passagiers hadden een financiele bijdrage geleverd.
Als gepensioneerden met ervaring terzake, hebben we (de passagiers) de kapitein en zijn vrouw met goede raad voorbereid op het leven dat hun te wachten staat. Als aandenken hadden we een papieren boot gevouwen van een vervallen zeekaart. Aan de grote papieren “CMA-CGM Fort-Ste-Marie” hing het sloepje “l’Aventure” dat de kapitein en zijn vrouw naar het pensioen moet brengen.
Vervallen zeekaarten zijn uiterst geschikt voor het vouwen van bootjes, we hebben ze wel moeten zoeken in de machinekamer. Zij worden er gerecycleerd en doen dienst als onder-legger en vloeipapier om olie op te vangen als er ergens moet gesleuteld worden, en het moet gezegd, het werkt, want de machinekamer ligt er kraakhelder bij.
Donderdag 31 januari 2008 – De Azoren (bis)
Het hogedrukgebied der Azoren ligt deze keer op zijn plaats, we varen er los door, weinig of geen wind en de zee is nog nooit zo vlak geweest. Om 13.00h gaan we op circa 8 mijl afstand tussen de eilanden Flores en Corvo (westelijke azoren) door, zo hebben we nog eens land gezien en wel langs twee kanten tegelijk. De nabijheid van menselijke nederzettingen met hun radiomasten, zorgde ook deze keer weer voor een acute opstoot van GSM-koorts aan boord.
Sinds de Antillen zijn we hooguit drie schepen tegengekomen, voor de rest was er enkel water en wolken en fronten en buien. Op zee heb je een uitstekend zicht op het weer en de weersystemen, er staat niets in de weg en je kan de evolutie goed volgen, leerrijk maar soms ook beangstigend: je ziet het komen maar je ontsnapt er niet aan.

Vrijdag 1 februari 2008

Nog wat mailtjes van het thuisfront beantwoord. Met satelliet-communicatie ben je op zee niet langer volledig van de buitenwereld afgesloten, gelukkig maar, want het leven gaat voort en zo kan je toch blijven volgen wat er thuis gebeurt. Van fire-drill hebben de passagiers nog niet veel gezien, voor de bemanning is er wel regelmatig oefening. Omdat we erom vroegen, hebben we van de 1e officier dan toch enige uitleg gekregen.
Hij stelde ons al meteen gerustst, en zei dat zo’n groot schip niet zó maar zinkt en dat je rustig de tijd krijgt om je klaar te maken en af te stappen (?).
Bezorgd om onze eigen veiligheid, kijken we kritisch rond, we kunnen gelukkig vaststellen dat de boot professioneel wordt geex-ploiteerd. Het veiligheidsmateriaal wordt goed onderhouden en regelmatig nagezien, en er wordt aan dek en in de machinekamer voortdurend geklust. Op de brug hebben ze bovendien een boekenkast vol procedures, teveel van het goede zoals in alle moderne ondernemingen. De kapitein klaagt erover en is o.a. daarom blij dat hij met pensioen kan.
De bemanning begint nu overduidelijk tekenen van onrust te vertonen, er wordt over niets anders meer gesproken dan aan land gaan en eventueel naar huis gaan. Dat is wel te begrijpen voor mensen die 4 (Roemenen) of 2 maand (Fransen) aan boord blijven. De kapitein vangt dit handig op door meteen zijn planning bekend te maken en dag en uur van aankomst vast te leggen zodat er niet meer moet gegist worden. De snelheid van het schip wordt zo geregeld dat we maandagmorgen in Duinkerke aan de kaai liggen op het moment dat de ochtendploeg aan het werk gaat. Dringende lading hebben we niet, dus niet te snel varen (spaart brandstof) en zorgen dat er tijdens de normale werkuren op een weekdag kan gelost worden (de rederij is een kapitalistische onderneming die winst wenst te maken).
Van Duinkerke gaat het naar Zeebrugge om het leeggoed verder te lossen en daarna naar Antwerpen, tegen woensdagmorgen zouden we in de sluis liggen. In Antwerpen gaat het schip voor 12 dagen in het droogdok en kan de bemanning tussendoor de wal op, het werkschema wordt aangepast en de routine van “veerboot naar de Antillen” wordt doorbroken. Er zijn genoeg bevaren zeelui aan boord die in Antwerpen de weg kennen voor hun sanitaire behoeften, ik moet ze niets meer leren, ze vragen mij gewoon of het nog altijd is zoals de laatste keer dat ze in Antwerpen waren.
Vandaag ligt terug de kaart van de Azoren tot het Kanaal op de kaartentafel, ook dit is psychologisch denk ik, want zo zie je al de contouren van land (Engeland en Frankrijk), althans op de kaart, voor je opdoemen.
We zijn na de passaatwinden en het hogedrukgebied van de Azoren duidelijk terechtgekomen in de onstabiele westelijke luchtstromingen, het welbekende Belgischeweer. Wind en nattigheid is er zeker bij, de vraag is alleen hoeveel van elk, maar dat zien we wel en we kunnen er moeilijk aan ontsnappen. De bemanning heeft er trouwens veel voor over om aan wal te gaan en zal van een beetje slecht weer geen punt maken.
Dolfijnen of walvissen hebben we niet gezien, alleen de ‘berichten aan zeevarenden’ hebben een dode walvis gesignaleerd als drijvend obstakel ten NW van de Azoren.
De wachtofficier heeft hem nauwgezet op de kaart ingetekend, tezamen met de verschillende containers, ladingen hout enz. die her en der op zee ronddrijven en een gevaar kunnen vormen voor de scheepvaart.
 
Zaterdag 2 februari 2008

Iedereen heeft de voorbije nacht slecht geslapen, sommigen hebben hun matras van bed gehaald en gewoon op de vloer van de kajuit gelegd om niet uit bed te kunnen rollen. Een zware deining uit het NW, afkomstig van een storm op de N-Atlantic, valt dwars in en doet het schip stevig rollen, soms gaat het van 20° over SB naar 20° over BB.
Aan dek is een en ander in beweging gekomen, de inventaris van het zonnedek zoals zware metalen tafels, de barbecue, strandstoelen, heeft de hele nacht rondgewandeld en is gaan botsen tegen de metalen schotten wat goed is voor een nacht hels ketel-lawaai.
Af en toe dacht ik, nu zijn we weer een container kwijt, maar ach, dat is dan een probleem voor de kapitein. Deze morgen lag in de gang van de passagiers de brandblusser helemaal tegen de grond in een hoek, ook die was van de wand losgekomen en gaan schuiven. Gelukkig is alles binnenboord gebleven en is de bootsman met zijn ploeg direct begonnen de schade op te nemen en alles te zeevasten. Vandaag evenmin als gisteren een wandeling aan dek wegens te gevaarlijk voor gebroken armen of benen, we zullen voor de rest van de reis veroordeeld zijn tot een verblijf binnenshuis in het achterkasteel ofte de woonzone.

Zondag 3 februari 2008
Vanmorgen zijn we in het Kanaal aangekomen, we blijven ten Noorden van het verkeersscheidingsstelsel van Ouessant om in te voegen in de oostgaande verkeersstroom richting verkeersscheidingsstelsel van Les Casquets (Cherbourg) dat we nemen volgens het boekje en gaan dan door naar de zeestraat Dover-Calais (ik zal het maar zo noemen om met iedereen overeen te komen, de Fransen noemen het le Pas-de-Calais, de Engelsen the Dover Strait).
Vanaf hier is het druk en is er veel verkeer, jammer genoeg laat de zichtbaarheid te wensen over. Op de radar op 12 mijl bereik, wemelt het van bootjes, maar op zicht zie je er maar enkele. Dit is een beetje eng en beangstigend en vraagt veel concentratie van de mensen op de brug. Gelukkig zijn ze nu altijd met twee (officier en roerganger) en wordt er geen muziek meer gedraaid. De Roemeense 3e officier die in Duinkerke naar huis mag om te gaan trouwen, zingt en fluit er dan zelf maar lustig op los. De wind en de deining zijn ondertussen gedraaid en komen achterlijk in, wat heel wat comfortabeler is.
De reis was een unieke en leerrijke ervaring, ik heb vanaf de zijlijn kunnen toekijken hoe zo'n boot gerund wordt en hoe de mensen aan boord dit ervaren. Veel waardering voor die zeelui heb ik altijd gehad en nu nog meer.
Op de terugreis was het vooruitdraaien van het uur erg vermoeiend, zeker in combinatie met de eeuwige bewegingen van het schip en het altijd aanwezige achtergrondgeluid van de machinekamer. Vijf nachten in één week heb je een uur slaap tekort, en dit moet je organisme op één of andere manier trachten op te vangen.
Als je zo'n aantal keer op en neer gaat naar de Antillen, zoals de bemanning, moet je opletten dat je niet volledig ontregeld geraakt en je bent alvast murw gewiegd. Eens terug aan wal kan het wel een week of twee duren om terug aangepast te geraken aan het leven aan land.
Voor de bemanning zijn de passagiers een curiosum, een niet-werkende anomalie aan boord, maar tegelijk ook een referentie naar het leven aan de wal, naar het “andere leven” dat gewoon doorgaat. Net als in elke andere werkomgeving wordt er ook aan boord van schepen kritiek op de werkgever gespuid, hier genaamd "La Compagnie" of "Marseille”. Dit ventileren van pijnpunten heeft zijn functie, het lucht de mensen op, en hiervoor zijn de passagiers een dankbaar en neutraal klankbord, dat niet op elk schip aanwezig is.
De menu was zondags, vanmorgen croissants bij het ontbijt, de kapitein heeft ons uitgenodigd voor het aperitief in de bar van de officieren, en ’s middags was er koninginnehapje van escargots, eendeborst met groentengarnituur en javanais-taartje toe. Dat we ondertussen in Franse territoriale wateren en dicht bij de eindstreep zijn, zal er ook wel iets toe doen.
Men is weer haastig om aan land te gaan, op de brug ligt de Belgische (beleefdheids-) vlag al klaar, ook al hebben we die pas dinsdag nodig, en de loodsladders en landvasten worden standaard twee dagen op voorhand aangeslagen.
Maandag 4 februari 2008 - Duinkerke

Vanmorgen volgens schema en gelijk met de ochtendploeg aan de kaai gekomen in de nieuwe westelijke haven van Duinkerke, een kale zandvlakte, desolaat en weinig gastvrij, alleen is het “land” en dat is eens iets anders. Joggen op vaste grond na 8 dagen slenteren op een bewegend oppervlak, ik heb nog nooit zó van lopen genoten.

Dinsdag 5 februari 2008

Om 6.00h in Duinkerke vertrokken met twee loodsen aan boord een Franse, die actief is om ons buiten te brengen, en een Belgische, die sinds 4.00h vanmorgen ligt te slapen in zijn kooi.
De Franse loods wordt, eenmaal buitengaats, met de helicopter van boord gehaald, moeilijk is dat niet, hij gaat gewoon naar het voordek, pikt zichzelf aan de haak en wordt naar binnen gehaald, alles in het felle licht van de schijnwerpers van het schip en van de helicopter.
Via de Oost-Dyck komen we in de territoriale wateren van Belgie, terug thuis na bijna een maand aan boord. Vanop de brug, 30m boven het zeeoppervlak zie je tegelijkertijd de vuur-torens van Duinkerke, Nieuwpoort en Oostende, de Belgische kust is plots ontgoochelend klein, niet veel meer dan een speeltuin voor pleziervaarders.
Stilaan begrijp ik de beroepslui die wat verveeld neerkijken op het hinderlijk gewriemel van de jachtjes op hun waterlijn, hun horizon is ruimer (minstens 10 mijl) en hun snelheid is groter (minstens 15 knopen) zodat zij met veel schepen tegelijk af te rekenen hebben, terwijl de pleziervaarders met hun neus op het water zitten en trager gaan zodat ze de grote jongens maar één voor één in het vizier krijgen.
Bij het loodsstation Wandelaar wordt de Belgische loods wakker gemaakt, veel te vroeg naar zijn zin en bovendien blijkt de kaai in Zeebrugge nog niet vrij zodat er vóór de koppen, net buiten de boeien moet worden gewacht.
Niet zo eenvoudig, maar best te doen met de kop in de wind en de stroom, die ongeveer uit dezelfde richting komen (ZW zoals meestal voor de wind). Een beetje gas vooruit en laten drijven, terug wat gas vooruit om te kunnen sturen ..enz., met een boot van 200m is dat in principe niet anders dan met een jacht van 10m.
Tegen elf uur kunnen we uiteindelijk binnen, volgens de loods eigenlijk niet meer zo’n geschikt moment omdat de stroom al gevaarlijk sterk doorstaat richting Nederland. Er wordt een goede vaart in het schip gehouden en er wordt serieus opgestuurd zodat bij momenten de boeg meer op de pier mikt dan naar de haveningang. Eens binnen de koppen wordt er onmiddellijk bijgestuurd en afgeremd. Ook dit maneuver verschilt in wezen niet zoveel van wat je met een jachtje kan meemaken.
Nadat de laatst containers gelost zijn, wordt er om 22.00h met een lege boot losgegooid voor Antwerpen. De lichtjes van de Schelde leiden ons, en een Nederlandse loods brengt, in het Engels, het Franse schip Belgie binnen.


Woensdag 6 februari 2008 - Antwerpen
Om 6.00h liggen we in de Berendrechtsluis en om 11.00h in het droogdok bij Antwerp Ship Repair. Meer “thuis” kan ik met de CMA CGM Fort-Ste-Marie moeilijk zijn.
ĉ
Tadorna Shelduck,
28 feb. 2012 06:49
ĉ
Tadorna Shelduck,
28 feb. 2012 06:55
ĉ
Tadorna Shelduck,
28 feb. 2012 06:52