Het Jüdisches Museum Berlin is sinds zijn opening in september 2001 uitgegroeid tot een van de iconen van Berlijn en een bezoek meer dan waard. In het museum vind je een overzicht van tweeduizend jaar Duits-Joodse geschiedenis.
De Amerikaanse architect van Pools-joodse afkomst, Daniel Libeskind, kreeg de moeilijke opdracht een modern museum te maken over de tragische geschiedenis van de Joden in Duitsland. Het gebouw, dat eruitziet als een grote sculptuur in de vorm van een bliksemschicht, bestaat uit vijf verdiepingen en is tienduizend vierkante meter groot. Het ziet er nauwelijks uit als een museum.
Het ontwerp van Libeskind zit vol symboliek: de zigzagbeweging van het gebouw kan worden gezien als een uitgerekte, gebroken Davidsster. Deze interpretatie van die vorm is nooit bevestigd door Daniel Libeskind zelf (de man die ook de opdracht kreeg voor de heropbouw van Ground Zero in New York). De puntige gevel en het indrukwekkende interieur verwijzen naar geweld en afwezigheid. Het gebouw is in deconstructivistische stijl en wordt gekenmerkt door vervormde ramen, spitse hoeken, schuine muren, steile vloeren en zichtbaar beton. Feit is dat het Joods Museum in veel opzichten opvalt. Het laat niet alleen de donkere nazi-jaren, maar ook 2000 jaar Duits-joodse geschiedenis zien.
Het Joods Museum is een metafoor voor de moeilijke Duits-Joodse geschiedenis. Het museum ligt midden in Berlijn, in de wijk Kreuzberg, niet ver van Checkpoint Charlie en de voormalige Berlijnse Muur.
De ingang bevindt zich in het voormalige Pruisische Hof van Beroep uit de 18e eeuw. Het herinnert ons eraan dat de Joodse geschiedenis ook voortkomt uit het verleden van Duitsland. De hoofdtentoonstelling bevindt zich in een nieuw groots en expressief gebouw, dat verwijst naar de Holocaust. De architectuur (bouwstijl) volgt niet de klassieke regels: het heeft schuine, metalen muren met lijnen die in verschillende hoeken door het gebouw lopen. De ruimte binnenin wordt gebroken door lege, ontoegankelijke ruimtes van beton. Ze symboliseren de leegte die ontstond nadat de Duits-Joodse bevolking werd vernietigd. Voordat bezoekers de tentoonstelling binnenkomen, moeten ze door de ondergrondse weg lopen, die bestaat uit drie aparte gangen die het lot van de Joden in Nazi-Duitsland symboliseren: ‘Lijn van Continuïteit”, ‘Lijn van Ballingschap’ en ‘Lijn van de Holocaust’. Hoewel het gebouw de vernietiging van het Joodse leven erkent, symboliseert het ook de hoop op herstel en vernieuwing. Die boodschap wordt vooral duidelijk door de grote glazen binnenplaats. Die is zo gemaakt dat het lijkt op een Soeke, een traditioneel Joodse tent die gebouwd wordt voor de feestdag ter ere van de ontsnapping van de Israëlieten aan de slavernij in Egypte.
De drie assen
De as van verbanning leidt naar de tuin van verbanning buiten. De tuin is een dieper liggend kwadratisch oppervlak waarrond betonnen muren staan. In de tuin is de grond schuin en staan er 49 betonnen zuilen van 6 meter hoog. Het getal 49 verwijst naar het oprichtingsjaar van de staat Israël (1948), terwijl de 49ste zuil in het midden naar Berlijn verwijst en gevuld is met aarde uit Jeruzalem. Bovendien is 7 (7 x 7 = 49) een heilig getal in het Jodendom. In de tuin ervaar je de verbanning. Je voelt je vervreemd van de buitenwereld. Er heerst onzekerheid want door de schuine bodem begin je precies te duizelen.
De as van de Holocaust loopt uit op de Holocausttoren. Dat is een herdenkingsplaats. Het is er donker en hoog. Slechts een klein straaltje licht verlicht van bovenuit de ruimte. Volgens veel mensen staat dat symbool voor het wachten op het licht op het einde van de tunnel. Symbool voor het onbereikbare dus. Het herinnert aan de Holocaust, toen vele joden vermoord werden. Als je je in de ruimte bevindt, voel je je klein en bang. Natuurlijk is de bedoeling enkel symbolisch en is het geen nagebootste gaskamer zoals veel mensen denken.
De Berlijnse joden na de oorlog
Van de 160.000 joden die voor 1939 in Berlijn woonden, hebben er 1500 het overleefd. Tijdens de Koude Oorlog woonden de joden van Oost-Berlijn in Spandauer Vorstadt, maar in 1958 laat het bewind de belangrijkste synagoge dynamiteren. Wanneer de Muur valt, leven er in Oost-Berlijn nog slechts 200 joden. Sinds het einde van de jaren 1980 is de dialoog almaar intenser geworden. Naast de verschillende gedenktekens is er nog een mooi symbool, in 2001 werd opnieuw een joods theater geopend, het laatste had zestig jaar eerder de deuren gesloten.
Bronnen:
Bevoort, M. & van Zanten, J. (2013) Berlijn slow travel in de stad. Uitgeverij Unieboek: Antwerpen.
Capitool Reisgidsen Berlijn (2020). Uitgeverij Unieboek: Amsterdam.
https://retopea.eu/s/nl/item/6709#:~:text=content,de%20moeilijke%20Duits%2DJoodse%20geschiedenis.