Bezetting van 1940-1945:
De bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was het begin van vijf jaar bezetting en het leven werd in die tijd alleen maar slechter voor de Nederlanders. Ze werden door de Duitsers onderdrukt, uit hun huizen gezet, uitgehongerd en door de Duitsers gedwongen om te werken in fabrieken. Daarnaast was bijna driekwart van de Joodse populatie in Nederland tegen het einde van de oorlog afgevoerd naar concentratie- en vernietigingskampen.
Verzet:
Uiteraard waren er Nederlanders die niet konden verdragen wat er gebeurde met hun land en de mensen, en zij verzetten zich tegen de bezetting. De spionage, sabotage en het communicatienetwerk van het verzet speelde een belangrijke rol bij de bevrijding van Nederland. Het verzet bestond voornamelijk uit kleine, onafhankelijke groepen die op verschillende manieren probeerden de bezetters tegen te werken, onder andere door het vervalsen van geld en rantsoenbonnen, het verzamelen van informatie, het publiceren van ondergrondse kranten en het saboteren van telefoon- en spoorlijnen. Bij ontdekking werden leden van het verzet onmiddellijk ter dood veroordeeld.
N.S.B.
NSB'ers helpen de Duitsers bij het oppakken van joden en worden daarvoor rijkelijk beloond. Maar ze worden door veel Nederlanders gezien als 'vuile landverraaiers'. De NSB, de Nationaal Socialistische beweging, steunt de Duitse bezetter en werkt nauw met hem samen.
Kampen:
Er zijn verschillende soorten concentratiekampen. Werkkampen, doorvoerkampen, vernietigingskampen, interneringkampen en reserveringskampen. De bekendste varianten zijn de werkkampen en vernietigingskampen. In de werkkampen werden de gevangenen ingezet om arbeid te verrichten. Soms was dit in een fabriek, andere keren werden ze ingezet om het kamp verder uit te breiden. Vernietigingskampen werden gebruikt om heel veel mensen tegelijk te doden. Meestal in gaskamers.
Het leven in de concentratiekampen was ontzettend zwaar. Er was weinig eten terwijl de gevangen lange dagen maakten. Mensen konden zich niet wassen waardoor ziektes zich razendsnel door het kamp verspreidden. Er zaten ook veel te veel mensen in te kleine locaties, waardoor ze met wel vier of meer mensen in een bed moesten. Door de barre omstandigheden overleefde veel mensen de kampen niet.
In Concentratiekamp Vught (konzentrationslager Herzogenbusch) werkte Willem bij het Philipscommando. Hier maakten gevangenen onder meer radio-onderdelen en buislampen. In oktober 1943 werkte hij in het werkkamp Fliegerhorst Gilze-Rijen. Circa 150 gevangenen uit Kamp Vught moesten hier onder andere herstelwerkzaamheden verrichten na bombardementen op het vliegveld. In Kamp Amersfoort was hij dirigent van een zangkoortje, ze konden daar naar een filmvoorstelling of cabaretuitvoering.
Tot 1951 blijft W. Dinkgreve als “vermist” staan in alle correspondentie van Gemeente Velsen, Het Rode Kruis, Stichting 40-45 en het Ministerie van Justitie. Op 27 oktober 1951 wordt officieel vastgelegd dat hij is overleden op 15 april 1945. De familie heeft in de oorlog en heel lang daarna in onzekerheid geleefd op hij nog in leven was of niet. Na het transport naar Duitsland is nl. niets meer van hem vernomen.
Gezin:
Bij het uitbreken van de oorlog woonde het gezin in de Gladiolenstraat in Santpoort. Na zijn arrestatie in juni 1943 had het gezin het financieel erg moeilijk. Via een kennis (uit het verzet?) kreeg het gezin elke week honderd gulden en later kreeg zijn vrouw een uitkering van de Stichting 1940-1945. In 1944 werd het gezin geëvacueerd omdat de kuststreek leeg moest i.v.m. bombardementen op de Hoogovens. Het gezin kwam terecht op de Staalkade 5 -3 hoog in Amsterdam. Ze kregen alleen maar eten uit de gaarkeuken en Mevr. Dinkgreve had hongeroedeem, Dit was in de "Hongerwinter"!
Tekst op document van het Ministerie van Justitie van 6 juni 1951 met verklaring van het Ned. Rode Kruis:
"Betrokkene werd 16 juni 1943 te Velsen gearresteerd. In de maand oktober 1944 werd hij binnengebracht in het concentratiekamp Neuengamme. Op 11 januari 1945 kwam hij als gevangene No. 65740 in het concentratiekamp Buchenwald. In de Kartotheek van het concentratiekamp Buchenwald komt een “krankmelding”voor vermeldend, dat betrokkene op 24 maart 1945 aan algehele zwakte leed, waarbij ook nog de datum 29 maart 1945 wordt genoemd. Bij een ziektemelding d.d. 11 januari 1945 werd van betrokkene op dezelfde kaart genoteerd: lengte 1.61 m gewicht 48 kg.
Betrokkene komt voor op een algemene lijst met namen van bij de bevrijding (d.d. 11-4-45) in het concentratiekamp Buchenwald aanwezige gevangenen. Op de twee lijsten alleen met namen van Nederlanders, bevrijd in het kamp Buchenwald, resp. opgemaakt 16 april 1945 en 28 april 1945 komt betrokkenen niet voor.
Aangenomen moet worden dat betrokkene is overleden in het concentratiekamp Buchenwald na 12 april 1945, zijnde de datum van het eerste appel na de bevrijding, doch uiterlijk 16 april 1945, zijnde de datum, waarop de eerste lijst van bevrijde Nederlanders te Buchenwald tot stand kwam.
Als overleden datum aan te nemen:
15 april 1945 te Buchenwald"
6-6-1951
Bericht van overlijden, afgegeven door de burgerlijke stand van Velsen okt. 1951: