Vanaf het schooljaar 2024-2025 starten wij ons traject RELATIEBELEID.
Kinderen maken nu en dan fouten. Dat is eigen aan het groeiproces van elk kind. Kinderen kunnen leren uit de fouten die ze maken. Onze school wil hierop inzetten door dialoog en herstel alle kansen te geven. In overleg met de betrokkenen gaan we op zoek naar een gepaste maatregel of een mogelijke oplossing. Op die manier kunnen kinderen mee de verantwoordelijkheid nemen om een oplossing te zoeken voor het conflict of om hun fout goed te maken. Hiermee sluiten we als school tuchtmaatregelen niet uit. Het betekent wel dat we heel bewust ervoor kiezen om in bepaalde gevallen een tuchtmaatregel op te leggen.
4.4.1.1 Pesten
Wanneer één of meer kinderen een ander kind regelmatig en met opzet pijn doen, uitlachen, uitsluiten of op een andere manier lastigvallen spreken we van pesten. Kenmerken hiervan zijn onder andere:
De pester is duidelijk de baas.
De pester is sterker (fysiek of emotioneel) of ouder.
Andere kinderen kijken naar de pester op.
Sommige kinderen zijn bang van de pester.
De pester wil iemand anders pijn doen.
De pester stopt niet na de eerste keer.
Soms duurt het pesten weken of maandenlang.
Het gepeste kind weet niet goed wat hij/ zij kan doen.
Het gepeste kind voelt zich alleen, verdrietig of bang.
Soms werd de pester vroeger zelf gepest.
Omstaanders
Niet iedereen is een pester of wordt gepest. In elke groep zijn er nog een heleboel andere kinderen. We kunnen ze in vier groepen verdelen:
De meeloper doet mee met de pester. Hij/ zij wil erbij horen. Vaak is de meeloper zelf bang om gepest te worden.
De stille toeschouwer vindt het pesten fout en gemeen, maar durft niet reageren uit schrik om zelf gepest te worden.
De helper neemt het op voor het gepeste kind. Soms durft hij/ zij duidelijk reageren. Soms weet de helper ook niet goed wat te doen.
De buitenstander weet niet echt wat er in de groep gebeurt en maakt er zich geen zorgen over. Hij speelt meestal met andere vriendjes.
Praat erover!
Niemand wil gepest worden. Niemand vindt pesten leuk, dus je vindt zeker iemand die je zal begrijpen. Hoe langer je wacht om er over te praten, hoe langer de pester jou kan blijven lastigvallen. Dat wil je toch niet?
Enkele tips:
Je mag natuurlijk met een vriendje praten, maar zoek ook een volwassene.
Praat met iemand waarbij je een goed gevoel hebt: mama, papa, een ander familielid, de juf, de meester …
Je hoeft je zeker niet te schamen. Het is niet jouw schuld dat je gepest wordt.
Geloof dat grote mensen je willen helpen.
Kies een rustig moment en zeg dat je iets wil vertellen dat een beetje moeilijk is.
Vraag de volwassene om niets te doen dat jij niet weet.
Als je liever met een buitenstaander praat, kan je bellen naar de Kinder- en jongerentelefoon via het gratis nummer 102.
Praten over pesten is niet klikken
Misschien heeft de pester je bang gemaakt door te zeggen dat je er met niemand mag over praten of … ? Op die manier stopt het pesten natuurlijk niet en kan niemand er iets aan doen. Dat wil je toch niet?
Wanneer je verdrietig bent of pijn hebt, moet je dat aan iemand vertellen. Dat is echt niet hetzelfde als klikken. Deze twee voorbeelden tonen je het verschil:
Kaat zegt: “Ik ben bang en verdrietig, want enkele jongens lachen me uit met alles wat ik doe. De andere kinderen lachen dan gewoon mee. Elke morgen ben ik bang om naar school te gaan en soms heb ik nachtmerries…”
Pim zegt: “Meester, zij hebben hun lege flesje op de grond gegooid, gisteren hebben ze hun tong uitgestoken, eergisteren hebben ze hun huiswerk niet gemaakt en …”
Eén van deze twee kinderen klikt, de andere vraagt om hulp. Ik denk dat je wel weet wie.
Probeer op te komen voor jezelf
Als je gepest wordt, is opkomen voor jezelf echt heel moeilijk, maar je kan de volgende tips misschien toch uitproberen. Bespreek ze ook met de volwassenen die je willen helpen. Zij kunnen misschien met jou oefenen. Schaam je niet als deze tips niet lukken, want onthoud goed: het is niet jouw schuld dat je gepest wordt!
Enkele tips:
Probeer niet te tonen dat je bang bent, door rechtop te lopen en niet in een hoekje te gaan staan.
Probeer tegen de pester(s) te zeggen wat je niet leuk vindt, zonder daarbij boos te worden of te huilen.
Zoek andere kinderen op met wie je graag samen speelt. Samen zijn jullie waarschijnlijk sterker dan alleen.
Probeer te genieten van dingen die je graag doet (binnen of buiten de school). Zo kan je het pesten af en toe vergeten.
Praat erover - zoals reeds hoger geschreven staat - want dat is echt opkomen voor jezelf!
Steun je vriendje
Maak je vriendje duidelijk dat hij of zij er niet alleen voorstaat.
Enkele tips:
Vertel dat je het pesten niet goedkeurt.
Probeer samen leuke dingen te doen.
Moedig je vriendje aan om er met een volwassene over te praten.
Zeg tegen de pester(s) dat jij het pesten helemaal niet leuk vindt.
Probeer andere kinderen te overtuigen om niet mee te pesten of om te reageren.
Zoek hulp
Als je echt heel bezorgd bent over je vriendje en je weet niet meer hoe je kan helpen, zoek dan een volwassene om er over te praten (binnen of buiten de school). Vertellen dat iemand zich verdrietig voelt, is niet hetzelfde als klikken. Onthoud dat je het enkel vertelt om te helpen.
Als je liever met een buitenstaander praat, kan je bellen naar de Kinder- en jongerentelefoon via het gratis nummer 102.
Durf- jij zelf wel eens pesten?
Of doe je mee met anderen? Probeer even na te denken waarom je dat doet. Misschien ben je zelf bang of verdrietig. Misschien werd je vroeger gepest. Pesten is voor niemand leuk, ook niet voor jou.
Enkele tips:
Als je bang of verdrietig of boos bent, is het een goed idee om daar met iemand over te praten.
Probeer te praten met iemand waarbij je een goed gevoel hebt: mama, papa, een ander familielid, de juf, de meester …
Praten over pesten is niet gemakkelijk. Je kan vertellen wat er gebeurd is en wat je daarbij voelt.
Toegeven dat je soms pest, is echt heel moedig. Het kan een eerste stap zijn om ermee te stoppen.
Probeer ‘neen’ te zeggen wanneer anderen je vragen om mee te pesten of wanneer je dingen moet doen die je zelf niet wil.
Hulp vragen is niet hetzelfde als klikken.
Je kan ook praten met een buitenstaander.
Amuseren met vrienden is het leukste wat er is. Probeer daarvan te genieten en val anderen niet lastig!
4.4.1.2 Ouders rond pesten
Kinderen durven vaak niet vertellen dat ze gepest worden. Ze hebben schrik dat ouders en leraren fout zullen reageren. Wat zijn de foute reacties en waarom? En hoe pak je het probleem dan wel aan? De eerste stap om te praten over pesten: bepaal in welke rol je kind zich bevindt. Reageer dan gepast zonder het vertrouwen van je kind te schenden.
Met vragen over pesten en wat je kunt doen mag je als ouder, grootouder, opvoeder altijd bellen met het Pestweb,
Je kind is SLACHTOFFER, hij wordt gepest:
Steun je kind, luister naar hun verhaal, leg de schuld niet bij henzelf.
Bespreek met je kind de stappen die je wil ondernemen: aan de juf vertellen, naar het CLB gaan … Doe niets waar je kind absoluut tegen is. Probeer het te overtuigen.
Hou een logboek bij met daarin wie wanneer pest, hoe enz. Zo krijg je een duidelijk beeld van de situatie.
Zoek samen naar manieren om op het gepest te reageren.
Zoek vrienden, hobby’s waar je kind zich wel goed voelt. Dat kan hem het nodige zelfvertrouwen geven.
Dit is wat KINDEREN zeggen wat ouders beter NIET kunnen doen en wat WEL:
Kinderen leggen uit wat ouders het beste niet kunnen doen als zij gepest worden en waarom niet, lees hier de tips van kinderen met de Do's en Don'ts voor ouders.
https://www.stoppestennu.nl/wat-doe-je-niet-als-ouder
https://www.klasse.be/75996/eerste-hulp-pesten-video-3-tips/
https://www.youtube.com/watch?v=IUyZEki7-Tc
Je kind is een PESTER, het pest anderen:
Ga na wat er precies gebeurt. Praat met je kind, zijn leraar, trainer, vrienden …
Leg het verschil uit tussen plagen (onschuldig en kort) en pesten (hard en om te kwetsen).
Zeg duidelijk dat pesten niet kan. Nooit. Om geen enkele reden. Op geen enkele manier (uitsluiten, spullen stuk maken, slaan, uitlachen, haatmails sturen…). Vraag je kind om onmiddellijk te stoppen.
Wijs op het verdriet dat het pesten veroorzaakt. Probeer de gevoelens van het slachtoffer te verwoorden. Zo vergroot je het inlevingsvermogen van je kind.
Geef hem kansen om het goed te maken.
Je kind is een OMSTANDER, een meeloper, het kijkt toe?
Vraag wat er precies gebeurt (in de klas, jeugdbeweging, voetbal …).
Stimuleer je kind om de leraar zelf op de hoogte te brengen. Maak een verschil tussen ‘klikken’ en ‘melden’. ‘Klikken’ doe je omdat je wil dat iemand een straf krijgt. ‘Melden’ omdat je wil dat iets ophoudt.
Bespreek de stappen die jij eventueel wil ondernemen, bijvoorbeeld aan de juf vertellen. Doe niets wat je kind absoluut niet wil, maar probeer hen ervan te overtuigen dat dat het beste is.
Maak je kind duidelijk dat pesten moet stoppen. Bedenk samen oplossingen. Steun hem om iets te ondernemen.
Wanneer je kind de goede werking van de school of het lesverloop hindert, kunnen we in overleg met je kind en eventueel met jou een begeleidende maatregel bepalen. De school wil daarmee je kind helpen tot gewenst gedrag te komen.
Een begeleidende maatregel kan zijn:
een gesprek met … ;
een time-out;
naar de time-out ruimte gaan. Zo kan je kind even tot rust komen of nadenken over wat er is gebeurd. Achteraf wordt dat kort met je kind besproken;
een begeleidingsplan. Hierin leggen we samen met jou en je kind een aantal afspraken vast waarop je kind zich meer zal focussen. Je kind krijgt de kans om zelf afspraken voor te stellen waar het dan mee verantwoordelijk voor is. De afspraken uit het begeleidingsplan worden samen met je kind opgevolgd.
Herstel
Vanuit een cultuur van verbondenheid wil de school bij een conflict op de eerste plaats inzetten op herstel. De school kan, als herstel mogelijk is, de betrokkenen uitnodigen We nodigen de betrokkenen uit om na te denken over wat er is gebeurd en om hierover met elkaar in gesprek te gaan.
Een herstelgerichte maatregel kan zijn:
een herstelgesprek tussen de betrokkenen;
een herstelcirkel op het niveau van de leerlingengroep;
een bemiddelingsgesprek;
een herstelgericht groepsoverleg (HERGO).
HERGO is een gesprek tussen de betrokken leerlingen, in het bijzijn van bijvoorbeeld ouders of vertrouwensfiguren, onder leiding van een onafhankelijk persoon. Tijdens dit groepsoverleg zoekt iedereen samen naar een oplossing voor wat zich heeft voorgedaan. De directeur kan een tuchtprocedure uitstellen om dit groepsoverleg te laten plaatsvinden. De directeur brengt je dan per brief op de hoogte.
Bovenstaande herstelgerichte aanpak sluit niet uit dat de directeur of zijn afgevaardigde bij ernstige feiten meteen een tuchtprocedure kan opstarten.
Wanneer je kind de goede werking van de school hindert of het lesverloop stoort, kan door elk personeelslid van de school een ordemaatregel genomen worden. Tijdens een ordemaatregel blijft je kind op school aanwezig.
Een ordemaatregel kan onder andere zijn:
een verwittiging in de agenda;
een strafwerk;
een specifieke opdracht;
een tijdelijke verwijdering uit de les met aanmelding bij de directeur.
Let op: wanneer we spreken over directie, hebben we het over de directeur of zijn afgevaardigde.
Wanneer het gedrag van je kind de goede werking van de school ernstig verstoort of de veiligheid en integriteit van zichzelf, medeleerlingen, personeelsleden of anderen belemmert, dan kan de directie een tuchtmaatregel nemen. Een tuchtmaatregel kan enkel toegepast worden op een leerling in het lager onderwijs. Mogelijke tuchtmaatregelen zijn:
een tijdelijke uitsluiting van minimaal één schooldag en maximaal 15 opeenvolgende schooldagen;
een definitieve uitsluiting.
Preventieve schorsing als bewarende maatregel
In uitzonderlijke situaties kan de directie in het kader van een tuchtprocedure beslissen om je kind preventief te schorsen. Die bewarende maatregel dient om de leefregels te handhaven én om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is.
De beslissing tot preventieve schorsing wordt schriftelijk en gemotiveerd aan jou meegedeeld. De directie bevestigt die beslissing in de brief waarmee de tuchtprocedure wordt opgestart. De preventieve schorsing kan onmiddellijk ingaan en duurt in principe niet langer dan 5 opeenvolgende schooldagen. Uitzonderlijk kan die periode eenmalig met 5 opeenvolgende schooldagen verlengd worden, als door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De directie motiveert die beslissing.
Procedure tot tijdelijke en definitieve uitsluiting
Let op: wanneer we in dit punt spreken over ‘dagen’, bedoelen we telkens alle dagen (zaterdagen, zondagen, wettelijke feestdagen en 11 juli niet meegerekend).
Bij het nemen van een beslissing tot tijdelijke of definitieve uitsluiting wordt de volgende procedure gevolgd:
1 De directie wint het advies van de klassenraad in en stelt een tuchtdossier samen. Bij een definitieve uitsluiting wordt de klassenraad uitgebreid met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft.
2 Jij en je kind worden per aangetekende brief uitgenodigd voor een gesprek met de directie. Je kunt worden bijgestaan door een vertrouwenspersoon. Een personeelslid van de school of van het CLB of van het ondersteunende leersteuncentrum kan bij een tuchtprocedure niet optreden als vertrouwenspersoon. Het gesprek zelf vindt ten vroegste plaats op de 4de dag na verzending van de brief.
3 Voorafgaand aan het gesprek hebben jij, je kind en eventueel jullie vertrouwenspersoon het recht om het tuchtdossier, met inbegrip van het advies van de klassenraad, in te kijken.
4 Na het gesprek brengt de directie jou binnen een termijn van 5 dagen met een aangetekende brief op de hoogte van zijn beslissing. In die brief staat een motivering van de beslissing en de ingangsdatum van de tuchtmaatregel. Bij een definitieve uitsluiting vermeldt de brief ook hoe je in beroep kan gaan tegen de beslissing
Bij een definitieve uitsluiting zoeken we samen met het CLB naar een nieuwe school. Als je geen inspanningen doet om je kind in een andere school in te schrijven, krijgt de definitieve uitsluiting effectief uitwerking na 1 maand (vakantiedagen niet meegerekend). Jij moet er dan op toezien dat je kind aan de leerplicht voldoet. Wij kunnen de inschrijving van je kind weigeren als je kind het huidige, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten op onze school.
Opvang op school bij preventieve schorsing en (tijdelijke en definitieve) uitsluiting.
Wanneer je kind tijdens een tuchtprocedure preventief geschorst wordt of na de tuchtprocedure tijdelijk wordt uitgesloten, is je kind in principe op school aanwezig, maar neemt het geen deel aan de lessen of activiteiten van zijn leerlingengroep. De directie kan beslissen dat de opvang van je kind niet haalbaar is voor onze school. Die beslissing motiveren we dan schriftelijk aan jou.
Bij een definitieve uitsluiting heb je 1 maand de tijd om je kind in een andere school in te schrijven. In afwachting van de inschrijving is je kind in principe op school aanwezig, maar neemt het geen deel aan de activiteiten van zijn leerlingengroep. De directie kan beslissen dat de opvang van je kind niet haalbaar is voor onze school. Die beslissing motiveren we dan schriftelijk aan jou.