Brede evaluatie gaat uit van de groei van leerlingen en volgt die groei op. Daarbij wordt de totale persoon voor ogen gehouden. We willen je kind vertrouwen geven om te leren en zich verder te ontwikkelen. Via brede evaluatie krijgt je kind inzicht in zijn eigen leerproces. Onze school hanteert een volgsysteem (voor kleuters) en een leerlingvolgsysteem (lagere school).
Wat is een volgsysteem?
Dit is een systeem dat toelaat om de schoolse ontwikkeling van alle kinderen regelmatig gedurende hun hele schoolloopbaan in kaart te brengen aan de hand van toetsen, testen, observaties. Op die wijze kunnen tijdig aangepaste maatregelen worden getroffen voor (groepen van) kinderen die (dreigen) niet (langer) optimaal (te) profiteren van het onderwijsaanbod.
Het volgsysteem (kleuters) start bij 3-jarigen en de observaties zijn gericht op het nastreven van de doelen uit onze leerplannen en ontwikkelingsdoelen van de kleuterschool.
Het leerlingvolgsysteem (lagere school) start in het 1ste leerjaar en aan de hand van toetsen en observaties wordt getracht de doelen van de leerplannen en de eindtermen te bereiken.
Het volgsysteem heeft als bedoeling:
· zo snel mogelijk achterstanden en problemen op te sporen;
· zo snel mogelijk leervoorsprong detecteren;
· deze achterstand (dit probleem) in kaart te brengen;
· een handelingsplan op te stellen (individueel of voor een groep kinderen);
· door zorgverbreding en differentiatie deze achterstand trachten weg te werken.
Naast observaties, toetsresultaten, screenings (welbevinden, betrokkenheid en competenties – driemaal per schooljaar), verslagen, enz. rapporteren wij ook contacten, gesprekken met ouders en/ of externe diensten. Kortom, alle nuttige informatie die ons kan helpen om een kind zo goed mogelijk te volgen in zijn/ haar ontwikkeling, nemen wij op in het digitaal dossier en dit alles in het belang van het kind en zijn/ haar hulpvraag.
Kleuters worden vooral geëvalueerd aan de hand van observaties. Voor de 5-jarige kleuters wordt de KOALA test afgenomen in oktober/november.
Op regelmatig gespreide tijdstippen controleert de leerkracht of de leerlingen de aangebrachte leerstof van een leergebied of een leerdomein voldoende begrijpen en kunnen toepassen. Dit kan op verscheidene manieren gebeuren: via een schriftelijke toets, een mondelinge toets (bv. spreekbeurten, drama, bepaalde delen van Frans, bepaalde delen van wiskunde …) via een controle van het dagelijkse werk, via observatie (screening welbevinden, betrokkenheid en competenties … ).
Enkel de basisleerstof wordt getoetst, zowel voor de kennis als voor de vaardigheden. Deze gegevens verzamelt de leerkracht in een digitaal systeem. De gemaakte toetsen of taken gaan zo vlug mogelijk mee naar huis. Op deze manier krijgen de ouders op korte termijn een kijk op de vorderingen van hun kind.
Vlaamse toetsen
Op het einde van het vierde en zesde leerjaar gewoon lager onderwijs nemen alle leerlingen, behalve anderstalige nieuwkomers en de leerlingen met een individueel aangepast curriculum, deel aan de Vlaamse toetsen wiskunde en Nederlands. De school kan er wel voor kiezen om deze leerlingen toch te laten deelnemen. De klassenraad baseert zich bij de leerlingenevaluatie in de eerste plaats op de eigen observaties en evaluaties doorheen het schooljaar. Daarbij kan de klassenraad ook het resultaat van de Vlaamse toetsen als bijkomende bron hanteren. Het resultaat van de Vlaamse toetsen kan echter nooit het enige doorslaggevende element zijn in de evaluatie.
Rapporteren van gesprekken
Naast observaties, toetsresultaten, screenings (welbevinden, betrokkenheid), verslagen … rapporteren wij ook contacten, gesprekken met ouders en/ of externe diensten. Kortom, alle nuttige informatie die ons kan helpen om een kind zo goed mogelijk te volgen in zijn/ haar ontwikkeling, nemen wij op in het digitaal dossier en dit alles in het belang van het kind en zijn of haar hulpvraag.
De eindevaluatie gebeurt aan de hand van objectieve toetsen wiskunde, spelling en lezen van eindeschooljaar, eindtoetsen en de gevalideerde toetsen. De resultaten staan in het digitaal dossier.
Alle leerlingen worden op het einde of bij de start van het nieuwe schooljaar tijdens de overgangsbespreking besproken. Op deze bespreking zijn de klasleerkracht, de leerkracht van het volgende leerjaar, de zorgleerkracht en de directeur (of zijn afgevaardigde) aanwezig.
Ouders worden degelijk geïnformeerd over de vorderingen van hun kinderen.
Kleuterschool:
Kleuters krijgen op regelmatige tijdstippen hun werkjes mee naar huis. Hier kan je als ouder de ontwikkeling van je kind volgen.
Indien er een probleem in de ontwikkeling wordt vastgesteld bij jouw kind dan zal je hiervan zo snel mogelijk op de hoogte worden gesteld ( door de leerkracht) zodat we samen kunnen werken aan de oplossing.
Individuele oudercontacten zijn voorzien voor alle kleuters om de ouders in te lichten over de vorderingen en verwachtingen.
Lagere school:
Regelmatige toetsing (dagelijks, wekelijks) van de leerinhouden zorgt ervoor dat de leerkracht zicht krijgt op de vorderingen van de kinderen.
De toetsen worden telkens zo snel mogelijk meegegeven met de kinderen ter inzage (nadien worden de toetsen opgehaald en in de school bewaard). Aan het eind van elk trimester zijn er in de hogere klassen ook toetsen over grotere leerstofgehelen.
Een rapport (drie maal per jaar) geeft een overzicht van de getoetste leerinhouden waar de resultaten van je kind kunnen vergeleken worden met de verwachte score.