Doe Maar is een Nederlandse en Nederlandstalige popgroep, die invloeden uit onder andere ska, punk en reggae combineerde tot een eigen Nederpop-geluid. De band bestond oorspronkelijk van 1978 tot 1984. Het succes bij de overwegend jeugdige fans en de uitzinnige publieksreacties van vooral jonge tienermeisjes leidde regelmatig tot vergelijkingen met Beatlemania. Vanaf een eerste reünie in 2000 (met nieuw album) komt Doe Maar zo nu en dan bijeen voor concertreeksen (2008, 2012, 2013, 2016–2017, 2018).
Na het matig ontvangen debuut Doe Maar (uit 1979, nog zonder Henny Vrienten) haalden alle vier hun reguliere studioalbums de nummer 1-positie in de Nederlandse albumlijsten. In de loop der jaren haalden daarnaast acht verschillende verzamelalbums, drie live-albums en een studio-album met nieuwe versies de hitlijsten, waarvan het live-album met groot orkest Symphonica in Rosso (2012) ook weer op 1 kwam. Hiermee is Doe Maar een van de succesvolste Nederlandstalige groepen.
De eerste bezetting vanaf juni 1978 was Ernst Jansz, zang en toetsen; Jan Hendriks, gitaar; Carel Copier, slagwerk en Piet Dekker, zang en basgitaar. Joost Belinfante (ex-CCC Inc. en Slumberlandband) speelde tijdelijk basgitaar tussen februari en augustus 1980. Nadat hij vervangen werd door Henny Vrienten speelde hij nog als gastmuzikant trombone en percussie.
Bij de opnames van het album Doris Day en andere Stukken (november/december 1981) was Carel Copier vervangen door René van Collem, ex-Stock en zoon van filmrecensent Simon van Collem. In mei 1982 werd hij uit de band gezet, ten gunste van Jan Pijnenburg (ex-Sweet d'Buster, Fontessa, Lucifer, Long Tall Ernie and the Shakers en Hollander). Deze kreeg echter kort na zijn eerste optreden een auto-ongeluk en kon tot januari 1983 niet drummen, waarna Van Collem teruggevraagd werd. De bezetting Vrienten-Jansz-Hendriks-Pijnenburg bleef vanaf 1983 gehandhaafd tot en met het afscheidsconcert op 14 april 1984 en opnieuw bij de reünies van 2000 en 2008. Dit is in feite ook de meest bekende samenstelling, hoewel Pijnenburg alleen op de live-platen uit de jaren tachtig meespeelde en op het reüniealbum Klaar uit in 2000. Bij de Symphonica in Rosso-concerten in oktober 2012 in het Gelredome en de Glad ijs tour van begin 2013 keerde Van Collem terug als drummer.
Doe Maar is opgericht door toetsenist-zanger Ernst Jansz (o.a. CCC Inc.) met bassist-zanger Piet Dekker, nadat ze samen eerder samenspeelden in de begeleidingsband van Boudewijn de Groot (1975-1976), de Slumberlandband (1975) en The Rumbones (1977). Dekker vroeg aan Jan Hendriks of hij een drummer en een gitarist voor de nieuwe band wist. Hendriks stelde drummer Carel Copier voor en wilde zelf wel gitaar spelen. Op 8 mei 1978 ontmoetten zij elkaar op de zolder van de boerderij van Gé van den Donk (later geluidsman van de band). Toen de band een naam probeerde te vinden in de songtitels in hun repertoire werd Copier zeer enthousiast over het idee om de titel Doe Maar als band-naam te kiezen, waar de andere leden mee akkoord gingen.
Jansz krijgt de aanbieding om de Fools Band (ofwel Foels Bent) – de huis-band van het Festival of Fools – samen te stellen voor de editie van het theaterfestival in 1978. Voor deze gelegenheid werd de band van eind mei tot en met juni 1978 aangevuld met de clowns Mart de Corte en Jan Bogaerts (later bekend geworden als fotograaf), zanger Wim van Oevelen (later toermanager van de groep) en zangeressen Anouk Strijbosch en Truus de Groot (later Nasmaak/Nasmak).
Najaar 1978 neemt de band een eerste demo op in de verbouwde varkensstal van de Boerderij te Neerkant.
In april 1979 droeg Doe Maar het nummer Blozen bij aan de elpee Uitholling Overdwars, waarmee de Stichting Popmuziek Nederland twaalf Nederlandstalige bands introduceerde – waaronder ook Toontje Lager, Nasmaak, Ivy Green, Noodweer en Braak.
Doe Maar's technicus Peter Vincent werkte voor Telstar – het platenlabel van schlagerkoning Johnny Hoes – en wilde Doe Maar graag bij Telstar hebben. Mede door het eerdere succes van Normaal zag het label mogelijkheden en contracteerde de band. Eind 1979 werden de eerste elpee Doe Maar en de eerste single Anita uitgebracht, maar er was weinig belangstelling voor. De tweede single Ik zou het willen doen werd gepromoot met een optreden in het televisieprogramma Op volle toeren en haalde in februari 1980 de tipparade, maar flopte ook.
Na problemen in de samenwerking tussen Ernst Jansz en Piet Dekker, besloot de groep ermee op te houden. Om de laatste contractuele verplichtingen af te ronden, zocht de groep nog naar een basspeler. Jansz benaderde professioneel bassist, gitarist en componist Henny Vrienten, met wie hij al enkele malen had samengespeeld, onder andere in 1975 op het album 'Waar ik woon en wie ik ben' van Boudewijn de Groot en in 1976 in de begeleidingsband van De Groot tijdens een tournee. Daarna vormden Jansz en Vrienten (toen nog op gitaar) in 1977 de reggaeband The Rumbones met onder anderen bassist Piet Dekker, drummer Johnny Lodewijks (ex-CCC Inc. en Slumberlandband, bekend als kunstschilder John Lodi) en Joost Belinfante (o.a. gitaar). Op het album 'Van een afstand' uit 1980 van Boudewijn de Groot speelden onder anderen Vrienten, Jansz, Hendriks en Copier mee
Aanvankelijk weigerde Vrienten mee te doen in Doe Maar, omdat dit niet een onderdeel van een geslaagde carrière leek. Later ging hij overstag, omdat Doe Maar een groep leek waar plezier een belangrijke rol speelde. Met hem en Jansz beschikte de band plotseling over twee liedschrijvers die elkaars werk op een positieve manier beïnvloedden. De band besloot de feestnummers uit het repertoire te halen en alleen nog maar ska en reggae te spelen. Vrienten leverde meteen drie nummers voor het nieuwe album, waar de groep op dat moment al mee bezig was.
De platenmaatschappij was niet onder de indruk van de kwaliteitsinjectie en stelde het op de markt brengen van het album 'Skunk' uit tot na het decemberseizoen en tot na carnaval, omdat de maatschappij vond dat het aanbod van de groep niet zou blijven staan tussen het werk van gevestigde namen. De platenmaatschappij begon echter wel al met reclame te maken voor het album en promo's werden naar de radiozenders gestuurd. Vanwege een fout waren de radio-dj's niet op de hoogte van het feit dat de plaat nog niet te koop was. Ze speelden de single en het album werd uitgeroepen tot dag-lp.
Luisteraars raakten meteen gecharmeerd van het nummer, 32 jaar, hoewel men moeite had de oorspronkelijke titel, Sinds 1 dag of 2, te onthouden tot dj Frits Spits het liedje de huidige titel gaf.
De definitieve doorbraak volgde in 1982 met de single 'Doris Day' en het melancholieke reggae-album 'Doris Day En Andere Stukken'. Van dit album mixte Henny Vrienten een dubversie ('Doe De Dub Discodubversie') en 12" versies van 'Is Dit Alles' en 'Situatie'.
In mei 1982 ontving Doe Maar de Zilveren Harp, een aanmoedigingsprijs van Stichting Conamus. Ook deden Jansz, Hendriks, van Collem en Belinfante 10 optredens met Bram Vermeulen onder de naam 'De Gevestigde Orde'. Op 31 mei 1982 was Doe Maar de openingsact op Pinkpop. Op 8 oktober gaf de groep een televisieoptreden tijdens Veronica's Popnacht samen met Normaal, Golden Earring en Vitesse.
Toen in november 1982 de single De bom werd uitgebracht (vijf weken op nummer 1: van 4 december 1982 tot 8 januari 1983) was Doe Maar inmiddels uitgegroeid tot een topgroep met alle media-aandacht en merchandising die daarbij hoort. Er ontstonden hysterische toestanden rondom de groep. De gezichten van de groepsleden waren niet van de bladencovers af te slaan, de merchandise was niet aan te slepen en ook het oudere werk van de groep ging als warme broodjes over de toonbank. Doe Maar werd de populairste groep die de Nederpop ooit gekend heeft.
In België was de band minder bekend, vandaar dat Doe Maar in januari 1983 daar drie optredens deed. In Nederland haalde het album 'Skunk' in januari 1983 de nummer 1 positie in de albumlijsten, bijna twee jaar na de release. Het album 4us (spreek uit: virus) verscheen in maart 1983 op lp, MC en als eerste Nederlandstalige plaat ook op cd. Het album was al in de voorverkoop platina en haalde de nummer 1 positie, evenals de single 'Pa', die als eerste single ooit op nummer 1 binnenkwam in de Nationale Hitparade. In deze periode verschenen de bandleden, met name Jansz en Vrienten, voortdurend in de (roddel)pers, vandaar dat men op 30 maart een publiciteitsstop afkondigde.
Op 16 en 17 mei 1983 droeg Doe Maar bij aan een benefietproject ten bate van Amnesty International, getiteld 'Een Gebaar'. Op deze twee gala-avonden in Carré Amsterdam was Doe Maar in drie nummers de begeleidingsband van Adèle Bloemendaal, Freek de Jonge en Van Kooten en De Bie. Henny Vrienten begeleidde ook op deze avonden André Hazes op gitaar. Een week later was Doe Maar de hoofdact op Pinkpop. Dit optreden in Geleen had hun hoogtepunt moeten worden, maar dat werd het niet. Tijdens het uur durende, afsluitende optreden, werd de band bekogeld en kreeg Henny Vrienten een appel hard op zijn kaak. Tijdens het laatste nummer werd Doe Maar onder andere bijgestaan door de Golden Earring-leden George Kooymans en Cesar Zuiderwijk.
Optredens in Loosbroek, Goes, Assen, Tiel en Joure (juni 1983) werden opgenomen voor het live-dubbelalbum 'Lijf Aan Lijf'. Nadat dit album in september was gemixt, werkte Vrienten in oktober en november 1983 aan zijn soloalbum 'Geen Ballade'.
De band had grote moeite om met het succes om te gaan en voelde een steeds grotere afstand tot hun steeds jongere publiek, dat vaak te uitzinnig op hen reageerde. Er bestond angst dat het eens echt mis zou gaan in de drukte in de zalen waar regelmatig meisjes flauwvielen. Terwijl leeftijdgenoten en de pers de creatieve prestaties nauwelijks serieus namen, voelde het met name voor Vrienten niet goed als jonge kinderen bijvoorbeeld zijn tekst voor Je loopt je lul achterna voluit meezongen.
De nieuwe nummers voor de vijfde studioplaat bleken voornamelijk depressief van aard, waardoor de opnames minder prettig werden. Daarnaast waren er wat onderhuidse spanningen. Zo had Vrienten al vaker voorgesteld om het auteurschap en de royalty's eerlijk onder de groep te verdelen omdat hij vond dat iedereen bijdroeg aan het eindresultaat, maar Jansz vond zijn eigen liedjes meer een uiting van zijn identiteit en ging niet akkoord. Om zijn visie te demonstreren besloot Vrienten geen ideeën meer in te brengen voor de nummers van Jansz, ondanks dat hij meende dat Grote Broer met zijn inbreng een nieuwe grote hit kon worden. Jansz had de indruk dat Vrienten zijn beste werk achterhield voor zijn komende solo-plaat. Toen Vrienten in de studio opperde dat ze ook gewoon konden stoppen, bleek iedereen dat plots als heel positieve mogelijkheid te zien en vooral opgelucht toen de knoop werd doorgehakt. 'Macho' was al uitgebracht als single, toen op 20 februari 1984 besloten werd dat Doe Maar ermee zou stoppen. De Telegraaf meldde het nieuws als eerste op woensdag 22 februari. Het uit elkaar gaan van de groep in 1984 haalde zelfs het destijds over het algemeen zeer 'serieuze' NOS-televisiejournaal van acht uur 's avonds.
Op 14 april 1984 werden er twee afscheidsconcerten gegeven in de Maaspoort in 's-Hertogenbosch. Het verzamelalbum 5 Jaar Doe Maar, Het Complete Overzicht, met daarop één nieuw nummer, hield nog even de herinnering levend.( bron: Wikipedia )