Danny Gatton (1945-1994) was een Amerikaanse gitarist, bekend om zijn virtuositeit en een mengeling van stijlen zoals blues, rockabilly, jazz en country. Hij stond bekend als "The Humbler" en "The Telemaster" voor zijn verbluffende technische vaardigheden, met name op de Fender Telecaster. Ondanks zijn grote talent en lovende kritieken, bleef hij grotendeels onbekend bij het grote publiek en overleed hij door zelfmoord in 1994.
Geboren op 4 september 1945 in Washington D.C., begon Gatton op zevenjarige leeftijd met gitaarlessen. Hij speelde op zijn 14e bij zijn eerste professionele band, de Lancers, in de omgeving van Washington. Zijn vader, een gitarist, was een belangrijke vroege invloed. Gatton's muziek, een mix van genres die hij "redneck jazz" noemde, werd beïnvloed door veel verschillende artiesten. Hij speelde links, maar speelde op een rechtshandige gitaar, wat mogelijk bijdroeg aan zijn snelheid en techniek. Hij werd lokaal bekend als een live-artiest, onder meer met zijn band Redneck Jazz Explosion. Hij werkte ook als sessiemuzikant voor diverse artiesten, zoals Roger Miller en Robert Gordon.
Grote doorbraak en labelcontract: Na jaren van optreden en opnames, tekende hij een contract met Elektra Records in 1990. Dit leidde tot zijn Grammy-genomineerde album 88 Elmira Street in 1991. De verkoop van zijn daaropvolgende albums voldeed echter niet aan de verwachtingen van het label, waardoor hij in 1993 werd ontslagen.
Gatton worstelde met depressie en pleegde in 1994 zelfmoord. Hij werd destijds door Guitar Player magazine uitgeroepen tot "World's Greatest Unknown Guitarist". Zijn nalatenschap leeft voort door zijn opnames en zijn invloed op andere gitaristen, en er is een documentaire gemaakt over zijn leven, getiteld The Humbler.