Barry White (Galveston, 12 september 1944 – Los Angeles, 4 juli 2003) was een Amerikaans soul- en discozanger en -producer. Zowel solo als met het door hem gedirigeerde The Love Unlimited Orchestra had hij diverse hits.
Barry werd als Barry Eugene Carter de 12de september 1944 in Galveston, Texas geboren. Mama was daar toevallig op bezoek bij kennissen, maar haar kroost woonde in Los Angeles. Moeder had de zoon op haar naam ingeschreven, want papa wilde niet met haar trouwen. Later zal Barry’s vader eigenhandig zijn familienaam op zijn geboortebewijs veranderen in White. Mama was ooit actrice geweest, onder meer te zien in 1931 in de film “Trader Horn”. Maar artritis maakte haar zogoed als werkonbekwaam. Zij verdiende geld met het geven van pianoles. Barry hoort haar van jongs af aan op de buffetpiano tokkelen en wordt van zijn sokken geblazen wanneer hij mama op zekere dag de Mondschein Sonate van Ludwig van Beethoven hoort spelen. Zij leert hem ook de tweede stem zingen in het kerstliedje Silent Night. Barry is van dan af verkocht. Muziek zal stilaan zijn leven domineren. Mama wil hem koste wat het kost noten leren lezen, maar Barry weigert. Daar heeft hij geen zin in. Hij leert wel op het gehoor pianospelen, hij is dan nog maar vijf. Op zijn achtste zingt hij mee in het kerkkoor The Baptist Church Choir en op zijn elfde speelt hij piano tijdens de opname van de hit Goodnight my love van Jesse Belvin. Hij krijgt voor die klus 55 dollar toegestopt. Zijn broer Darryl is niet meteen wat je kan noemen een brave jongen. Hij en Barry trekken vaak de straat op om daar auto-onderdelen te stelen. Darryl is nog maar acht wanneer hij achter de tralies belandt. Op zijn vijftiende verjaardag, in 1959, trekt Barry de schooldeuren definitief achter zich dicht. Hij heeft er schoon genoeg van. Wanneer hij op zijn zestiende wordt betrapt op het stelen van peperdure autobanden (Dual 90 Cadillac tyres), bedoeld voor al even peperdure Cadillacs, voor een marktwaarde van 30.000 dollar, komt hij voor enkele maanden in de gevangenis terecht. De legende wil dat hij in de gevangenis Elvis It’s Now or Never op de radio hoort zingen en besluit zijn leven helemaal om te gooien. Eenmaal buiten besluit hij zijn leven te beteren. Twee dagen nadat hij uit de gevangenis is ontslagen, stapt hij te voet van het zuiden van Los Angeles naar Hollywood, dertig kilometer verderop. Hjj wordt daar vooral geraakt door de mooie dingen van het leven: mooie mensen, dure auto’s, vriendelijkheid. Op school had hij geleerd dat hij kon zingen, hij had een diepe basstem en wordt lid van de doowopgroep The Upfronts. Zij nemen zelfs een plaatjes op Too far to run around dat in 1960 op het Lummtone-label wordt uitgebracht en in 1961 Little Girl , een plaatje dat zijn moeder voor de rest van haar leven zal koesteren. Nadien gaat hij in 1963 even meezingen als lead bij de groep The Atlantics in het nummer Home On The Range en Tracey dat op het Faro-label verschijnt. Vergeten we in 1963 niet de twee plaatjes die hij samen met The Majestics opneemt: Strange World en Angel Of Love. Het kost hem enorm veel moeite de touwtjes aan mekaar te knopen. Hij ontmoet gelukkig voor hem arrangeur Gene Page die hem in 1963 laat meewerken aan de hit Harlem Shuffle van Bob and Earl. Barry zal hen een tijdlang tijdens hun tournees als drummer begeleiden, maar dat rondreizen staat hem niet aan. Om toch maar aan geld te geraken, probeert Barry zo veel mogelijk bij te klussen. Hij duikt in 1965 als zanger op bij The Bel-Cantos op hun single Feel Allright part 2 en een jaar later bij The Five Du-Tones op hun singletje Shake A Tail Feather. Datzelfde jaar durft hij het solo aan, maar verandert zijn naam wel in Lee Barry en brengt op het Downey-label Man Ain’t Nothin’ uit. Barry leert in 1966 Bob Keane kennen, eigenaar van diverse platenfirma’s waaronder Del-Fi, Mustang en Bronco Records. Die biedt hem een job als arrangeur aan. Hij verdient op dat moment veertig dollar per week. Zijn eerste opdracht is een plaatje produceren voor Viola Wills en schrijft voor haar het nummer Lost without the love of my guy. Het budget bedraagt 50 dollar. Dat plaatje wordt een bescheiden hit. Vervolgens gaat Barry samenwerken met Felice Taylor. Samen nemen zij het door Barry White geschreven It may be winter outside op. Die single geraakt in Billboard’s Hot One Hundred tot op de 42ste plaats. Hij is intussen in 1961 gehuwd met Betty Smith met wie hij vier kinderen krijgt. In 1965 zijn ze echter al gescheiden. Twee jaar later brengt Barry onder zijn eigen naam op het Bronco label de single All in the Run of a Day uit met op de B-kant Don’t Take Your Love From Me. Bij Bronco Records werkt Barry zich inmiddels op tot A&R man, maar in 1969 wordt dat label opgedoekt. Een jaar eerder heeft hij tijdens een opnamesessie voor het Motown-label samen met Gene Page de backingvocalisten Glodean, haar zus Linda James en hun nichtje Diane Taylor leren kennen. Barry ziet wel wat in die dames. Hij wil met hen een groepje oprichten in de stijl van The Supremes. Hij gaat van 1969 tot en met 1971 keihard aan hun imago en stemgeluid sleutelen. In 1970 waagt Barry zijn solokansen nog eens met de single In the Ghetto (jawel de Presleyhit) onder zijn de schuilnaam Gene West, intussen een echte collectors item voor de White fans geworden.
Tijdens een verblijf in het ziekenhuis, waar hij herstelde van de gevolgen van een beroerte, overleed White aan een nierziekte.
In 2013 kreeg hij postuum een ster op de Hollywood Walk of Fame. ( bron: Wikipedia )