De dag begon na het ontbijt met het maken van foto's. De linker is op het balkonnetje gemaakt door Raymond, rechts heb ik onszelf vereeuwigd met mijn selfiestick. Deze foto's hebben we richting Stockholm gestuurd, later kregen we uit die plaats van Antonia (dochter van Renate, volle nicht van Sylvia, die afgelopen september ons in Amsterdam heeft bezocht, samen met Antonia) nog een aardige reactie.
De dag zou in het teken staan van Aix-en-Provence. Met ligne 50 (bus) vanaf St, Charles ging het non-stop naar het busstation ten noorden van Marseille. Toen we een kaartenwinkel in liepen, maar vooral nadat we in de MonoPrix een nieuw petje voor Folke hadden aangeschaft (het oude had hij mogelijk in het toeristentreintje laten liggen) was de lucht heel donker geworden en het duurde niet lang voordat er een donderbui losbarstte, in eerste instantie bleef het droog, later kwamen er dikke druppels omlaag. Het Hotel de Caumon (museum) bood ons een schuilplaats en was ook ten minste één reisdoel naar deze stad, want er was een tentoonstelling van werken van Max Ernst, wat mij betreft een praktisch onbekende surrealistische schilder/beeldhouwer met prachtige veelkleurige doeken op het grensvlak tussen het bewuste en onderbewuste. Sommige werken tonen verwantschap met die van Salvador Dali en Max Ernst liet zich ook inspireren door Sigmund Freud.
De zoektocht naar het hotelletje waar ik de nacht van 30/04 op 01/05/1983 (ja, ik werd er jarig, veertig jaar geleden!) in een kamer zonder ramen (goedkoop, dat telde toen heel erg!) tijdens mijn fietstocht door Zuid-Frankrijk heb doorgebracht konden we niet vinden. Het lag aan een plein of brede avenue met platanen. Het hotel kan al wel lang zijn verdwenen en ook de platanen die blijkbaar te lijden hebben gehad van een platanenziekte zijn deels uit het straatbeeld verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor esdoorns, erables.
Heel uitgebreid hebben we niet gezocht, we zijn een bij Sylvia bekend tentje ingedoken voor een bescheiden lunch. Daarna werd het niet echt meer zoekweer, een stuk koeler ook, met onze paraplu's op hebben we het station van de ligne 50 weer opgezocht. Eenmaal in Marseille scheen de zon weer en was het wat broeierig, maar slecht weer bleef uit.
In de bus terug, op het terras van het Gare St. Charles en de trappen daarnaartoe.
Eenmaal thuis kwam Sylvia nog met een doos met het opschrift Herz uit hun berging op de proppen. Herz was de achternaam van haar grootvader. Met de inhoud viel er weer een puzzelstukje op zijn plaats en vonden we deze foto, waarop we onze oom en tante Hans en Freddy herkenden en hun twee kinderen, onze neef en nicht Arthur en Warda. Voor ons was het aardig de gelijkenis, maar ook de verschillen met onze vader te zien van Hans. Dat voorhoofd is onderdeel van de gelijkenis.