Raymond, over wie we vandaag van Sylvia moesten horen dat hij aan prostaatkanker lijdt, drinkt zijn thee 's ochtends uit een beker met alle scheikundige elementen erop. Hij zit boordevol grappen die ons voor een deel ontgaan. Hij trekt er ook altijd een pokerface bij, zodat je nooit weet of hij een grap maakt.
Gisteren hebben we hem 'overhoord' . Ik riep 44 en vroeg hem welk element erbij hoorde. Dat wist hij -natuurlijk- niet. RU dus, wat Ruthenium is en dat is nu een beetje een running gag geworden. Wij denken dat overal ruthenium in zit. Of juist niet als het er eigenlijk wèl in zou moeten zitten.
Hier kijkt hij niet zo vrolijk, maar hij kan ook onbedaarlijk grijnzen.
Rond tienen op weg naar het Musée des Civlisation de l' Europe et de la Méditerrannée (Mucem). Een te korte genieting voor de trammetjesgek die ik ben. Een shot door de (nu natuurlijk lege) bestuurderscabine naar achteren in de Canebière en één juist naar voren, de tram in.
Van het Mucem, op weg naar Le Panier, een stadswijk van Marseille keken we vaak uit op de Notre Dame de la Garde
De concertzaal van het Mucem.
Jammer, de mooie trompettiste valt op de foto een beetje weg tegen de achtergrond van een pilaar. Maar: scroll eens door naar onderaan deze pagina... Zij en de accordeonist speelden werken van (en inspiratiebronnen van) Astor Piazzolla. We hadden bij het door Sylvia geregelde (d.w.z. de tickets) concert er een heel andere voorstelling van, maar het was erg aardig, al begrepen we van de vaak geestige inleidingen voor ieder muziekstuk lang niet alles. Door het artistiek vormgegeven rasterwerk achter de musici zagen we mensen voorbij lopen en heel grappig zeilboten die de Méditerranée op voeren.
Ook grappig: in de Netflix-serie Marseille met Gérard Depardieu als burgemeester van de stad is de zaal een keer te zien omdat de burgemeestersvrouw, celliste, er een concert geeft.
Na de visrijke lunch op een drukbevolkt terras op een pleintje in Le Panier wandelden we door de toeristische straatjes van dit stadsdeel en constateerden we dat graffity hier net zo min als elders een vreemd fenomeen was.
Je ontkomt er niet aan: zicht op die berg met die kerk erop, Marseilles landmark. Hier door de ontelbare boten heen in Le Vieux Port. Ongeveer op dit punt werden Folke en ik door Sylvia op het toeristentreintje gezet dat ons aan de andere kant van de haven door smalle straatjes naar de Notre Dame bracht.
Zou ze er slagroom mee geklopt hebben, met die garde? Aan Onze Vrouwe van de Garde is deze kerk gewijd, ze staat in (blad)goud gehouwen boven op de toren die zelf al boven op berg staat en daarmee de skyline van de stad bepaalt.
We waren net te laat voor de bezichtiging van het interieur van die kerk, maar volgens ingewijden hebben wij daar niet heel veel aan gemist.
Hier sta ik naast de Notre Dame de la Garde. Als je mijn wijzende vinger volgt, kom je bij de kerk die vlakbij ons is: de église St. Vincent de Paul. Wij logeren 'onder de (wier?)rook' van die kerk.
Het toeristentreintjesticketje gaf ons het recht ons ook weer terug naar het punt langs de haven te laten vervoeren, we kozen ervoor te voet terug naar onze 'eigen kerk' terug te keren, een wandeling van een dikke drie kwartier. Na een peperduur glaasje Neipa (bier) op het terrasje tegenover de voordeur van 'ons' appartement stapten we door die voordeur weer onze tijdelijke verblijfplaats binnen.
's Avonds werd weer een puzzelstukje van onze hele familie op zijn plaats gelegd. Niet door mij overigens, maar door Sylvia en Folke.
De taptoe van deze dag was al ruim voor tienen, ruim voor mijn (gewone) bedtijd in Amsterdam.
Voor de oningewijden nog even onze link met de gastvrouw: Sylvia Malachowski. Zij heeft dezelfde overgrootouders als Folke en ik. In 1957 werden Folke en ik door onze ouders van een welpenkamp geplukt en bij haar ouders in een voorstadje van Parijs, La Celle-Saint-Cloud, 'gedumpt'. Wildvreemde mensen, wisten wij veel dat zij familieleden van ons waren? En Sylvia presteerde het ook nog eens om de locomotief van ons Märklin modelspoortreintje (ter troosting van ons door onze ouders met enige rails, wagentjes en een trafo mee naar Frankrijk genomen) handmatig over het spoor te bewegen, een doodzonde voor de rond de 8- en 10-jarigen die wij toen waren. De stekker van het snoer van de trafo paste in die tijd niet in de Franse wandcontactdoos.
Sylvia kende via een Belgische vriendin één woord in het Nederlands dat ze aanvankelijk ondanks ons aandringen niet wilde prijsgeven. Ze zal niet blij geweest zijn met dat we het uitschaterden toen ze het woord prijsgaf: kaboutermannetjes. Ze kan zich hier niets van herinneren. Des te beter, denken wij.
Tijdens het werken aan deze blog zit Folke met haar de puzzel van de Meijer-afstammelingen te ontrafelen.
Toegift: bijna het eind van het concert in Mucem: Lucienne Renaudin Vary (trompet) en Félicien Brut (accordeon)