Les 4
Sedimenten en de delta
Sedimenten en de delta
Aan het eind van deze les:
kan ik uitleggen wat sedimentatie betekent en in mijn eigen woorden beschrijven hoe dit proces werkt.
kan ik uitleggen hoe een delta ontstaat en dit toelichten met een voorbeeld van een rivier in Europa.
kan ik beschrijven wat er gebeurt in de benedenloop van een rivier, zoals afzetting van klei en zand.
kan ik kennis over sedimentatie en delta’s verwerken in mijn eindproduct (document/presentatie).
kan ik een vergelijking maken tussen minstens twee deltagebieden en uitleggen welke verschillen en overeenkomsten er zijn.
Rivieren zijn voortdurend in beweging. Ze nemen niet alleen water mee, maar ook allerlei stukjes gesteente. Dit noemen we sediment. Het materiaal dat de rivier meeneemt kan verschillen in grootte: van grote brokken steen tot heel fijne kleideeltjes. In de benedenloop komen wij het kleinste sediment tegen. Dit zijn:
Grind: grotere, ronde steentjes.
Zand: kleinere korrels dan grind.
Klei: de allerkleinste deeltjes, die makkelijk door het water worden meegevoerd, zelfs als het water langzaam stroomt. Klei wordt meestal pas helemaal aan het eind van de rivier afgezet, in de delta.
Het afzetten van dit materiaal noemen we sedimentatie. Hoe rustiger de rivier stroomt, hoe sneller hij materiaal laat zakken. Je kunt het zo zien: eerst valt het zwaarste (grind) naar beneden, daarna het lichtere (zand) en pas helemaal aan het eind de kleinste deeltjes (klei).
Grind
Zand
Klei (klei is zo klein dat het vaak als een blok aan elkaar plakt)
In de benedenloop stroomt de rivier breed en rustig. Doordat er nog maar weinig snelheid in het water zit kan de rivier het materiaal niet meer goed vasthouden. Het wordt afgezet op de oevers (randen van de rivier) of helemaal bij de monding (het einde dat aan zee ligt). Door veel ophoping van sediment kunnen er zelfs nieuwe stukken land ontstaan en de rivier zal een andere richting op stromen.
Bij de monding kan de rivier zich vertakken in meerdere kleinere riviertjes, voordat hij de zee of een meer instroomt. Dit noemen we een delta. Een delta bestaat uit allerlei lagen zand, klei en slib die door de rivier zijn neergelegd. Het is voor de rivier namelijk erg makkelijk om zich door dit sediment te bewegen en zal daarom allemaal bochten maken. Weet je nog? Dit noemen wij meanderen. Dit kan best vervelend zijn voor mensen. Want wat als de rivier zijn bocht nou steeds dichter bij jouw dorpje legt? Dan moet je ingrijpen met bijvoorbeeld een dijk.
Bekende voorbeelden zijn:
De Nijldelta in Egypte – vruchtbaar gebied waar al duizenden jaren landbouw plaatsvindt.
De Rijn-Maasdelta in Nederland – een groot en druk bewoond deltagebied, maar ook kwetsbaar voor overstromingen.
In deltagebieden zie je vaak een verschil tussen rivierklei (afgezet door de rivier zelf) en zeeklei (afgezet door de zee, bijvoorbeeld bij eb en vloed of bij overstromingen). In Nederland vind je beide soorten terug.
Een delta (de rivier splits zich in meerdere kleine riviertjes)
De rivier meandert, langs de rivier zijn meertjes ontstaan met een C vorm. Hier heeft de rivier ooit gestroomd. Langs de rivier zie je ook zandvlaktes. Hier wordt het sediment neergelegd.
Deltagebieden zijn heel belangrijk voor mensen. Door de afzetting van klei is de grond er vaak erg vruchtbaar, waardoor er veel landbouw plaatsvindt. Ook zijn het gebieden waar steden ontstaan, omdat rivieren en zeeën handig zijn voor handel en vervoer.
Maar deltagebieden zijn ook kwetsbaar. Omdat ze laag liggen en vol water staan, zijn ze gevoelig voor overstromingen. Daarom moeten wij in Nederland vaak dijken bouwen om het water te beheersen.
In deze les onderzoek je wat er gebeurt met het materiaal die jou rivier meeneemt, en hoe een delta ontstaat.
Noteer in je eigen woorden wat deze begrippen betekenen:
sedimentatie
benedenloop
delta
rivierklei
zeeklei
grind, zand en klei
Geef er bij elk begrip een voorbeeld of korte uitleg bij.
Zoek uit hoe de benedenloop van jullie rivier eruitziet (afbeeldingen en beschrijvingen).
Heeft de rivier er veel bochten (meanders) of hebben mensen hier ingegrepen?
Waar mondt jullie rivier uit? (zee, meer, oceaan)
Heeft de rivier een delta of ziet dit er anders uit?
Onderzoek welke sedimenten (grind, zand, klei) daar worden afgezet. (tip: rivieren die niet heel lang zijn hebben soms geen tijd om rustig te stromen en kunnen dus ook grindstranden hebben.)
Kies één ander voorbeeld van een bekende delta (bijv. de Nijl, de Mississippi of de Rijn-Maasdelta in Nederland).
Wat zijn de overeenkomsten met de delta van jullie rivier?
Wat zijn de verschillen?
Hoe leven de mensen in dit gebied met hun rivier en op welke manier is dit anders dan die van jullie?
Schrijf een korte uitleg (150–200 woorden) waarin je antwoord geeft op de vragen van stap 2 t/m 4.
Voeg eventueel een tekening of schema toe van hoe sedimentatie plaatsvindt in jullie rivier (grind → zand → klei).
Werk dit netjes uit in jullie document en lever het in via magister ELO