In deze les maken jullie kennis met rivieren in Europa. Jullie ontdekken hoe een rivier ontstaat, welke weg het water aflegt en welke kenmerken er horen bij de verschillende delen van een rivier.
Aan het eind van deze les:
kan ik uitleggen wat de begrippen bron, bovenloop, middenloop en benedenloop betekenen, en dit laten zien in mijn document.
kan ik op een kaart de rivier die mijn team kiest aanwijzen en opschrijven door welke landen de rivier stroomt.
kan ik beschrijven hoe de rivier verandert van bron tot delta, waarbij ik per deel (bovenloop, middenloop, benedenloop) minstens één kenmerk benoem.
heb ik samen met mijn team gewerkt, afspraken gemaakt en één gezamenlijk document gemaakt.
kan ik laten zien dat ik informatie heb verzameld en verwerkt met behulp van digitale bronnen.
Bron 1 - Delen van de rivier
Rivieren zijn heel belangrijk voor mensen. Al eeuwenlang wonen mensen in dorpen en steden langs rivieren. Dat is niet zo gek: een rivier geeft drinkwater, zorgt voor vruchtbare grond om eten te verbouwen, maakt vervoer mogelijk en levert energie. Maar rivieren kunnen ook gevaarlijk zijn. Soms treden ze buiten hun oevers en zorgen ze voor overstromingen. Daarom is het belangrijk dat je goed begrijpt hoe een rivier werkt.
Waar de rivier stroomt met al zijn takken noemen wij het stroomgebied, dit is het gebied waarin al het water via een netwerk van beken, rivieren en meren richting de zee stroomt.
Een rivier begint altijd ergens. Dat punt noemen we de bron. De bron is vaak hoog in de bergen, waar regenwater of smeltwater van sneeuw en gletsjers samenkomt en naar beneden stroomt. Vanaf dat moment begint de reis van de rivier. We verdelen deze reis in drie stukken: de bovenloop, de middenloop en de benedenloop (zie bron 1). Elk deel heeft zijn eigen kenmerken.
In de bovenloop stroomt het water snel en krachtig naar beneden. Dit komt doordat de rivier daar in een gebied met veel reliëf ligt. Dit betekend hoogte verschil. Zo heeft Nederland weinig reliëf en Zwitserland veel. Het water is sterk genoeg om grotere stenen mee te nemen. Soms zie je hier ook watervallen. Het water is er wild, vaak ondiep en moeilijk te bevaren.
In de middenloop wordt de rivier breder en rustiger. Het landschap verandert: in plaats van hoge bergen zie je heuvels of vlaktes. Het water gaat hier vaak slingeren, dat noemen we meanderen. In dit deel van de rivier komen er vaak zijrivieren bij. Zo wordt de rivier steeds groter. Veel steden en dorpen zijn aan rivieren in de middenloop gebouwd, omdat het water hier beter te gebruiken is voor vervoer en handel. Ook is de grond er vaak vruchtbaar, waardoor er goed landbouw kan plaatsvinden.
In de benedenloop is de rivier op zijn breedst. Het water stroomt langzaam door vlak land. Vlak voordat de rivier in zee of een meer uitkomt, splitst hij zich vaak in meerdere takken. Dat noemen we een delta. Hier wordt veel zand maar ook klei afgezet. Door deze klei de grond erg vruchtbaar is. Dit is goed voor de landbouw, maar het gebied is ook kwetsbaar. De kans op overstromingen is in de benedenloop groot. Daarom bouwen mensen hier vaak dijken, dammen of sluizen om het water onder controle te houden.
Een goed voorbeeld is de Rijn. Deze rivier begint in de Zwitserse Alpen, als een smalle bergstroom. In de bovenloop zie je de rivier wild en snel naar beneden stromen. Daarna stroomt de Rijn door Duitsland, waar hij breder en rustiger wordt: de middenloop. Uiteindelijk komt hij in Nederland, waar hij samen met de Maas en de Waal een grote delta vormt die uitmondt in de Noordzee. Een ander voorbeeld is de Donau, die begint in Duitsland en door tien landen stroomt voordat hij in de Zwarte Zee uitkomt.
Door te kijken naar de bron, de bovenloop, de middenloop en de benedenloop, kun je beter begrijpen hoe een rivier het landschap vormt en verandert. Je ziet dan ook hoe belangrijk rivieren zijn voor de landen waar ze doorheen stromen. Ook spelen de rivieren een grote rol in hoe het land eruit ziet door de verschillende processen die hier spelen. Denk hierbij aan de stroomsnelheid van de rivier en de hoeveelheid water op verschillende punten.
Deze les krijgen jullie de tijd om de basis te leggen voor jullie project. Er moeten verschillende punten afgerond worden in deze les
Het maken van teams, 2 á 3 personen (dit gebeurt in overleg met de docent)
Het kiezen van een rivier in Europa (De docent keurt jullie rivier goed)
Zoek de rivier op de kaart
Kijk goed waar de rivier begint en eindigt.
Zet een kruisje of markeer de rivier op de kaart.
Noteer de landen waar het stroomgebied van jullie rivier stroomt.
Schrijf de namen van de landen op in de juiste volgorde (van bron tot monding/delta).
Beschrijf de rivier van bron tot delta
Bron: waar de rivier begint (bijvoorbeeld in welk gebergte)
Middenloop: hoe de rivier er halverwege uitziet (bijvoorbeeld breed, smal, door steden of natuur).
Delta/monding: waar de rivier eindigt (bijvoorbeeld in de zee, meer of een oceaan).
Maak een samenvatting in het document
noteer wat je hebt gevonden over de rivier.
Sla dit goed op!
Zorg dat alles netjes is opgeschreven in een Word- of Google-document.
Zet bovenaan: jullie namen, klas en de naam van de rivier.
Wolga
Donau
Rijn
Maas
Dnjepr
Elbe
Loire
Seine
Po
Ebro
Tagus (Taag)
Oder
Tiber
Neva
Visla (Wisła)
Dniester