Water is constant in beweging. Maar hoe kan dit eigenlijk? Hoe komt onze rivier aan zijn water?
Aan het eind van deze les:
kan ik in mijn eigen woorden uitleggen wat de lange en korte waterkringloop zijn, en de verschillende stappen benoemen.
kan ik uitleggen hoe neerslag en smeltwater ervoor zorgen dat rivieren ontstaan en gevoed worden.
kan ik de begrippen grondwater, oppervlaktewater, regenrivier en gletsjerrivier gebruiken en toepassen bij een voorbeeld.
kan ik een schema tekenen of digitaal maken waarin ik laat zien hoe de waterkringloop werkt en hoe mijn gekozen rivier water krijgt.
kan ik uitleggen hoe de waterkringloop invloed heeft op mijn rivier en dit verwerken in mijn document
De lange waterkringloop
Water is overal om ons heen: in de lucht, in de grond, in rivieren en in de zee. Maar water blijft nooit lang op dezelfde plek. Het is voortdurend in beweging. Die voortdurende reis van het water noemen we de waterkringloop.
De korte waterkringloop is eigenlijk heel simpel. Water verdampt uit de zee door de warmte van de zon. Dit water stijgt op, condenseert en vormt wolken en valt daarna weer terug als regen boven de zee. Het water maakt dus een korte ronde: zee → verdamping --> condensatie --> regen → zee.
Bij de lange waterkringloop maakt water een grotere reis. Ook hier verdampt water uit zee of meren en vormen zich door condensatie tot wolken. Maar in plaats van boven de zee, valt de neerslag boven het land. Dit kan regen zijn, maar ook sneeuw of hagel. Het water dat als regen valt, kan in de grond zakken (grondwater) of via rivieren (oppervlaktewater) weer terugstromen naar de zee. Sneeuw die op bergen valt, kan onderdeel worden van een gletsjer. Als die gletsjers smelten, komt er smeltwater vrij dat ook rivieren voedt. Zo wordt duidelijk dat rivieren een belangrijk onderdeel zijn van de lange waterkringloop.
Rivieren krijgen hun water dus op verschillende manieren. Een regenrivier wordt vooral gevoed door regenval. Als er veel neerslag valt, stijgt de waterstand. Als het een droge periode is, zakt de rivierstand weer. Een goed voorbeeld is de Maas.
Een gletsjerrivier krijgt zijn water vooral door smeltwater van sneeuw en gletsjers in de bergen. In de lente en zomer, wanneer de temperatuur stijgt, smelten de gletsjers en stroomt er extra veel water de rivier in. In de winter, als er weinig smeltwater is, zakt de rivierstand juist. Een bekend voorbeeld is de Rijn, die deels door gletsjers gevoed wordt.
Veel rivieren zijn een combinatie van regenrivier en gletsjerrivier. Dit noemen we een gemengde rivier. Ze krijgen zowel regenwater als smeltwater. Door dit verschil kan de waterstand in rivieren per seizoen heel erg variëren.
De waterkringloop zorgt er dus voor dat rivieren blijven bestaan. Zonder verdamping, condensatie en neerslag zouden rivieren opdrogen. Het water dat jullie in een rivier zien stromen, is onderdeel van een veel groter systeem dat de hele aarde omvat. Het water dat vandaag als regen valt, kan over een paar jaar in een rivier stromen en uiteindelijk weer in zee terechtkomen. Daarna begint de kringloop opnieuw.
Zo zie je dat alles met elkaar verbonden is: regen, sneeuw, gletsjers, rivieren en uiteindelijk de zee. Door de waterkringloop blijft er altijd beweging in het water en hebben rivieren hun bron van leven.
In de tekst hebben jullie geleerd hoe rivieren aan hun water komen en wat de rol van de waterkringloop daarin is. De rest van deze les jullie gaan begrippen leren, een schema maken en dit toepassen op jullie eigen gekozen rivier.
Stap 1 – Begrippen leren
Lees zelfstandig de uitleg over de waterkringloop en noteer de volgende begrippen met een uitleg in eigen woorden.
grondwater
oppervlaktewater
regenrivier
gletsjerrivier
Stap 2 – Schema maken
Maak samen een schema van de lange en korte waterkringloop (teken op wit papier of in je schrift).
Laat zien: verdamping → condensatie → wolken → neerslag → grond en oppervlakte water → terug naar zee.
Zet de begrippen regenrivier, gemengde rivier en gletsjerrivier erbij.
Stap 3 – Toepassen op jullie rivier
Nu terug naar de rivier die jullie in les 1 hebben gekozen. Zoek en bespreek:
Wordt de rivier vooral gevuld met regen, met smeltwater of een combinatie? Waar komt dit water vandaan?
Welke rol speelt de waterkringloop bij jullie rivier? Kijk hierbij goed naar een kaart van het stroomgebied.
Stap 4 – Uitleg schrijven
Schrijf met je team een korte tekst van ongeveer 150–200 woorden:
Leg kort uit hoe de waterkringloop werkt.
Leg uit hoe jullie rivier gevoed wordt.
Beschrijf de rol van de waterkringloop bij jullie rivier.
Stap 5 – Opslaan
Voeg een foto van jullie schema en tekst toe aan het gezamenlijke document.
Zet bovenaan het document: namen, klas en de naam van jullie rivier.
Zorg dat alles netjes is uitgewerkt en goed opgeslagen is.