Trad
Traditioneel klimmen / OVT
Traditioneel klimmen / OVT
Schiffbruch in Ettringen
‘Trad’ klimmen staat voor ‘traditional climbing’, klimmen zonder haken. Hiermee bedoelen we niet ongezekerd klimmen (free solo), maar klimmen door gebruik van natuurlijke en mobiele tussenzekeringen, waardoor er na de klim geen sporen (haken) op de rots achter blijven. Voor sommige klimmers geldt trad klimmen als de meest pure vorm van klimmen omdat de natuur onaangetast blijft.
Ingangseisen
je wilt graag leren om routes te klimmen die niet of minder goed behaakt zijn;
je hebt al redelijk wat ervaring opgebouwd met het voorklimmen van routes buiten;
je kan buiten meestal 5c of moeilijker voorklimmen
je bent comfortabel bij het klimmen boven je laatste haak;
je bent in het bezit van de OVS status en beheerst de OVS-technieken (nog steeds) volledig.
Bezit van de OVM status is een sterke pré. Mocht je nou nog geen OVM hebben maar wel heel gemotiveerd zijn dan kan je in overleg toegelaten worden tot de tradcursus.
Inhoud
De cursus bestaat uit twee weekenden, waarvan wordt verwacht dat je bij beide aanwezig bent. Eén weekend vindt doorgaans plaats in Ettringen, waarbij spleetklimmen en het plaatsen van materiaal en klimmen in spleten centraal zullen staan. Het andere weekend vindt doorgaans plaats in Ith, waarbij meer aandacht uit zal gaan naar het plaatsen van materiaal bij gebrek aan perfecte spleten. Tijdens beide weekenden komen tactieken en risicomanagement aan de orde.
Dit zijn onderdelen die onder meer tijdens de cursusbehandeld zullen worden:
plaatsing van mobiele zekeringen zoals cams en nuts;
standplaatsbouw op mobiele zekeringen;
techniek bij het klimmen van spleten;
tactiek bij het klimmen van trad routes.
Na afloop van de cursus kan de cursist:
Materiaal kiezen en beheren
Het benodigde tradmateriaal herkennen, controleren, passend selecteren en overzichtelijk aan de gordel organiseren.
Zekeringen plaatsen en beoordelen
Nuts, cams en natuurlijke zekeringen correct plaatsen, controleren en verwijderen, rekening houdend met maat, contactoppervlak, belastingsrichting en rotskwaliteit.
Risico’s en routeverloop beoordelen
Een tradroute voorbereiden en tijdens het klimmen risico’s herkennen, waaronder slechte rots, ongunstig touwverloop, vallijnen, het lopen van cams en het ritssluitingeffect.
Veilige standplaatsen bouwen
Een betrouwbare standplaats op mobiele of natuurlijke zekeringen bouwen met een afgebonden krachtendriehoek, de 10-puntenregel en een passende belastingsrichting.
Trad- en spleetklimtechnieken toepassen
Een tradroute gecontroleerd voorklimmen, passende spleetklimtechnieken gebruiken en keuzes aanpassen aan de route, omstandigheden en eigen grenzen.
NB: De cursus leidt je niet op tot alpiene klimmer en is ook geen vervanging van de multi-pitch cursus. Je krijgt aan het eind van de cursus niet automatisch de trad status toegekend.
Examen
Om de trad status te verkrijgen heb je toekenning van een bevoegde instructeur nodig. Met deze toekenning geeft een instructeur aan dat hij of zij het vertrouwen heeft dat je in staat bent om veilig zelfstandig buiten trad te klimmen. Deze beoordeling wordt gedaan door één of meerdere bevoegde instructeurs over de loop van één of meerdere weekenden. Soms krijg je na de cursus advies om meer te oefenen en tijdens een ander weekend examen te doen. We hebben de ambitie om – naast de cursus – meer weekenden te organiseren waar traditioneel geklommen kan worden en examen gedaan kan worden.
Vervolg
Na het succesvol afronden van het examen kun je een klimvaardigheidsbewijs van de NKBV aanvragen door een mail te sturen naar de Opleidingscommissie (opleiding@asac.nl). Als Tradklimmer mag je, binnen ASAC verband, zelfstandig klimmen in gebieden die niet of slecht behaakt zijn, zoals Ettringen, Ith en sommige delen van de Calanques. Nadat je trad hebt behaald kun je nog meer leren! Je kunt alpiene cursussen doen, omprachtige touren in de alpen te doen. Daarnaast kan je ook kliminstructeur worden. Lijkt het je leuk om instructeur te worden? kijk dan eens op rond op https://asac.nl/instructeur/.
Dit heb je nodig voor aanvang van de cursus:
Klimgordel en klimschoenen.
Zekerapparaat met ruimte voor twee strengen touw (ATC).
5 schroef karabiners (waarvan minimaal 1 HMS, 1 safebiner en het is aan te raden om 3 iets kleinere karabiners aan te schaffen)
3 prusiktouwtjes, dikte 5-6 mm, 1×1 meter, 2×5 meter
3 Slinges (1x 60 cm, 1x 120 cm, 1 x 240 cm), bij voorkeur een dyneema slinge (circa 8mm dik).
Zelfzekering, hiervoor zijn vele opties.
Minimaal 6 setjes (samen met een klimpartner heb je dan 12 setjes).
Aanbevolen (kan tijdens de cursus van de ASAC geleend worden):
Klimhelm
Klimtouw
Set cams (middenmaten 0,5 tot 2)
Set nuts
Extra slinges (en extra 120cm en 60cm is een mooi begin)
Verlengbare (alpiene) setjes (twee verlengde setjes is een mooi begin)
Voor meer informatie over deze materialen zie de OVS en OVM syllabus
Het plaatsen van protectie is een fundamenteel aspect van het trad klimmen. Het belangrijkste verschil met sportklimmen is dat de voorklimmer tijdens het klimmen geen haken meer heeft om tussenzekeringen op te maken, maar zelf protectie/ mobiele tussen
zekeringen moet plaatsen om zekerpunten te maken tijdens het klimmen.
Vooruitgang in de klimtechnologie en de soorten van mobiele zekeringen die beschikbaar zijn hebben de veiligheid van het trad klimmen aanzienlijk verhoogd. De mogelijkheden om routes te klimmen die voorheen als gevaarlijk werden beschouwd zijn enorm uitgebreid. De protectie is sterker en betrouwbaarder geworden. Hoewel het (trad) klimmen nooit risico-vrij is, heeft het in de afgelopen decennia een flinke ontwikkeling doorgemaakt en is dit onderdeel niet langer alleen geschikt voor waaghalzen en durfallen. Het trad klimmen vergt andere vaardigheden dan klimmen met (voldoende) vaste haken.
Als we het hebben over ‘mobiele zekeringen’ of ‘eigen protectie, dan bedoelen we daarmee dat je zelf materiaal mee neemt waarmee je de route veilig af kan zekeren. Deze mobiele zekeringen kunnen vervolgens weer uit de rots verwijderd worden en gebruikt worden om andere routes te klimmen. Hierna zullen we een aantal van deze mobiele zekeringen behandelen, omdat elke mobiele zekering zijn eigen gebruiksaanwijzing heeft.
Wat altijd van belang is bij het plaatsen van mobiele zekeringen
Voldoende contactoppervlak met de rots
Juiste maat mobiele zekering
Juiste belastingsrichting
Kwaliteit van de rots
Nuts, ook wel klemblokjes genoemd, zijn verkrijgbaar in allerlei maten en vormen en horen bij de basisuitrusting van een tradklimmer. Aan de nut is een stijf staaldraad bevestigd, waaraan je vervolgens een setje kunt klikken.
Een nut doet van zichzelf eigenlijk niets, het is een passieve zekering. Het moet tussen de rots geklemd worden, waardoor het blijft zitten. Om te zorgen dat een nut bij belasting (val) blijft zitten, dient deze in een taps toelopende spleet geplaatst moet worden. Als de nut wordt belast, wordt hij dieper (en vaster) in de spleet getrokken. Een goed geplaatste nut maakt met beide kanten zo veel mogelijk oppervlak contact met de rots.
Nette nutplaatsingen
Kiezen, plaatsen & controleren van de nut
Er is een ruime keuze aan maten en soorten nuts. De maat van de bepaalt hoeveel kracht de nut maximaal kan houden. Deze maximale kracht geldt alleen bij een goed geplaatste nut en staat vermeld op je nut. Is de nut niet goed geplaatst, dan wordt de belasting die hij aan kan een stuk lager. De kleinste nuts zijn niet geschikt om een val te houden, deze kunnen alleen met lichaamsgewicht worden belast. Zorg dus van tevoren dat je goed weet welk materiaal je kiest in elke situatie.
Hoe kies, plaats & controleer je de juiste nut?
Kijk naar de spleet en de nuts, maak een inschatting voor de maat die je nodig hebt en plaats de nut in de rots.
Check of beide zijden van de nut goed contact maken met de rots.
Klip je setje in de nut. Vervolgens geef je aan het setje een ruk in de richting waarop hij belast wordt bij een val. Hierdoor trek je de nut vast op zijn plek, zodat deze niet verplaatst als je hem loslaat. Tevens test je hiermee of de nut goed vast zit. Let hierbij wel goed op dat je zelf goed in balans staat, zodat je wel blijft staan indien de nut niet blijft zitten.
Als de nut goed zit, bevestig je een setje en je touw en kun je verder klimmen.
Nuances bij het plaatsen van nuts
Je zult merken dat er in sommige gevallen meerdere nuts passen, in dat geval kun je bij je keuze de volgende overwegingen meenemen:
Grotere nuts maken meer oppervlak contact met de rots, dus ze hebben minder kans om door de rots heen getrokken te worden.
Kleine nuts kunnen misschien net wat beter passen waardoor ze goed worden vastgetrokken in de spleet.
Kleinere nuts hebben ook een dunner staaldraad. Hoe dunner het staaldraad, hoe minder kN de plaatsing kan houden.
Welke zekeringen verwacht je in de rest van de route nog nodig te hebben.
Het verwijderen van nuts
Vergeet niet, dat wat in de rots gaat, komt er ook uit. Neem rustig je tijd om een goed vastzittende nut te verwijderen. Hier een korte toelichting op het verwijderen van de protectie. Met name wanneer er in de nut is gevallen, kan dit nog een lastige klus zijn.
Zorg er eerst voor dat je het touw losklipt.
Beweeg de nut in de tegenovergestelde richting waarin de nut is geplaatst (waar meer ruimte in de spleet is).
In de meeste gevallen is het voldoende om tegen de nut te duwen of een rukje aan het setje te geven, maar niet altijd. Pak dan je nuttenfrutter. Hiermee kun je lichtjes tegen de nut aantikken om hem in beweging te krijgen. Doe dit rustig en kijk goed welke richting je de nut wilt bewegen. Voorkom in ieder geval dat je hem dieper in de spleet duwt.
Als de nut niet los wilt, vraag dan om een blok zodat je beide handen vrij hebt. Geduld en goed kijken zijn de sleutelwoorden, hard duwen of trekken is meestal niet de oplossing.
LET OP: Soms kom je in routes nutjes tegen die je voorganger heeft achter gelaten. Wees hier kritisch op, ouder materiaal kan corroderen en daardoor niet meer bruikbaar zijn. Is het echter nog mooi materiaal en kun jij hem wel uit de rots verwijderen, dan kun je hem toevoegen aan je collectie.
Nutplaatsingen (bron: VDiffClimbing)
Een creatieve nutplaatsing in een holle spleet
Filmpje: plaatsen van nuts
Filmpje: verwijderen van nuts
De Spring Loaded Camming Device, kortweg cam genoemd, is ook een mobiele zekering die verkrijgbaar is in verschillende maten en ook verschillende merken. De cam bestaat uit vier bladen die zich vastklemmen in de rots. De voorloper van de cam, de ‘friend’, wordt tegenwoordig niet meer veel verkocht. In tegenstelling tot de nut zijn cams actieve zekeringen, dit betekent dat zij zichzelf vastklemmen.
Cams kunnen worden geplaatst in (evenwijdige) verticale en horizontale spleten, maar ook in pockets. Het grote voordeel van cams ten opzichte van een passieve zekering (zoals een nut) is dat je ze kunt plaatsen in een spleet waarin ze niet worden tegen gehouden door het natuurlijke verloop van de rots, maar dat ze zichzelf vastklemmen. Ook past één maat in meerdere maten spleten.
De cam wordt geplaatst doordat je eerst de bladen van de cam intrekt. Vervolgens plaats je hem in de spleet. Op het moment dat je de cam loslaat, klemt hij zichzelf vast in de rots. Op het moment dat je zou vallen in de cam, zetten de bladen van de cam zich nog wijder uit, waardoor deze zich nog vastklemt in de rots.
Kiezen, plaatsen & controleren van de cam
Er is een ruime keuze aan maten cams. De maat van de cam bepaalt hoeveel kracht de cam maximaal kan houden. Zo kunnen de microcams beduidend minder kracht aan dan grotere cams (soms minder dan 10 kN), ook laten zij minder ruimte voor fouten. Wanneer kleine stukjes rots uitbreken kunnen deze microcams dan ook sneller uitbreken. Bij twijfel kun je ervoor kiezen om meerdere zekeringen aan te brengen.
Bij een cam is het kiezen van het juiste formaat van groot belang. Op onderstaande afbeelding zie je de gele cam in drie verschillende posities:
De eerste positie is een voorbeeld van een goed geplaatste cam.
Op het tweede plaatje is de cam te nauw geplaatst, op deze manier moet je goed je best doen om de cam überhaupt in de spleet te plaatsen. Als je hem toch in de spleet hebt geplaatst, dan zal hij heel moeilijk te verwijderen zijn. Dit is de manier waarop veel cams achter blijven in de rots.
De laatste afbeelding laat een cam zien die te wijd is geplaatst. Bij zachte rots heb je kans dat er een klein stukje afbreekt en de cam opeens echt te klein is geworden. Ook is het risico bij deze cam erg groot dat hij zichzelf verplaatst (lopen) als jij verder klimt. Zo kan hij zo diep in de spleet lopen dat je er niet meer bij kan of, nog erger, dat hij zich verplaatst naar een stuk spleet waar hij zichzelf niet meer kan vastklemmen.
Links: cam goed geplaatst, midden: cam is te groot voor deze spleet, rechts: cam is te klein voor deze spleet. Je plaatst een cam door de bladen in te trekken, de cam in de speelt te positioneren en de bladen lost te laten.
Bij een goede cam plaatsing:
maken de vier bladen van de cam goed contact met de rots
zijn alle vier de bladen even ver ingeknepen
cam ligt niet te oppervlakkig
de steel van de cam wijst bij voorkeur in de richting waarin hij belast gaat worden. Moderne cams hebben echter vaak een flexibele steel, waardoor deze makkelijker kan meebewegen en zelfs in horizontale spleten goed blijven werken.
Cams controleren
Je kunt een cam op twee manieren controleren:
Controleer de cam door aan de cam te trekken. Kijk goed wat de bladen van de cam doen. Als één of meerdere bladen bewegen, dan kun je beter kijken of je hem niet ergens anders kan plaatsen.
Beweeg de steel een klein beetje op en neer te en kijken of de cam makkelijk gaat ‘lopen’. De reden waarom cams soms falen is vaak gelegen in het feit dat de cams gaan lopen. Door de beweging van het touw van de klimmer, wordt de steel van de cam lichtjes heen er weer bewogen, waardoor hij van zijn oorspronkelijke plaats weg loopt. Als een spleet mooi parallel is en de cam op alle plaatsen er omheen nog steeds goed zit, is dit niet heel erg, maar in de volgende gevallen kan het gevaarlijk zijn. Een cam die loopt richting een nauwer deel van de spleet kan zo vast komen te zitten. Een cam die loopt naar een breder deel van de spleet kan op deze manier loskomen en is vervolgens onbruikbaar. Kijk daarom goed naar de precieze locatie van de cam, zodat hij minder snel gaat lopen. Een maat groter is vaak een goede optie om het lopen tegen te gaan. Ook het verlengen van setjes kan voorkomen dat een cam gaat lopen.
Belastingsrichting
Anders dan een nut, kan een cam op verschillende manieren worden belast, maar zal hij hierbij wel kunnen verplaatsen. Op het moment dat een cam die geplaatst is met de steel naar beneden, naar boven wordt belast, dan wordt de steel naar boven getrokken. Dit zal normaal gesproken betekenen dat de cam wel blijft zitten, maar zich zal omdraaien in de spleet. Als de spleet hiervoor niet geschikt is (bijvoorbeeld omdat hij sterk wisselt in vorm), dan kan de cam op die manier loskomen.
Verwijderen van cams
Cams die keurig op hun plek zijn blijven zitten, zijn doorgaans eenvoudig te verwijderen door de bladen van de cam samen te trekken. Is de cam echter gaan lopen, dan kan het nog wel eens een lastige klus worden. Neem hiervoor je tijd en kijk desnoods of je de bladen om en om kan laten bewegen (eventueel met behulp van de nuttenfrutter).
Filmpje - hoe een cam te plaatsen
Verlengen van diepe plaatsingen voor goed touwverloop
Naast de mobiele zekeringen die je zelf mee kan nemen, biedt de natuur ook veel natuurlijke zekerpunten waar je gebruik van kan maken. Hiervoor hoef je alleen slinges en setjes mee te nemen. Bij natuurlijke zekerpunten kun je denken aan rotsblokken, rotspuntjes, zandlopers in de rots en bomen. Door om deze punten een slinge te leggen en vervolgens een setje te bevestigen, heb je een goede tussenzekering.
Let er bij rotspuntjes wel op dat, wanneer je verder klimt, de slinge niet van de rots wordt afgetrokken. Voor zandlopers in de rots geldt dat ze voldoende dik moeten zijn. Hierbij is de sterkte van de rots van groot belang, in graniet is een kleine zandloper al snel sterk genoeg, terwijl je in zandsteen op zoek moet naar een flink dikke zandloper. Voor een goede tussenzekering kun je als vuistregel aanhouden dat deze minimaal de dikte van je onderarm moet zijn. Bij gebruik van een boom is het belangrijk dat deze nog leeft en ook dat hij voldoende dikte heeft, reken hier op minimaal bovenbeen dikte.
Links: een flinke zandloper die geschikt is als tussenzekering of voor in je standplaats, rechts: deze zandloper is prima om met alleen lichaamsgewicht te belasten, maar bij een flinke val heb je kans dat hij uit zal breken.
Belastingsrichting bij natuurlijke zekeringen
Qua belastingsrichting geldt dat een zandloper in principe alle kanten op belastbaar is. Bij een rotspuntje is dat normaal gesproken niet het geval, deze zal alleen naar beneden of soms opzij belastbaar zijn. Bij een boom hangt dit helemaal af de boom zelf. Als je een boom gebruikt, denk dan goed na op welke wijze je de boom gaat belasten. Hoe dichter bij de wortels, hoe minder hefboom op de boom, hoe beter.
Sling om een vastgewrikt rotsblok
Behalve de nuts, cams en natuurlijke zekeringen zijn er nog vele alternatieve en varianten aan zekeringen verkrijgbaar. We hebben er echter voor gekozen in de syllabus ons te beperken omdat de nuts, cams en natuurlijke zekeringen tijdens de cursus aan bod zullen komen. Als je ervoor kiest zekeringen te gebruiken die niet tijdens de cursus aan bod komen, zorg dan dat je je goed laat informeren waar de zekering voor bedoeld is en hoe deze gebruikt moet worden. Hieronder nog een tweetal filmpjes van de hex en de tricam.
Hexen
Een hex is zekering die wel wat weg heeft van een nut. Alleen doordat de hex 6 hoeken heeft betekent dit dat hij op verschillende manieren geplaatst kan worden. Ook kan hij als actieve zekering worden geplaatst.
Tricams
Een tricam kan als nut worden gebruikt, maar vind zijn meerwaarde vooral bij holtes in de rots en verticale spleten. Daar kan de tricam actief geplaatst worden.
Esoterische mobiele zekeringsmaterialen
Je hebt ook nog een hoop andere (soort) mobiele zekeringsmaterialen, zoals big bro's en ballnuts. Check ook nuts museum. De AC Angel cam is ook heel cool.
Passieve tricam-plaatsing
Voorbeelden actieve hex-plaatsingen (bron: VDiffClimbing)
Voorbeelden passieve hex-plaatsing
Horizontale actieve tricam-plaatsing
Filmpje - hoe een hex te plaatsen
Filmpje - hoe een tricam te plaatsen
In de vorige paragrafen is het belang van de belastingsrichting van je mobiele zekeringen al kort genoemd. De richting waarop een mobiele zekering kan worden belast is beperkt. Het is belangrijk hierbij rekening te houden als je gaat klimmen. Bij een normale val zal deze richting niet alleen naar beneden zijn, maar ook een stukje naar achter. De precieze richting hangt af van:
Hoe je valt
Steilte van de route
Hoe hoog je boven de plaatsing valt
Om er zeker van te zijn dat je plaatsing houdt is het dus belangrijk dat deze niet alleen naar beneden belastbaar is, maar ook naar buiten. Als vuistregel kun je aanhouden dat de zekering in een hoek van 20 graden wordt geplaatst
Bijzondere situaties
Let extra op als je in een bijzondere situatie bent, zoals een traverse of bij het zekeren vanaf de standplaats. Kies, indien nodig voor een zekering die meerdere kanten op belastbaar is, zoals een camelot of een natuurlijke zekering.
Ritssluitingeffect
Een bijzonder geval is de eerste zekering in de keten. Deze zekering kan opzij en naar boven worden belast wanneer er een val wordt gemaakt in een van de volgende zekeringen. Gebruik bijvoorbeeld een goede camplaatsing of een zandloper, of maak gebruik van een opgespannen nut zoals in de afbeelding rechts.
Het is van groot belang hier rekening mee te houden, gezien het risico op het ‘ritssluitingeffect’. Doordat bij een val het touw strak komt te staan, kan het touw dat van de zekeraar naar de eerste zekering loopt de zekering verkeerd belasten, zodat deze zekering wordt losgetrokken. Meerdere zekeringen kunnen zo achter elkaar eruit worden getrokken, zodat je volledig afhankelijk wordt van je bovenste zekering. Zorg dus dat je eerste zekering in meerdere richtingen belast kan worden.
Multi-directioneel belastbare nutplaatsing om ritssluitingseffect te voorkomen (bron: Alpinesavvy)
Filmpje van een multidirectionele nut plaatsing
Denk eraan dat voor alle typen mobiele zekeringen geldt dat ze slechts zo sterk zijn als de rots waarin ze zijn geplaatst. Controleer dus altijd de kwaliteit van het gesteente: klop erop om te horen of het hol klinkt, voel en luister of de rots vast zit. Slecht geplaatste zekeringen of zekeringen in slechte rots hebben bar weinig nut en de laatste geven ook nog eens risico op steenslag.
Let bij je plaatsing dus niet alleen op de vorm van de rots, maar let ook op de kwaliteit van de rots. Pas op bij plaatsingen bij een dunne flake (rots schub) of een los rotsblok. Maar ook spleten met los gruis of mos kunnen ervoor zorgen dat je plaatsing niet zo ideaal is als je misschien in eerste instantie dacht. Indien nodig, kun je kijken of je loszittend vuil met je hand kan verwijderen. Ook natte/gladde rots kan ervoor zorgen dat je mobiele zekering niet goed blijft zitten, wees hierop dus alert.
Het type rots kan ook uitmaken voor de kwaliteit van je plaatsing. Bij zandsteen (Elbsandstein) kunnen mobiele zekeringen die doorgaans worden gebruikt (cams en nuts) eenvoudig uitbreken, doordat de rots te zacht is voor de harde materialen. Zorg daarom dat je van tevoren voldoende informatie hebt over het gebied waar je gaat klimmen. Elk klimgebied heeft zijn eigen risico’s en beperkingen, de topo geeft hier vaak meer informatie over.
Beoordeling van de rots op macro-, meso- en microniveau
Macro: hoe is de rotskwaliteit over de hele route? Waar zitten de plaatsingen? Waar zitten de rustpunten en waar zit een eventuele crux? Is de route over de hele lengte in dezelfde stijl kwa plaatsingen?
Meso: hoe is de rotskwaliteit op de plek waar je nu klimt? Zijn er bijvoorbeeld losse rotsblokken in de buurt?
Micro: hoe is de rotskwaliteit op de plek waar je wil plaatsen en is de rotsvorm geschikt voor de mobiele zekering die je wil plaatsen?
Een creatieve nut-plaatsing om de belastingsrichting van de rotspuntzekering te verbeteren (bron: VDiffClimbing)
Let op gladde spleten in Ettringen
In Ettringen kunnen zelfs goed geplaatste cams bij een val uit de spleet worden getrokken, omdat glad basalt en een vochtige patinalaag van mineralen, algen en korstmossen weinig wrijving bieden, vooral in Finsterlay, Schwarzer Zirkel en Dornental. Klim daarom alleen op droge rots, controleer op gele of groengele aanslag en vochtige, gitzwarte spleten, plaats cams op ruwe plekken boven vernauwingen en gebruik waar mogelijk nuts en dubbele of driedubbele zekeringen. Houd daarnaast rekening met losse rots en ongunstig geplaatste haken, vertrouw nooit blind op één zekering en lees vooraf de topo en actuele informatie op klettern-ettringen.de); Lees hier een uitgebreid artikel van de NKBV over gladde spleten in Ettringen).
Filmpje - gladde spleten in Ettringen
Er zijn een aantal tips die het Trad klimmen veiliger en sneller maken.
Routeverloop
Met trad voorklimmen klim je niet altijd in een mooie, rechte lijn zoals je bij behaakte routes gewend bent. Het is belangrijk om een goed routeverloop te behouden, zodat de mobiele zekeringen op de juiste manier belast worden. Er zijn twee dingen die hierbij helpen:
Gebruik flexibele en eventueel verlengbare slinges tijdens Korte en/of starre (sportklim-)setjes kunnen, door bewegingen van het touw en doordat zekerpunten niet altijd in een rechte lijn liggen, ervoor zorgen dat mobiele zekeringen verplaatsen of verkeerd worden belast.
Maak gebruik van dubbeltouw. Omdat je tijdens het trad klimmen met zekeringen werkt die minder kracht aankunnen dan een boorhaak, is het gebruik van een dubbeltouw een goede methode om de krachten te verdelen en zo je tussenzekeringen bij een val minder te belasten. In de OVM syllabus staat het gebruik van dubbel touw uitgelegd mocht je opfrissing nodig hebben.
Routeplanning en tactiek
Bij trad klimmen komt nog een extra stukje routeplanning en tactiek kijken. Allereerst voorbereiding (de topo geeft vaak al veel informatie!):
Bekijk het routeverloop
Bedenk hoeveel zekeringen je wilt gaan plaatsen en welke maten je daarvoor nodig hebt (en heb je er genoeg); houdt ook rekening met dat je misschien nog een standplaats moet bouwen
Zijn er lastige passages en hoe kun je deze het beste afzekeren?
Waar kun je de tijd nemen om de route af te zekeren en waar moet je doorklimmen?
De voorbereiding en je tactiek tijdens het klimmen is bij trad routes essentieel om de route veilig uit te klimmen. Soms is het niet mogelijk in bepaalde delen van de routes iets te plaatsen, waardoor grote vallen mogelijk zijn. Het is dan wel fijn dat daaronder één of meerdere goede zekeringen liggen om deze val te houden. Ook wanneer je alleen kleine maten kunt plaatsen of wanneer de zekering maar matig ligt, dan kun je het beste twee (of meer) zekeringen vlak bij elkaar plaatsen.
Gordelmanagement
Bij het trad klimmen valt veel winst te behalen bij goed gordelmanagement. Als je een route klimt waarbij de zekeringen voornamelijk bestaan uit mobiele zekeringen, dan wil je deze snel bij de hand hebben en ook vlot de juiste maat kunnen vinden.
Hoe je de gordel uiteindelijk inricht, is een kwestie van persoonlijke voorkeur, maar denk er wel over na en kijk ook hoe anderen dit aanpakken. Zodat je, terwijl je in een lastig stuk van de route hangt, snel bij de juiste zekering kan.
Tips voor beter routeverloop (bron: VDiffClimbing)
In hoofdstuk 3 hebben we het gehad over het plaatsen van mobiele zekeringen en daarbij lag de focus op enkele lengtes. Het is natuurlijk ook mogelijk om te multipitchen op mobiele zekeringen, daarbij zijn standplaatsen van groot belang.
Standplaatsbouw bij trad klimmen vergt meer kennis en kunde omdat dat standplaatsen doorgaans niet zijn ingericht met twee vaste boorhaken. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de verschillende aspecten die komen kijken bij standplaatsbouw in slecht of niet behaakt terrein. Houdt bij het lezen in gedachten dat je altijd hebt te maken met verschillende keuzes. Dit document is een goede theoretische basis, maar er zijn nog veel meer opties. Probeer jezelf te blijven ontwikkelen, verdiepen en eigen overwegingen en keuzes te maken.
Standplaats op afgebonden krachtendriehoek
Vanuit het single- en multipitchen op behaakte routes ben je gewend om een rijverankering te maken (zie de OVM-syllabus). Uitgangspunt bij ASAC is dat we een rijverankering maken bij standplaatsen met één of meer vaste punten (haken) in de muur. Bij mobiele zekeringen en twijfelachtige vaste punten maken we gebruik van afgebonden krachtendriehoeken. Zie de afbeeldingen rechts voor voorbeelden.
Een standplaats op krachtendriehoek binden we altijd af met ofwel een zaksteek (overhandse knoop) of met een ankersteek (girth hitch). Een ankersteek is makkelijker te ontknopen na gebruik en de belastingsrichting is makkelijker aan te passen dan bij een zaksteek. Je gebruikt een karabiner als centraal punt. Een zaksteek heeft als voordeel dat de lus die onder de zaksteek ontstaat als centraal punt gebruikt kan worden.
10-puntenregel
Beoordeel je plaatsingen met een nummer van 1 tot 5 (1: slecht / mentale plaatsing; 5: bomber / absoluut te vertrouwen). Gebruik minimaal twee plaatsingen en maximaal vijf plaatsingen. Zorg dat je standplaats ten minste samen 10 punten waard is.
Gebruik van beveiligde karabiners bij standplaatsen op mobiele zekeringen
Vanuit het single- en multipitchen op behaakte routes ben je gewend om altijd gebruik te maken van schroefkarabiners of andere soorten beveiligde karabiners voor standplaatsen. In de praktijk zal je tijdens het tradklimmen niet altijd gebruik (kunnen) maken van beveiligde karabiners bij standplaatsen. Het blijft echter een 'best practice' om ook voor trad standplaatsen gebruik te maken van beveiligde karabiners, zeker bij standplaatsen die bestaan uit minder dan drie punten.
Hoeken in een krachtendriehoek
Het is ook heel erg belangrijk dat de hoeken tussen de plaatsingen niet te groot zijn. Grotere hoeken zorgen namelijk voor onnodige toenname van krachten op de plaatsingen. Gebruik zo veel mogelijk kleine hoeken. In het onderstaande plaatje is weergegeven dat een grotere hoek een effect heeft op de belasting .
Afgebonden krachtendriehoek op ankersteek. De linkerhoek van de opstelling is oké, maar aan grote kant. Grotere hoeken dan dit zijn af te raden. (bron: Alpinesavvy)
Belastingsrichting en opspannen
Het is heel erg belangrijk dat de krachtendriehoek wordt afgestemd op de belastingsrichting (waar de naklimmer vandaan komt). Daarmee voorkom je ongelijke belasting van de plaatsingen en het één voor één uitpoppen van de plaatsingen.
Het kan zijn dat je standplaats zowel naar boven als naar beneden belast moet kunnen worden, bijvoorbeeld in een multipitch-situatie waarbij je zowel nazekert als voorklimzekert. In dat geval voeg je, aanvullend op je lichaamsgewicht, een plaatsing toe waardoor het anker ook met kracht van boven belast kan worden. Deze plaatsing wordt opgespannen naar het centrale punt in het anker met een cord, sling of het klimtouw.
Het is handig om na te denken over de belastingsrichting van de standplaats (bron: VDiffClimbing)
Uitgebreide krachtendriehoek
Moeten meer dan drie vaste punten via de krachtendriehoekmethode verbonden worden, dan kun je een speciale standplaatsslinge/cordelette gebruiken (Duits: Kraxe = inktvis, Amerika: cordelette). Neem een 240 cm sling of knoop van te voren een Dyneema- of Kevlar hulptouw (zie afbeelding rechts) en neem deze mee. Het lusje wordt weer in het onderste vaste punt gehangen en elke streng wordt met een mastworp met de bovenste punten verbonden.
Op deze manier kunnen tot pak ’m beet vier tot vijf punten snel en effectief verbonden worden.
Een voorbeeld van het gebruik van een cordelette om een uitgebreide afgebonden krachtendriehoek te maken met ankersteek (bron: Georg Sojer / Chris Semmel / VDBS)
Bomen of rotsen als standplaats
Bij tradklimmen kunnen bomen of stevige rotspunten als standplaats worden gebruikt. Kies altijd een levende, gezonde boom met een voldoende dikke stam en controleer de wortels en de bodem op stabiliteit. Leg een brede bandsling zo laag mogelijk rond de stam om beschadiging en hefboomwerking te beperken. Bij rotspunten is het belangrijk dat het rotsblok volledig vastzit, niet hol klinkt en geen scherpe randen heeft die het materiaal kunnen beschadigen.
Bij spleetklimmen volg je een spleet in de rots. De breedte van zo’n spleet kan sterk verschillen. Sommige spleten zijn alleen breed genoeg voor je vingers. In andere passen je hand, vuist, arm, voet of zelfs je hele lichaam. Veel traditionele klimroutes lopen langs spleten. Een spleet vormt vaak een duidelijke en goed te volgen weg door de rotswand. Je kunt er meestal ook mobiele zekeringsmiddelen in plaatsen.
De belangrijkste techniek bij spleetklimmen heet jamming, oftewel inklemmen. Je steekt een lichaamsdeel in de spleet en klemt het tegen beide kanten vast. Door de druk en wrijving blijft je hand, voet of ander lichaamsdeel zitten. Zo kun je jezelf omhoogtrekken of -duwen. Welke techniek je precies gebruikt, hangt af van de breedte en richting van de spleet. Je kunt je vingers, hand, vuist, arm, schouder, tenen, voet of been gebruiken. In een smalle spleet klem je bijvoorbeeld je vingers vast. In een iets bredere spleet gebruik je een platte hand (paddle-jam). Als de spleet nog breder is, maak je een reguliere handjam of een vuist (fistjam). Soms is een spleet te breed om je met één hand of arm vast te klemmen. Dan kun je beide handen in de spleet plaatsen en tegen elkaar drukken. Deze techniek heet stacking. Je kunt bijvoorbeeld een vuist en een platte hand tegen elkaar plaatsen.
Om de verschillende soorten spleten te onderscheiden, wordt doorgaans een indeling gebruikt op basis van hun breedte ten opzichte van onze lichaamsdelen. De Engelse benamingen zijn binnen de klimwereld het meest gangbaar.
Vingerspleten (finger cracks) zijn net breed genoeg om een deel van je vinger of je volledige vinger in te klemmen. Klimmers met kleine handen en dunne vingers zijn hierbij vaak in het voordeel.
Brede vingerspleten (thin hands) zijn breder dan vingerspleten, maar niet breed genoeg om je volledige hand in te plaatsen. In dit geval gebruik je zogenaamde paddle-jams.
Handspleten (hand cracks) zijn breed genoeg voor je volledige hand. Afhankelijk van de precieze breedte kun je een vlakke hand inklemmen, de handpalm opspannen door je duim naar binnen te bewegen of een vuistklem gebruiken.
Zeer brede spleten (off-widths) zijn breder dan handspleten, maar niet breed genoeg om je volledige lichaam erin te plaatsen. Het beklimmen ervan vraagt vaak om bewegingen die fysiek zwaar, onhandig of ongemakkelijk zijn. Hierbij kunnen bijvoorbeeld een arm, elleboog, knie of been worden ingeklemd.
Schoorstenen (chimneys) zijn breed genoeg om je volledige lichaam in de spleet te plaatsen. Afhankelijk van de afstand tussen de twee rotswanden zijn verschillende klimtechnieken mogelijk.
De wanden van een spleet lopen zelden over de volledige lengte evenwijdig aan elkaar. De spleet kan smaller of breder worden, waardoor je binnen een klimlengte van amper tien tot twintig meter soms verschillende klemtechnieken moet gebruiken. Zelfs wanneer een spleet vrij gelijkmatig van breedte is, kan iedere klimmer een andere aanpak nodig hebben. Wat voor de ene klimmer een handspleet is, kan voor een grotere klimmer bijvoorbeeld een brede vingerspleet zijn.
Je kunt deze technieken onder meer oefenen in Ettringen-Mayen in Duitsland, de Furkaregio in Zwitserland of Valle dell’Orco in Italië. Overweeg ook het gebruik van spleetklimhandschoenen. Die beschermen de handrug en zorgen voor extra grip bij het inklemmen van de handen.
En nee, als je valt met een vinger-, hand- of voetverklemming blijf je niet in de rots vast zitten. Je komt er gewoon normaal uit. Tenminste, meestal :)
Diverse crack technieken (bron: VDiffClimbing)
Piazzen
Een andere techniek is piazzen. Daarbij houd je de spleet met beide handen vast en laat je je lichaam naar achteren hangen. Met je voeten duw je tegen de rotswand. De trekkracht van je handen en de druk van je voeten houden elkaar in evenwicht. Door je handen en voeten steeds hoger te plaatsen, klim je stap voor stap omhoog.
Schoorstenen (chimneys)
In klassieke klimroutes in de Alpen kom je vaak hoeken en schoorsteenvormige spleten tegen. Zo’n spleet wordt ook wel een chimney genoemd. Om erin omhoog te klimmen, gebruik je verschillende rotswanden tegelijk. Je zet je handen, voeten, benen of rug tegen de wanden en duwt jezelf omhoog. Schoorstenen en hoeken vormen daar vaak de makkelijkste en meest logische weg door een steile wand.
Bij deze techniek duw je tegen twee tegenover elkaar liggende rotswanden. Hoe je dat doet, hangt af van de afstand tussen de wanden. In een smalle schoorsteen kun je je hele lichaam vastklemmen. In een brede schoorsteen zet je je benen en armen verder uit elkaar. Je beweegt omhoog door steeds één lichaamsdeel te ontlasten en hoger te plaatsen. Daarna duw je jezelf opnieuw vast tussen de wanden. Zo verplaats je afwisselend je handen, voeten, benen of rug. Op die manier win je telkens een beetje hoogte. In het Engels heet deze techniek stemming.
Klimmen in een schoorsteen kan lastig zijn. Het is soms moeilijk om goede zekeringen te plaatsen. Bovendien blijven schoorstenen na regen vaak langer nat. Er kan ook mos of vuil in zitten. Daarom vormt een schoorsteen soms het moeilijkste deel van een klimroute. In een smalle schoorsteen kan het nodig zijn om zonder rugzak te klimmen.
Voettechniek bij cracks. Zet je voet zijwaarts in de spleet en draai vervolgens je knie naar binnen om je voet vast te klemmen (bron: climbing.com)
Diverse chimney en off-width technieken. Beneden: stemming, rechts: chicken wing en arm bar.
1. Welke vier factoren zijn altijd belangrijk bij het plaatsen van mobiele zekeringen?
A. Gewicht, kleur, prijs en merk
B. Contactoppervlak, juiste maat, belastingsrichting en rotskwaliteit
C. Lengte, flexibiliteit, ouderdom en kleur
D. Routegraad, klimtempo, touwdiameter en weersverwachting
2. Waarom is een nut een passieve zekering?
A. Een nut mag niet bij een val worden belast
B. Een nut heeft geen bewegende delen die zichzelf tegen de rots drukken
C. Een nut wordt uitsluitend voor standplaatsen gebruikt
D. Een nut werkt alleen in horizontale spleten
3. Waar wordt een nut bij voorkeur geplaatst?
A. In een naar beneden toe breder wordende spleet
B. In een volledig parallelle spleet
C. In een taps toelopende spleet
D. Op een gladde, vlakke rotswand
4. Welke uitspraak over kleine nuts is juist?
A. Iedere kleine nut kan zonder meer een grote val houden
B. Kleinere nuts hebben meestal dikker staaldraad
C. De kleinste nuts kunnen soms alleen met lichaamsgewicht worden belast
D. Kleinere nuts zijn altijd sterker dan grotere nuts
5. Wat doe je als een vastzittende nut niet eenvoudig loskomt?
A. Zo hard mogelijk aan het staaldraad trekken
B. De nut verder de spleet in slaan
C. Rustig kijken in welke richting meer ruimte is en eventueel een nuttenfrutter gebruiken
D. De nut altijd achterlaten
6. Waarom wordt een cam een actieve zekering genoemd?
A. De cam beweegt tijdens een val altijd door de spleet
B. De cam klemt zichzelf door zijn veermechanisme tegen de rots
C. De cam kan alleen door de voorklimmer worden verwijderd
D. De cam wordt actief door de zekeraar bediend
7. Wat kan er gebeuren als een cam te nauw wordt geplaatst?
A. Hij kan gemakkelijk uit de spleet lopen
B. Hij wordt minder sterk omdat de bladen volledig openstaan
C. Hij kan zeer moeilijk te verwijderen zijn
D. Hij kan alleen naar boven worden belast
8. Wat is een belangrijk risico van een te wijd geplaatste cam?
A. De cam kan lopen of loskomen wanneer de spleet breder wordt
B. De cam kan niet worden ingeklipt
C. De cam verandert in een passieve zekering
D. De steel kan niet meer bewegen
9. Welke eigenschap hoort bij een goed geplaatste cam?
A. Slechts twee bladen maken contact met de rots
B. De vier bladen zijn ongeveer even ver ingeknepen
C. De cam ligt zo oppervlakkig mogelijk
D. De steel wijst altijd recht omhoog
10. Welke maatstaf noemt de syllabus voor een zandloper die als goede tussenzekering wordt gebruikt?
A. Minimaal zo dik als een vinger
B. Minimaal zo dik als een pols
C. Minimaal zo dik als een onderarm
D. Minimaal zo dik als een klimtouw
11. Welke boom is volgens de syllabus het meest geschikt als natuurlijke zekering?
A. Een dode boom met een dikke stam
B. Een levende boom van minimaal ongeveer bovenbeendikte
C. Iedere boom die hoger is dan de klimmer
D. Een dunne, flexibele boom met veel takken
12. Waarom leg je een slinge om een boom zo dicht mogelijk bij de wortels?
A. Om de slinge makkelijker terug te vinden
B. Om minder hefboomwerking op de boom te veroorzaken
C. Om het touw langer te maken
D. Om de boom naar boven te belasten
13. Welke natuurlijke zekering is in principe in meerdere richtingen belastbaar?
A. Een los rotsblok
B. Een rotspuntje
C. Een voldoende sterke zandloper
D. Een dunne, dode boom
14. Welke hoek noemt de syllabus als vuistregel voor de belastingsrichting van een mobiele zekering?
A. 5 graden
B. 20 graden
C. 45 graden
D. 90 graden
15. Wat wordt bedoeld met het ritssluitingeffect?
A. De rits van een materiaaltas gaat tijdens het klimmen open
B. Een cam loopt steeds dieper een spleet in
C. Zekeringen kunnen door verkeerde belasting achter elkaar uit de rots worden getrokken
D. Twee slinges raken met elkaar verstrengeld
16. Waarom moet vooral de eerste zekering multidirectioneel belastbaar zijn?
A. Deze zekering draagt altijd het volledige gewicht van de klimmer
B. Deze kan bij een val zijwaarts of naar boven worden belast
C. De eerste zekering wordt nooit verlengd
D. De eerste zekering wordt gebruikt als standplaats
17. Welke plaatsing is bij slechte rotskwaliteit betrouwbaar?
A. Een perfect geplaatste cam in een losse schub
B. Een grote nut in een los rotsblok
C. Geen van beide: een zekering is slechts zo sterk als de rots
D. Iedere plaatsing zolang deze met de hand getest is
18. Waarom moet je in Ettringen extra voorzichtig zijn met cams in sommige spleten?
A. Het basalt is altijd te zacht voor cams
B. Gladde, vochtige spleten en een patinalaag kunnen weinig wrijving bieden
C. Cams zijn in heel Ettringen verboden
D. In basalt kunnen uitsluitend bomen als zekering worden gebruikt
1. B
2. B
3. C
4. C
5. C
6. B
7. C
8. A
9. B
10. C
11. B
12. B
13. C
14. B
15. C
16. B
17. C
18. B
19. Een nut hoort met beide zijden zo veel mogelijk contact te maken met de rots.
20. Een cam die te groot is voor een spleet, kan gemakkelijk achterblijven omdat hij moeilijk te verwijderen is.
21. Als één blad van een cam bij het controleren beweegt, is de plaatsing altijd goed genoeg.
22. Het verlengen van een setje kan helpen voorkomen dat een cam gaat lopen.
23. Een rotspuntje kan normaal gesproken zonder controle in alle richtingen worden belast.
24. De sterkte van een zandloper is mede afhankelijk van het gesteentetype.
25. Een dode boom is geschikt zolang de stam maar dik genoeg is.
26. Een hol klinkend rotsblok is een waarschuwingssignaal.
27. Bij een traverse hoeft de belastingsrichting niet apart te worden beoordeeld.
28. Flexibele en verlengbare slinges kunnen de kans op verplaatsing of verkeerde belasting van mobiele zekeringen verkleinen.
29. De 10-puntenregel vereist minimaal twee en maximaal vijf plaatsingen.
30. Bij een krachtendriehoek zijn zo groot mogelijke hoeken tussen de plaatsingen wenselijk.
31. Een standplaats die zowel voor nazekeren als voorklimzekeren wordt gebruikt, kan ook tegen belasting van boven moeten worden beschermd.
32. Een handspleet heeft voor iedere klimmer precies dezelfde breedtecategorie.
33. Bij piazzen werken de trekkracht van de handen en de druk van de voeten samen.
1. Juist
2. Juist
3. Onjuist – zoek bij voorkeur een betere plaatsing.
4. Juist
5. Onjuist – een rotspuntje is meestal vooral naar beneden en soms opzij belastbaar.
6. Juist
7. Onjuist – de boom moet leven, gezond en stabiel zijn.
8. Juist
9. Onjuist – bij traverses moet je extra op de belastingsrichting letten.
10. Juist
11. Juist
12. Onjuist – kleine hoeken beperken de krachten op de plaatsingen.
13. Juist
14. Onjuist – de categorie hangt ook af van de lichaamsafmetingen van de klimmer.
15. Juist
34. Noem de vier stappen voor het kiezen, plaatsen en controleren van een nut.
35. Leg uit waarom een grotere nut soms de voorkeur heeft boven een kleinere nut die eveneens past.
36. Noem vier kenmerken van een goed geplaatste cam.
37. Leg uit wat met het ‘lopen’ van een cam wordt bedoeld en noem twee mogelijke gevolgen.
38. Hoe kun je de kans verkleinen dat een cam gaat lopen? Noem minstens twee maatregelen.
39. Welke controles voer je uit voordat je een boom als natuurlijke zekering gebruikt?
40. Vergelijk de belastingsrichting van een zandloper, een rotspuntje en een boom.
41. Leg het verschil uit tussen beoordeling van de rots op macro-, meso- en microniveau.
42. Waarom kan een goed geplaatste mobiele zekering in slechte rots toch falen?
43. Noem vier onderdelen van de routeplanning vóór het voorklimmen van een tradroute.
44. Waarom kun je twee of meer zekeringen dicht bij elkaar plaatsen?
45. Leg de 10-puntenregel voor een tradstandplaats uit.
46. Waarom moeten de hoeken in een krachtendriehoek zo klein mogelijk worden gehouden?
47. Welke twee knopen of verbindingen noemt de syllabus voor het afbinden van een krachtendriehoek?
48. Noem vijf categorieën spleten uit de syllabus, van smal naar breed.
49. Beschrijf de genoemde voettechniek voor het inklemmen van een voet in een spleet.
34. Schat de maat in en plaats de nut; controleer het contact aan beide zijden; klip een setje in en trek in de verwachte belastingsrichting; klip bij een goede plaatsing het touw in en klim verder.
35. Een grotere nut heeft doorgaans meer contactoppervlak en dikker staaldraad. Daardoor is de kans kleiner dat hij door de rots wordt getrokken en kan hij doorgaans meer kracht houden.
36. De vier bladen maken goed contact; alle bladen zijn ongeveer even ver ingeknepen; de cam ligt niet te oppervlakkig; de steel wijst bij voorkeur in de verwachte belastingsrichting.
37. Lopen betekent dat een cam door bewegingen van het touw en de steel uit zijn oorspronkelijke positie verschuift. Hij kan in een nauwer gedeelte vastlopen of in een breder gedeelte loskomen.
38. Kies een grotere maat, zoek een betere locatie en verleng het setje zodat touwbewegingen minder sterk op de cam worden overgebracht.
39. Controleer of de boom leeft, gezond is, voldoende dik is, stevig vaststaat en stabiele wortels en bodem heeft. Leg de slinge zo laag mogelijk rond de stam.
40. Een zandloper is in principe multidirectioneel belastbaar. Een rotspuntje is meestal alleen naar beneden en soms opzij belastbaar. Bij een boom hangt de mogelijke belastingsrichting af van de vorm en stabiliteit. Belasting dicht bij de wortels veroorzaakt minder hefboomwerking.
41. Macro betreft de gehele route, waaronder het routeverloop, de plaatsingen, rustpunten en crux. Meso betreft de directe omgeving waarin je klimt. Micro betreft precies de rots en rotsvorm waarin je een zekering wilt plaatsen.
42. De zekering is afhankelijk van de omringende rots. Als de rots afbreekt, verschuift of verpulvert, kan ook een technisch goed geplaatste zekering falen.
43. Bijvoorbeeld: het routeverloop bekijken; bepalen hoeveel en welke zekeringen nodig zijn; materiaal voor de standplaats reserveren; lastige passages en hun afzekering beoordelen; rust- en plaatsingspunten bepalen.
44. Als alleen kleine of matige plaatsingen mogelijk zijn, kunnen meerdere zekeringen extra veiligheid bieden en de belasting verdelen.
45. Geef iedere plaatsing 1 tot 5 punten. Gebruik minimaal twee en maximaal vijf plaatsingen en zorg dat ze samen minimaal 10 punten waard zijn.
46. Grotere hoeken veroorzaken een hogere belasting op de afzonderlijke plaatsingen.
47. Een zaksteek/overhandse knoop of een ankersteek/girth hitch.
48. Vingerspleet/finger crack, brede vingerspleet/thin hands, handspleet/hand crack, off-width en schoorsteen/chimney.
49. Zet de voet zijwaarts in de spleet en draai vervolgens de knie naar binnen, zodat de voet tegen de wanden van de spleet wordt vastgeklemd.
50. Je vindt een parallelle verticale spleet zonder duidelijke vernauwing. Kies je eerder een nut of een cam? Leg uit.
51. Je cam heeft met vier bladen contact, maar één blad is veel verder ingeknepen dan de andere drie. Wat doe je?
52. Je hebt een cam geplaatst in een spleet die verderop duidelijk breder wordt. Bij het bewegen van de steel begint de cam die kant op te lopen. Welke risico’s zie je en wat kun je doen?
53. Je wilt een dunne zandloper in zandsteen gebruiken. De zandloper is ongeveer zo dik als je pols. Hoe beoordeel je dit volgens de syllabus?
54. Je vindt een levende boom met een stam van bovenbeendikte. De grond rond de wortels is los en de boom beweegt wanneer je ertegen duwt. Is deze geschikt? Waarom wel of niet?
55. Je eerste zekering is een nut die alleen goed naar beneden belastbaar is. De route loopt daarna sterk zijwaarts. Wat is het probleem en hoe kun je dit verbeteren?
56. Tijdens het klimmen lopen je zekeringen sterk naar links en rechts van elkaar. Wat kun je doen om het touwverloop te verbeteren?
57. Je bouwt een standplaats met drie plaatsingen die je waardeert met 4, 3 en 2 punten. Voldoet deze aan de 10-puntenregel? Wat moet je doen?
58. Je bouwt een standplaats met twee plaatsingen die je beide 5 punten geeft. Voldoet deze volgens de syllabus aan de 10-puntenregel?
59. Je treft in Ettringen een vochtige, gitzwarte spleet met gladde aanslag aan. Welke conclusies en maatregelen volgen uit de tekst?
50. Eerder een cam. Een nut heeft normaal gesproken een vernauwing nodig, terwijl een cam zichzelf in een parallelle spleet kan vastklemmen.
51. Beoordeel de plaatsing opnieuw en herplaats de cam bij voorkeur. De vier bladen horen ongeveer even ver ingeknepen te zijn.
52. De cam kan in het bredere gedeelte te wijd komen te staan en loskomen. Zoek een geschiktere positie, gebruik eventueel een grotere cam en verleng het setje.
53. Waarschijnlijk onvoldoende voor een grote val. In zandsteen moet een zandloper relatief dik zijn. De syllabus noemt onderarmdikte als vuistregel voor een goede tussenzekering.
54. Nee. Voldoende stamdikte alleen is niet genoeg. De wortels, bodem en stabiliteit van de boom moeten ook betrouwbaar zijn.
55. De eerste zekering kan bij een val zijwaarts of omhoog worden belast en loskomen, waarna het ritssluitingeffect kan ontstaan. Gebruik een multidirectionele plaatsing, zoals een geschikte cam, zandloper of opgespannen nut.
56. Gebruik flexibele, verlengbare of alpiene setjes. Eventueel kun je dubbeltouw gebruiken om de touwstrengen logisch te verdelen.
57. Nee. De totaalscore is 9. Verbeter een plaatsing of voeg een betrouwbare plaatsing toe, met maximaal vijf plaatsingen in totaal.
58. Ja. Er zijn minimaal twee plaatsingen en de totaalscore is 10, mits de beoordeling, rotskwaliteit en belastingsrichting daadwerkelijk kloppen.
59. De spleet kan te weinig wrijving bieden, waardoor zelfs een goed lijkende cam eruit kan worden getrokken. Klim alleen op droge rots, zoek ruwe plekken boven vernauwingen, gebruik waar mogelijk nuts en overweeg dubbele of driedubbele zekeringen. Controleer daarnaast de topo en actuele lokale informatie.
Lieke (ASAC)
‘Trad Climbing +’ van Adrian Berry en John Arran
'Stand!' Versie 1.1. februari 2010 NKBV
'Spleten van glas' Harald Sven (NKBV) 02-11-2015
Advanced multipitch & trad climbing (2024) van de Vlaamse Klim- en Bergsportfederatie