Smokkelen net na de Eerste Wereldoorlog
Na het einde van de Eerste Wereldoorlog in november 1918 verdween de elektrische draadversperring, geplaatst door de Duitse bezetter op de grens tussen België en Nederland, zeer snel. Vele landbouwers recupereerden de palen en de draad om er afsluitingen mee te maken.
Aan weerszijden van de grens werden militaire troepen gestationeerd om de grens te bewaken en de douanebeambten hernamen hun controlewerkzaamheden om de taksen en accijnzen die verschuldigd waren op de in- en uitvoer van allerlei handelswaar te kunnen innen.
De douaniers hadden in die tijd heel wat (hulp)kantoren in de grensgemeente Lommel: in het Dorp, op de Blauwe Kei, bij Brug 12 (Gestelsedijk), in de Barrier (Brug 9) en bij Brug 2 (Stevensvennen). Dit had natuurlijk veel te maken met het feit dat hun actieradius beperkt was, aangezien ze hun werk vooral te voet (of met de fiets) moesten doen.
Brug 12 over het Kempens Kanaal ter hoogte van de Gestelsedijk. Links zien we de douanewoningen die bij de verbreding van het kanaal einde jaren 1920 gesloopt werden. (Collectie Erfgoed Lommel)
De douanierswoningen bij Brug 9 in Lommel-Barrier. Douanekantoren lagen vroeger niet bij de eigenlijke grens maar wel aan belangrijke knooppunten van wegen of bij belangrijke bruggen over het kanaal. (Collectie Erfgoed Lommel)
Op deze foto zien we de herberg-winkel van Verkammen-Leyssen aan de Blauwe Kei. Het aan de linkerzijde aangebouwde huizenblok was een douanekazerne met woningen voor de douaniers. Ten gevolge van de verbredingswerken aan het Kempens Kanaal en de aanleg van een tweede sluis werd het ganse gebouw gesloopt. (Collectie Erfgoed Lommel)
Een spel van kat en muis!
Plan kanaal. (Kopie van het plan in het bezit van M. Willocx, Geel)
Aangezien het kanaal enkele honderden meters ten zuiden van de landsgrens het volledige grondgebied van Lommel van oost naar west doorkruist, moesten de smokkelaars er sowieso over. Hiervoor maakten ze meestal gebruik van de bruggen.
Een enkele keer zwommen de smokkelaars het kanaal over en trokken ze koopwaar over aan een touw dat ze tussen beide kanaaloevers spanden.
De Bruggen 9 tot en met 13 over het Kempens Kanaal waren de plaatsen waar de smokkelaars en douaniers het vaakst tegenover elkaar stonden. Bruggen 10 en 13 werden na de verbredingswerken aan het Kempens Kanaal einde de jaren 1920 niet meer heraangelegd.
(Erfgoed Lommel)
(Erfgoed Lommel)
Telkens wanneer de smokkelaars ontsnapten en dus onbekend bleven, leverden de douaniers een afschrift van het proces-verbaal af in het gemeentehuis van Lommel waar het dan 'ter beschikking van de onbekende' lag.
Opvallend is dat de smokkelactiviteiten vooral in de maanden juli, augustus, september en oktober werden georganiseerd. Een verklaring hiervoor is wellicht meervoudig: het weer is in die periode nog goed, de schemering valt ‘s avonds laat en ‘s morgens vroeg, de plantengroei is op zijn weelderigst wat ‘verdwijnen’ in de natuur mogelijk maakt…
Een bont allegaartje... van luxe-artikelen tot gewone producten!
Smokkelaars bedachten allerlei slimme trucjes om hun waar over de grens te smokkelen. Zo droegen ze onder hun overjas een ‘smokkelvest’, een met stof overtrokken gummivest dat zich aan de vorm van het eigen lichaam aanpaste en waarin vloeibare smokkelwaar vervoerd werd.
Op de foto rechts zie je een smokkelvest. (Uit: Spapens, P. en Van Oirschot, A., 'Smokkelen in Brabant. Een grensgeschiedenis 1830-1970, Hapert, 1988.)
Sterke drank was dé smokkelwaar bij uitstek. (Erfgoed Lommel)
Vaak werden luxe-consumptiegoederen gesmokkeld zoals tabak en sterke drank, maar het konden ook gewone producten zoals vlees en bloem zijn. De smokkelaars zelf waren vaak mensen die wel wat extra centen konden gebruiken om in hun levensonderhoud te voorzien. Meestal troffen de douaniers in de zakken en pakken van de smokkelaars jenever aan die illegaal de grens werd overgebracht, van Nederland naar België. Dat was verboden sinds het koninklijk besluit van 11 december 1918. Achttien van de vijfentwintig processen-verhaal handelden over deze sterke drank. Eén keer werd er samen met de sterke drank ook een paar schoenen (smokkelwaar?) in beslag genomen.
In beslag genomen koopwaar werd door de douaniers steeds afgeleverd in het tolkantoor in Achel-Statie. De ‘dienstdoende tolontvanger’ daar was ‘de verantwoordelijk bewaarder’. Hij stelde ook de waarde van de smokkelwaar vast. De boete voor de smokkelaar bedroeg steevast tweemaal de waarde van de gesmokkelde goederen en daarbovenop kwam dan nog een gevangenisstraf. Smokkelen kon lucratief zijn, maar je moest dan toch zorgen dat de arm der wet je niet in de kraag greep...
Achel-Statie met aan de linkerkant het douanekantoor. (Uit: 'Achel. Een kijk op toen. Meer dan 800 foto's met historische achtergrond. Een uitgave van Heemkundekring Achel', Achel, 1999.)