Het verhaal van Lommelse passeur.
Uit de getuigenis van Leon Van Ham vernemen we hoe hij werd geronseld als 'passeur', in welke streek hij actief was, wat zijn schuilplaatsen waren, welke methodes hij gebruikte om 'door den draad te gaan', wie en wat er 'door den draad' werd gesmokkeld, hoe de contacten werden gelegd en wat de gevaren waren. Leon startte zijn verhaal in januari 1918 en het laatste feit waarover hij sprak, dateerde van 5 december 1918.
Leon werd geboren op 25 juli 1890 als zoon van Franciscus Van Ham en Anna Maria Catharina Brusselaers. Op 4 februari 1914 trok metselaarsknecht Leon van Lommel naar Duisburg in Duitsland. Waarschijnlijk is hij net voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Alkmaar in Nederland verhuist. En daar begint zijn verhaal als passeur, al had hij dat niet meteen in de gaten.
In het voorjaar van 1918 onmoette hij tijdens een uitstap in 's-Hertogenbosch in een café een zekere Henri Hendrikx uit Neerpelt. Ze sloten vriendschap en ze zetten samen de bloemetjes eens flink buiten.
'Wel een dag over vier bleven wij daar rondzwalpen, en drinken en zwieren, of dat het er kermis was.' (Uit de getuigenis van passeur Leon Van Ham.)
(Collectie Heemkundekring Baarle-Hertog)
Om het werk van een passeur goed en met zo weinig mogelijk risico te kunnen uitvoeren, moest men natuurlijk kunnen rekenen op een netwerk van mensen die elkaar blindelings vertrouwden. Binnen zo'n netwerk had ieder zijn taak.
Deze foto van de dodendraad werd gemaakt op de Scheldedijk bij de Prosperpolder in Beveren (Oost-Vlaanderen). Dit beeld toont duidelijk dat enkel op de middelste draad elektriciteit stond en dat de draad werd bewaakt door Duitse soldaten (met honden).
'Mee was Giel aldaar, doch 't was nen echten vaderlander, en zoo gauw hadden wij hem ons geval nog niet uitgelegd, of hij deed ons met plezier binnenkomen. ...
Zij zouden ons wel helpen. Giel z'n vrouwke, klein maar dapper, zou wel naar Luik gaan. Zij zou de briefkens wel bezorgen en de inlichtingen mee brengen. ...' (Uit de getuigenis van passeur Leon Van Ham.)
Voor het passeren van de elektrische draadversperring bestonden een aantal trucjes, het ene al succesrijker dan het andere, maar welke methode men ook toepaste, nooit mocht men zijn rubberen handschoenen en laarzen vergeten.
Één methode hield in dat men door middel van een met rubber omgeven houten kader (passeursraam) of met een kurkdroog houten tonnetje de draden uit elkaar spande, om dan door de alzo ontstane opening naar de overkant te kruipen.
Houten passeursraam. (Uit: Spapens, P. en Van Oirschot, A., 'Smokkelen in Brabant. Een grensgeschiedenis 1830-1970, Hapert, 1988.)
'Ik had naast mijn gummikousen eveneens mijne gummihandschoenen aangetrokken. Dan had ik heel voorzichtig de drooge houte plank onder den draad doorgeschoven, en ging er nu, zonder den draad te raken boven opstaan. Zoo zou het toch zeker geen kwaad meer kunnen.' (Uit de getuigenis van passeur Leon Van Ham.)
Het Molshof te Ophoven, een eeuw na de feiten. (Met dank aan de Geschied- en Heemkundige Kring Kinrooi vzw)
Leon Van Ham was als passeur niet actief in de streek die hij uit zijn jeugd kende, Noord-Limburg. Samen met zijn ronselaar passeerde hij de draad vanuit Ittervoort (Nl) of Neeritter (Nl). In België hielden ze zich onder andere op in Boerderij 't Molshof in Ophoven.
Leerlingen van 5 STW, Atelier Expressie van de WICO - Campus Overpelt werden door dit verhaal geïnspireerd voor een heuse graphic novel. In enkele sprekende tekeningen brengen ze de gebeurtenissen van toen tot leven.