Hahn, Wikimedia Commons
De draadversperring eiste ook heel wat slachtoffers. In totaal vonden ongeveer 28 personen de dood aan de draadversperring op het grondgebied van Lommel. Het is niet uitgesloten dat er onder deze 28 personen ook een aantal smokkelaars waren. Maar over het algemeen blijken het jonge mannen te zijn die uit idealisme of uit drang naar avontuur het Belgische leger achter de IJzer wilden vervoegen via Nederland en de zee.
Stoomvoiture- en wagenmakerij Leopold Jamaert-Vanduffel uit de Kloosterstraat in Lommel stond in voor het vervoer van de bij de draadversperring gevonden lijken. Hij maakte ook veel lijkkisten en was begrafenisondernemer. Hendrik Hamblok was grafdelver. Het Lommelse Armbestuur stond in voor de kosten.
Wagenmakerij Leopold Jamaert met zijn twee kinderen, Maria en Vic, voor het huis van zijn ouders in de Kerkstraat (1910). (Collectie Antonie Broeks)
(Stadsarchief Lommel)
Petrus Gerardus Vanden Eynde
Het eerste slachtoffer van de elektrische draadversperring dat in Lommel te betreuren viel, was Petrus Gerardus Vanden Eynde, echtgenoot van Suzanne Conjaerts. Het tragische voorval had plaats op 27 september 1916 en wordt in de ‘Genealogie der families Kuppens en Vanden Eynde’ als volgt omschreven: Peter Gerard Vanden Eynde werkte als arbeider op de metaalfabriek te Overpelt. In de loop van het tweede oorlogsjaar 1916 viel de fabriek zo goed als stil. Vanden Eynde viel werkloos en keek vruchteloos uit naar ander werk. Op 27 september 1916 wilde hij zijn geluk proberen in de Nederlandse grensgemeente Luyksgestel samen met Vanduffel uit het gehucht Einde en Henri Van Hout (bijgenaamd ‘Toebak’) uit het gehucht Hees. Op het gehucht de Hutten, voorbij de hoeve Joosten, tussen de woningen Cuypers en Wuyts, zouden zij door de draad gaan. Helaas raakte Vanden Eynde bij zijn sprong over de versperring met zijn hiel de bovenste elektrisch geladen draad en viel doodgebliksemd op de grond neer, de hiel doorgebrand. Zijn lijk zou per ossekar naar het dodenhuisje Van Lommel-Centrum overgebracht worden. Zijn twee makkers geraakten ongedeerd in Luyksgestel. Dit tragisch gebeuren veroorzaakte heel wat beroering onder de Lommelse bevolking. Zelfs de Duitsers, die hun militaire keuken bij het huis Vanden Eynde-Conjaerts hadden gestationeerd, deelden in het verdriet der familie. ‘Had men hen ingelicht over de voorgenomen vlucht, dan hadden zij voor een vlot verloop gezorgd …’, zo vertelde de oudste dochter.
Kwartierstaat van Petrus Vanden Eynde. (Werkgroep Familiekunde Erfgoed Lommel)
Later, na de wapenstilstand, verklaarde zijn weduwe Suzanne Conjaerts in haar aanvraag om een oorlogsvergoeding, dat haar echtgenoot op 27 september 1916 bij haar ’s avonds vertrok met het idee in Engeland te gaan werken en alzo aan het vaderland dienst te bewijzen.
Overlijdensakte van Petrus Vanden Eynde. (Stadsarchief Lommel)
Elisa Poets
De familie Poets, afkomstig van ’t Wijerken, telde negen kinderen. Twee zonen (Franciscus en Karolus) streden aan het IJzerfront, terwijl twee dochters (Anna en Eliza) hun vader, Victor ‘Fik’ Poets, hielpen bij het overbrengen van personen en brieven over de draadversperring.
Vader Poets en zijn dochters opereerden vanuit het Nederlandse Bergeijk. Eens bevond Fik zich onbewust toch op Belgisch gebied en wist hierbij ternauwernood te ontsnappen aan twee Duitse schildwachten. Dochter Eliza had helaas minder geluk. Op 21 december 1916 werd ze bij de elektrische draadversperring in Lommel geëlektrocuteerd.
Elisa Poets. (Collectie Erfgoed Lommel)
Bidprentje Elisa Poets (Collectie Erfgoed Lommel)
De echtgenote van Victor Poets, Maria Catharina Cremers bleef tijdens de oorlog in Lommel wonen, maar was net als haar man actief als passeur. Zo smokkelde zij o.m. oorlogsrapporten over de grens. In de periode 1917-1918 werd zij door de Duitsers tot driemaal toe gevangen genomen. Er werd over haar verteld dat ‘ze met zwart haar naar de gevangenis ging en met wit haar terug kwam’.
Overlijdensakte van Elisa Poets. (Stadsarchief Lommel)
Kwartierstaat Elisa Poets. (Werkgroep Familiekunde Erfgoed Lommel)